Vertalers van Moria (deel 1/3)

In februari 2017 arriveerde ik op het eiland Lesbos om te starten met medisch vrijwilligerswerk voor stichting Bootvluchteling. Op mijn eerste avond werd ik warm welkom geheten door de andere vrijwilligers en de volgende dag begon ik aan mijn eerste dienst. Ik was wat bevreesd, niet wetende wat ik kon verwachten.

Samen met de rest van het medische team (nog een arts, een verpleegkundige en een crowd controller) baanden we ons in kamp Moria een weg richting onze kliniek (een portacabin met daarin twee behandelruimtes). Na een korte rondleiding en een uitleg over het proces van het zien van patiënten doken ineens de tolken op (zij zijn vluchtelingen die leven in het kamp en worden ingehuurd door stichting Bootvluchteling); Ben*, een Syrische vluchteling van 21 die 11 maanden in Moria woonde en Steve*, een 26 jaar oude vluchteling uit Afghanistan. Allebei schudden ze mij de hand en verwelkomden mij bij het team en begonnen te babbelen met de rest van de vrijwilligers.

Ik zag mijn eerste patiënten en hoewel ik eerst nerveus was en onzeker over wat voor soort klachten er door de deur zouden komen wandelen, bleken de zorgbehoeftes van de POC’s (person of concern, patiënt) veelal goed beheersbare zaken te zijn: hoesten, verkoudheden, uitslag, hoofd- en buikpijn. Terwijl de patiënten uit diverse landen binnen kwamen ontmoette ik de andere tolken; Matt* een vrolijke 21-jarige uit Afghanistan, Waheed*, een vriendelijke Syriër van 21 en Harry*, 28 jaar oud en afkomstig uit Algerije die zowel Frans als Arabisch sprak. De tolken begroetten de patiënten hartelijk en stelden hen onmiddellijk op hun gemak en wezen mij gedurende mijn eerste dienst behulpzaam waar de diverse medicatie en materialen te vinden waren terwijl ik mezelf wegwijs probeerde te maken in de behandelruimte.

Het werken met deze tolken was compleet anders dan de ervaring die ik had met tolken in Groot Brittannië. In Engeland houdt het werken met tolken gewoonlijk in dat ik gebruik maak van een telefoon met twee hoorns terwijl een saai klinkende persoon aan de andere kant van de lijn het verhaal vertaalt. Af en toe stapt een tolk de afdeling op, urenbriefje in de hand geklemd, en zit in ongemakkelijke stilte en spreekt alleen als de consultant binnen komt zodat ze hun briefje kunnen laten tekenen en zo snel mogelijk kunnen vertrekken. De tolken van Moria bleken compleet anders; vanaf het moment dat een patiënt binnenstapte creëerden ze een band met hen, stelden geïnteresseerd vragen en gaven gepaste reacties en terwijl ik notities maakte en medicijnen verpakte, praatten ze met elkaar.

Tekst: Jessica Agbamu
*Vanwege de privacy van de vluchtelingen zijn de namen veranderd.
Foto: Bas Bakkenes