Kos – Na de geboorte begon de strijd

Daar zit je dan
veilig ben je even.
Maar dat is slechts voor nu,
meer kan ik je niet geven.

Je kleine baby slaapt
en heeft gegeten,
gelukkig zal zij later
dit alles niet meer weten.
Maar jij, haar moeder,
herinnert het je altijd:
Al snel na haar geboorte
Begon de lange strijd.

De reis, de boot, je angsten:
Waar ben je doorgegaan?
Wat is er gebeurd?
Wat moet je nog doorstaan?

Nu ben je even hier,
je kindje nog geen maand
en jij net twintig jaar.
En niemand die jouw wegen baant.

Nu zit je hier,
en dat is maar voor even.
Water, fruit en kleren,
meer kan ik je niet geven…
De veiligheid van dit moment,
de rust van deze dag.
Water, fruit en kleren…
En toch…ik zie een lach.

Want naast de andere dingen
Is dit wat ik nog vond:
Een draagzak voor je kindje!
Zo tróts als je daar stond.
Ik kon geen foto maken:
Ik keek, mijn keel kneep dicht.
Ga veilig, lieve meisjes,
Reis veilig naar het licht!

Door Marlies Heemskerk

Lesbos – Eerste dag

2.45u: ik word gewekt door een vriendelijke stem: goodmorning madame, this is your wake up call. Goedenacht zal je bedoelen!

De heenreis: We vliegen uit vrije wil naar een ons totaal onbekende situatie. Tussenstop in Izmir. Blije vakantiegangers gaan terug naar huis en wij gaan naar de volgende halte in Mytilíni, onze eindbestemming.
Het is spannend, maar ik ben blij dat ik dit heb doorgezet, en heel dankbaar om de mensen die mij hebben gesteund en hebben aangemoedigd ermee door te gaan.

Op het vliegveld wacht Pieter ons op… en 2 mensen met een kartonnetje met mijn naam: 2 autoverhuurbedrijven, ook het bedrijf waar ik heb geannuleerd omdat ze ineens een waarborg van 2000 euro wilden.
Blijkbaar wilden ze het toch even proberen, want die borg vragen was een slechte zet, hun verhuur loopt terug.
Snel dropen ze af.

Ik krijg een aftands Suzuki jeepje, totaal verouderd en onpraktisch wegens geen kofferruimte om spullen in te vervoeren, en door de 3 deuren al helemaal niet om nog mensen in mee te nemen.
Na een spannende rit van 70 km naar Molyvos deze auto bij het lokale verhuurbedrijf ingeruild voor een Opel Corsa, nieuw model, met airco. Snel opgelost.
Pieter neemt ons eerst mee voor een lunch in het haventje van Mytilíni.
Het lijkt net vakantie, maar hij waarschuwt ons meteen: geniet ervan want het wordt snel anders.
En hoe anders zien we als we naar de andere kant van de haven rijden, de parkeerplaats op van de veerdienst.
Massaal veel mensen, op een stuk karton, kleren hangen te drogen over een hek (worden snel weggehaald als er ineens een regenwolk overdrijft). Ze wachten om in te mogen schepen met bestemming Athene. Verhalen over gezinnen die elkaar hier al kwijt raken zijn geen uitzondering.

Om ons nog meer met de andere realiteit kennis te laten maken rijden we naar kamp Kara Tepe net buiten het stadje. Hier is het registratiekantoor, en hier zijn eindelijk ook NGO’s neergestreken, UNHCR, Save the Children, Dokters van de wereld. Helaas nog geen allesoverkoepelende organisatie, maar in elk geval medische zorg, tenten, wc’s, douchegelegenheden.

We zien gezinnen, een jongen die vriend/broer aan het scheren is, moeders met slapende kinderen, spelende kindjes en huilende baby’s, een jongetje dat zijn vader nat sproeit met een tuinslang.En Grieken die mogelijkheden zien:
foodtrucks, laadbakken met paraplu’s, dekens en slaapzakken en groente- en fruitkramen. Het toeristische seizoen is voorbij; misschien zijn die vluchtelingen zo slecht nog niet.

