Verhalen van Samos (2/6), We zijn hier zo nodig

Er zijn ook een paar abnormale dagen geweest de afgelopen week. Ons kleine team heeft dubbele diensten gedraaid omdat de Griekse organisatie MedIn, een organisatie die te veel werk en verantwoordelijkheid hebben aangenomen met ontoereikend personeel, staakte. Ze hebben al vier maanden geen loon ontvangen. Deze medische organisatie is in dienst van de Griekse overheid om 24/7 medische zorg te verlenen in het kamp. De organisatie bestaat uit vijf dokters en een aantal verpleegkundigen, die niet aan deze beloften hebben kunnen voldoen. Een paar maanden geleden leek het erop alsof de medische rol van Stichting Bootvluchteling niet meer nodig was door deze organisatie, maar deze week waren we de enige zorgverlener en we verafschuwen de gedachte hoe de situatie eruit zou zien als we hier niet zouden zijn. We treden op als aanvullende medische dienst, maar het is glashelder dat onze aanwezigheid cruciaal is en dat de dienst die werkt in opdracht van de Griekse overheid het hoofd niet kan bieden aan de werkdruk en de aantallen patiënten die gezien moeten worden.

Tekst: Vanessa Yarwood (vrijwilliger Stichting Bootvluchteling)
Foto: Stichting Bootvluchteling

Verhalen van Samos (1/6), vijftig patienten in vijf uur

Het team van Stichting Bootvluchteling arriveert gezamenlijk in het kamp. We worden begroet door een wirwar van 2 meter hoog, koud staal, bekroond door een rol van scherp prikkeldraad. Dit wordt begeleid door kleurrijke schilderingen op betonnen muren. De volgende aanslag op onze zintuigen zijn de ‘hello’, ‘hello my friend’, ‘how are you’ en knuffels en zoenen van een stuk of tien gehavende, verweerde kinderen die ons rooster kennen en deze begroetingen als een onderdeel van hun bleke, saaie dagen hebben gemaakt. Van sommige van deze kinderen heb ik de vooruitgang van hun Engels gezien tijdens de paar weken dat ik hier ben en ik vraag me af wat zij zouden kunnen bereiken als ze lessen en een kans op onderwijs zouden krijgen. Afhankelijk van waar we onze auto’s parkeren, wat weer afhangt van welke nieuwe beperkingen aan ons worden opgelegd door de politie, sjokken we op sommige dagen over het steile, betonnen pad, terwijl we begroetingen uitwisselen met hen die we hebben leren kennen en onze vrienden noemen. Ondertussen geholpen door vriendelijke, blauwogige Syrische meisjes die mijn hand vasthouden en helpen met de tassen en dozen gevuld met medische goederen en luiers.

Nadat we aangemeld zijn en badges en hesjes van Stichting Bootvluchting aan hebben gedaan, installeren we ons in onze medische cabine. Door extreem gebrek aan ruimte, zowel voor de nieuw aangekomen vluchtelingen als de organisaties, verplaatsen we elke dag zo’n twintig dozen die samen de ‘melkkamer’ vormen, naar de kantoorruimte van de UNHCR, die zo vriendelijk is ons die daarvoor te laten gebruiken. Tegen de tijd dat we klaar zijn om patiënten te zien heeft zich buiten de deur een rij gevormd en storten we ons in de chaos. Veertig tot vijftig patiënten en vijf uur later zijn we kapot. Onze ruimte van negen vierkante meter is normaal gesproken altijd vol: families die een behandeling voor luizen nodig hebben; zieke baby’s met diarree, spugend, vergezeld door hun bezorgde moeders, slapelozen niet in staat om het trauma van hun reis te verwerken.

De andere leden van ons team bemensen de ‘melkkamer’ – zuigelingenvoeding, pap, sap en hygiëneproducten worden uitgedeeld volgens de WHO IYCF richtlijnen (een internationale code voor voeding van zuigelingen en kleine kinderen), met gebruik van een streng monitoringssysteem. Ze verzorgen ook de chai – een warme mok troost voor velen tijdens koude avonden. Er worden ook activiteiten voor kinderen gepland om zo ouders een adempauze te geven en een soort van normale situatie te simuleren.

Dit is een normale dag…

Tekst: Vanessa Yarwood (vrijwilliger Stichting Bootvluchteling)
Foto: Annelies van der Gaag (vrijwilliger Stichting Bootvluchteling)

Medische unit zwaar beschadigd

Veel bewoners van kamp Moria worden geëvacueerd en ons team werkt met man en macht om de boel op te ruimen. Onze medische unit is helaas zwaar beschadigd en spullen en apparatuur onbruikbaar geworden.

