Lesbos medisch – Rock Bottom

The past week on Lesbos has been very tense and consisted of many highs and lows. Often you can make a child smile by giving them a popsicle. Sometimes, we see very sick children or mothers that are in need of quick medical attention. These highs and lows can be either small or big, but you know they alternate rapidly. Yesterday, however, the situation here hit absolute rock bottom.

I was enjoying my coffee on my morning off after being on call during the night. A van stopped and the coordinator of another organisation called me in, saying there was an emergency in the harbour. After shouting to the shop owner that I’ll be paying later, I got into the van and we rushed to Molyvos harbour. “A child, that’s all I know”, said a fellow doctor who’s also on the bus. In the harbour, we jumped out and ran to a boat, not knowing who or what we’re looking for. After a quick search, we got called to a boat where the Red Cross were waiting for us. Two children, drowned in the sea, were presented. One critical but stable 12 month old girl, the other a boy 7rs, lifeless: no pulse, no breathing, lungs full of water and an ice cold body. CPR was already performed by RC for 45 minutes but didn’t yield results. Some more was done, but it me and my fellow doctor agreed it was medically pointless. Time of death was noted and I pulled the blanket of the kids face, as I don’t speak the language of this kid’s family.

His father lost it however, starts crying and tried to perform CPR by himself. The situation got uncontrollable with the grieving parents and when the ambulance arrived it took the boy’s body and his 12 month old sister to rush to the hospital. This image haunted me and made me unspeakably sad, I couldn’t perform my other duties and decided to take the day off.

I grieved the whole afternoon. Fellow volunteers comforted me, I called friends at home and had dinner with a local friend to put my mind off the situation in the morning.

Nonetheless, around 17:00 the text messages poured in: A boat of 200 or 300 sank in the sea and more drowned kids were expected in the harbour. As hesitant as I was, not knowing for sure if I could be of any use, I decided to not let it go ignored and rushed to the harbour. This time however, my organisation and several other were there and they were well prepared, well equipped and well trained, totalling five CPR teams ready to go. Just as our team finished preparations, the first boat of the coast guard docked and pulled of three kids that drowned. An hour later, another one arrived with more children and then another one, and another one and so on. We totalled seven successful paediatric CPR’s, in which I participated in three of them, our team (in different combinations with other organisations) in five. All of them were sent in critical condition to the hospital.

One of our doctors went along and reported about situation in the hospital in Mytilini: Understaffed, under equipped, no paediatric intensive care doctors, no paediatric anaesthesiologist and no air bridge was established to Athens. I truly wondering whether what we did was of any point, if at the end children don’t get the medical care they deserved.
Last night, many, many families were torn: parents, children and other relatives went missing in the rough and icy sea, of exploitation by smugglers and of inept politicians. Official reports say three, but I can guarantee that you can multiply that number by at least 10. Every single volunteer I’ve spoken yesterday was shocked, grieving and felt powerless. And the ice cold truth is: the winter hasn’t even begun yet.

So, I got three messages that stuck with me that I’d like to share:
1. Future generations, please take note: This is Europe in 2015, a politically -totally inept- union where border regions are left to their own and where human lives are used as political change in negotiations with neighbouring countries. Local authorities lack knowledge, infrastructure, organisation and planning to effectively give aid for the needing. Not because they don’t want to, but because they can’t. We need a change of thinking and a direction to move towards to.
2. To NOS (Dutch News Organisation): Get your facts straight and don’t show stock videos. It’s misleading and it doesn’t do right to the truth. It was immediately evident that there were more than hundreds of refugees in the harbour, not the 90 you reported last night.
3. Volunteering on Lesbos: You have highs and you have lows. And then, sometimes, a boat sinks and you have lows, lows and more lows, before hitting rock bottom.

