Lesbos – Reddingsmisie

Sinds kort heeft Stichting Bootvluchteling een reddingsteam op Lesbos. De ervaren bemanningsleden blikken terug op een intensieve periode, waarin ze vaak in actie kwamen. Vrijwilliger Tonnes herinnert zich de angst in de ogen van vluchtelingen op de boten, en de reddingsactie waarbij een gammele boot met vijftig mensen veilig aan wal moest komen. Schipper Ralph blikt terug op een stormachtige dag waarop het team een volle boot tegenkomt met een kapotte motor. Het reddingsteam krijgt de motor weer aan de praat en niet veel later staan de vluchtelingen op vaste grond.
Levens redden kunnen we dankzij het medische team aan wal, en dankzij het reddingsteam nu ook op zee.

In deze video ziet u het team in actie.

 

Lesbos – Bagage met een verhaal

Als vluchtelingen de overtocht naar Griekenland maken, nemen ze alleen noodzakelijke spullen mee.
Vrijwilliger Peter spotte vandaag in kamp Kara Tepe deze geïmproviseerde brancard.
Een Arabisch tapijt, met twee stokken: een creatief maar ook confronterend middel om de weg naar de overtocht te kunnen maken. Een oude vrouw is hierop door haar familie van Syrië naar Turkije gedragen, en ook de brancard is meegenomen op de boot.

Nu ligt hij hier verlaten.. de reis van de vrouw gaat verder. Een reis waarbij wij hopen dat er voldoende handen en middelen zijn om haar te dragen…
We willen deze dagen rond kerst en oud en nieuw graag een beeld schetsen van de situatie op Lesbos tijdens de kerstdagen en de jaarwisseling. We doen dit door middel van een berichten-tiendaagse.

We willen dagelijks kleine, bijzondere, mooie en soms confronterende en pijnlijke momenten uitlichten en deze met u delen. Ans zal een bericht opstellen van een moment wat die dag opviel, een verhaal van een vluchteling, een bijzondere actie van een vrijwilliger…

Om het werk te kunnen blijven doen is financiële steun onmisbaar. U kunt ons helpen door geld over te maken naar: NL97 RBRB 0918 9326 37 t.a.v. Stichting Bootvluchteling of via de doneerbutton op de site: www.bootvluchteling.nl Hartelijk dank!

Athene – Naudar Baban

Naudar kwam in de jaren ’90 als vluchteling uit Koerdistan. In Athene heeft hij als vrijwilliger voor Stichting Bootvluchteling de vluchtelingen uit déze tijd voorzien van noodhulp. Vrijwilliger zijn voor Stichting Bootvluchteling is niet alleen boten aan land helpen, mensen van droge kleding of water voorzien, maar kan ook betekenen dat je midden in de nacht iemand die jouw pad kruist en hulp nodig heeft, naar het ziekenhuis brengt.

In eerste instantie dacht het team van Stichting Bootvluchteling van doen te hebben met een Syrische mevrouw die gevlucht was; ze bleek echter Poolse en ernstig ziek.
Ook dat is de realiteit van de hulpverlening van Stichting Bootvluchteling: mensen ontmoeten die niet een-twee-drie in een hokje passen. Mensen met hun eigen verhaal en achtergrond.
Mensen die onze hulp nodig hebben, ondanks dat ze misschien niet een klassieke ‘vluchteling’ zijn. In de smeltkroes van mensen die Athene nu is, is dat de realiteit. Doen wat nodig is, ook hier.
Deze foto is de weerslag van deze bijzondere ontmoeting tussen twee mensen, ’s nachts om 2 uur in Athene.

U bent misschien druk met de voorbereidingen voor het kerstdiner, of de laatste dingen op uw werk aan het afronden. Wilt u helpen? Daarvoor hoeft u niet naar Griekenland: een bezoek aan https://bootvluchteling.nl/doneer/ is voldoende.

Geef alstublieft, juist in deze tijd. Hoe klein uw bijdrage ook is; wij kunnen daarmee doorgaan met ons werk.

Namens alle vluchtelingen hartelijk dank!

Lesbos – Manon Mol

Naast dat alle vrijwilligers voor Stichting Bootvluchteling stuk voor stuk gemotiveerd en betrokken zijn, en zich inzetten zo goed ze kunnen, nemen ze nog iets anders mee in hun vrijwilligerswerk: hun persoonlijkheid.

