Lesbos – Mona & Mona

*Oma Mona*
Haar vier zoons stierven op gruwelijke wijze in het Syrische oorlogsgeweld. Haar enig overgebleven zoon en zijn vrouw houden zich schuil in de bossen van Turkije. Wachtend op de mogelijkheid om de oversteek te wagen. Het is haar al wel gelukt: samen met haar zesjarige kleindochter bereikte ze het strand van Lesbos.
“Ik wilde vertrekken om kleine Mona. Zij heeft van de wereld alleen nog maar leed gezien. Ik wil haar een beter leven geven en ben van plan om met haar naar Duitsland te gaan”.

*Kleine Mona*
Oorlog is haar wereldje. Waar leeftijdsgenootjes zich bezighouden met het nieuwste speelgoed, weet zij alles van oorlogswapens en de soorten bommen die om haar heen gebruikt werden. Spelen deed ze niet in Syrië. Ze zat urenlang stil in een hoekje, at nauwelijks… een klein meisje, getekend door het geweld dat haar dagelijks omringde.
Hier op Lesbos speelt ze. Rent ze rond met leeftijdsgenootjes. Ze zit geen tel stil terwijl oma Mona vertelt over kleine Mona’s eerste jaren. Jaren die ze niet hoeft te vergeten, het hoort bij haar leven. Maar wat gunt oma Mona haar naamgenootje een zorgeloze kindertijd. Waarvan nu al iets te zien is, hier op Lesbos in Kamp Pikpa…

*Lieve Mona’s…*
De twee vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling, Pepijn en Liza die spraken met oma Mona zijn enorm geraakt. “Oma Mona liet ons foto’s zien van haar dode zoons op haar telefoon, en zelfs een filmpje van hoe haar zoon door z’n hoofd geschoten werd. Met trillende handen en door haar tranen heen deed ze haar verhaal… Hartverscheurend… Dit vergeten we nooit meer. We kunnen alleen maar hopen dat haar dromen voor kleine Mona mogen uitkomen..!”

*Dag Mona!*
Pepijn en Liza zijn erg ontroerd maar we willen niet in deze stemming afscheid van Mona nemen. “Om een glimlach te ontlokken vroegen we haar wat haar specialiteit in de keuken is. Dat lukte, ze begon een beetje te stralen bij het idee van ‘malooba’. Een rijstgerecht met aubergine, vlees en boter geserveerd met noten en rozijnen. Enthousiast begon iedereen door elkaar te praten over eten.” Wat kunnen emoties toch door elkaar heen buitelen hier.

Kos – Kraambezoek

Direct na de oversteek van de Egeische Zee belandt dit Afghaanse gezinnetje in het ziekenhuis. De bevalling is begonnen en al snel komt hun kleine meisje ter wereld. Nog geen dag oud is ze, als ze met haar papa, mama en dreumesbroer uren buiten moet wachten om geregistreerd te worden. Midden in de nacht. Gelukkig mogen ze daarna terug naar het ziekenhuis om aan te sterken en te wachten op het papierwerk.

Enkele vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling komen bij hen op kraambezoek met echte kraamkadootjes: kleertjes, dekens, een draagdoek, luiers, toiletartikelen en natuurlijk is ook aan de grote broer gedacht…

Moeder toont zich dankbaar, maar is zo moe! Van zwangerschapsverlof was geen sprake, in plaats daarvan moest ze lopend vluchten en ze sjouwde – hoogzwanger! – twee dagen door de bergen…
Na korte tijd in het ziekenhuis, is het gezin inmiddels verder gereisd richting Athene. Op zoek naar een plek om in rust en vrede te wonen en zichzelf te kunnen zijn…

Leros – Lepeltje-lepeltje met doodzieke vluchteling

Het is de tweede dag dat Peter en ik op Leros zijn. Na de normale werkzaamheden in het kamp (zoals het uitdelen van het ontbijt en wat schoonmaakwerk) worden Peter en ik naar de haven geroepen. Er zijn nogal veel vluchtelingen tegelijk binnengekomen en wij kunnen daar met ons vers gedrukte doktersdiploma van toegevoegde waarde zijn.