Daarna door naar Molyvos, even naar mijn studio, het uitzicht is super, maar zal er weinig van kunnen genieten.
Dan rijden we verder naar waar het allemaal gebeurt: Eftalou…

Introductie door Anne-Febe, kennismaking met enkele andere vrijwilligers, een blik op de resten van het einde van een dag. Het is een vreemd, maar fijn gevoel: deze groep die zich steeds opnieuw samenstelt, en samenwerkt, met maar één reden en één doel: de zwaksten helpen. Ze denken dat dit het begin van iets beters is, maar er staat hun nog een lijdensweg te wachten.

We weten nog steeds niet echt wat ons te wachten staat morgen, maar aan de auto’s van de andere vrijwilligers te zien, wordt het een heen en weer rijden van natte, vermoeide, bange en toch hoopvolle mensen. Vanaf hun aankomst brengen we ze naar een de hulppost van onze stichting aan het einde van de weg: daar krijgen ze bananen, water, brood, en kleren en/of schoenen als het nodig is.

Ik zie opdringerige Griekse en Italiaanse paparazzi, die hulpverleners opzij duwen om een foto te maken van bange mensen in de boot, maar ook mooie, hardwerkende mensen die
alles doen om te helpen!

Ik ben er klaar voor!

Door Monique Brouwer

Lesbos – Juichen

Voor het eerst uren samen met vele anderen de voedsel- en waterpost bemand, en ’s middags de eerste boot zien arriveren.

Het huren van een auto, hoe moeilijk kan het zijn? Of het verhuren? Een eenvoudige logistieke handeling, zo lijkt het. Voor ons – Arjan Fennema, Peter Sinia en ik – ging een groot deel van de zondag ermee heen. Het leverde weliswaar achteraf grappige Asterix- en Obelixachtige scenes op maar was toch frustrerend. Chaos is een Grieks woord, is de conclusie. De weg van A naar B verloopt via paardensprongen, niet rechtstreeks. Direct al bij aankomst op het vliegveld bleek de grote bus er niet te zijn. Die wilden we graag om ouderen en/of mensen die slecht ter been zijn of anderszins gehinderd te kunnen vervoeren. De vrouw in kwestie gaf ons een tamelijk gevaarlijke, krakende auto mee waarvan het stuur ‘los zat’ (Peter Sinia). Tegelijk, en misschien is dat wel typisch Grieks, kookt dezelfde vrouw elke dag voor honderden mensen. De bleek uit haar verhalen; de vertraging had dus een voordeel. We hopen er deze week nog een dag of een halve dag mee te draaien. Nu met twee kleinere auto’s. Migranten en vluchtelingen kunnen die tien minuten ook bij elkaar op schoot. En vrouwen en kinderen hebben altijd voorrang.

Gratis fruit
En er zijn meer Eilanders die zich van hun beste kant laten zien. Dat bleek vandaag weer. De groenteman die vanmorgen bij de Oase, de pitstop voor pas aangekomen vluchtelingen, dozen bananen en appels kwam brengen, wilde er geen cent voor hebben. Het lijkt erop dat na de eerste schrik van maanden geleden (migranten slapend op stoepen, voor winkels, hotels, in de straat) het improvisatietalent en de pragmatische inslag het winnen. ‘Sommigen die eerst anti-vluchteling waren, zien nu in dat er misschien ook handel in zit.’ Mevrouw Pepi zucht alleen maar op de vraag hoe het gaat. Ze zit achter de houten balie van een beetje Oostblok-achtig maar gezellig hotel. ‘Ik had 25 Turken verwacht voor een vakantie maar 22 hebben gecanceld.’ Er kwamen er maar drie.
In plaats daarvan, dat ziet Pepi ook wel, stromen er ‘humanitarians’ binnen; Israëli’s, Noren, Nederlanders, Britten, van alles wat. De sfeer is internationale verbroedering, ‘aanpakken’, improviseren en aanstekelijk – en dat mag ook wel, want het is echt een unicum dat zoveel grassroots initiatief van gewone burgers in een humanitaire noodsituatie doet, wat normaal altijd die bekende hele grote organisaties doen. Maar hier dus (nog) niet. Tegenover het negatieve van zoveel ontheemde mensen, een dagelijkse exodus met echt levensgevaar, staat het positieve: deze spontane hulpuitbarsting, de hulpvaardigheid en het medeleven van eilanders en toeristen, en de soms totaal perplexe reacties van Afghanen, Syriërs, Irakezen, die na twee dagen slapen en een slechte behandeling aan Turkse zijde op alles gerekend hadden maar niet op dit: droge kleren, kinderknuffels, iemand die brood voor je smeert en ‘Welkom’ tegen je zegt.