Manon en ik zitten in de auto. Het is half twee ’s nachts en in het pikkedonker rijden we achter de Stichting Bootvluchteling bus aan. Aan het stuur van de bus zit Guy en die weet de weg. We zijn op weg naar Mytilini, omdat waar we in het Noorden gestationeerd zijn even geen vluchtelingenbootjes aankomen. Wel in Mytilini, dus daar moeten we nu zijn. Het is niet anders. Ik vraag een paar keer of Manon zich wel veilig voelt, want ik kan me voorstellen dat het een spannende rit is. Maar ze heeft er alle vertrouwen in.

Zo zitten twee wildvreemde vrouwen (we komen er achter dat we even oud zijn) bij elkaar in een auto, met maar één doel: kwetsbare mensen helpen. We gebruiken de reistijd van ruim vijf kwartier om elkaar een beetje beter te leren kennen. Manon werkt op een Mytylschool. In haar klas zitten ook autistische kinderen, die het erg moeilijk vinden dat ze er twee weken niet zal zijn. Manon heeft uitgelegd: “Ik ga naar een eiland en daar komen kindertjes naar toe met natte kleren. En ik ga ze dan helpen droge kleren aan te trekken.”

Het is me vooral duidelijk dat Manon een groot netwerk achter zich heeft van mensen in Nederland die haar steunen. En ze heeft het steeds over vingerpoppetjes die ze vanuit Nederland heeft ingezameld en meegenomen. Poppetjes die je op je vinger kunt zetten. “Om kinderen blij mee te maken”, zegt ze vol vertrouwen. Ik ben wat cynischer. Als nederlandse kinder-fotograaf ben ik heel wat kindjes gewend die hun neus ophalen voor vingerpoppetjes. Geef hen maar een iPad. Of op zijn minst een pop met batterijen. En zitten onderkoelde kinderen in de stress echt te wachten op kleine stoffen poppetjes? Ik weet het niet.

Als we in Mytilini aankomen kunnen we meteen aan de slag. Er is net een boot aangekomen en er zijn meerdere mensen met (medische problemen). Zonder enige aarzeling duikt Manon er in en gaat aan het werk. Omdat ze met mij meereed en ik er al wat langer ben voel ik me een beetje verantwoordelijk, maar ik zie meteen dat ik me nergens zorgen over hoef te maken. Deze dame weet van aanpakken.

Het is even hectisch en ik word zelf geroepen bij een onderkoelde pasgeboren baby.

Als de hectiek weer een beetje geluwd is vind ik Manon op haar knieën bezig met een klein jongetje. Ze heeft het kind al omgekleed en alle vluchtelingen stappen in de bus van de UNHCR die net gebeld is. Guy roept dat er verderop een nieuwe boot aankomt. Ik roep Manon, maar die gaat zo op in waar ze mee bezig is dat ik drie keer moet roepen. “Manon…. Manon… MANON!”
Pas bij de laatste keer schrikt ze wakker uit haar overpeinzingen en trekt een sprint naar de auto.

We scheuren naar de volgende boot en daar herhaalt zich alles. Zo gaat het door tot een uur of vier. Dan lijkt het even rustig en warmen we ons op bij een kampvuur dat iemand heeft aangestoken. Maar Manon heeft geen rust. “Zullen we even de boulevard afrijden?” stelt ze voor, “even scouten of we wat zien?”

Ik vind het prima en we stappen in de auto, Manon met een adelaarsblik over de gitzwarte zee, op zoek naar dat éne lichtje van een mobiel op het water. Iedere vissersboot bekijken we van alle kanten. Maar vissersboten blijven vissersboten. Die hoeven we niet te redden. En dat we in ons enthousiasme véél te ver doorrijden en ergens in de bergen terechtkomen waar in de verste verte geen vluchteling te zien is, daarover spreken we af dat we dat nooooooit aan iemand zullen vertellen.
(Net zomin als dat we ooit aan iemand zullen vertellen dat het ons later die dag met grote moeite lukt Mytilini weer uit te komen en dat we de hele stad minstens drie keer hebben rondgereden en dat godzijdank Manon zo slim was om een ouderwetse papieren kaart mee te nemen, omdat mijn navigatie-app waardeloos bleek en we dankzij haar en haar kaart toch nog terug bij het hotel zijn gekomen.)