Help ons helpen/Help us to help:

Donate: https://bootvluchteling.nl

Door Michel Abdel Malek
Arts Stichting Bootvluchteling
Doctor boat Refugee Foundation

Kos – Hand op zijn hart

Deze man, afkomstig uit Iran, heeft een speciale plek in mijn hart. Ik kwam hem voor het eerst tegen toen we bananen en water gingen uitdelen. Er stond al een rij en hij ging vooraan in de rij staan. Ik vertelde hem vriendelijk om achteraan in de rij aan te sluiten, maar hij wuifde mijn verzoek weg. Ik werd een beetje geïrriteerd, maar zijn intenties waren niet om voor te dringen. In plaats daarvan hielp hij ons de horde kinderen en vrouwen onder controle te houden en ze in één rij te zetten. Verkeerde inschatting van mijn kant.

Ik kwam hem de afgelopen dagen vaker tegen en vroeg hem waar hij vandaag kwam en waarom hij hierheen kwam. Hij sprak geen Engels, maar hij maakte duidelijk dat hij uit Iran kwam. Hij liet zijn handen zien, waar de bovenkanten van zijn duimen verdwenen waren en lelijke littekens te zien waren op zijn handen. Door wie of met welke reden dit gebeurde kwam ik niet achter, maar het was wel duidelijk dat hij gemarteld was.

Elke keer als ik hem weer tegenkwam schudde hij me altijd de hand en maakte een diepe buiging. De laatste keer dat ik hem zag kwam hij naar me toe en trok hij me aan mijn arm mee. Ik wist niet wat hij wilde, maar al snel werd duidelijk dat hij op de foto met me wilde. Hij wees op de foto die gemaakt werd en wees vervolgens naar zijn hart. Toen we afscheid namen pakte hij mijn hand vast, drukte er een kus op en bracht mijn hand naar zijn voorhoofd. Met één hand op zijn hart en één hand in de lucht wuifde hij voor de laatste keer naar mij voordat hij op de boot stapte naar Athene. In zijn ogen dankbaarheid. Deze man zal ik in alle waarschijnlijkheid nooit meer zien, maar dit moment zal ik voor altijd bij mij dragen. Hij heeft nog een lange weg te gaan, die nog vele malen zwaarder zal zijn dan hier. Ik hoop dat het hem goed af gaat en dat hij de kou en honger die hem te wachten staat aan kan.

Naast deze man heeft iedereen zijn eigen unieke verhaal. Ik ben zo blij dat ik met zoveel verschillende mensen in contact kom. Met deze man, maar ook vele anderen voel je echt een klik en het is prachtig om ze door de dagen heen tegen te komen.

Vanaf het moment dat ze aankomen met de boot op tot het moment dat ze hun reis verder voortzetten naar Athene, waar we ze kunnen uitzwaaien en voor de laatste keer veel succes en geluk kunnen wensen. Ontzettend kostbaar!

Ons team in Athene wacht ze daar weer op, en zo mogen we allemaal een schakeltje zijn op de lange reis van deze mensen.

Door Anke Vissinga

Kos – Marios

Naast het vrijwilligerswerk hier op Kos, hebben we soms ook even tijd voor onszelf. Het is leuk om de lokale bevolking te leren kennen. Het was denk ik 3 oktober, zo’n drieënhalve week geleden. Ik stond in de voortuin van ons stichtingsappartement. Bij de buren was een oude man aan het stukadoren. Hij was zo ongeveer helemaal wit, zijn handen leken wel op handen in gips gegoten, maar dan flink beschadigd.

Hij had blijkbaar in de afgelopen periode al veel activiteit gezien bij onze thuisbasis en wist heel goed wat er te koop was en dus welke spullen wij allemaal op voorraad hadden. Hij was in zijn eentje een heel appartementencomplex aan het opknappen. Werk en leven is op Kos niet hetzelfde als in Nederland. Sociale zekerheid is hier helemaal niet zo zeker. Geen werk, geen geld. Ziek, geen geld. Ik keek hem aan, hij mij, eventjes is er dan zo een moment dat je weet dat klikt of dat je echt even contact hebt. Hij gebaarde mij om dichterbij te komen en probeerde mij van alles duidelijk te maken. Ik snapte er eerlijk gezegd geen jota van, omdat hij enkel en alleen Grieks praatte. Met de vertaalapp op mij iPhone begonnen we te communiceren. Uiteindelijk stond er op mijn scherm dat hij graag “sneakers met veters” wilde hebben. Nog niet helemaal zeker van mijn rol in het team, heb ik een paar schoenen gepakt voor hem, een paar sokken erin en dit aan hem gegeven. Het zal toch niet zo erg zijn om iemand te helpen, ook al is het geen vluchteling. De reactie was overweldigend. Tranen in zijn ogen en een kus op mijn hand. Hoewel het zo vreemd en onnatuurlijk is als iemand dit doet, ontroerde dit mij enorm.