Zwaaien en fluiten
We staan daarbij met het gezicht naar zee, direct aan het af- en aanrollende water dat de ronde keien op het strand doet ketsen. Aan de overkant ligt Turkije. Komt er een boot aan, dan zwaaien we als gekken met reddingsvesten en blazen op schrille fluitjes. Er liggen rotsen net onder water voor de kust en het moet niet misgaan. Dan rijdt iedereen die kan, zo snel mogelijk naar het aanlandpunt. Anne-Phebe Hartsuiker, die coördineert namens stichting Bootvluchteling, zei het bij onze briefing: ‘We maken veel lawaai en juichen, omdat ze het halen en omdat ze die positieve energie overnemen.’ Dat is wel zinvol, want die heb je nodig. Zeker vandaag, in stromende regen soms.
Wat moet je verwachten? Hoe gaat dat? Om te beginnen is het landschap dramatisch. Een steile rotsige kust, schitterend, met uitzicht op net zo’n kust, aan de overkant. Een stip die zich losmaakt uit de horizon en dichterbij komt. Een weg ernaartoe, die langs steile afgronden voert met veel hoogteverschillen. En: onverhard. Proberen met veel misbaar de aandacht te trekken, ongelukken voorkomen. Wat loopt hier allemaal? Spanjaarden, Noren, Nederlanders. ‘Jullie sturen sommige van jullie beste mensen’, zo had mevrouw Pepi gezegd, Europa bedoelend met ‘jullie.’
‘Niet meteen het water in rennen, was het motto. Dat geeft grotere kans op ongelukken. Verstuikingen, wonden, vallen, breuken. Niet bij ons maar bij hen, omdat ze zo blij zijn dat ze het levend haalden, of juist bang en ijskoud en daarom meteen overboord willen.

Bij aankomst spreek ik Muhammed uit Damascus, 19. Hij vertelt dat bombardementen door troepen van Assad zijn ouders, broer en zus doodden. ‘Ik heb nog een broer in Duitsland, daar probeer ik nu te komen.’ Hij bekostigde de reis door zijn autootje te verkopen: 1000 euro. ‘Syriërs verkopen nu alles, huis, spullen, om weg te komen.’ Hij wil liever niet over het verlies van zijn familie praten. Hij zegt vijftien keer een poging gedaan te hebben Europa binnen te komen. ‘Zeven keer met de boot. Telkens teruggestuurd. Door Turkse schepen maar ook Griekse. De Turkse smokkelaars gedragen zich keihard. Ik heb gezien dat iemand een buks afschoot vlakbij het oor van een vrouw in onze groep.’ Intussen loop ik met Muhammed, Saad en Hossam het bergpad af, de auto waarmee ik kwam is krakend in de assen – Thed Andre zit achter het stuur – vol vluchtelingen ervandoor gegaan.