En we rijden nog een keer de boulevard af. Niets te zien. We keren weer terug naar het kampvuur, dat we met eh… enige moeite weer weten te vinden. Daar kunnen we meteen weer met de anderen vertrekken, want er is tóch net een boot aangekomen. Manon en ik kunnen er niet over uit dat we daar 2x langsgereden zijn en niets hebben gezien. Maar het is niet anders. Ook hier worden alle natte kindertjes weer vakkundig door haar omgekleed, vertroeteld en eventueel verschoond. Maar over de vingerpoppetjes hoor ik niets meer. Dat dacht ik wel.

Langzaam wordt het licht. We zijn blij dat we nu weer wat kunnen zien. Opeens komen van alle kanten weer bootjes aan. Geen tijd voor koffie. Ons team moet opsplitsen en Manon en ik rijden naar de noordpunt voorbij de haven, waar bootjes aankomen op een privé strand van een hotel.

Heel veel kinderen. Heel veel koude, bange kinderen. Maar de zon wordt al lekker warm gelukkig. Overdag is het nog wel te doen. Zelf heb ik het druk en ik verlies Manon uit het oog. Ik voel me een beetje knullig, want ze kwam steeds de autosleutel vragen om spullen uit de auto te halen en ik ben als de dood dat we die sleutel kwijtraken. Een andere vrijwilliger staat intussen met auto-pech langs de boulevard. En er blijven maar bootjes komen.

Toch is er een moment van betrekkelijke rust en ik speur het strand af naar Manon. Ik zie haar zitten (weer op haar knieën voor een kindje) en ik begrijp opeens wat zij voor ogen had.
Ze is in ‘gesprek’ met een jongetje van een jaar of vijf. Het kind zit te stralen. Ik kan het niet anders omschrijven. Op zijn hand heeft hij een vingerpoppetje dat hij aan iedereen die het maar wil laat zien. Geen angst, geen stress, geen kou: puur plezier. Ik geloof zelf altijd dat kinderen niets liever willen dan lachen en plezier hebben in het leven. Ook vluchtelingenkinderen. Juist vluchtelingenkinderen. Als iemand dan even bereid is toenadering te zoeken en ze aandacht geeft en een reden geeft om te lachen, dan doen zij de rest wel zelf.

En ik stuur snel een appje naar een vriendin die volgende week naar Lesbos komt: “TIP: weet je wát je mee moet nemen……”

Door Bionda Heeringa – de Kreij

Lesbos – Daphne

Naast dat alle vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling stuk voor stuk gemotiveerd en betrokken zijn, en zich inzetten zo goed ze kunnen, nemen ze nog iets anders mee in hun vrijwilligerswerk: hun persoonlijkheid.

Daphne en ik ontmoeten elkaar op de eerste avond dat ik in Lesbos ben. Ik weet eigenlijk nog niets, alleen maar dat ik graag wil helpen. Daphne gaat haar avonddienst in en ik vraag of ik met haar mee mag rijden, zodat ik een indruk kan krijgen van wat er nodig is. Ze vindt het prima en drukt me op het hart me warm aan te kleden. “Minstens vijf lagen!” roept ze me na als ik naar mijn hotelkamer ren om mijn kleding te pakken.

Met Daphne achter het stuur beleef ik mijn primeur op de ‘dirt road’. Er is net een bootje aangekomen vernemen we via de app en Daphne heeft er flink de vaart in om naar een punt bijna op het einde van de kilometerslange, onverharde weg te komen. Het is pikkedonker, er wandelen vluchtelingen in tegengestelde richting, er rijden auto’s van andere organisaties en we moeten naar iets dat ‘Sheepfarm’ heet. Terwijl ik mijn leven aan me voorbij zie flitsen en me vastgrijp aan alles binnen handbereik, roept Daphne vrolijk boven het gekraak en geritsel van de rescue blankets uit: “Nu is het goed te doen. Vorige week regende het en dan is het een modderpoel. Nu gaat het prima!”
Ok, dit is dus ‘prima’.

