Brand in vluchtelingenkamp Moria kost twee levens

Afgelopen nacht is door een ontploffing van een gasfles in een tent in het vluchtelingenkamp Moria in Griekenland brand ontstaan. Hierbij zijn een volwassen vrouw en jong kind direct naar onze medische post gebracht. Ons team heeft deze twee ernstigste gevallen behandeld en dit was uiteraard erg heftig voor het team. Doordat vluchtelingen ons hielpen met het brengen van flessen water, konden we samen zorgen voor continue koeling van de slachtoffers. Uiteindelijk zijn we met het kind in onze armen door het kamp naar de ingang gerend om deze naar de ambulance te brengen. Op dat moment was de situatie onveilig doordat er rellen waren uitgebroken, maar kreeg het team veel hulp van andere vluchtelingen en onze vertalers.

Het kind was volledig verbrand en heeft het, samen met nog een andere vrouw, niet overleefd. Een ander kind en een vrouw zijn met ernstige brandwonden naar een ziekenhuis in Athene gebracht om daar verdere medische hulp te krijgen. Het medisch team van Stichting Bootvluchteling heeft de eerste hulp geboden bij de behandeling van de gewonden. Tijdens de brand ontstond een chaotische situatie in het overvolle kamp, waarbij wanhopige mensen het kamp ontvluchtten en er niet voldoende hulpverleners aanwezig waren.

Uit veiligheidsoverwegingen heeft Stichting Bootvluchteling later met een extra team buiten het kamp verdere noodzorg verleend. Veel mensen waren wanhopig, in shock en wisten niet waar ze heen moesten. De medische zorg was in het kamp gericht op brandwonden, na de evacuatie was het vooral gericht op paniekaanvallen. Ambulances reden af en aan om mensen te vervoeren naar het ziekenhuis. Door de chaos, hectiek en onveilige situatie was het moeilijk om ons werk uit te voeren, waardoor we op een gegeven moment hebben besloten ons terug te trekken. We concentreren ons nu op noodhulp en de distributie o.a. water en dekens.

Onze medische post is geheel verwoest.

Stichting Bootvluchteling rapporteert al langere tijd over de onmenselijke situatie in de vluchtelingenkampen in Griekenland. De overvolle kampen, waarin soms meer dan driemaal de verwachtte hoeveelheid vluchtelingen in tenten worden opgevangen, en de uitzichtloze situatie vanwege de continue toestroom van nieuwe vluchtelingen en het gebrek aan doorstromingsmogelijkheden kunnen gemakkelijk ontaarden in dit soort situaties. Bootvluchteling is een van de weinige overgebleven hulpverleners in dit kamp. Overige grote hulpverlenersorganisaties hebben zich uit protest tegen de slechte omstandigheden al eerder teruggetrokken.

Ons team heeft bovenmenselijke prestaties geleverd. Ze zijn zwaar onder de indruk van wat zij hebben gezien en meegemaakt. Een team van trauma-psychologen staat 24 per dag voor hen klaar voor goede nazorg.

Wilt u aan hen denken en hen hieronder een hart onder de riem steken?

Oproep
Stichting Bootvluchteling is geheel afhankelijk van donaties. Wilt u ons helpen en zo mensenlevens redden? Uw bijdrage is welkom op NL97 RBRB 0918932637, t.a.v. Stichting Bootvluchteling, onder vermelding van ‘’Lesbos’ of doneer op https://bootvluchteling.nl/doneer/

Lesbos ‘Is er een dokter aanwezig?’

We horen iemand schreeuwend door het vrijwilligershuis lopen. ‘Er ligt iemand op straat.’ We grijpen onze crashbags en haasten ons naar buiten. Een jonge man, begin 30, ligt half huilend en trillend op de stoep. We kunnen hem niet bereiken en hij reageert niet op onze vragen, verloren in zijn eigen wereld. Het is laat en donker buiten. De koude wind blaast om me heen en ik kijk naar de man die volledig nat is, zonder schoenen, met zijn vingers verkrampt bij zijn hoofd. Hij ziet er Afghaans uit, maar dat weet ik niet zeker. Zijn armen zijn bedekt met bloed, waarschijnlijk van het scherpe koraal. Hij blijft huilen en mompelen, met dichtgeknepen ogen, maar we kunnen hem niet begrijpen. We dekken hem net af met een reddingsdeken als de ambulance arriveert.