Ik heb gelukkig wat zilverfoliedekens bij me. Op deze regen ben ik zelf ook niet gekleed dus doe ik er zelf ook een om. De metaalglans van de wijduit wapperende dingen maakt het hele tafereel en deze hele tragische, moeilijk te vatten gebeurtenis van een rubberboot vol vrede en geluk-zoekers nog wonderlijker. We sjouwen samen verder, langs het uiterste randje van Europa, een richel, een stenen balkon van een landschap hoog boven zee.

Mohammed wil liever lachen en op schouders slaan van de opluchting dan over zijn familie praten. Het is zijn verhaal, ik kan het onmogelijk checken; net zo min als de twee keer dat hij een kind van verdrinking redde, vertelt hij, en zelfs nog een volwassene: ‘Ik moest het doen, ik kon dat niet laten gebeuren.’
Maar iets zegt me dat het allemaal maar al te waar is. Waarom zou je anders je leven in handen geven van handelaars in mensentransporten die werkelijk nergens voor terugschrikken.

Het wandelen doet me goed. Ineens een vertraging in de hectiek. Temidden van een grootse natuur. Ik vertel de drie Syriërs dat ze nog mazzel hebben: drie weken terug reden er immers nog geen bussen naar de eilandhoofdstad Mitilini. ‘Als je eerder gekomen was, had je 70 kilometer moeten lopen.’

De sporen van die kinder- en volwassenenkruistochten dwars over het ruige eiland zijn overal. De vervuiling is gigantisch. Na de doodsangst en twee dagen niet slapen is gescheiden afval inzamelen enzovoort wat minder een prioriteit geworden voor dit internationale leger van zwervende dakloze mensen. Vanavond doe ik met Peter Sinia voor het eerst mee met een uurtje opruimen. Onderweg passeren we een Zweedse dokter die zo fanatiek aan het vuilrapen en opruimen is dat je wel kunt zien dat ie erdoorheen zit. Dit alles nog steeds in een schitterend landschap.

Vuilnis oprapen
We hebben de keus uit klein vuil rapen of zwemvesten stapelen. Het is wel rustgevend werk, zo ’s avonds na al die chaotische mensenmassa’s, mensen die vaak niet eens weten waar ze nu zijn en hoe nu verder. Griekenland? Europa? Zijn we daar nu? Echt?
Even alleen maar waterflessen, plastic rommel en papierwinkels oprapen bij het ruisen en rollen van de zee op de keien. Dat heb je na zo’n dag nodig. Ik blijf mog wat langer bovenaan de steile kustweg. Twee agenten stoppen en zeggen: ‘You are a hero.’ En dan had ik mijn cape van aluminiumfolie niet eens meer om. Een snedige wedervraag zou kunnen zijn: ‘Ja, gaaf he, sturen jullie ons een paar Grieken, dan hoeven wij het niet alleen te doen. Want het is wel jullie eiland.’ Anderzijds, deze puinhoop is zo onvoorstelbaar groot dat ik wel een beetje begrijp dat de eilanders met de handen in het haar zitten. En al die lifejackets zijn nergens goed voor, ze kunnen zo de vuilverbrandingsoven in.

Ik heb ook migranten gezien die vuil opraapten in in de zakken gooiden. Zoals er trouwens ook ouders zijn die erop staan dat hun kinderen Dankuwel zeggen als ze brood, fruit en water krijgen. En dat zijn volgens mij vaak de Syrische ouders.

Checken
Over verhalen checken gesproken. Bij het voedselverdeelpunt, de “Oase”, staat ineens een man voor me die wat Nederlands spreekt. ‘Ik heb in Nederland gewoond maar moest terug naar Irak, het zou daar veilig zijn. Mijn dochtertje van zes is geboren in Ede-Wageningen.’ Nu moet het niet gekker worden. Daar woon ik. Het schattige kind staat naast hem. Om te bewijzen dat hij het niet verzint, pakt hij zijn rijbewijs erbij. Is gewoon een Nederlands rijbewijs, afgegeven in 2013.