Veel van hen hebben hiervoor al enkele dagen op het legereiland Farmakonisi gezeten zonder eten of drinken, waarbij het hen ook verboden werd door de aanwezige militairen vuur te maken om zich warm te houden. Wij kunnen hen gelukkig helpen door dekens en voedsel uit te delen en met het desinfecteren en (opnieuw) verbinden van net opgelopen of enkele dagen lang verwaarloosde wonden. Zo gaat onze aandacht uit naar een jongeman met een op het eerste gezicht veel te dik verbonden voet. In gesprek met hem en na nader onderzoek blijkt de voet en het onderbeen echter van zichzelf enorm gezwollen als gevolg van een granaatinslag. De man had er wel enige zorg voor gehad toen het net gebeurd was, maar was de antibiotica in zee verloren die hij ter infectiepreventie had. Enigszins geschrokken van zo´n directe confrontatie met de gevolgen van oorlogsgeweld helpen wij de man. Wij desinfecteren de wond en bellen met het lokale departement van Artsen Zonder Grenzen om nadere zorg te organiseren.

Terwijl wij beide nog enkele vluchtelingen zo goed als mogelijk met de beperkt aanwezige middelen helpen, wordt Peter gebeld door de mensen van Artsen Zonder Grenzen. Boodschap: in het lokale ziekenhuis ligt een ernstig zieke vluchteling in levensgevaar. Het is noodzakelijk dat hij naar een groter ziekenhuis wordt verplaatst en dat hij op deze trip door een arts vergezeld moet worden.

Dit alles wordt mij verteld door Peter, terwijl ik een wond aan het verbinden ben en maar half de situatie overziend zeg ik dat ik wel met hem mee zal gaan. Zodra ik weg kan, ga ik naar de ruimte in het kamp waar AzG (niets meer dan een voormalig keukentje in een vervallen schoolgebouw) zich heeft gevestigd. Ik word verder ingelicht over de situatie ik hoor dat de man niet naar een nabij gelegen eiland kan, maar helemaal naar Athene moet, een reis die per boot tien uur heen en tien uur terug zou duren met een dag ertussen in Athene. Daar schrik ik wel van, want het zal wel een erg lange afwezigheid op Leros betekenen. Na enig overleg met mezelf en onze fantastische coördinator Frederieke besluit ik het te doen.

In het ziekenhuis ontmoet ik de patiënt, een vriendelijke Syrische man van een jaar of 50 die nauwelijks Engels spreekt. We maken hem met handen en voeten duidelijk wat het plan is. Zijn arts instrueert mij verder over de nodige medische zorg en we nemen verschillende scenario’s door. Zijn dokter legt mij uit hoe ernstig de situatie is en dat de man voor overleven afhankelijk is van continu zuurstoftoediening in hoge dosering en regelmatige toediening van medicatie.

Even lijkt het erop dat de man niet mee mag naar Athene, omdat zijn papieren nog niet rond zijn. Na wat druk van onze kant, blijkt dit gelukkig toch te lukken. Diezelfde avond stap ik aan boord. Hier word ik aangesproken door bootpersoneel die zich er helemaal niet lekker bij voelen dat zo’n zieke man mee moet. Ik probeer hen de situatie uit te leggen en schoorvoetend en simpelweg door gebrek aan keuze gaan ze akkoord. Ik loop naar de kamer die voor ons is geboekt door AzG en tref onderweg de man aan in een rolstoel met een zuurstoftank. We worden begeleid naar de kamer; een knusse cabine van nog geen tien vierkante meter. Hierin moeten de man en ik, met onze bagage en de enorme zuurstoftank de komende tien uur doorbrengen en naar het lijkt zo ongeveer lepeltje-lepeltje gaan liggen.

Ik zorg dat de man zo comfortabel mogelijk ligt, installeer de zuurstoftank en geef hem de benodigde medicatie. De man maakt mij duidelijk dat zijn familie ook op de boot is. Na enig zoekwerk en met wat hulp van het bootpersoneel vind ik hen en hebben we in een mengelmoes van Arabisch, Engels en mijn bij het bordspel van “Hints” aangeleerde kwaliteiten gezellig de eerste twee uur op de boot doorgebracht… met zes man in de mini-cabine. De familie toont zich erg dankbaar en ondanks mijn pogingen om duidelijk te maken dat het niet hoef word ik voorzien van jus d’orange, thee en snoepjes van hun vermoedelijk nogal beperkte budget. De rest van de nacht brengen de Syriër en ik door zonder al te veel gesprekken, mede door zijn benauwdheid, die ik af en toe wat kan verlichten met medicatie. Zelf krijg ik maar weinig slaap, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door de dankbaarheid van de man en zijn familie.

