Verhaal over Libië

Ik was zes maanden in Libië, waarvan vier maanden in de gevangenis. Het was heel klein en benauwd. Al onze spullen werden afgepakt. In de eerste gevangenis sloegen en schopten de bewakers me regelmatig, soms vaker dan eens per dag, dit duurde zeker drie maanden. In de tweede gevangenis heb ik een maand doorgebracht. Toen ben ik ontsnapt. Heel, heel veel mensen die ik in de gevangenis heb gezien, werden met een wapen op hun hoofd of benen geslagen. Ik ben onder schot gehouden toen ik vroeg om eten voor het werk dat ik had gedaan. Je wordt gedwongen om lange uren te werken zonder betaling en soms geven ze je eten. Meestal niet. Ik heb gezien hoe een man met een grote buis werd geslagen en er elektriciteitsdraden (schokdraden) op hem werden gezet. Bij zijn ogen en op zijn voeten.

Toen ik uit de gevangenis ontsnapte, hielp een man me. Ik betaalde hem en hij zorgde ervoor dat ik mee kon op de boot. Eenmaal in het water dacht ik dat ik dood zou gaan. Het was zo donker. Geen licht. Mensen vochten om in het midden van de boot te zitten en niet aan de randen.

De reden dat ik uit Afrika ben gevlucht, is dat het een moeilijke plaats is om te leven. Het is niet makkelijk om daar te slagen en er is geen werk en daardoor armoede. Er zijn meerdere redenen waarom ik naar Italië wil. Maar als ik er eenmaal ben, wil ik mijn familie uit Gambia over laten komen. Mijn ouders verdienen een beter leven. Ik ben verdrietig. Ik heb ze al maanden niet gesproken… Ik mis ze… Maar de reis was het risico waard.

Libië is geen goed land. Iedereen minacht zwarte mannen en vrouwen. Ze behandelen je als oud vuil. Je bent niets waard voor ze en daarom heb ik mijn leven geriskeerd om vandaag hier te zijn. Ik zag geen andere uitweg. Jean / 20 / Gambia

Photo and story: Kenny Karpov