Over checken gesproken. ‘We vinden op het strand van alles, een Turks paspoort, Iraans geld.’ Ik heb de indruk dat Syriër zijn ongemeen populair is, ook bij mensen die dat niet zijn. Het lijkt onwaarschijnlijk dat die truc lukt verderop in het hervestigingstraject van deze migranten. En we hoeven het op dit moment ook niet te weten. We zijn hier omdat verder niemand hier is en omdat het niet anders kan. Saad vroeg het onderweg tijdens het lopen: Are you government? NO government…?’ Nee, geen regeringen en geen grote NGO’s. Gewoon een heleboel burgers uit diverse landen van Europa.

Door Hilbrand Rozema

Lesbos – Oranje kust

De tussenstop in Izmir zit erop. We zijn weer in de lucht. Hoe vreemd: eerst naar Turkije vliegen en dan, hup, in een half uur doen wat bootvluchtelingen in hachelijke uren doen. Zo, bij heldere hemel, zie je pas goed hoe dichtbij Europa hier is. Aan drie kanten ligt Lesbos genesteld tegen de Turkse kust.

Het vliegtuig maakt een krappe bocht. Ik druk mijn neus tegen het raampje en speur de diepblauwe zee af van dit aardse paradijs. Zo ziet het er van boven uit tenminste. Zouden dat rubberbootjes vol mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld kunnen zijn? Het is niet met zekerheid te zeggen. Wat wel heel zeker is en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is de rand van oranje aanspoelsel die op twee plekken een vijftig of honderd meter strand heeft gekleurd. Het lijken wel algen. Zijn het zwemvesten? Ja, reddingsvesten, honderden. Het Voorwerp Van 2015, wat mij betreft: Het Oranje Reddingsvest.

Na een paar uur en een chaotisch begin verder – een misverstand bij het verhuurbedrijf, zodat we geen busje hebben maar een krappe vierpersoons auto waar alle bagage in moet – begint het dwars oversteken van het forse eiland. De snelheid ligt laag, veel haarspeldbochten, steile afgronden en prachtige vergezichten. Maar ook omdat de auto nogal wankel is en kraakt.
Geen wonder dat Lesbos geliefd is bij toeristen. Alles is kurkdroog, het gras verschroeid tot stro na een lange hete zomer. Het landschap oogt wat rommelig, met de Griekse slag. Dit land is arm geweest, en van ver gekomen. Toerisme is van levensbelang voor de Griekse eilanders.

Toeristentreintje
We zien voor de plaatsjes Petra en Molivos de eerste vluchtelingen. Het maakt indruk, al was het maar omdat het zo vreemd botst met het alledaagse toerisme dat intussen ook gewoon doorgaat en waar dit eiland bij uitstek van leeft. Zweden, Britten, Nederlanders, sjokken rood langs de boetiekjes aan de kustboulevard, met het fenomenale uitzicht op een van de baaien waar Lesbos geleefd om is. Met name vreemd is het moment dat het treintje op wielen voor toeristen langskomt en zwoegende Syriërs en andere migranten passeert. De migranten staren voor zich uit maar groeten wel terug als je ‘welcome’ zegt of alleen maar je hand opsteekt.
Al kun je deze beeld-botsing ook relativeren: komen deze mensen niet juist hierheen omdat in Griekenland en de rest van Europa de toetistentreintjes nog gewoon rijden.

