Je zult nooit meer dezelfde zijn

Een dag, een week, een maand…

Je zult nooit meer dezelfde zijn, nadat je een dag doorbrengt in ons overvolle kamp en de ronduit onmenselijke situatie die je overal ziet. Tenten die maar een paar centimeters van elkaar afstaan, geen privacy. Kinderen die over hekken klimmen, wanhopig zoeken naar iets om mee te spelen, hier en daar een rat. Gespannen nieuwkomers vers van de boot, verdrietige gezichten, bezorgde blikken. Ik voelde verdriet en vroeg me af: waarom deze mensen en ik niet? De oneerlijkheid in de wereld.

Je zult nooit meer dezelfde zijn, nadat je een week doorbrengt in ons overvolle kamp. De prachtigste glimlach ziet van vluchtelingen in onze Engelse les, praat met vluchtelingen die dokter zijn, elektriciën, vrouwen met universitaire diploma’s. Kinderen die naar je toe komen rennen als je aan het werk gaat, met een glimlach en smeekbeden om aandacht. Verhalen hoort over hoe mensen Syrië of vele andere landen zijn ontvlucht.

Je zult nooit meer dezelfde zijn, nadat je maand na maand hebt gewoond in dit meer en meer overbevolkte kamp. In kouder weer, met mensen die slapen in jassen en met mutsen op. Sommigen zo depressief dat ze hun eigen gedeelte niet verlaten, anderen die hopen dat de dag zal komen waarop ze in een ander land worden geaccepteerd. In het tempo waarin ze nu het kamp verlaten, zal het acht jaar duren voordat iedereen ergens is geplaatst.

Nee, je zult nooit meer dezelfde zijn…

Tekst/text: Candace Ryan (vrijwilliger Stichting Bootvluchteling)
Foto/photo: Marjan van der Meer (stock/archieffoto* Stichting Bootvluchteling)

Stichting Bootvluchteling luidt noodklok

Situatie in Griekse vluchtelingenkampen dramatisch

Het aantal vluchtelingen dat aankomt op de Griekse eilanden Samos en Lesbos stijgt dramatisch. De afgelopen maand oktober zijn er gemiddeld 100 nieuwe vluchtelingen per dag geregistreerd. En de eerste weken van november blijft dit aantal aanzienlijk stijgen. Opvang en medische zorg in de vluchtelingenkampen staan onder grote druk. Er zijn geen doorstroommogelijkheden. Stichting Bootvluchteling voorziet met de winter in aantocht ernstige humanitaire moeilijkheden en luidt de noodklok.

Het vluchtelingenkamp op Samos bijvoorbeeld heeft capaciteit voor slechts 600 mensen, maar herbergt op dit moment bijna vijf keer zoveel vluchtelingen. Directeur Annerieke Berg van Stichting Bootvluchteling: “Met de winter in aantocht maken wij ons grote zorgen. De situatie is nog erger dan eind vorig jaar, toen de mensen voor 3 of 4 nachten buiten moesten slapen. Op dit moment slapen al honderden vluchtelingen in de openlucht, omdat er niet voldoende opvangcapaciteit is. Elke dag hopen we dat de kou en regen nog een dag wegblijft.”
Voorraden raken op

De onverwachte toename van het aantal vluchtelingen zorgt voor een grote belasting van de medische en psychosociale zorg. De hulpteams van Stichting Bootvluchteling behandelen nu bijna non-stop, dag en nacht, drie patiënten tegelijkertijd in een ruimte van 9 vierkante meter. Daarnaast dreigt er een verschrikkelijk tekort aan babyvoeding, de beperkte voorraad is naar verwachting eind deze maand op. Medicijnen, dekens en warme tenten zijn inmiddels niet meer voorradig.

Berg: “We merken aan de vele reacties op onze Facebookpagina en naar aanleiding van recente interviews op tv, dat heel veel mensen in Nederland betrokken zijn bij ons werk en zich vaak machteloos en boos voelen. Met z’n allen vinden we dat we vluchtelingen niet in deze omstandigheden de winter kunnen laten doorbrengen. Dit is onmenselijk. Daarom luiden we de noodklok en doen een beroep op de Nederlandse bevolking om de hevige noodsituatie wat te verzachten en een einde te maken aan deze situatie.”