We hopen dat dit een teken is aan de politiek dat dit zo niet langer kan. Dat deze mensen hier weg moeten. Ze hebben onderdak, veiligheid en warmte nodig.

Tot die tijd staan wij voor ze klaar!
Helpt u ons mee weer op te bouwen?
www.bootvluchteling.nl/doneer/ of maak uw bijdrage over op NL97 RBRB 0918 9326 37 t.a.v. Stichting Bootvluchteling

Brand in vluchtelingenkamp Moria kost twee levens

Afgelopen nacht is door een ontploffing van een gasfles in een tent in het vluchtelingenkamp Moria in Griekenland brand ontstaan. Hierbij zijn een volwassen vrouw en jong kind direct naar onze medische post gebracht. Ons team heeft deze twee ernstigste gevallen behandeld en dit was uiteraard erg heftig voor het team. Doordat vluchtelingen ons hielpen met het brengen van flessen water, konden we samen zorgen voor continue koeling van de slachtoffers. Uiteindelijk zijn we met het kind in onze armen door het kamp naar de ingang gerend om deze naar de ambulance te brengen. Op dat moment was de situatie onveilig doordat er rellen waren uitgebroken, maar kreeg het team veel hulp van andere vluchtelingen en onze vertalers.

Het kind was volledig verbrand en heeft het, samen met nog een andere vrouw, niet overleefd. Een ander kind en een vrouw zijn met ernstige brandwonden naar een ziekenhuis in Athene gebracht om daar verdere medische hulp te krijgen. Het medisch team van Stichting Bootvluchteling heeft de eerste hulp geboden bij de behandeling van de gewonden. Tijdens de brand ontstond een chaotische situatie in het overvolle kamp, waarbij wanhopige mensen het kamp ontvluchtten en er niet voldoende hulpverleners aanwezig waren.

Uit veiligheidsoverwegingen heeft Stichting Bootvluchteling later met een extra team buiten het kamp verdere noodzorg verleend. Veel mensen waren wanhopig, in shock en wisten niet waar ze heen moesten. De medische zorg was in het kamp gericht op brandwonden, na de evacuatie was het vooral gericht op paniekaanvallen. Ambulances reden af en aan om mensen te vervoeren naar het ziekenhuis. Door de chaos, hectiek en onveilige situatie was het moeilijk om ons werk uit te voeren, waardoor we op een gegeven moment hebben besloten ons terug te trekken. We concentreren ons nu op noodhulp en de distributie o.a. water en dekens.

Onze medische post is geheel verwoest.

Stichting Bootvluchteling rapporteert al langere tijd over de onmenselijke situatie in de vluchtelingenkampen in Griekenland. De overvolle kampen, waarin soms meer dan driemaal de verwachtte hoeveelheid vluchtelingen in tenten worden opgevangen, en de uitzichtloze situatie vanwege de continue toestroom van nieuwe vluchtelingen en het gebrek aan doorstromingsmogelijkheden kunnen gemakkelijk ontaarden in dit soort situaties. Bootvluchteling is een van de weinige overgebleven hulpverleners in dit kamp. Overige grote hulpverlenersorganisaties hebben zich uit protest tegen de slechte omstandigheden al eerder teruggetrokken.

Ons team heeft bovenmenselijke prestaties geleverd. Ze zijn zwaar onder de indruk van wat zij hebben gezien en meegemaakt. Een team van trauma-psychologen staat 24 per dag voor hen klaar voor goede nazorg.

Wilt u aan hen denken en hen hieronder een hart onder de riem steken?

Oproep
Stichting Bootvluchteling is geheel afhankelijk van donaties. Wilt u ons helpen en zo mensenlevens redden? Uw bijdrage is welkom op NL97 RBRB 0918932637, t.a.v. Stichting Bootvluchteling, onder vermelding van ‘’Lesbos’ of doneer op https://bootvluchteling.nl/doneer/

Lesbos ‘Is er een dokter aanwezig?’