Om 8 uur ’s ochtends komen we veilig aan in Athene, waar ik de man overdraag aan de ambulance. Ik krijg een stevige hand, een omhelzing en een zoen van de man. Zijn familie vertel ik naar welk ziekenhuis hij wordt gebracht. Zo vlot als het allemaal georganiseerd is, zo snel is het ook weer afgelopen. Vermoeid, maar met een goed gevoel breng ik de dag door in Athene, waar ik nog een verrassend mooi vluchtelingenkamp bezoek, voordat ik die avond de boot terugpak naar Leros.

Op de boot krijg ik per telefoon al een waarschuwing van Peter dat er 1000 vluchtelingen op mij zitten te wachten in de haven. Dit blijkt het begin van een nogal stressvolle periode op het eiland, maar dat is een verhaal voor een andere keer. Met het mooie beeld van de o zo dankbare Syriër en zijn familie in gedachten heb ik goed geslapen…

Door Tomas Scheepers

Leros – ‘I love you Syria’

Stichting Bootvluchteling is sinds een maand ook werkzaam op Leros. Onze vrijwilliger Ronja schreef er over:

Het mocht zo zijn dat ik de verantwoordelijkheid heb gekregen over Villa Artemis, een huis voor de meest kwetsbaren. Een toevluchtsoord in plaats van een koude nacht op het buitenterrein van de havenpolitie.

Het zijn de babyhandjes tegen mijn hals, want moederarmen zijn te moe.

Het is de man die drie vingers verloor op het militaire eiland.

Het zijn de Griekse soldaten die tegen hem schreeuwen dat hij hier zal sterven.

Het zijn ook de vluchtelingen die vertellen dat zij met vriendelijkheid zijn behandeld door Griekse soldaten.

Het is de militaire boot die circuleert rond een rubberboot om die om te laten slaan, ondanks dat lange armen babylichaampjes omhoog houden. Zij werden gered op internationaal water.

Het is de vrouw die ineenstort in mijn armen. Ze heeft drie dagen gelopen, ze zegt: ”and nobody listen.”

Het zijn de nummers op hun handen, en ik moet hun nummer op papier schrijven, om aan de politie te geven, van nummer naar mens, als ze mij de heuvel op volgen naar Villa Artemis. In Villa Artemis, daar communiceren we door enkele Engelse woorden en dan weer met een stroom Arabische woorden en handen, en gehuil en gelach, en aaien over ruggen en kussen op wangen.

Het is het hoofd aan de andere kant van het raam, van een vrouw die buiten in het donker kleren waste. Ze was bang voor het donker en ik zat naast haar en keek naar haar handen die zorgvuldig de natte kleren uitwringen en samen zongen we ”Syria Oh Syria”. En daar tussendoor fluisterde ze “I love you Syria”.

Het is de moeder met de dochter die in de vierde maand van haar zwangerschap is, en toen ik vroeg waar de rest van de familie was, legden zij hun handen tegen elkaar gedrukt tegen hun schuine wangen.

Het zijn de oudere vrouwen die met kreunende geluiden de trap naar Villa Artemis opklimmen, en met elke stap die ze nemen roepen zij een keer; “Jalla!”. Wanneer ze pauzes nemen en even op de kant zitten, pluk ik bloemen uit de struik ernaast en zet ze in het puntje van hun sluiers. Ze noemen me Habibi.

Het zijn de jongetjes die te veel dagen vastzitten op Leros, omdat de veerboten naar Athene staken, we doen hardloopwedstrijden om te zien wie de snelste is, en ze helpen me luiers distribueren, als dank geef ik ze kauwgom of een jas.

Het is om in de haven te zijn als de veerboot naar Athene vertrekt, en de hoop die van de mensen straalt is zo tastbaar, en niemand is in staat om te zeggen; “Maar de vlucht is nog niet voorbij.”

Het is ook om elke dag vergeten chocolade te geven aan de man die hielp om te vertalen, tot de dag dat zijn gezicht verdwenen is uit het kamp.

Het zijn de roodgevlamde, verdronken kinderen die aankomen in dezelfde boot als degenen die niet verdronken zijn.
Dezelfde boot waar het personeel besmettingsbeschermende kleding draagt alsof het een lading Ebola patiënten is die zij transporteren.

Het is een vergeten eiland in de omgeving die niet voldoende mensen en middelen heeft om de situatie te hanteren.