Smokkelaar
Een halve dag is al genoeg om veel Grieken en ook vluchtelingen te spreken en een eerste indruk te krijgen. Nizar (38) en Jihad (28) lopen samen met ons op naar het toeristische centrumpje van Molivos. Ze zijn net die morgen met een bootje aangekomen. De oudste van het duo komt uit Deir El Zor, aan de grens Syrië -Irak. Hij wil naar Duitsland en dan zijn gezin laten overkomen. Die bivakkeert nu in Damascus. Hij vertelt meteen dat ISIS voor zijn ogen een vierjarige heeft onthoofd. ‘ISIS is alleen maar bezig met bloedvergieten en wreedheid; niet met echt vechten tegen Assad.’ Zijn jongere reisgenoot is eigenlijk leraar biologie. Beide mannen zweten als otters. Ze lopen dan ook al de hele dag. Dit is de grootste exodus sinds de tweede Wereldoorlog. Er zijn momenten dat je denkt: wat een prestatie, zo’n gevaarlijke reis, deels te voet. Al deze mensen stemmen met de voeten. En het is een stem v o o r Europa.
Een mevrouw van een boetiekje neemt alle tijd om ze de goede weg te wijzen.
Ze leven wel op van dit gesprekje, er kan een lach vanaf: ‘Brothers!’
Dia (45) van de winkel zegt: ‘Wij doen alles om ze te helpen, maar tegelijk is het zo dat touroperators uit Zweden, Nederland enzovoort, contracten met hotels hier niet verlengen! De toeristen zouden klagen over vluchtelingen voor hun neus en slapend in de openlucht.’

We lopen verder en zien sokken, een trui en een vies luiertje liggen aan de voet van een boom die iets hoger staat, in een ring van baksteen. Een handige plek om je baby te verschonen als je op doortocht bent.
Al verder lopend passeren we een groepje hulpverleners van MuslimRelief, het zijn Britten met een Pakistaanse achtergrond, uit Birmingham en omgeving. Een man of acht, met lokale medewerkers. We zijn hartelijk welkom om erbij te komen zitten en krijgen thee. Ze hebben net duizend slaapzakken uitgedeeld. We herkennen de drive om medemensen in nood te helpen bij elkaar. Het levert een paar mooie foto’s op.
’s Avonds bij het eten komen twee agenten op een drafje langs het terras rennen; ze voeren een arrestant mee. Een mensensmokkelaar. Bravo, roepen sommige Grieken de agenten na.
Uit je ooghoeken zie je op strandjes en in havens bergen oranje vesten liggen.

Zeven uur zwemmen
’s Avonds ontmoeten we weer de vrouw van het autoverhuurbedrijf. Zij en haar partner, een Fransman die al twintig jaar op dit eiland woont, zijn haast dag en nacht in touw voor de migranten. Zij kookt dagelijks voor honderden mensen. Hij onderhoudt contacten met deze geteisterde voorbijgangers in hun leven. Soms nog heel lang na hun doortocht op Lesbos. Hij vertelt van een jongen van veertien die hier zijn vader verloor; hij overleefde wel de boottocht maar kreeg kort daarna een hartaanval. De Griekse agenten gaven hem de achternaam van een reisgenoot om hem slepende papieren immigratiekwesties te besparen. Hij vertelt van boten die halverwege de nauwe zeestraat tussen Lesbos en Turkije water maken. Soms haalt maar een handjevol van een volle boot het levend. Zoals die acht die na zeven uur zwemmen in zout water toch nog aankwamen, meer dood dan levend; de vellen hingen erbij, zout schuurt, bij zo lang zwemmen. Hij zegt: ‘We zullen er de komende herfst en winter nog velen verliezen. Want de zee wordt onstuimiger maar de mensen zijn wanhopig, ze hebben niks te verliezen.’

Door Hilbrand Rozema

Lesbos – welkom medisch team!

Ons medische team geïnstalleerd en actief op Lesbos. Wat een geweldige aanvulling op de noodhulp vrijwilligers die al dag en nacht paraat staan. Een fantastisch team!

Kos – Optimism

Unexpectedly, it was dry this morning.

12 Burmese young men arrived safely in the early morning. They said they were so scared they were going to die, but they miraculously made it through the storm!

Amongst the refugees there is a mood I can only describe as a mix between relief and exuberance. It was real tough, wet, and cold, but now it is morning, the sun’s peaking through the clouds and drying their clothes, and they made it through yet another challenge on their long journey. The air’s filled with a positive vibe, gratitude, smiling faces, and even dancing (see video).

