Een kamp vol contrasten

Contrasterend en bizar Moria, met je duizenden mensen. Wat een verwarrende achtbaan geef je mij, als je nieuwe dokter. Laten we beginnen met een voor de hand liggend voorbeeld: Lesbos is een prachtig eiland. De mensen zijn vriendelijk, de zee is prachtig en de dagen zijn helder en zonnig. Tegelijkertijd is de zee dezelfde zee waarop zoveel vluchtelingen nog dagelijks hun leven wagen. De heldere dagen zorgen voor ijskoude nachten. En de vraag is of de vriendelijkheid voor iedereen is weggelegd.

Maar toch, met een zonnetje op je hoofd, een drankje na het werk en gezellig hamburgers eten in het vrijwilligershuis, voelen sommige momenten net als vakantie. Als je geen dienst hebt kun je het eiland verkennen of naar de hot springs. Een plek waar de vluchtelingen even heel ver weg zijn. Letterlijk en figuurlijk, want vluchtelingen zijn in de hot springs niet toegestaan. Of je kunt gaan shoppen. Met name de tasjes gemaakt van reddingsvesten zijn een grote hit onder toeristen. Met een mooie ‘safe passage’ stempel voor degene die misschien last zou krijgen van gewetenswroeging. Het geld komt ten goede aan de vluchtelingen, maar toch…

Ook in kamp Moria zijn veel contrasten. Elke keer als je met je ogen knippert zie je wel weer een nieuw contrast. Een vrolijke volleybalwedstrijd die plaatsvindt, naast de gigantische rij mensen voor het avondeten. De meeste pechhebbers staan in de voedselrij en mogen zich verheugen op wederom een avond rijst met bonen. Terwijl de wat fortuinlijkere vluchtelingen buiten het kamp falafel of gebakken kip halen, in een paar zelf geknutselde restaurantjes van wat slimme Grieken.

Van onze lange rij patiënten gaat een groot deel tevreden weg met een paracetamol en een keelsnoepje (voor velen zijn de woorden ‘papers’ en ‘strepsils’ de eerste kennismaking met Engelse taal), maar dan zet een dame die tijdens haar vlucht verkracht is door haar smokkelaars je meteen weer met beide benen op de grond. Of neem de vertalers die dag en nacht met ons werken, ontzettend betrokken zijn, kaartspelletjes spelen en elke nieuwe shift geïnteresseerd vragen of je een fijne dag hebt gehad. Stuk voor stuk slimme jongens, niet ouder dan 25, die zichzelf in het kamp naast hun moedertaal alweer heel wat nieuwe talen hebben eigen gemaakt en zelfs een aardig woordje medisch Engels spreken. Het type jongen dat ’s nachts na een lange shift nog even een rondje maakt door het kamp om te controleren of alles rustig is en ze ons veilig achterlaten. Je zou bijna vergeten dat deze jongens ook kampbewoners zijn. Wij mogen op een stretcher slapen, terwijl zij zich terugtrekken in hun tentje. Jongens die gevlucht zijn vanwege de oorlog in Syrië of de Taliban in Afghanistan. Het is pijnlijk om te weten dat ze diep van binnen overwegen om terug te gaan, want daar ga je maar één keer dood en in Moria sterf je elke dag opnieuw.

Contrasterend, bizar Moria, met je moedige mensen, die ondanks hun ontberingen nooit vergeten nog even een ‘thank you doctor’ te fluisteren. Ik hoop dat we een klein verschil voor je kunnen maken. Een paracetamol hier en een pleistertje daar, het lijkt misschien niet veel. Maar weet dat je, los van je afkomst, achtergrond of trauma, bij ons altijd even welkom bent.

Tekst: Stephanie van Straaten
Foto: Bas Bakkenes