Het is dat ze niet genoeg lijkzakken hebben voor degenen die zijn gestorven.

Het is de 1060 sandwiches voor ontbijt op het kamp te distribueren en dat we “No! No! No!” schreeuwen voor degenen die tweemaal broodjes proberen te nemen.

Het zijn de foto’s die een vrouw mij laat zien van zichzelf, luchtig gekleed, met los haar in een uitdagende pose en dat ze door blijft bladeren en wijzen terwijl ze tegen mij zegt: “Future.”

Het is de havenpolitie hier wiens werk totaal is gewijzigd, en ze kunnen schreeuwen tegen de vluchtelingen,want soms wordt het te veel als niemand lijkt te luisteren. En soms kunnen ze hun macht misbruiken, maar soms kunnen ze hun macht vergeten, en dan kunnen ze tegen de vrijwilligers schreeuwen, want het kan toch niet zo zijn dat mensen hier koud en nat aankomen en er niet genoeg dekens beschikbaar zijn.

Het is dat moment om naar het verhaal van een man te luisteren,.

Het is ook dat moment om geïrriteerd te roepen: “No Shoes” wanneer de schoenen op zijn, maar er nog zoveel mensen om vragen.

Het is As-Salamu Alaykum, shukran en bukra,

Het is dat ik geen woorden heb geleerd in Dari.

Het is de regen die viel en mensen die koud en nat werden, alweer. Ze werden verplaatst naar het vervallen huis in het andere kamp, en ik liep daar over de bovenverdieping en zag alleen hun duistere gestalten die werden opgelicht door de bliksem uit de hemel die zich daar naar binnendrong, en ik begreep op dat moment niet dat dit de werkelijkheid was.

Het is het ziekenhuis op Leros en de herinnering in mijn hoofd van de dokter met een snor en de verpleegster met de hysterische sympathieke lach, die het kind op zo’n manier behandelden dat het leek alsof ik naar een fantastisch toneelspel zat te kijken.

Het is de groenteboer waar ik elke dag pruimen koop voor Villa Artemis, hij geeft mij extra bananen en druiven, of brengt me terug naar de villa op die dag dat het regende en ik anders had moeten lopen.

Het is het uitsorteren van kleren die niet geschikt zijn voor de vluchtelingen,  zoals hoge hakken of dunne topjes, die worden bij een container gelegd waar de lokale bevolking op Leros van kan pakken.

Het is de oude Griekse hoteleigenaar met voornamelijk gasten uit Syrië, hij zegt tegen mij dat hij bang is voor de toekomst.

Het zijn veel tranen, maar ook veel gelach.

Het is zo dicht bij de oorsprong, zoals de bergen in de zee rondom mij daar liggen als dinosaurus lichamen, en de zon die ze opwarmt, en de maan die de zee tussen hen in zilver maakt, en de bliksem die de achtergrond metafysisch laat verschijnen.

Ik zwom in dezelfde zee waar kinderen en moeders en vaders zijn omgekomen op hun weg van Turkije naar Griekenland, maar de zee bruiste zo onschuldig in mijn oren.
Zo’n dag toen het leven zwaar was, zag ik een grote kever op de trap en ik wenste dat ik het was. En ik schaam me bijna om het te schrijven, maar in dit absurde bestaan, waar zoveel zo verkeerd is,
maar waar menselijke gevoelens zich zo puur manifesteren omdat niets anders mogelijk is. En in de combinatie waar frustratie en verwoesting de constante schoonheid van het eiland ontmoeten,
vormen zich existentiële vragen als een echo in mijn hoofd, en voel ik mezelf op een bepaalde manier toch ook gelukkig.
Door Ronja de Boer
Vrijwilliger Stichting Bootvluchteling
Foto: Mirjam Kemp

Lesbos – Levens redden

De afgelopen weken hebben we de kalme zee rond Lesbos zien veranderen in een gevaarlijke en vijandige plek waar dagelijks mensen sterven. We hebben volwassenen en kinderen gereanimeerd en in onze armen zien sterven. Er zijn mensen verdronken en er spoelen dagelijks levenloze lichamen aan op de stranden.
We doen wat we kunnen aan de wal maar voelen ons vaak machteloos. De Griekse kustwacht doen wat ze kunnen, heeft zwaar en log materieel, kan uiteraard maar op een plaats tegelijk zijn en als er rampen als die van vorige week plaatsvinden schiet alle hulp te kort. Het al aanwezige Spaanse team lifeguards verricht fantastisch werk maar heeft aangegeven blij te zijn met iedere aanvulling op dat gebied.