2 More days until the rain will be gone again and there are 2.500 ponchos (thank you thank you sponsors) on the way for the next rainy episode.

Frederieke

Video:

https://www.facebook.com/hulpactiebootvluchtelingen/videos/1470045733325469/

KOS – Breaking point

The weather’s changed.

Last night it started raining, really bad. We knew this was going to happen and we’ve been trying to prepare for this, but the major won’t make space available for the refugees to hide inside (a few days ago the refugees were chased out of the shade of the park into the burning sun, so the park by the road would look nice for the election parade), and Kos is a sunny tourist island, so no rain clothes or ponchos available (or only a handful), we’ve been trying to get them over from The Netherlands, but we didn’t succeed in time (it takes a very long time to get mail delivered to Kos, so in getting the ponchos we’re depending on people coming over, who can take them). We tried, we really tried.

Last night it started raining. The rainfall was so heavy that it woke us up at night. And then the thought of what it would be like for the refugees on the streets in their single-wall tents, kept us awake. Then the thunder, which sounded like loud explosions, started. Last night, we already saw the water splashing up on shore (see picture) and the wind pulling the tents. At least the tents were moved off the beach and a few meters away from the water splashing up, but still. We helped to move tents behind a wall, out of the wind, but it all felt like too little. We would go back to our beds between walls and with a roof, they would stay out there during the night.

Even though we never would have thought anyone would dare – or be able to – cross the sea in this weather (even ‘real’ boats were destroyed by the storm; see pictures), 3 people of our team went out into the rain this morning. Just in case. Against all expectations, a boat arrived. 20 People on board. They lost 5 people along the way. One more boat arrived. We have no way of knowing how many people on how many boats made the desperate attempt last night to cross the water in the storm. The only reason we could think of that they would have taken this even bigger than normal risk is that they would have paid the human trafficker beforehand and would lose their money (and chance) if they wouldn’t go that night. After they arrived, for a few moments, the sky cleared and a rainbow seemed to come out of the sea (see picture).

This morning, when we went over with water and fruit, we found most tents destroyed by the wind, refugees crowded together in front of the police station underneath a little roof (the only place to hide for the rain), we went by every single tent to look for people, we found 10 people in a tent made for 3, men only wearing their underwear because all clothes were wet, I saw a man using a small plastic bag to scoop the water out of his tent. We were out there for only 2 hours, but even our underwear was wet (despite the garbage bags we were wearing as improvised ponchos), and we were chilled to the bone. We devoured many rolls of garbage bags, which we turned into ponchos.

The fact that we were wearing the garbage bags as well, made it feel a little less bad that we were giving them garbage bags to wear. Many refugees offered their help (which is always the case, but even more now), or offered us a place in their tent to hide from the rain. But we were out there for only 2 hours and afterwards we would have a few moments to get dry, get warm, and put on dry clothes, before heading out again. But they can’t. Everything they own is wet. The tents are destroyed, soaking wet, or both. They are soaking wet and cold, and there is no way for them to get dry or warm. And this heavy rainfall is expected to continue for 3 days (see picture).

I’ve seen a lot here. Refugee boats arriving, babies of not even a month old being carried of these boats, life vests in the distance of which I wasn’t sure whether there was a body inside or not, talking to lovely, bright, young Syrian men in Turkey who were going to make the boat trip to Kos that night but who we’ve never seen again at this side of the water, a father who is desperately going from island to island trying to find his son because he’s sure that his son survived the sinking of his boat, a man telling the story of how ISIS beheaded his brother, and refugees leaving Kos on a ferry to Athens with so much hope in their eyes, but who still have such a troublesome journey ahead of them.

But today I cried my first tear. Because no matter how hard you try, sometimes you can’t move a mountain.