Om mezelf een beetje af te leiden van mijn doodsangst maak ik een praatje met Daphne. Ik vraag voor alle zekerheid of het háár niet afleidt van de weg, maar dat vindt ze geen enkel probleem. Daphne is eigenlijk journalist. Normaal gesproken schrijft ze over wat anderen meemaken en nu had ze voor zichzelf besloten dat zij zélf eens in actie wilde komen. Stichting Bootvluchteling is blij met haar, want ze is getrouwd met een Griek, woont in Griekenland en spreekt Grieks. Superhandig. O ja, ze heeft ook nog twee kleine kinderen tijdelijk achtergelaten. En o ja, ze is ook nog vertaalster. En o ja: ook nog wedding planner.

Het lijken misschien irrelevante dingen, maar dat zijn het zeker niet. Als moeder zijnde kent ze goed de basisbehoeften van kinderen, als vertaalster kan ze nóg beter met handen en voeten praten met de vluchtelingen en als wedding planner is ze gewend om snel te schakelen en goed te organiseren en zich in anderen in te leven. Kortom: ze is hier prima op haar plaats!

Op haar eerste nacht in Mytilini (waar kamp Moria helaas niet voorziet in verwarmde opvangplaatsen) krijgt Daphne het voor elkaar om een familie met vier kinderen bij een plaatselijke Griek onder te brengen. Deze familie is net aangekomen en de pasgeboren baby is onderkoeld. Daphne praat met een Griekse man die toevallig net voorbijreed met zijn bestelbus, medelijden kreeg met de familie en de kleine kinderen in zijn bestelbus wat bescherming geeft tegen de nachtelijke kou. Ze rijdt met de Griek met acht personen naar zijn huis en helpt daar bedden opmaken voor de vluchtelingen. De man moet de volgende ochtend weer werken om acht uur, maar de familie mag zo lang blijven als ze willen. We zijn diep ontroerd door zijn medeleven én door zijn vertrouwen.

Maar het mooiste aan Daphne vind ik haar gedrevenheid om de kindjes te ‘pimpen’, zoals zij het zelf noemt. In de volgende dagen tref ik haar regelmatig in de voorraadruimte, waar ze met grote zorg kledingsetjes bij elkaar zoekt. (“Denk je dat deze broek leuk staat bij dit vestje?”) Als de vluchtelingenkinderen koud en nat van de boot komen krijgen ze van de vrijwilligers droge kleren aangetrokken. Daphne vindt het niet alleen belangrijk dat de kleding droog en warm en in de goede maat is, maar het moet ook een beetje bij elkaar passen, vindt ze. De kinderen moeten er toch mooi uitzien? Als nieuwkomer heb ik eerst mijn twijfels over de noodzaak hiervan. Wat maakt kleur nou uit? Als het maar droog en warm is.

Maar gaandeweg begrijp ik beter wat ze aan het doen is. Zij ziet niet alleen een klein, nat mensje, maar iemands kind, die er niet als een bedelaar bij hoeft te lopen, maar ook gevoelens heeft en waar ouders ook met trots naar kunnen kijken. Iedere ouder wil trots zijn op zijn of haar kind.

Op een dag zie ik haar een klein meisje aankleden in haar auto. Het kindje van een jaar of vier is net met haar familie overgekomen en is flink nat geworden tijdens de overtocht. Ze krijgt een prachtig blauw setje aan (met zorg door Daphne samengesteld), met een vrolijk gekleurd truitje en bijpassend mutsje. Het kind zit als een prinses te stralen in de auto. Haar vader kijkt vertederd toe.

Dit zal later hopelijk haar herinnering zijn aan de gevaarlijke overtocht: niet de stress, de spanning en de kou, maar hoe belangrijk ze was en wat een mooie kleren ze aankreeg, met veel zorg en liefde.

Door Bionda Heeringa – de Kreij

Lesbos – Dramatische dag

Hoeveel tranen zullen er al in de zee liggen tussen Turkije en Griekenland? Tranen van spanning, machteloosheid, verdriet, maar ook opluchting en geluk omdat de kans om te vluchten zich voordoet. Gisteren kwam daar vooral tranen van angst en wanhoop bij. Een van de overvolle boten sloeg om. Twee opvarenden overleefden het niet. De rest kwam doornat en in shock aan wal op Lesbos. Onze vrijwilligers waren snel ter plekke. Een van hen, Annick van Kerkum, brengt verslag uit.