We horen iemand schreeuwend door het vrijwilligershuis lopen. ‘Er ligt iemand op straat.’ We grijpen onze crashbags en haasten ons naar buiten. Een jonge man, begin 30, ligt half huilend en trillend op de stoep. We kunnen hem niet bereiken en hij reageert niet op onze vragen, verloren in zijn eigen wereld. Het is laat en donker buiten. De koude wind blaast om me heen en ik kijk naar de man die volledig nat is, zonder schoenen, met zijn vingers verkrampt bij zijn hoofd. Hij ziet er Afghaans uit, maar dat weet ik niet zeker. Zijn armen zijn bedekt met bloed, waarschijnlijk van het scherpe koraal. Hij blijft huilen en mompelen, met dichtgeknepen ogen, maar we kunnen hem niet begrijpen. We dekken hem net af met een reddingsdeken als de ambulance arriveert.

‘Er zijn er waarschijnlijk meer’, zegt onze Griekse buurman die ons hielp. Samen met wat vrijwilligers lopen we naar het strand. We zoeken met een sterke lamp naar meer vluchtelingen op de kustlijn, maar vinden er geen. We vinden wel twee schoenen, keurig naast elkaar bij het water. Ik kijk er naar en vraag me af of ze van hem zijn. Misschien kwam hij niet uit Turkije maar was hij al op het eiland? Was hij wanhopig, wilde hij niet meer zo leven? Wat bewoog hem om deze koude zee in te gaan? De zee waar al duizenden vluchtelingen omkwamen.
Ik heb medelijden met de man die de vijfduizend andere vluchtelingen weerspiegelt, die dezelfde wanhoop en frustratie voelen en vastzitten op dit eiland. Vast in een hopeloze en inhumane situatie. Ik kijk naar de woeste zee, de hoge golven en denk aan de mensen die hun leven vanavond riskeren om Europa te bereiken. Het Europa waarin ze denken dat alles beter zal zijn, wat het niet is.

We wandelen de heuvel op, terug naar het huis. Sommige vrijwilligers moeten naar hun dienst in Moria. Moria, het kamp waar veel mensen al maanden in hun tenten wachten, wachten op mensen die hen helpen het een beetje draaglijker te maken, wachtend op een beter leven.

Verhaal over Libië

Ik was zes maanden in Libië, waarvan vier maanden in de gevangenis. Het was heel klein en benauwd. Al onze spullen werden afgepakt. In de eerste gevangenis sloegen en schopten de bewakers me regelmatig, soms vaker dan eens per dag, dit duurde zeker drie maanden. In de tweede gevangenis heb ik een maand doorgebracht. Toen ben ik ontsnapt. Heel, heel veel mensen die ik in de gevangenis heb gezien, werden met een wapen op hun hoofd of benen geslagen. Ik ben onder schot gehouden toen ik vroeg om eten voor het werk dat ik had gedaan. Je wordt gedwongen om lange uren te werken zonder betaling en soms geven ze je eten. Meestal niet. Ik heb gezien hoe een man met een grote buis werd geslagen en er elektriciteitsdraden (schokdraden) op hem werden gezet. Bij zijn ogen en op zijn voeten.

Toen ik uit de gevangenis ontsnapte, hielp een man me. Ik betaalde hem en hij zorgde ervoor dat ik mee kon op de boot. Eenmaal in het water dacht ik dat ik dood zou gaan. Het was zo donker. Geen licht. Mensen vochten om in het midden van de boot te zitten en niet aan de randen.

De reden dat ik uit Afrika ben gevlucht, is dat het een moeilijke plaats is om te leven. Het is niet makkelijk om daar te slagen en er is geen werk en daardoor armoede. Er zijn meerdere redenen waarom ik naar Italië wil. Maar als ik er eenmaal ben, wil ik mijn familie uit Gambia over laten komen. Mijn ouders verdienen een beter leven. Ik ben verdrietig. Ik heb ze al maanden niet gesproken… Ik mis ze… Maar de reis was het risico waard.

Libië is geen goed land. Iedereen minacht zwarte mannen en vrouwen. Ze behandelen je als oud vuil. Je bent niets waard voor ze en daarom heb ik mijn leven geriskeerd om vandaag hier te zijn. Ik zag geen andere uitweg. Jean / 20 / Gambia

Photo and story: Kenny Karpov

Filmpje medisch team

Hans Koster ging als arts met Stichting Bootvluchteling naar Lesbos. We vroegen hem naar zijn ervaring. In de cabine op kamp Moria vertelt hij geëmotioneerd zijn verhaal. Het zijn de kinderen die hem in het bijzonder raken in deze vaak uitzichtloze situatie.