Ik hem heb in de dagen erna stiekem nog wat extra’s toegestopt en keer op keer veranderde zijn gezicht van een, het lijkt wel blijvende, verdrietige uitdrukking naar een brede glimlach, waarbij 1 tand duidelijk boven zijn onderlip zichtbaar werd.

Akis, de knappe jongen van Italiamo’s vroeg mij een dag of wat later of ik Marios, want zo heet hij, spullen had gegeven. Ze vonden het fijn dat wij zo met de mensen hier omgaan. De mensen die we hier hebben leren kennen zeggen erg blij te zijn met ons als vrijwilligers, ze geven tegelijkertijd ook aan zelf niet echt te kunnen helpen vanwege de problemen in Griekenland, het slechte afgelopen jaar en het dag en nacht moeten werken, om de winter goed door te kunnen komen.

De klik met Marios, de klik met de mensen van Italiamo’s, zijn niet zomaar op mijn pad gekomen, maar goed, dat is mijn persoonlijke overtuiging.
In de dagen die volgen spreken we veel met elkaar, Marios komt elke dag ff een bakkie doen, betalen hoeft hij niet, hier zorgen ze goed voor elkaar en gaat het leven niet om geld, maar om echte vriendschappen. Tussen neus en lippen krijg ik van Marios te horen dat zijn zoon is overleden op zijn 19e. Jakkes, wat een triest gegeven, de reden erachter is mij tot op dat moment nog onbekend. Het is nu 27 oktober, vele dagen later, veel vrienden rijker, zit ik vanmorgen op mijn vaste kruk bij de buren (Italiamo). We maken lol en lachen wat. Het lachen vergaat ons snel, als Marios ons vertelt over wat er precies is voorgevallen.

De oom van Marios rijdt op een grote cementwagen, zo’n betonmixer. Hij is op weg naar een bouwplaats waar ze een appartementencomplex bouwen. Ergens hier een 20 minuten rijden vandaan.
Marios en zijn vrouw hebben 1 zoon, Stathis. Hij is 19 jaar oud en doet zijn studie in Athene. Hij rijdt zoals vele Grieken op een motor hier op het eiland Kos. Ook op die ene tragische dag rijdt
Stathis op zijn motor een flink eind hier vandaan. Bij een kruising krijgt hij een vreselijk ongeluk als de cementwagen plotseling voor zijn wielen komt en hij met grote snelheid in de lucht wordt geworpen en zo een 50 meter verderop letterlijk te pletter valt. In de cementwagen zit de oom.

De oom gaat naar de jongen toe en tilt hem op in zijn armen, zijn lichaam is totaal verminkt en vreselijk om aan te zien. De oom gilt het uit: “Stathis!”. De oom valt samen met de verongelukte jongen achteruit op de grond en raakt in een coma. Een half jaar later overlijdt hij in het ziekenhuis.
Het verliezen van zijn zoon heeft een verwoestende uitwerking op Marios. Zijn vrouw komt het niet te boven en huilt elke dag met de foto van zijn zoon in haar handen. Hij kan niet langer bij haar blijven en verlaat zijn vrouw, psychisch in de war wordt hij voor een halfjaar opgenomen op het eiland Leros in een psychiatrische instelling, waarna hij langzaam opkrabbelt om zijn leven verder op te pakken op Kos, zonder gezin, zonder geld. Nu heeft hij weer even werk, hij mag de hekwerken bij Italiamo’s schilderen, het is een vakman.

Wat een verhaal, achter een paar sneakers met veters.

