Een dagje vrij

Na die bizarre nachtdienst van mijn vorige blog volgden twee rustige nachtdiensten. Zulke avonden houden vooral in dat er veel paracetamol, diclofenac en zout water voor loopneuzen wordt voorgeschreven. De mensen kunnen hier slecht slapen door het vele lawaai, stof en hun eigen gedachten. Vaak komen ze vooral om even hun hart te luchten en wat afleiding.

In mijn vorige blog schreef ik over een jongen die met een ambulance werd afgevoerd naar het ziekenhuis. Hij is weer terug in het kamp en hij komt beide nachten eventjes langs. De eerste keer zegt hij wel honderd keer ‘I’m so sorry, please I’m so sorry!’ Het blijkt dat hij de broer is van de jongen die die nacht ook is behandeld, dus ook zijn moeder is overleden. Ik zeg tegen hem dat ik het heel erg voor ze vind en vraag of zijn moeder ziek was. Maar dat blijkt niet het geval. De jongen heeft ‘problemen’ in zijn dorp en zijn moeder is daarom vermoord. Ik val stil, ik weet niet wat ik moet zeggen. Verder dan; ‘I’m so sorry’, kom ik uiteindelijk niet.

Het is verschrikkelijk dat deze mensen hier zo lang in een kamp zitten en moeten wachten, maar waar ze voor zijn gevlucht is ook iets wat hen kan blijven achtervolgen. Ik kan me niet voorstellen hoe verscheurd deze mensen zich moeten voelen.

Na mijn laatste nachtdienst heb ik een dag vrij. Ik besluit een auto te huren en een rondje over het eiland te maken. Het is een prachtig eiland met honderden olijfbomen, velden vol met klaprozen, bergen en bijna overal zie je de azuurblauwe zee. Het uitzicht is prachtig over de zee. Turkije lijkt hier maar een paar zwemslagen vandaan. Terwijl ik zo in de natuur rondrijd, raak ik aan het denken. Ik besef door mijn ervaringen hier met de vluchtelingen steeds meer wat vrijheid betekent en Bevrijdingsdag had dit jaar daarom een extra diepe betekenis voor me.

Tekst: Natasja Arens
Foto: Henk van Lambalgen Photography