Samos – Voorraad babyvoeding bijna op

Door de sterke toename van nieuw aangekomen vluchtelingen op Samos, voorzien we een tekort aan babyvoeding en luiers. We verwachten voor eind november door onze voorraden heen te zijn en helaas heeft Stichting Bootvluchteling onvoldoende fondsen om deze tekorten aan te vullen.
Het zou geweldig zijn als u ons kunt steunen met een financiële bijdrage, zodat we nieuwe voorraden babyvoeding en luiers kunnen inslaan. Uw bijdrage is welkom op NL97 RBRB 0918932637, t.a.v. Stichting Bootvluchteling, onder vermelding van ‘Samos’ of doneer hier.

Wat doen we op Samos?
Elke dag (7 dagen per week) zijn we in het kamp aanwezig, waar we babyspullen en -voeding uitdelen. Deze distributie gebeurt aan de hand van een ‘babypaspoort’-systeem, waarbij een van onze Bootvluchteling dokters met de moeder spreekt. We hebben dit systeem opgezet om te voorkomen dat moeders die nog borstvoeding geven, overstappen op flesvoeding en daarmee onnodig afhankelijk van ons worden. De dokter vraagt de moeder naar haar situatie en die van de baby, geeft borstvoedingadvies indien nodig, weegt en meet de baby, en schrijft voedingsadvies in het babypaspoort. Met dit paspoort kunnen de ouders naar onze distributieruimte komen, waar ze babyvoeding en verzorgingsproducten voor de baby krijgen. Op dit moment zijn we de enige organisatie in het kamp die de richtlijnen voor ‘voeding van baby’s en jonge kinderen’ van de Wereld Gezondheids Organisatie(WHO) toepast. Ons team is getraind om deze richtlijnen te volgen.

Samos Blog: Mijn 9-jaar oude leraar

“Hoe heet je?” vroeg ik de jonge Afghaanse jongen die tijdens mijn laatste avond in het kamp naast me zat. Hij had een ondeugende uitdrukking op zijn gezicht. Hij lachte en zei: “Ik heet Aref. Spreek je Farsi?” Hij leek verbaasd maar opgetogen. “Ja, dat kan ik. Ik ben geboren in Iran maar verhuisd toen ik een paar jaar ouder was dan jij, bijna dertig jaar geleden.”

“Ah wat lang geleden. Ik wil naar Duitsland gaan.” Hij haalde zijn schouders op: “We zitten hier vast!”. De lach op zijn gezicht verdween.
Een moment van stilte volgde terwijl ik probeerde het gesprek een andere koers te geven en hem weer aan het lachen te maken.
Trots vertelde ik hem: “Ik kan je naam in Farsi schrijven.” Hij lachte weer: “Echt? Schrijf het dan!”. Ik nam pen en papier, schreef vlug zijn naam en liet hem zien. Hij keek er vluchtig naar en zei “Tante, je bent analfabeet. Zo spel je mijn naam niet.” Hij nam de pen en corrigeerde mijn spelling. Hij had gelijk. Ik had een kleine fout gemaakt met een van de letters. “Dank je Aref. Je hebt me iets nieuws geleerd!” “Ok, graag gedaan”, zei hij luchtig. Ik moet nu weer terug.” Hij stond snel op en rende terug naar zijn kleine tent, die hij deelde met diverse andere familieleden in het kamp.

Waarom zit een slimme jongen zoals jij vast in een vluchtelingenkamp?

Tekst & foto: Negar Adib (vrijwilliger Stichting Bootvluchteling)

Verhaal van een vluchteling

“Ik ben in mijn eentje ontsnapt. Mijn familie is nog thuis. Op die kleine boot was ik de enige jongen, de rest waren mannen met baarden. Ik was bang. Ze gaven me een reddingsvest en vertelden me dat ik moest bidden. Ik ben niet gestopt met bidden totdat we Samos bereikten.” Hij heeft een intense blik, zijn ogen staan scherp en zijn stem is helder.

“Wanneer ben je aangekomen?” “8 maanden geleden in dit afschuwelijke kamp.” Hij kijkt naar beneden en gaat zachter praten. “Dieren hebben het hier beter in Samos.” “Waar wil je naartoe?” “Naar Duitsland, waar mijn neef woont.” Hij staart in de afgrond en vraagt: “Weet je hoe veel langer ik nog moet wachten?” “Sorry… dat weet ik ook niet”, was mijn aarzelende antwoord.

Wat ik eigenlijk had willen zeggen is: “Het spijt me dat je zeventien jaar bent en helemaal alleen. Dat vreemden je familie zijn geworden, dit afgrijselijke kamp je thuis is geworden en je toekomst in de wacht staat…. Je bent te jong. Dit is niet wat je verdient!”.