Door Steph van Namen

Lesbos – Kamp Moria

Op Lesbos heeft Stichting Bootvluchteling sinds juli 2015 haar aanwezigheid goed op orde aan de noordzijde van het eiland. Er wordt nauw samengewerkt met de andere aanwezige hulporganisaties en de logistiek van het proces op deze locatie is steeds verder geprofessionaliseerd. We richten ons op de aankomst van vluchtelingen aan de kust, met nadruk op de kwetsbaarste groepen daarin: moeders, zwangere vrouwen en kinderen tot en met 8 jaar.

De aankomst hier is slechts stap 1 in het Griekse deel van de reis van een vluchteling. Ze verblijven tijdelijk in een van de kleinere kampen (Transit area Oxy en Skala), voordat ze doorreizen naar Kamp Moria of Kara Tepe waar ze zich kunnen registreren als vluchteling en hun reis vervolgen. De leefomstandigheden in alle kampen zijn dramatisch, met als uitschieter Kamp Moria.

Regelmatig bereiken ons vragen hierover, die uiteenvallen in twee groepen:
1. Waarom is Stichting Bootvluchteling nog niet (structureel) actief in Kamp Moria?
2. Ik kan bijdragen aan de verbetering van leefomstandigheden of organisatie van het registratieproces in Kamp Moria; waarom maken jullie daar geen gebruik van?

Actief worden in Kamp Moria is iets dat hoog op ons verlanglijstje staat. We zijn er goed van doordrongen dat de nood daar extreem hoog is. Wij willen echter niet blijven hangen in enkele ad hoc initiatieven, maar structurele hulp bieden. Het gebrek aan organisatie en leiding bemoeilijkt voor ons de situatie. Ook al is elk initiatief waardevol, wij willen ons niet storten op een kamp met 7.000 – 10.000 vluchtelingen met alleen een paar tenten, slaapzakken of een stuk fruit. Overleg met aanwezige hulporganisaties is in volle gang en wij werken hard aan de probleemanalyse en hulpplan, kijkend naar mogelijkheden die wij als stichting hebben, passend bij onze missie.

De Griekse overheid – in de praktijk is dat de politie (en Frontex) – heeft de leiding over het registratieproces dat de vluchtelingen doorlopen. Dat is een complex administratief proces dat niet kan worden uitgevoerd door een andere partij, ook niet deels en zelfs niet door een Griekse partij; volgens de Griekse wet is dat niet mogelijk. Dat is jammer, maar een realiteit waar we niet omheen kunnen. Ook experts in administratie en registratie die hun diensten aanbieden kunnen hierin dus helaas niets betekenen.

Afgezien van het registratieproces lijkt de Griekse politie maar beperkte activiteit te ontplooien als het gaat om de leefomstandigheden van de mensen die dit proces willen doorlopen. Zaken als huisvesting, voeding en hygiëne (afgezien van een vorm van afvalverwerking) zijn nog niet voldoende georganiseerd.
Om die reden wordt de overheid ondersteund door meerdere partijen, waarvan UNHCR de belangrijkste is. Zij adviseren de overheid over hoe om te gaan met de praktische en humanitaire kant van de situatie.

Met UNHCR en de andere partijen rondom Moria zijn wij in nauw contact, om te bekijken op welke manier wij een bijdrage kunnen leveren. Zo kunnen we bijvoorbeeld medische professionals inzetten om de bewoners van het kamp te helpen en we zoeken naar duurzame manieren om mensen droog, warm en veilig te houden en toegang tot voedsel te geven.
Als onze inzet in Moria concretere vormen aanneemt komen we daar zo snel mogelijk mee naar buiten.

Foto: Peter de Jongste

Lesbos – Winter is Coming

De stortregens teisteren hier de kust in het Noorden van Lesbos. Kleine riviertjes veranderen in kolkende stromen en wegen worden onbegaanbaar. Alles en iedereen is tot op het bot nat. Natte kindertjes uitkleden in de modder naast je auto is een mega-klus! Groot respect voor onze vrijwilligers die zelf ook de hele dag doorweekt zijn.