Stichting Bootvluchteling staat voor een menswaardige opvang en voldoende zorg voor kwetsbare vluchtelingen die Europa bereiken. Ze biedt noodzakelijke zorg en vervult basisbehoeften. De stichting vergroot zelfredzaamheid en biedt hoop voor de toekomst met hulp van honderden vrijwilligers. Stichting Bootvluchteling is vooralsnog geheel afhankelijk van donateurs. Giften zijn welkom op IBAN-rekeningnummer: NL97 RBRB 0918 9326 37 t.a.v. Stichting Bootvluchteling of via www.bootvluchteling.nl.

Foto: Inge Salomons

Verhaal van Ibrahim

Mijn naam is Ibrahim en ik ben 24 jaar oud. Ik ben opgegroeid in Ivoorkust en reis samen met mijn zus. We zijn samen vertrokken met de hoop op een betere toekomst. We brachten 3,5 maand door in Libië en konden geen werk vinden. De reden dat we naar Libië gingen, was om in de boot te komen. Ik verbleef met 15-20 man in een kamer. Het waren afschuwelijke omstandigheden. Tegen het einde van elke maand kwamen de Libiërs geld ophalen, of we werden geslagen. Ze bedreigden ons en onze families. Ze zeggen dingen als ‘We weten waar je familie woont, we vermoorden ze, tenzij je betaalt.’ Mensen werden daar erg bang van. Een keer werd ik geslagen met een metalen staaf, toen ik om eten vroeg. Voor alles waarom ik vroeg werd ik geslagen. Mijn zus en ik hebben echt geleden daar.

We vertrokken rond middernacht. Een man met een lichte huid toonde ons waar de boot was en wees iedereen dat ze die kant op moesten. We zouden in een paar uur land zien. Ik wist dat dat niet waar was, maar wat moest ik doen? Mijn zus en ik gingen in de boot en we duwden hem af van de wal. Het was stikdonker. Veel mensen schreeuwden omdat ze nog nooit de zee hadden gezien. Ik ook niet. Toen we jullie licht zagen, kon ik mijn ogen niet geloven; we waren veilig. Ik voelde op dat moment vrijheid. Ik heb 1,1 miljoen CFA frank betaald, ongeveer 1600 euro.

Foto& tekst: Kenny Karpov (Documentary Photographer for Stichting Bootvluchteling)

Verhaal van Abu Bakar (14 jaar)

Ik ben Abu Bakar en ben 14 jaar oud. Ik ben een maand geleden uit Mali weggegaan. Mijn vader wilde dat ik op het land ging werken en mijn moeder wilde dat ik een opleiding ging volgen, maar later besloot ze dat ik deze reis moest gaan maken. Ik weet niet hoe mijn moeder de reis heeft geregeld of hoe ze heeft betaald. Ik ben blij dat ik hier ben. Ik reis samen met mijn oudere broer, ik weet niet waar hij op de boot is, maar hij is hier ook. We hebben een week in Libië doorgebracht, waar we in een propvolle flat zaten met honderden mensen. We zijn middenin de nacht uit Libië vertrokken, de mannen vertelden ons dat we in een paar uur in Italië zouden aankomen. Toen we in de boot zaten, dacht ik alleen maar aan Italië bereiken. Maar toen het water de boot in gutste, was ik heel bang. Ik kan niet zwemmen. Ik heb nog nooit eerder de zee gezien. Ik bleef maar aan mijn moeder denken. Het is moeilijk voor me om te blijven staan, een paar vrouwen hielpen me af en toe… Maar ik bleef maar heen en weer geduwd worden en mensen trapten op me, mijn handen en voeten deden heel veel pijn. Anderen vochten en schreeuwden. De bodem van de boot liet los, iedereen was in paniek. Het was zo donker. Toen zagen we een licht. Ik was zo blij om gered te worden. Ik wil in Italië blijven en mijn school voortzetten. Ooit wil ik ingenieur worden.

Text & photo: Kenny Karpov (Documentary Photographer for Stichting Bootvluchteling)

Verslag Engelse arts Miranda Cole (3/3)

“Op Samos zijn mensen uit Irak, Afghanistan en natuurlijk Syrië, maar ook uit Libanon, Algerije en Armenië. Ik wil al hun verhalen horen; hoe lang zijn ze al op reis? Wat heeft ze uiteindelijk doen besluiten om alles op te geven en hun leven achter zich te laten? Hoe zijn ze behandeld op weg hier naar toe? Ik ben gefrustreerd dat de taalbarrière tussen ons me hiervan weerhoudt. Hoe kan ik in hemelsnaam helpen of hun situatie iets draaglijker maken?