“Dat de zee onrustig was merkten we al tijdens de ochtendshift op de dirt road. De boten kwamen volgelopen met water aan. Rond een uur of drie kreeg de medische post een verontrustend telefoontje: er lagen mensen in het water. Snel reden we naar het hoogste uitkijkpunt van de dirt road, en inderdaad: met de verrekijker zag je de mensen in het water liggen.

De eerste twee kleinere reddingsboten zetten met vaart koers richting de haven van Molyvos: alle vrijwilligers haastten zich met (warmte)dekens en droge kleding die kant op. Het eerste slachtoffer wat ik zag was een meisje van een jaar of zeven dat flink onderkoeld was. Ze bibberde zo erg dat ze haar lichaam niet meer onder controle had. Samen met een arts maakte ik haar zo snel mogelijk droog en warm. Overal om mij heen waren de vrijwilligers druk in de weer met dekens en droge kleding. Het medisch team beoordeelde patiënten en verzorgde deze zeer adequaat.

Een reanimatie werd zo kalm en afgeschermd gedaan dat ik het bijna niet in de gaten had. Voor we het wisten stond de ambulance klaar en werd het kindje overgedragen.

Toen kwam het volgende telefoontje: een volgende reddingsboot zet koers naar de haven van Petra. Hier waren ook lijken aan boord. Omdat het nog onzeker was of er ook nog mensen in de haven van Molyvos aan zouden komen, splitsten we de teams: de helft naar Petra en de helft bleef achter in Molyvos. Samen met collega Rob was ik als eerste ter plaatse in Petra. Daar naderde een groot reddingsschip met tientallen mensen op het voordek. Wat moet dat verschrikkelijk koud zijn geweest, kletsnat in de koude wind. Na kort overleg met de bemanning gingen Rob en ik met bonzend hart de kajuit in, want daar lagen de ernstige gevallen. Wij zagen een vrouw, compleet in shock, met haar kindje van een jaar of drie dat helemaal blauw zag. Tot mijn schrik lag een stukje verder een baby van twee maanden ontkleed op een hoopje dekens. Ik pakte het kindje op en merkte dat het ijs- en ijskoud was en ook erg suf. Mijn instinct zei me dat het geen zin had om het kindje met dekens warm te houden, maar dat het lichaamswarmte nodig had. Ik trok mijn trui uit en hield het kindje heel dicht tegen mij aan, in de hoop dat ze de warmte van mijn lichaam op zou nemen. Ik ben nog nooit zo blij geweest dat een baby begon te huilen. Dankzij het adequate optreden van de teams aan wal die inmiddels gearriveerd waren, konden de kindjes één voor één in de ambulance.

Ondertussen leidden de vrijwilligers aan de kant alles heel kalm in goede banen. De vele koude kindjes werden na het afdrogen en omkleden in de bussen van de stichting gezet, waar de verwarming hoog aan stond. Daarna waren de volwassenen aan de beurt: eerst omkleden en vervolgens helpen om families bij elkaar te zoeken. Ondanks de chaos bleven alle vrijwilligers kalm, en werkten de verschillende organisaties goed samen met elkaar. Het crisisplan wat na een vorige crashsituatie is opgesteld, blijkt zijn vruchten af te werpen.

Het blijft echter verschrikkelijk dat zoiets kan gebeuren. Een houten boot met negentig opvarenden die omslaat op de wilde zee. Een man van 75 jaar oud en een kindje van twee zijn helaas al op zee verdronken, maar door het fantastische werk van zowel het medisch team als het ‘gewone’ vrijwilligersteam hebben de overige mensen de overkant gehaald. Ik ben trots op iedereen die vandaag aanwezig was: wat een inzet en toewijding! Teamwork pur sang. Het werd vandaag weer pijnlijk duidelijk dat het goed is dat wij aanwezig zijn hier op Lesbos.”

Dit soort rampen kunnen we niet voorkomen, maar door het werk van onze stichting en vele anderen lukt het om de gevolgen zo klein mogelijk te houden. Wil je ons helpen helpen? Doneer dan via www.bootvluchteling.nl.

Lesbos – Hendrik

Zonder enige twijfel zijn alle vrijwilligers van de Stichting Bootvluchteling hier op Lesbos betrokken en gemotiveerd. Toch zijn er ook onder hen mensen die er soms nét even uitspringen. Soms juist doordat ze wat meer op de achtergrond opereren, zoals bijvoorbeeld deze jongen.