Dankzij gulle donateurs hebben we een eerste snelle reddingboot aangekocht welke komende week al naar Lesbos wordt vervoerd. Tevens zijn we in overleg met de KNRM in IJmuiden om op dit gebied samen te werken.

Hiermee kunnen we, samen met de Griekse Coastguard en de Spaanse reddingsbrigade nog daadkrachtiger helpen op zee en voorkomen dat er onnodig mensenlevens verloren gaan.
Donaties om dit vaartuig langdurig operationeel in te zetten zijn erg welkom.
Wij doen ons werk met dank aan vele gulle gevers. Wil jij ons helpen?

Maak uw gift over op IBAN-rekeningnummer: NL97 RBRB 0918 9326 37 t.a.v. Stichting Bootvluchteling o.v.v. Reddingsmissie

Lesbos medisch – Rouw

De dag vandaag was druk maar kalm. Toch minimaal 20 boten, vaak erg overladen tot wel 50-60 personen, komen aan. De zee was prachtig glad, de zon scheen en schilderde een paars rood en blauw kleurenpalet.

In de avond maken ons op voor een klein feestje in het Molivos 2 hotel. Het hotel waar we het afgelopen half jaar ons ‘hoofdkwartier’ hadden gaat sluiten voor de winter. We zij blij geweest met hun gastvrijheid en zij wilden ons bedanken voor onze inzet hier.

Terwijl de bedankjes nog uitgedeeld werden, gaat mijn telefoon. De arts van het Waha team vraagt onze back-up. Er is iets gebeurd, mogelijk 20 drenkelingen. Maar geen idee waar en wanneer ze arriveren.

We gaan met twee teams naar de haven. Geen informatie. Na een tijdje verteld iemand ons dat er 2 kinderen onderweg zijn, ernstig. We roepen de rest van het team op. We richten de crashsite in met behulp van lokale restauranthouders en onze vrijwilligers.

Als de boot van de kustwacht arriveert roepen zij dat ze 2 dokters aan boord willen. De Syrische arts en ik klimmen aan boord en vinden twee natte koude kinderen met gaspende ademhaling. Ik start direct beademing. We overleggen: we moeten van boord naar de crash site. Op mijn verzoek dragen sterke armen het kind van boord.
Het andere kindje wordt dood verklaard door de andere arts.

We starten reanimatie. De ambulance arriveert na 45 minuten. Verpleegkundige Wubbo en ik gaan mee met de ambulance richting ziekenhuis. We gaan door met reanimeren omdat het 5 jarige meisje minimale ademhaling houdt.

In het kliniekje van Kalloni maken we een tussenstop. De artsen staan wat onhandig klaar. Een zuurstofmasker wordt opgezet en cpr wordt overgenomen maar ook gestopt. Als ze het kind zien gaspen wordt Cpr snel weer hervat.
Een protocol of ervaring lijkt te ontbreken.
Het ecg toont een ‘dying heart’.

Na 1 uur in het water, 6 schokken en vervolgens 1,5 uur reanimeren, stoppen we. De pupillen lichtstijf, het lichaam nog steeds ijskoud. Het kleine meisje is overleden.
Mee in de ambulance kwam een onderkoelde man die verder in redelijke conditie is. Hij heeft de twee kinderen vastgehouden toen ze in het water lagen. De man breekt. Huilt. Hij belt hun vader met zijn telefoon, die is blijkbaar inmiddels ook naar de haven gebracht. De vader heeft zijn been gebroken en is zijn 4 kinderen en echtgenote kwijtgeraakt tijdens het ongeluk. De overige 3 kinderen en zijn vrouw zijn nog niet gevonden.

20 mensen zouden van boord zijn geraakt. Wij zien deze avond 5 van hen: 2 kinderen die overlijden, 3 volwassenen die we kunnen stabiliseren.
De andere vermisten zullen de komende dagen waarschijnlijk aanspoelen op het strand.

Help ons helpen en doneer!