Onze dokterspost staat daar als een wit baken in de storm. Daarna wachten ze in de regen, op de bus. En dus worden ze weer nat, hoe dan ook.
We zijn bezig met een grote tent ter bescherming tegen de wind en koud en hopen die vanuit Nederland te vervoeren, zodat we goed zijn voorbereid op de winter. We zien hoe het klimaat omslaat en de winter in aantocht is, ook hier. Natuurlijk zijn er op Lesbos ook in de winter heerlijke dagen, maar de wind is venijnig en en met de regen en een nat lijf liggen allerlei ziektes op de loer. Vooral daar waar veel mensen bij elkaar zijn.

Evenals een eigen bus kopen in Nederland en die hierheen rijden. Bussen huren is op lange termijn kostbaar en er zijn al diverse mensen die ons donaties toegezegd hebben voor dit doel. Vergunning voor een stukje grond via de gemeente blijft lastig en we hopen nu een stukje land te kunnen huren om langs de kust wat beschutting en warmte te kunnen geven en de verkleumde mensen weer wat hoop, moed en energie te geven…

Foto’s: Johannes Govaert & René Berg

Lesbos – Kruistocht in spijkerbroek

Aan dat boek moest ik vandaag denken. Waarin een eindeloze sliert middeleeuwse kindertjes door Europa trekt, blootgesteld aan de weergoden onder erbarmelijke omstandigheden. De sliert mensen door Europa is er nu ook, anno 2015, en het zijn óók veel kinderen tussen de groepen volwassenen. In kletsnatte kleding, apathisch op de grond zittend, wachtend op de volgende stap tijdens een reis die ze zelf niet bedacht hebben maar om wat voor reden dan ook nodig was.

Het slechte weer heeft op Lesbos gezorgd voor een extra dimensie aan de complexe hulpverlening: omgaan met de effecten van lagere temperaturen en wateroverlast. Onderkoelde, klappertandende mensen in kletsnatte kleding. Wegen vanaf het strand die tijdelijk te gevaarlijk zijn om met een auto te berijden, zeker ’s nachts, wanneer ook nog steeds boten aankomen – alle bliksem en stromende regen ten spijt.

Kamp Moria is het kamp waar de vluchtelingen zich moeten registreren, willen ze door kunnen naar Athene en de rest van Europa. Een administratieve schakel in hun proces, die vorm krijgt in een opeenklontering van een paar duizend mensen, die een kleine gemeenschap op zich vormen. Lange wachtrijen, onduidelijke informatie, minimale voorzieningen, nu ook slecht weer: die mix zorgt voor botsingen. Tussen groepen mensen, culturen en tussen individuen. Vandaag zijn vijf vrijwilligers (waaronder twee artsen) van de stichting gaan kijken in welke delen van het kamp we op een veilige manier een kleine druppel kunnen bijdragen.

De voorraad poncho’s: in een paar minuten weg. De drie buikdragers idem dito. Zelfs de kletsnatte buggy waarop we onze spullen vervoerden: gráág. Op enkele na hebben we alle vijftig meegenomen knuffeltjes uit kunnen delen aan de kleinsten. Bellenblaas, ballonnen, kleurpotloodjes meegeven – geen basisbehoefte maar éven een glimlach in een verder troosteloze omgeving zien, dat probeer je te geven. Ze hebben niets; soms een tas (ook drijfnat) maar vaak niet veel meer dan de kleren die ze aanhebben.
Het kamp is onderverdeeld in een Syrisch en een niet-Syrisch deel. Binnen dat laatste zijn regelmatig spanningen, horen we, tussen de diverse bevolkingsgroepen. Er is een strikte hiërarchie en volgorde; voordringen kan je duur komen te staan en uitdraaien op geweld. De politie regisseert het geheel maar de overweldigende hoeveelheid mensen is voor hen ook heftig mee om te gaan. De aanblik van de mensen het dichtst bij de felbegeerde ingang, als haringen in een ton tegen een hekwerk aangedrukt, vond ik heel erg om te zien.
Want wat doe je daar als je honger hebt, dorst, naar de wc moet? Laten lopen neem ik aan – op die plek kom je niet terug als je er uit gaat. Uren, soms dagen staan. Het prikkeldraad erboven geeft nog meer de associatie met een concentratiekamp.