We treffen elkaar in de lobby van het hotel en omdat het rustig is maken we een praatje.
Het is een grote groep vrijwilligers hier voor Stichting Bootvluchteling en zolang je nog niet iedereen bij naam kent ga je mensen maar benoemen naar uiterlijke kenmerken. Voor mij was hij vooralsnog ‘vriendelijke jongen’. Pas later verneem ik dat hij Hendrik heet. Die naam past goed bij hem.

Hendrik is nu voor de tweede keer op Lesbos om te helpen. Hij is een ‘wetsuit’-persoon. Iemand die in de keten van hulpverleners het water ingaat om boten aan land te helpen.
Daarna helpt hij de mensen zo droog mogelijk uitstappen – babies en kleine kinderen eerst. Ik krijg een spoedcursus ‘bootjes aanlanden’ en ‘vluchtelingen opwarmen’ van hem.
We raken aan de praat over zijn motivatie. Hendrik is pas 21 jaar en je zou hem eerder placeren in een disco in Salou of ergens op een sportveld in Nederland.

Vorig jaar is zijn vader overleden, vertelt hij me. ‘Zelfmoord’, voegt hij daar aan toe met een ondoorgrondelijke blik. Zelfs nu met zijn bekende vriendelijke glimlach, maar als je goed kijkt lachen zijn ogen niet mee. ‘Dat was een heftige tijd,’ vertelt hij. ‘Ik was net klaar met mijn studie, een vooropleiding voor een jaar verkorting op de politieacademie en heb tijdelijk een baantje aangenomen als beveiliger. Dan heb je eigenlijk heel veel vrije tijd en toen ben ik me gaan verdiepen in de vluchtelingen-situatie. Al gauw zat ik 8 uur achter elkaar alle berichten over vluchtelingen te lezen en te bekijken.’

Er komt een berichtje binnen op onze ‘bootvluchteling-app’. We schieten allebei overeind. Actie? Maar nee, het is een vraag van één van de vrijwilligers wie de super-verrekijker meeneemt naar het uitkijkpunt. Het is erg rustig met aankomende bootjes vandaag.

Hendrik vervolgt: ‘Hoe meer ik er over las, hoe meer ik het idee kreeg dat ik moest gaan helpen. Ik heb me aangemeld bij de vrijwilligersorganisatie ‘Live for lifes’.
Hij is twee weken op Lesbos geweest en heeft een heftige tijd meegemaakt. Mooie momenten met veel blije mensen, maar hij heeft ook een levenloos meisje van 12 jaar in zijn armen gehad. Omdat er zo veel drenkelingen waren, waren alle koelcellen overvol. Ook was er geen ruimte op de begraafplaats op Lesbos. Hij heeft toen met het meisje rondgereden om ergens een plekje voor haar te vinden om haar koel te houden. Het lijkt me niet niets als je 21 bent en je eigen vader is net overleden. “Ik kan daar goed mee omgaan”, verklaart Hendrik. Dat moet ook wel.

Na die twee weken is hij terug naar Nederland gegaan. Daar had hij het gevoel dat hij compleet nutteloos was. Hij wilde terug naar Lesbos en weer mensen helpen. Deze keer meldde hij zich aan bij Stichting Bootvluchteling, waar ze blij waren met een ervaren vrijwilliger en zo zitten we nu samen te wachten op wat actie. We willen allebei graag wat doen voor anderen.

Ik vertel dat ik zelf veel doe voor vluchtelingen in Nederland, in Heumensoord. Het lijkt me een goed idee als hij een keer meegaat, zodat hij kan zien wat er van enkele mensen – alle mensen daar van de groep waar wij buddy van zijn zijn op Lesbos aangeland – die hij heeft geholpen geworden is. Daar heeft hij meteen oren naar. Dat komt wel goed, denk ik.

Drie dagen later staan we samen een bootje binnen te halen in Mytilini. Zijn vliegtuig vertrekt over een uurtje, maar hij kan het niet laten nog snel even te helpen. Hendrik – in zijn wetsuit – is de rust zelve. Ik weet niet hoe hij het doet, maar ieder kindje dat even in zijn armen belandt krijgt hij aan het lachen. Hij weet precies wat hij doet, hij heeft een kalmerende invloed op mensen Deze jongen is hier op zijn plek. Het zou me niets verbazen als hij hier over een tijdje weer opduikt bij Stichting Bootvluchteling.