Door Lette de Moor
Arts Stichting Bootvluchteling

Foto: Anja van de Ridder
(kindje op deze foto is niet het kindje uit dit verhaal maar wel door Anja op Lesbos gemaakt)

Athene – Natte schoenen en lege magen

Victoria plein is een plek van chaos en onbegrip. Vluchtelingen komen vanuit de haven van Athene naar het plein toe zonder te weten wat ze daar te wachten staat. Ons team probeert de mensen duidelijk te maken dat er kampen zijn waar ze kunnen slapen en eten, maar een groot deel van de mensen blijft de hele dag op het plein zodat ze ’s avonds de bus naar Macedonië kunnen nemen.
Op het plein zelf is niks geregeld, omdat de gemeente er geen permanente plek van wil maken. Enerzijds is dit begrijpelijk en anderzijds lijkt het een typisch geval van je kop in het zand steken. De mensen zijn er toch wel en het zijn er veel te veel. Er zijn geen sanitaire voorzieningen, er is niks geregeld wat betreft eten of spullen en er is geen dokterspost.

Afgelopen week lijkt het plein te zijn ontploft. Athene voelt de gevolgen van de immense stroom van 50.000 mensen die vorige week zijn aangekomen op de eilanden. Zieke kinderen, natte schoenen, vermoeide gezichten en lege magen.

De situatie is onwerkelijk. Hoe kan het zo zijn dat er niks geregeld is voor deze mensen? De menselijkheid verdwijnt als je je behoefte moet doen in een perkje op het plein of als je andere mensen aan de kant moet duwen omdat je een trui nodig hebt voor je kind. Hoeveel bussen en treinen zullen ze nog van binnen zien en hoeveel kilometer moeten ze nog sjouwen met hun spullen in plastic tassen voordat ze hopelijk ergens welkom zijn?

In Athene proberen we als team over de grimmigheid van de situatie heen te stappen en er voor de mensen te zijn. Een kop thee met een gratis lach, een leuk gesprek en misschien net die nieuwe schoenen, dat pak luiers of de tent om de reis iets beter voorbereid tegemoet te gaan.

Het filmpje laat een stuk vrolijkheid op Victoria plein zien.

Door Anneloes Malgo

Lesbos medisch – Het houdt niet op

We zijn allemaal weer een beetje boven man. Hebben bijgeslapen, uitgehuild. De vreselijke situatie van woensdagavond is wat ingedaald. De dag begint met pleisters en verbanden.

Maar in de middag keert het tij. We krijgen oude omaatjes die bijna van hun stokje gaan, kletsnat, duizelig. Familie moet hen dragen. Ik zit steeds aan de telefoon met het IRC om speciaal vervoer te regelen. Maar iedereen is overbelast, er zijn geen rolstoelen meer, geen speciale bussen.

Dan worden we naar buiten geroepen, een vrijwillige kinderpsychiater (uit Palestina?) brengt in zijn Jeep een drenkeling naar onze tent. Met moeite tillen we hem van zijn achterbank naar binnen in onze tent. Systematisch gaan we te werk om de man te drogen en te verwarmen. De zuurstofsaturatie in zijn bloed is bedreigend laag. De syrische arts regelt zuurstof. Na veel pogingen hebben we een infuus. De man verbeterd matig. Hij heeft mogelijk pre-existent al een handicap. De ambulance wil niet komen, het is te ver. Ze adviseren ons de man zelf te vervoeren. We overleggen dat het inderdaad de snelste optie is. Nadat een busje geregeld is dragen we hem samen in de geïmproviseerde ambulance.

Het loopt al tegen vieren, en ik dring er bij de anderen op aan om te gaan lunchen, want dat was er nog niet van gekomen. Maar seconden later word ik weggeroepen voor een reanimatie. Het is ergens op de ‘dirtroad’. Een van de vrijwilligers rijdt ons, maar halverwege treffen we de kinderpsychiater weer. Hij is begonnen met de reanimatie, maar is gestopt, het is zinloos, de man is dood.
Als we terug rijden vinden we een nieuwe drenkeling in de tent. Hij is koud, en ademt slecht. Het is een jonge jongen, rond de 20 schat ik. Hij is in paniek, zijn ogen zijn groot, hij is erg onrustig.
De zuurstoffles is leeg. Het enige wat we nog kunnen doen is hem verwarmen en rustig maken tot de volgende ambulance komt.

In de avond horen we dat er zeker 18 lichamen zijn aangespoeld op het noordelijke strand. Ik snap er niks meer van. Waarom varen die boten nog steeds? Weten ze aan de andere kant dan niet hoeveel mensen er sterven?

Help ons helpen!: Doneer!

Door Lette de Moor
Arts Stichting Bootvluchteling

Foto: Anja van de Ridder