In een aparte tent met gezinnen, waar we nog wat spullen uitdelen omdat het buiten maar blijft hozen, komt het aan het eind van ons twee uur durende bezoek tot een ontploffen. Een van de moeders die in de lekkende tent op de modderige en natte stukken karton bivakkeert met haar kinderen, tikt op mijn schouder en begint me in het Arabisch luidkeels uit te foeteren. Meer dan basisuitdrukkingen ken ik niet, maar dat is niet nodig. Ook ik snap wel dat ze zegt ‘Opzouten met je klotespeelgoed! Ze hebben droge kleren nodig’ – of iets van die strekking. En ik begrijp haar volkomen.

Wat we kunnen doen, doen we. Maar we zijn machteloos als het gaan om hen beter onderdak te geven, een veilige plek, voldoende eten, genoeg droge kleding, uitzicht op voortgang in hun reis. Het kamp ligt op rotsige hellingen, waarlangs kleine modderriviertjes het vuil naar beneden vervoeren. Wij stappen weer in de auto, op een uur rijden afstand van onze warme douche en bed. Bizar gevoel.

Morgen gaat er weer een team terug met nieuwe goederen. Iedere dag maar weer. Steeds maar die druppel. Maar het voelt nooit als genoeg…

Door Karen Visser-Conradi

Lesbos – Making Choices

Who do you give a bottle of water, a ride in the van, a banana, dry socks or shoes? With limited supplies, you have to make choices. Some of these are easily made. The vulnerable such as babies, handicapped and the elderly first. Some choices are harder. With over 50 people on a single shabby boat, you may have to leave behind one family and take the other, give clothes to one soaked girl instead of the little boy next to her. Sometimes you make the wrong choices, sometimes the right choices.

It’s not the long hours of work, lack of sleep, dirty conditions or hard work that makes it tough, it’s the choice between one human being and the other that lingers in your head at night. it is making that choice to go to bed at three in the morning while leaving behind hundreds of people wrapped in blankets under the sky.

One such choice I made when handing out water to hundreds of people in the line for the bus under the blazing sun, the choice between who gets a bottle and who doesn’t. I wasn’t handing out tickets to a concert or luxury items, I was simply handing out the first and most basic human need while denying exhausted and dehydrated people a bottle of water. While water is provided in plenty by the Boat Refugee Foundation space in the car and people to hand it out are limited forcing you to make these difficult choices…

Door Peter van Zoeren

Lesbos medisch – Wezenloos

Ze zijn met zijn tweeën, de twee broers uit Syrië. De oudere draagt zijn broertje van een jaar of zestien onze medische tent binnen. Broertje kan niet zelf lopen en wordt op een van onze stretchers neergelegd.

Wezenloos staart hij voor zich uit, lijkt getraumatiseerd, met af en toe een aanzet van een schamel glimlachje.We denken aan een aangeboren afwijking zoals een open rug.
Wat komt hij doen, dit soort problemen kunnen we echt niet verhelpen. Velen verwachten topklinische zorg, zodra ze de grenzen van Europa zijn gepasseerd.
Of voorrang bij de registratie op medische gronden.
Hij blijkt slachtoffer van een bomaanslag en heeft een dwarslaesie opgelopen.

We laten hem uitkleden en zien een urinecatheter met bijbehorende zak. Incontinent?
De enorme luier gaat uit, ja en ook voor ontlasting zo te zien. Dan wordt hij op zijn zij gelegd en tot onze verbijstering zien we 2 enorme gapende wonden in zijn bil en ter plaatse van zijn lendenwervels.Gevolg van doorliggen/zitten. Decubitus in vaktermen.
Help, wat moeten we hiermee?

Marjon, een Nederlandse revalidatiearts, die al 33 jaar op het eiland komt en naar Lesbos is gekomen om te helpen op haar geliefde eiland, komt erbij.
Deze jongen moet acuut in het ziekenhuis opgenomen worden is de conclusie. Doe je niets, dan gaat hij bijna zeker dood aan een infectie bijvoorbeeld in zijn botten. Zeker met al die ontlasting rond de wonden.