‘Er zijn er waarschijnlijk meer’, zegt onze Griekse buurman die ons hielp. Samen met wat vrijwilligers lopen we naar het strand. We zoeken met een sterke lamp naar meer vluchtelingen op de kustlijn, maar vinden er geen. We vinden wel twee schoenen, keurig naast elkaar bij het water. Ik kijk er naar en vraag me af of ze van hem zijn. Misschien kwam hij niet uit Turkije maar was hij al op het eiland? Was hij wanhopig, wilde hij niet meer zo leven? Wat bewoog hem om deze koude zee in te gaan? De zee waar al duizenden vluchtelingen omkwamen.
Ik heb medelijden met de man die de vijfduizend andere vluchtelingen weerspiegelt, die dezelfde wanhoop en frustratie voelen en vastzitten op dit eiland. Vast in een hopeloze en inhumane situatie. Ik kijk naar de woeste zee, de hoge golven en denk aan de mensen die hun leven vanavond riskeren om Europa te bereiken. Het Europa waarin ze denken dat alles beter zal zijn, wat het niet is.

We wandelen de heuvel op, terug naar het huis. Sommige vrijwilligers moeten naar hun dienst in Moria. Moria, het kamp waar veel mensen al maanden in hun tenten wachten, wachten op mensen die hen helpen het een beetje draaglijker te maken, wachtend op een beter leven.

Verhaal over Libië

Ik was zes maanden in Libië, waarvan vier maanden in de gevangenis. Het was heel klein en benauwd. Al onze spullen werden afgepakt. In de eerste gevangenis sloegen en schopten de bewakers me regelmatig, soms vaker dan eens per dag, dit duurde zeker drie maanden. In de tweede gevangenis heb ik een maand doorgebracht. Toen ben ik ontsnapt. Heel, heel veel mensen die ik in de gevangenis heb gezien, werden met een wapen op hun hoofd of benen geslagen. Ik ben onder schot gehouden toen ik vroeg om eten voor het werk dat ik had gedaan. Je wordt gedwongen om lange uren te werken zonder betaling en soms geven ze je eten. Meestal niet. Ik heb gezien hoe een man met een grote buis werd geslagen en er elektriciteitsdraden (schokdraden) op hem werden gezet. Bij zijn ogen en op zijn voeten.

Toen ik uit de gevangenis ontsnapte, hielp een man me. Ik betaalde hem en hij zorgde ervoor dat ik mee kon op de boot. Eenmaal in het water dacht ik dat ik dood zou gaan. Het was zo donker. Geen licht. Mensen vochten om in het midden van de boot te zitten en niet aan de randen.

De reden dat ik uit Afrika ben gevlucht, is dat het een moeilijke plaats is om te leven. Het is niet makkelijk om daar te slagen en er is geen werk en daardoor armoede. Er zijn meerdere redenen waarom ik naar Italië wil. Maar als ik er eenmaal ben, wil ik mijn familie uit Gambia over laten komen. Mijn ouders verdienen een beter leven. Ik ben verdrietig. Ik heb ze al maanden niet gesproken… Ik mis ze… Maar de reis was het risico waard.

Libië is geen goed land. Iedereen minacht zwarte mannen en vrouwen. Ze behandelen je als oud vuil. Je bent niets waard voor ze en daarom heb ik mijn leven geriskeerd om vandaag hier te zijn. Ik zag geen andere uitweg. Jean / 20 / Gambia

Photo and story: Kenny Karpov

Filmpje medisch team

Hans Koster ging als arts met Stichting Bootvluchteling naar Lesbos. We vroegen hem naar zijn ervaring. In de cabine op kamp Moria vertelt hij geëmotioneerd zijn verhaal. Het zijn de kinderen die hem in het bijzonder raken in deze vaak uitzichtloze situatie.

Samos – Voorraad babyvoeding bijna op

Door de sterke toename van nieuw aangekomen vluchtelingen op Samos, voorzien we een tekort aan babyvoeding en luiers. We verwachten voor eind november door onze voorraden heen te zijn en helaas heeft Stichting Bootvluchteling onvoldoende fondsen om deze tekorten aan te vullen.
Het zou geweldig zijn als u ons kunt steunen met een financiële bijdrage, zodat we nieuwe voorraden babyvoeding en luiers kunnen inslaan. Uw bijdrage is welkom op NL97 RBRB 0918932637, t.a.v. Stichting Bootvluchteling, onder vermelding van ‘Samos’ of doneer hier.