Als iedereen veilig aan land is neemt Hendrik snel afscheid van me. Zijn vliegtuig vertrekt bijna.

Ik weet zeker dat hij vanuit het vliegtuig nog heeft zitten kijken of er nog bootjes aankwamen (dan had hij ons een appje gestuurd) en ik weet zeker dat hij nog heel veel goeds gaat brengen voor Stichting Bootvluchteling en voor hulpbehoevende mensen in het algemeen.

Door Bionda Heeringa – de Kreij

Lesbos – Social Kitchen

Terwijl ik me had voorbereid op een wekker die om 05:30 uur af zou gaan schrik ik om 01:30 uur wakker van een deur die openvliegt. Een opgewonden stem roept: ‘Er is een boot aangekomen, ze hebben onze hulp nodig!’ Ik twijfel geen moment; spring uit bed, schiet een aantal lagen kleding aan (’s nachts is het hier nu 5 graden, moet je nagaan hoe koud je wordt als je nat aankomt..) en grijp de autosleutels. Met onze auto’s en bussen rijden we naar Efthalou, de plek waar de boot is aangekomen. Geen rubberen bootje, maar een grote boot met 170 mensen aan boord. Per auto wordt een gezin toegewezen om te vervoeren naar de tijdelijke opvang in Oxy. Vaak zijn er meerdere auto’s nodig om een gezin te vervoeren, we blijven dan dicht bij elkaar zodat de gezinnen niet uit elkaar worden gehaald. Verdwaasde mensen kijken om zich heen, zich afvragend waar deze nieuwe gezichten hen heen zullen brengen. Bij mij in de auto zit een man met twee dochters uit Irak. Zijn vrouw en 3 andere gezinsleden zitten in de auto voor ons. Met behulp van gebrekkig Arabisch/Engels en een hoop gebarentaal communiceren we met elkaar. Daarna gaan onze wegen bij Oxy weer uit elkaar, ik wens ze al het beste en ze verdwijnen in de donkerte. Om 03:30 uur komen we terug in ons appartementencomplex; snel nog even 2 uurtjes slaap pakken voordat onze ‘echte’ dienst begint: van 06:00 tot 13:00 uur op de Dirt Road. Deze ochtend zijn 3 rubberen boten aangekomen; een werd door de kustwacht opgevangen en we werden bij alle drie ingezet voor vervoer naar Oxy.

Om 11:00 uur hebben we afgesproken met Dimitri van Social Kitchen (een groep mensen die maaltijden koken en uitdelen aan de vluchtelingen in Mitilini) om 10 gesponsorde multifunctionele bio-cookers aan hem te overhandigen.

Terwijl we naar Mitilini rijden zien we een rubberen boot die bijna aankomt. Snel parkeren we de auto, vissen de benodigde materialen eruit en rennen naar de oever. Kinderen worden aangegeven en mensen tuimelen over elkaar heen om hun voeten op vaste grond te kunnen zetten. IJskoude kinderen worden in onze handen geduwd. Een nat, bibberend handje grijpt ons vast. We proberen de natte kleding zo goed als dat gaat te vervangen door droge en een isolatiedeken om te slaan. Een jongetje van ongeveer 9 jaar, drijfnat en bibberend, kijkt ons aan “Help me, I am so cold. Help me!”. Het raakte ons diep. Have a safe journey little one. You are in our hearts!

We zetten onze tocht naar Dimitri voort en overhandigen hem de bio-cookers. Wat zijn ze er blij mee! Dankzij deze donatie kunnen ze nog meer monden voeden. De bio-cooker is een kookpot waar je in kunt koken, hout in kunt verbranden om warm te worden en je mobiel kunt opladen. En dat alles op zonne-energie. Geweldig dat sponsors dit mogelijk maken!

Vermoeid komen we terug; het was een bijzondere en indrukwekkende dag.

Door Jorin Blokland

Lesbos – ‘Is my baby alive?’