Gebeld wordt naar het ziekenhuis in Mythilini, na diverse malen doorverbonden te zijn op zoek naar een Engels sprekende medewerker kom ik op de afdeling gynaecologie terecht. Niet echt geschikt voor deze jongen. Ondertussen blijkt de broer helemaal niet naar het ziekenhuis te willen met zijn broertje. Hij wil door, bang om te lang in Griekenland te blijven steken. Ze willen allemaal zo snel mogelijk door naar het beloofde land.
Daarom moet er een andere strategie bedacht worden. Marjon, die veel relaties op Lesbos heeft neemt het voortouw.Met als uitkomst, dat hij in Kara Tepe, het Syrische kamp versneld wordt geregistreerd en nog dezelfde dag op de boot naar Athene wordt gezet.

Of hij het haalt, we weten het niet. Dit was het minste dat we voor hem konden doen. Opnieuw wezenloos zit hij ingepakt in warme dekens te kijken in een rolstoel op het strand voor de tent, wachtend op vervoer naar Kara Tepe.
We hopen het beste. Maar hebben ernstige twijfels of hij zijn einddoel gaat halen. Met gemengde gevoelens kijken we naar hem.
Veel oorlogsvluchtelingen zijn geconfronteerd met oorlog en geweld. Hebben daardoor een andere houding gekregen tegenover doodgaan.
Thuis wachtte hen dood en verderf, ze hebben daar geen kansen en aanvaarden het risico dat het alsnog fataal afloopt, zo lijkt het.

Met een mondkapje voor en holle ogen verschijnt hij op het toneel, een verlegen jongetje. Wat blijkt? Hij heeft leukemie. Ernstig ziek en dan moeten vluchten .
Naar wat voor toekomst? Behandelen kunnen we hem niet hier.
Wat je wilt voorkomen is, dat hij in zo’n smerig overvol kamp met al die ziekteverwekkers terecht komt.
Ook hier ons best gedaan om dat te voorkomen.

Het is zondag, de contactpersoon van IRC (International Rescue Committee) neemt niet op. Zij zou een versnelde registratieprocedure kunnen regelen. Uiteindelijk hebben we via Christos van Dokters van de Wereld iets kunnen regelen.
Opnieuw hopen we het beste ervan.

Door Pieter Waardenburg
Arts medische missie Lesbos

Kos – Zullen ze ooit weer stralen?

Je kijkt me aan. Je grote, blauwe ogen dringen diep in de mijne. Ik voel het kippenvel over mijn lichaam trekken, terwijl ik je blik probeer te peilen. Ben je bang? Verdrietig? Eenzaam misschien?

Ik lach naar je. Voorzichtig krullen je mondhoeken omhoog, maar je ogen lachen niet mee. Ik vraag me af wat ze allemaal gezien hebben. Zagen ze het geweld dat jouw land kapot heeft gemaakt? De angst van je ouders toen ze op de vlucht sloegen? Het water dat de boot in stroomde op je weg naar vrijheid? Ik vraag me af hoeveel tranen ze al gehuild hebben en hoeveel er nog zullen komen.

Je kijkt me aan. Ik probeer te blijven lachen, maar de tranen prikken achter mijn ogen. Ik probeer tegen je te praten, maar het voelt alsof mijn keel wordt dichtgeknepen. Ik probeer je te knuffelen, maar mijn lichaam voelt versteend.

Je kijkt me aan. Een laatste blik voordat je verder rent en mij alleen achterlaat. Ik staar naar de lege plek die overblijft, terwijl je ogen nog op mijn netvlies branden. Zullen ze ooit weer stralen?

Door Tarinda Straver

Lesbos – Shukran

Shukran! Mijn eerste woordje Arabisch ooit heb ik vandaag geleerd. Het betekent dankjewel en ik heb dit vandaag heel erg vaak gehoord. Mijn eerste dag als vrijwilliger op Lesbos was de bijzonderste dag uit mijn leven. Nooit had ik thuis kunnen bedenken wat ik hier zou meemaken.