Wat doen we op Samos?
Elke dag (7 dagen per week) zijn we in het kamp aanwezig, waar we babyspullen en -voeding uitdelen. Deze distributie gebeurt aan de hand van een ‘babypaspoort’-systeem, waarbij een van onze Bootvluchteling dokters met de moeder spreekt. We hebben dit systeem opgezet om te voorkomen dat moeders die nog borstvoeding geven, overstappen op flesvoeding en daarmee onnodig afhankelijk van ons worden. De dokter vraagt de moeder naar haar situatie en die van de baby, geeft borstvoedingadvies indien nodig, weegt en meet de baby, en schrijft voedingsadvies in het babypaspoort. Met dit paspoort kunnen de ouders naar onze distributieruimte komen, waar ze babyvoeding en verzorgingsproducten voor de baby krijgen. Op dit moment zijn we de enige organisatie in het kamp die de richtlijnen voor ‘voeding van baby’s en jonge kinderen’ van de Wereld Gezondheids Organisatie(WHO) toepast. Ons team is getraind om deze richtlijnen te volgen.

Samos Blog: Mijn 9-jaar oude leraar

“Hoe heet je?” vroeg ik de jonge Afghaanse jongen die tijdens mijn laatste avond in het kamp naast me zat. Hij had een ondeugende uitdrukking op zijn gezicht. Hij lachte en zei: “Ik heet Aref. Spreek je Farsi?” Hij leek verbaasd maar opgetogen. “Ja, dat kan ik. Ik ben geboren in Iran maar verhuisd toen ik een paar jaar ouder was dan jij, bijna dertig jaar geleden.”

“Ah wat lang geleden. Ik wil naar Duitsland gaan.” Hij haalde zijn schouders op: “We zitten hier vast!”. De lach op zijn gezicht verdween.
Een moment van stilte volgde terwijl ik probeerde het gesprek een andere koers te geven en hem weer aan het lachen te maken.
Trots vertelde ik hem: “Ik kan je naam in Farsi schrijven.” Hij lachte weer: “Echt? Schrijf het dan!”. Ik nam pen en papier, schreef vlug zijn naam en liet hem zien. Hij keek er vluchtig naar en zei “Tante, je bent analfabeet. Zo spel je mijn naam niet.” Hij nam de pen en corrigeerde mijn spelling. Hij had gelijk. Ik had een kleine fout gemaakt met een van de letters. “Dank je Aref. Je hebt me iets nieuws geleerd!” “Ok, graag gedaan”, zei hij luchtig. Ik moet nu weer terug.” Hij stond snel op en rende terug naar zijn kleine tent, die hij deelde met diverse andere familieleden in het kamp.

Waarom zit een slimme jongen zoals jij vast in een vluchtelingenkamp?

Tekst & foto: Negar Adib (vrijwilliger Stichting Bootvluchteling)

Verhaal van een vluchteling

“Ik ben in mijn eentje ontsnapt. Mijn familie is nog thuis. Op die kleine boot was ik de enige jongen, de rest waren mannen met baarden. Ik was bang. Ze gaven me een reddingsvest en vertelden me dat ik moest bidden. Ik ben niet gestopt met bidden totdat we Samos bereikten.” Hij heeft een intense blik, zijn ogen staan scherp en zijn stem is helder.

“Wanneer ben je aangekomen?” “8 maanden geleden in dit afschuwelijke kamp.” Hij kijkt naar beneden en gaat zachter praten. “Dieren hebben het hier beter in Samos.” “Waar wil je naartoe?” “Naar Duitsland, waar mijn neef woont.” Hij staart in de afgrond en vraagt: “Weet je hoe veel langer ik nog moet wachten?” “Sorry… dat weet ik ook niet”, was mijn aarzelende antwoord.

Wat ik eigenlijk had willen zeggen is: “Het spijt me dat je zeventien jaar bent en helemaal alleen. Dat vreemden je familie zijn geworden, dit afgrijselijke kamp je thuis is geworden en je toekomst in de wacht staat…. Je bent te jong. Dit is niet wat je verdient!”.

Je zult nooit meer dezelfde zijn

Een dag, een week, een maand…

Je zult nooit meer dezelfde zijn, nadat je een dag doorbrengt in ons overvolle kamp en de ronduit onmenselijke situatie die je overal ziet. Tenten die maar een paar centimeters van elkaar afstaan, geen privacy. Kinderen die over hekken klimmen, wanhopig zoeken naar iets om mee te spelen, hier en daar een rat. Gespannen nieuwkomers vers van de boot, verdrietige gezichten, bezorgde blikken. Ik voelde verdriet en vroeg me af: waarom deze mensen en ik niet? De oneerlijkheid in de wereld.