Toen, gisteren om tien voor negen – net toen we aan het opruimen waren in onze cabin, kwam er een prachtig Afghaans meisje binnen met haar baby. Alle nieuw gearriveerden in het kamp met kinderen onder de 2 krijgen het advies om naar de dokter van Stichting Bootvluchteling te komen, om hun lengte en gewicht te meten en een snelle check te krijgen, voordat ze een ‘baby paspoort’ krijgen waarin hun voedingsadvies staat en dat wordt gebruikt om vast te leggen hoe vaak ze komen om melk of pap te halen, luiers, babyshampoo, babyzeep, billendoekjes, enzovoort.

Ze kwam de cabin binnen en ik zat met haar te praten terwijl ik de informatie schreef in het paspoort van haar prachtige zoon van een half jaar oud. Ze sprak beter Engels dan de meesten en vertelde me ‘Ik hou van Engels, ik studeer hard’. Zij, haar man en oudere zoon waren al een jaar op reis. Ze hadden drie keer geprobeerd om Afghanistan te verlaten, maar elke keer stuurde de politie ze terug naar huis, tot ze uiteindelijk ontsnapten. Op dat moment was ze zwanger. Ze vertelde me dat ze zo bang was toen ze beviel (“veel bloed, veel bloed”) en dat de baby in het begin niet gezond was en heel dun. Ze omschreef de angst toen ze de zee overstaken in een beschadigde boot, met water op de bodem. Ze bleef vragen of de baby OK was, of hij was afgevallen, en ze straalde toen we haar vertelden dat hij een gezond gewicht heeft voor zijn leeftijd; “Inshallah, hij is beter nu”. De coördinator en ik trokken gekke gezichten naar de baby, die een prachtige lach liet zien met mooie bruine ogen. Ze vertelde ons “Als jullie naar hem kijken, zijn jullie ogen prachtig.”

Nog maar 25 jaar oud – en wat een ongelofelijke vrouw. Ze was zo dankbaar voor de hulp, kleding, babyspullen en vriendelijkheid die ze kreeg. Stichting Bootvluchteling is goed georganiseerd – we waren snel in staat om haar en haar familie te geven wat ze nodig had toen ze het kamp binnenkwam. Vanaf nu is het misschien een strepsil, wat luiers voor de baby, of een kop thee met een kletspraatje dat ik haar kan bieden, maar ik hoop haar weer te zien en haar beter te leren kennen.”

Tekst: Miranda Cole (vrijwilliger bij Stichting Bootvluchteling)
Foto: Marjan van der Meer (stockfoto Stichting Bootvluchteling)

Verslag Engelse arts Miranda Cole (2/3)

“Afgelopen maandag arriveerden 130 nieuwe vluchtelingen in het kamp op Samos. Ze zitten urenlang naast de politiecabin en krijgen wat voedsel en water. We delen bekertjes met ORS uit aan de vrouwen en kinderen. Mijn gedachten gaan alle kanten op als ik langs de uitgeputte vermoeide kinderen en ongelukkig uitziende mannen loop.

Aan de ene kant is het geweldig om ze te kunnen helpen, en niemand wijst ons aanbod af, al trekken meerdere mensen een vies gezicht als ze de zoet/zoute oplossing proeven. Aan de andere kant haat ik de machtsverschillen die deze simpele activiteit uitdrukt; ik, de rijke blanke jonge vrouw in een reflecterend hesje en sleutelkoord, een ‘gift’ uitdelend aan deze ‘arme’ vluchtelingen.

Ik voel zo veel medelijden en empathie, maar ik kan het niet uitdrukken in hun taal. Ik twijfel er niet aan dat zij zich ongemakkelijk voelen omdat ze zulke basale hulp nodig hebben, terwijl ze in hun eigen land ongetwijfeld mensen waren met werk, zelfvoorzienend en onafhankelijk. Nu zijn ze gereduceerd tot een dergelijke hulpeloze positie door het conflict, de hebberigheid en corruptie waarin ze zelf geen rol speelden. Het is zó oneerlijk…”

Tekst: Miranda Cole (vrijwilliger bij Stichting Bootvluchteling)
Foto: Marjan van der Meer (stockfoto Stichting Bootvluchteling)

Antwoord op uw vragen

Waar vaart de boot nu? Hoeveel mensen hebben jullie afgelopen week gered?