Vandaag heb ik de hele dag in het kamp gestaan. Er zijn ongeveer 15 tot 20 boten aangekomen in het gebied waar wij werkzaam zijn. Dat betekent ongeveer dat er 1000 vluchtelingen vandaag bij ons langs zijn gekomen, 2000 bruine boterhammen, 500 bananen, 1000 flesjes water en heel veel koude, natte mama’s, papa’s, baby’s, kinderen en opa’s en oma’s.
Het wordt ineens allemaal realiteit en het is niet te vergelijken met de omstandigheden die je ziet op tv. Daar zie je personen, ‘buitenlanders’, met een bootje op een strand aankomen. Hier zie je mensen, zoals jij en ik, zoals mijn vader, moeder, mijn vrienden en familie. Het maakt niet uit of ze wel of geen hoofddoek op hebben, mensen zijn bang, hebben hun leven op het spel gezet met een gevaarlijke oversteek vanaf Turkije en zijn zo ontzettend opgelucht en blij dat ze Europa hebben gehaald. Iets wat ik mij eigenlijk ontzettend goed kan voorstellen omdat ik zelf ook een mens ben net als zij. Vandaag heb ik een meisje gesproken, Rosan, 20 jaar, knap meisje, kon goed Engels en op de vlucht voor het geweld in Syrië. De motor van hun boot was uitgevallen en ze werden naar de kust van Lesbos gesleept. Ik was erbij toen de boot aan land kwam. Rosan vertelde hoe de reis was verlopen en hoe bang ze waren in de boot. Zo raar, onbegrijpelijk en oneerlijk dat zo’n meisje van ongeveer mijn leeftijd zulke heftige dingen moet meemaken. Het is namelijk ontzettend dubbel, mensen komen aan en zijn blij en opgelucht en natuurlijk zijn de vrijwilligers dat ook voor hen. Maar wij weten wat voor ontberingen zij nog moeten doorstaan. Vanuit dit kamp worden ze naar een ander kamp doorgereden om vervolgens naar een kamp in Mytilini (hoofdstad van Lesbos) te gaan. Daar schijnen de omstandigheden schrijnend te zijn; overbevolkt, geen voedsel en geen onderdak. Het is daarom zo dubbel om die mensen verder te zien gaan. Het liefst had ik ze hier gehouden, bij ons met een boterham Nutella en een banaan maar dat gaat natuurlijk niet.

Ik heb een man gesproken, ik gok begin 30 en met zijn gezin was hij aan de reis begonnen. Ik vroeg wat zijn bestemming was en hij zei Hollandia!! In mijn enthousiasme zei ik dat hij dat zeker moest doen en naar Nederland moest komen. Vervolgens zei hij dat hij had gehoord dat er ook mensen in Nederland zijn die geen Syriërs meer in het land willen hebben en of ik wist waarom dat was. Ik stond met mijn mond vol tanden en wist echt niet wat ik moest zeggen, eigenlijk schaamde ik me diep. Ik dacht ook bij mezelf, wat zeg ik eigenlijk? Wat staat deze man te wachten als hij naar Nederland komt? Verhuizingen van gymzaal naar gymzaal en bekogeld worden met rotte eieren? Is dat wat ik deze man moet aanbevelen?

‘Hier zijn’ levert na een dag al het besef op dat er echt sprake is van een crisis. Het is zo complex en oneerlijk. Ik zit hier nu met een kopje thee op bed een verhaaltje te typen, ik kies ervoor om ‘even’ een week vrijwilligerswerk te gaan doen, om ’s ochtends na een douche en een ontbijtje mijn handen uit de mouwen te steken om vervolgens ’s avonds weer in mijn schone bed te kruipen, en niet te vergeten maandag weer gewoon in Nederland ben. Maar waar slaapt Rosan vanavond? En morgen? En over een week? Heeft ze onderdak en heeft ze eten? Ligt er voor haar een fijne toekomst in Europa? Ik vind het pijnlijk om hierover na te denken. Ik kan alleen maar zeggen dat ik geluk heb met mijn veilige leven in Nederland en dat ik hier mag zijn om te helpen. Shukran!

Door Lisa Rosielle