Zojuist hebben we een bootje met ongeveer 50 vluchtelingen binnengehaald. Omdat er niet veel hulpverleners zijn ter plekke ben ik maar weer het water in gegaan. Gelukkig heb ik mijn waadpak nog bij me. Ralph is met de reddingsboot aan de andere kant van het eiland in de weer. Het is een soepele landing en ik heet een groep blije Syriërs welkom in Europa. Het is mooi weer en het lukt prima om met de weinige vrijwilligers alle babies en kleine kindjes droog aan land te krijgen.

Een paar sterke vluchtelingen helpen een vrouw van boord die wanhopig roept: ‘Baby? Baby? Baby?’
Dat is niet ongewoon dat een moeder haar baby zoekt bHaar kindje is waarschijnlijk gewoon aan land al veilig in de handen van een lieve vrijwilliger.
Ik wil haar best even helpen zoeken, maar een ander klein kindje dat de zee in wil rennen vraagt mijn aandacht.
Een paar minuten later zie ik haar weer. Ze klampt iemand aan en ik hoor haar vragen: ‘Doctor? Baby alive?’
Dan snap ik het. Ze is zwanger en vraagt zich af of de baby nog leeft. Ze heeft geluk, want ik heb mijn verlostas bij me en ik wil best even checken met mijn doptone.

Er zijn twee andere vrijwilligers van een soort Grieks rode kruis die haar achterin een gammele jeep zetten.
Ik haal mijn tas uit de huurauto en terwijl ze haar natte kleren uittrekt onderzoek ik snel haar buik. Zittend, want hier is geen luxe van een onderzoeksbank. Zelf sta ik nog – in mijn waadpak – buiten de jeep. Ze is zo’n zeven maanden zwanger en vertelt dat ze de baby al een paar dagen niet heeft voelen bewegen en ze maakt zich vreselijk zorgen.

Moet je je voorstellen dat je met deze stress in het donker in een gammel overbelast bootje een vijf uur durende oversteek moet maken. Dit is echt de hel voor vele mensen. Ze hebben geen keuze.
Om haar (en mezelf) een beetje te ontspannen vraag ik hoe ze heet en of dit haar eerste kindje is. Ze heet Nazima en het is haar eerste baby.

Ik voel gelukkig een soepele buik (dus geen weeën) en probeer naar het hartje te luisteren. Dat valt nog niet mee met een bibberende moeder en een rheumatische verloskundige.
Gespannen grijpt ze mijn hand en knijpt er hard in. Allemachtig, dat doet pijn. Ik trek mijn hand los en probeer het nog een keer. Eerst heel in de verte en dan luid en duidelijk klinkt een babyhartje achterin een jeep langs de kust van Lesbos.

De twee lieve vrouwen van het rode kruis beginnen te applaudisseren. ‘Welcome to Europe little baby!’ roep ik. Nazima begint tegelijkertijd ongecontroleerd te huilen en te lachen. De vrouwen helpen haar in een droge broek en onderbroek en trekken haar natte schoenen maar weer aan.

Ze komt uit de jeep en pakt me vast in een bibberige omhelzing. Ze ruikt niet tintelfris en ze snottert mijn hele schouder onder, maar dat maakt niet uit.
Zo staan we minutenlang, haar dikke buik tussen ons in.
‘You are a hero’, zeg ik tegen haar. ‘You rescued your baby from war.’
Nog meer tranen.
‘You did well. You brought your baby to safety!’
‘You are a wonder’, zegt ze tegen me. Welnee, ik leid een luxe-leventje en heb alles wat mijn hartje begeert. Zij heeft niets meer.
Onderwijl begeleid ik haar naar de bus van de UNHCR die intussen is gebeld en aangekomen en help haar instappen. Bagage heeft ze niet.
Dan moet ik weer de bus uit. Met moeite laat ze me los.
‘Don’t forget: you are a hero. This was the best you could do for your baby. Be proud and be strong!’
Zo nemen we afscheid. Ze is nog steeds aan het huilen.

Ik stap uit en zwaai haar uit met pijn in mijn hart. Ze heeft nog een hele lange, moeilijke weg te gaan, deze dappere vrouw.
Wat kan dit kindje later trots zijn op zijn of haar moeder. Ik ben het nu al.
We zijn allemaal mensen en deze vrouw is een heldin, geloof me maar.

Door Bionda Heeringa – de Kreij

Helpt u ons helpen?
Doneer op www.bootvluchteling.nl
Dank voor uw steun!