Door: Frederieke

Lesbos – Medische missie

Net 3 mensen heel gelukkig mogen maken. Een net gelande zwangere Syrische vrouw lag op apegapen om het maar eens onparlementair te zeggen. Ze was lichtelijk uitgedroogd en had 2 dagen nauwelijks gegeten. Ze had onderbuiksbuikpijn. Gelukkig beschik ik sinds gisteren over een doptone (om het babyhartje te kunnen horen) en toen ik het hartje hoorde en kon vertellen dat alles goed was met haar kindje kwam er een glimlach van geluk op het gezicht van beide ouders. Ik keek om. De Noorse hulpverleenster die me assisteerde kon het nog maar net drooghouden. We omarmen elkaar even. Mooi moment. Eigenlijk 4 mensen gelukkig. Gelukzoekers? Je vindt het onverwacht.

Geen foto uit respect voor deze mensen.

Door: Pieter Waardenburg

Kos – Twee boten kussen elkaar ’s morgens

Wat zien we hier?
Die vraag stellen we onszelf meerdere keren in de vroege ochtend. Als we beginnen, is het nog aardedonker. Inmiddels kennen we de verschillende plekken waar de bootvluchtelingen aan land komen en rijden we van plek naar plek en terug, terwijl we proberen overal tegelijk te zijn. We kijken in de donkere zee met onze verrekijkers, schijnen met onze zaklampen op al afgedankte zwemvesten en voelen of die nog steeds nat zijn, en luisteren of we stemmen horen of het geluid van roeispanen in het water.

Deze ochtend was de Middellandse zee kalmer dan we haar ooit hebben gezien, waardoor we ieder stipje konden zien dat misschien wel of niet een vluchtelingenboot kon zijn die vanaf Bodrum komt. Terwijl we een stip volgen om te zien of het een vluchtelingenboot zou blijken te zijn, zodat we op het strand kunnen zijn om hen te verwelkomen met water, eten en droge kleding na hun – vaak lange, zware en angstige reis, of de Griekse kustwacht kunnen waarschuwen als een boot in de problemen is, ziet Razan een ander stipje. Wederom proberen we dit stipje in de zee op waarde te schatten. Uiteindelijk konden we door onze verrekijkers mensen zien roeien, maar ze hadden nog een lange weg te gaan. Ik bleef achter zodat we het stipje niet zouden verliezen, terwijl de anderen het andere stipje volgden.

Een grotere stip naderde het kleinere stipje. De Griekse kustwacht, dacht ik. Maar de grote stip passeerde het kleine stipje en vervolgde haar koers zuidwaarts. Toen – na wat ik zou durven zweren een half uur was, maar de tijdsindicatie van mijn opnames vertelde me dat het maar 5 minuten was – draaide de grote stip weer om. Dat het is het moment waarop deze video begint. In dit geval kan ik je zeggen waar we naar kijken: de Griekse kustwacht benadert de vluchtelingenboot, de twee boten kussen elkaar, en toen stopte ik met opnemen om de verrekijker ter hand te nemen. Ik kon elke vluchteling zien overstappen van hun kleine rubberboot op de boot van de Griekse kustwacht. Zelfs al zien we elke ochtend vluchtelingen en vluchtelingenboten arriveren, dan nog vind ik het moeilijk te geloven als ik deze dingen zie gebeuren. Dit gebeurt echt. En ik sta hier op de kust van Kos, te kijken als het gebeurt.

Toen alle vluchtelingen aan boord waren, ging de grote stip het kleine stipje trekken. Ik wachtte lang genoeg om zeker te weten dat ze teruggingen naar de haven, informeerde de anderen, en ging daar zelf ook naar toe, om daar te zijn als de mensen, die eerst kleine bewegingen op een klein stipje waren, maar die echte mensen zijn, veilig aan land zouden komen.

Bijna elke nacht zijn er kleine stipjes die het niet redden.

Door: Frederieke

https://www.facebook.com/hulpactiebootvluchtelingen/videos/1467466783583364/

Lesbos – Een deel van ons team

Photos: Χριστίνα Βύρη