‘May we meet again’

Het is donderdagmiddag, 16.00 uur. We lopen Moria binnen voor mijn laatste avonddienst. Wat een vertrouwde gezichten zie ik terwijl ik het kamp door loop met een crashbag op mijn rug. ‘Hello my friend, how are you?’ hoor ik van alle kanten en gek genoeg voelt het goed en vertrouwd hier te lopen. Ik bedenk me hoe bijzonder het is dat je in een korte tijd zoveel mensen kent van de vele mensen die hier al lange tijd, vaak al maanden vastzitten zonder uitzicht. Bij de medische cabin aangekomen staan de meest vertrouwde gezichten al klaar: de vertalers met wie ik de afgelopen weken zoveel heb meegemaakt. Alle emoties in alle uitersten hebben we gezien en ook allen heb ik zelf in volle intensiteit gevoeld. Verdriet om het verlies van anderen, geluk als iemand verrast lacht omdat ik hem in het Arabisch begroet, ongeloof door de vele heftige verhalen, maar vooral machteloosheid om de uitzichtloosheid hier. Ik heb vaak met de handen in het haar en rug tegen de muur gestaan, gefrustreerd over hoe weinig je kunt doen. Het leven staat hier voor velen stil, met alle heftigheid van het verleden vers in het heden van de herbelevingen in de nacht.

Paniekaanvallen voortvloeiend uit deze herbelevingen hebben op mij de meeste indruk gemaakt en terwijl ik de crashbag wegzet loopt er een bekend gezicht langs die meer indruk op mij heeft gemaakt dan hij ooit zal weten. Het is het gezicht van een grote imposante Syrische man, die met zijn pretogen naar me lacht en toesnelt om me een hand te geven. Ik herken dit gezicht nauwelijks van een week geleden, toen ik een uur lang in zijn met huiveringwekkende angst gevulde ogen keek om hem uit zijn paniekaanval te krijgen. Een intensief uur waarin alleen hij en ik bestonden; hij hyperventilerend in zijn herbelevingen, ik met mijn hand op zijn buik en voorhoofd om hem te laten focussen op zijn ademhaling en mij. Samen met hem ademhalend en eindeloos herhalend dat hij hier veilig is en dat het goed komt. Maar is dat wel zo? Ja, daar ben ik van overtuigd, maar wanneer is de vraag. We praten even en hij vervolgt zijn ‘weg’. Ik lach, geniet van dit moment en ben blij met wat ik voor hem heb kunnen betekenen in deze bizarre wereld genaamd Moria.

Alsof het zo heeft moeten zijn zie ik vanavond meerdere mannen die ik in de afgelopen weken in totaal andere toestand heb behandeld. Mijn eerste patiënt: de Afghaanse man met automutilatie, waarbij ik van de door mezelf gehechte wonden de laatste hechtingen verwijder. Het gaat beter met hem en ik zie dat hij zich netjes geschoren heeft. En even later ook de jongen van de vechtpartij van afgelopen nacht, die trouw is gekomen nadat ik hem vannacht op het hart gedrukt heb te komen om zijn wonden te laten checken. Maar ook hoor ik net als iedere shift weer schrijnende verhalen en zie ik grote mannen als kleine kinderen huilen van wanhoop en verdriet. Het frustreert mij voor de zoveelste keer dat zij geen uitzicht hebben en machteloosheid overheerst wederom. Hoe lang gaat dit nog duren? Te zien aan de nieuwe containers die zijn geplaatst ter vervanging van de weggehaalde tenten is het einde nog lang niet in zicht.

Om 23.00 uur is mijn shift voorbij en ik stap uit de cabin. Er staat een groepje mannen buiten en ik word aangesproken door de jongen van de vechtpartij van afgelopen nacht. ‘Best doctor, you help my friends!’ Hij wijst naar zijn vriend die last heeft van hoofdpijn. Vervolgens naar twee anderen en ook zelf heeft hij nog een vraag. I’m sorry my friend, mijn shift en daarmee ook mijn tijd hier zit erop. Ik zeg hem dat mijn collega dokters hem zullen helpen en ik geef hem met vertrouwen een hand, wetend dat dit heftige, maar zo dankbare werk zal worden voorgezet door vele fantastische vrijwilligers na mij. Helaas is dit nodig, maar ik hoop met heel mijn hart dat deze bizarre Moria wereld, die je moet ervaren om te begrijpen hoe het er hier aan toe gaat, niet lang meer zal bestaan. Ik loop mijn (voor nu) laatste stappen door Moria, terwijl ik word uitgezwaaid door de vertalers, hopend dat ook zij binnenkort kunnen gaan en staan waar en wanneer ze willen. We zeggen geen goodbye (‘we won’t die right?!’) maar ‘may we meet again’. Met deze woorden verlaat ik Moria. Ik voel me gelukkig dat ik hier veel heb kunnen betekenen, maar vrees ook voor de vele mensen voor wie deze bizarre Moria wereld nog maanden de harde realiteit zal zijn.

Tekst: Tessa Schrijver
Foto: Tessa Schrijver