Vragen van betrokken vrijwilligers en Nederlanders die van de reddingsmissie op Middellandse Zee gehoord hebben. Het is bijzonder om te zien hoe betrokken mensen zijn bij het werk dat onze vrijwilligers en vaste medewerkers doen. Met ons schip de Golfo Azzurro hebben we in zeven weken drie reddingmissies uitgevoerd, waarmee we in totaal meer dan 1.500 mensenlevens hebben kunnen redden. Dat waren zeer intensieve operaties waarbij wij als kleine hulporganisatie alles uit de kast hebben moeten halen. Zo’n 50 fantastische vrijwilligers hebben zich ingezet in het medische, reddings- of boordteam en onze mensen op kantoor in Utrecht en vrijwilligers daarbuiten hebben het klokje rond gewerkt om de missie mogelijk te maken. Hulde!

Het lijkt wellicht raar, maar op dit moment ligt ons schip afgemeerd in de haven van Valletta – Malta en zijn we niet aanwezig in de Search & Rescue zone. Gelukkig zijn enkele andere grote organisaties en de Italiaanse kustwacht dat wel en is het de inschatting dat zij in staat zijn de huidige stroom mensen hulp te bieden. Dat wij nu een pauze inlassen heeft twee redenen: ten eerste is het de verwachting dat de stroom de komende weken afneemt omdat het ook het Middellandse Zee-gebied winter wordt en de zee te ruig wordt om te bevaren. Die garantie kan echter niemand ons geven. De tweede reden is dat we voor deze missie nieuwe donaties nodig hebben en fondsen moeten werven.

Een missie kost niet alleen energie, maar ook veel geld; zo’n €2.500,- per dag. Je moet daarbij denken aan de kosten voor huur van het schip, onderhoud en reparaties door gebruik, diesel, medicijnen, eten en drinken voor vluchtelingen aan boord, verzekeringen en het salaris van de vaste crew. Ook de verbouwing van het schip van een visserschip naar een reddingsschip met ziekenboeg is een ingrijpende en kostbare zaak gebleken. Gelukkig betreft deze laatste natuurlijk eenmalige kosten.

Tenzij er een einde komt aan de stroom van wanhopige mensen die vanuit Libië de oversteek maken, zijn wij in het voorjaar weer nodig. Om dat mogelijk te maken is veel geld nodig. Daarom zijn we druk met het werven van fondsen. Daarnaast nemen we de tijd om goed te evalueren. Wat ging er goed en wat gaan we anders doen? We zijn succesvol geweest, maar de weken op zee hebben ons ook veel geleerd. Hoeveel mensen neem je aan boord? Hoe voed je honderden mensen als je ze 36 uur te gast hebt aan boord? Dat zijn maar twee van de tientallen thema’s die aandacht behoeven willen wij in 2017 een nog professionelere missie gaan draaien. Dus voor nu geen reddingen, maar vol aan de bak in Nederland.

Je zult begrijpen dat we vol zitten met verhalen van alles wat we de afgelopen tijd hebben meegemaakt en de inspirerende verhalen die we gehoord hebben. We willen deze de komende weken met je delen. Wil je op de hoogte blijven van ons werk, check dan onze FB-pagina. Welkom!

Foto: Kenny Karpov

Verslag Engelse arts Miranda Cole (1/3)

“Onze uitvalsbasis is feitelijk één kant van een Portacabin, redelijk uitgerust met medicijnen en behandelmaterialen die door allerlei partijen zijn gedoneerd. Aan de andere kant delen we de cabin met een team van psychologen. Er zijn deuren tussen de twee gedeeltes, maar de kinderen besteden een substantieel deel van de dienst die ik draai aan het in- en uitrennen van elk kantoor, terwijl ze proberen de ballonnen, het speelgoed en de kleurpotloden – waarvan ze weten dat die daar worden bewaard – weg te snaaien. Een tikje chaotischer dan mijn behandelkamer in het gezondheidscentrum in Somerset…

De medische zorg in het kamp tijdens mijn diensten is tot nu toe rechttoe rechtaan geweest. Gelukkig! Met families met kinderen en jonge, alleenstaande mannen, vervalt de bulk van het werken als huisarts in Engeland. Ik heb een heleboel pleisters op kinderknieën geplakt, na een gezonde portie troost en wat zout water om het schoon te maken, als ze zijn gevallen bij het voetballen. Ik heb in een heleboel monden gekeken van vluchtelingen met ‘keelpijn’, zonder heel veel te zien, waarna ik een aantal Strepsils en paracetamol of ibuprofen in een klein bekertje heb gegeven – geen echt bewezen medicatie, maar ze lijken de cabin blijer te verlaten dan hoe ze erin kwamen. En dat is ook wat waard.”

Foto: Marjan van der Meer (stockfoto Stichting Bootvluchteling)an