Je zult nooit meer dezelfde zijn, nadat je een week doorbrengt in ons overvolle kamp. De prachtigste glimlach ziet van vluchtelingen in onze Engelse les, praat met vluchtelingen die dokter zijn, elektriciën, vrouwen met universitaire diploma’s. Kinderen die naar je toe komen rennen als je aan het werk gaat, met een glimlach en smeekbeden om aandacht. Verhalen hoort over hoe mensen Syrië of vele andere landen zijn ontvlucht.

Je zult nooit meer dezelfde zijn, nadat je maand na maand hebt gewoond in dit meer en meer overbevolkte kamp. In kouder weer, met mensen die slapen in jassen en met mutsen op. Sommigen zo depressief dat ze hun eigen gedeelte niet verlaten, anderen die hopen dat de dag zal komen waarop ze in een ander land worden geaccepteerd. In het tempo waarin ze nu het kamp verlaten, zal het acht jaar duren voordat iedereen ergens is geplaatst.

Nee, je zult nooit meer dezelfde zijn…

Tekst/text: Candace Ryan (vrijwilliger Stichting Bootvluchteling)
Foto/photo: Marjan van der Meer (stock/archieffoto* Stichting Bootvluchteling)

Stichting Bootvluchteling luidt noodklok

Situatie in Griekse vluchtelingenkampen dramatisch

Het aantal vluchtelingen dat aankomt op de Griekse eilanden Samos en Lesbos stijgt dramatisch. De afgelopen maand oktober zijn er gemiddeld 100 nieuwe vluchtelingen per dag geregistreerd. En de eerste weken van november blijft dit aantal aanzienlijk stijgen. Opvang en medische zorg in de vluchtelingenkampen staan onder grote druk. Er zijn geen doorstroommogelijkheden. Stichting Bootvluchteling voorziet met de winter in aantocht ernstige humanitaire moeilijkheden en luidt de noodklok.

Het vluchtelingenkamp op Samos bijvoorbeeld heeft capaciteit voor slechts 600 mensen, maar herbergt op dit moment bijna vijf keer zoveel vluchtelingen. Directeur Annerieke Berg van Stichting Bootvluchteling: “Met de winter in aantocht maken wij ons grote zorgen. De situatie is nog erger dan eind vorig jaar, toen de mensen voor 3 of 4 nachten buiten moesten slapen. Op dit moment slapen al honderden vluchtelingen in de openlucht, omdat er niet voldoende opvangcapaciteit is. Elke dag hopen we dat de kou en regen nog een dag wegblijft.”
Voorraden raken op

De onverwachte toename van het aantal vluchtelingen zorgt voor een grote belasting van de medische en psychosociale zorg. De hulpteams van Stichting Bootvluchteling behandelen nu bijna non-stop, dag en nacht, drie patiënten tegelijkertijd in een ruimte van 9 vierkante meter. Daarnaast dreigt er een verschrikkelijk tekort aan babyvoeding, de beperkte voorraad is naar verwachting eind deze maand op. Medicijnen, dekens en warme tenten zijn inmiddels niet meer voorradig.

Berg: “We merken aan de vele reacties op onze Facebookpagina en naar aanleiding van recente interviews op tv, dat heel veel mensen in Nederland betrokken zijn bij ons werk en zich vaak machteloos en boos voelen. Met z’n allen vinden we dat we vluchtelingen niet in deze omstandigheden de winter kunnen laten doorbrengen. Dit is onmenselijk. Daarom luiden we de noodklok en doen een beroep op de Nederlandse bevolking om de hevige noodsituatie wat te verzachten en een einde te maken aan deze situatie.”

Stichting Bootvluchteling staat voor een menswaardige opvang en voldoende zorg voor kwetsbare vluchtelingen die Europa bereiken. Ze biedt noodzakelijke zorg en vervult basisbehoeften. De stichting vergroot zelfredzaamheid en biedt hoop voor de toekomst met hulp van honderden vrijwilligers. Stichting Bootvluchteling is vooralsnog geheel afhankelijk van donateurs. Giften zijn welkom op IBAN-rekeningnummer: NL97 RBRB 0918 9326 37 t.a.v. Stichting Bootvluchteling of via www.bootvluchteling.nl.

Foto: Inge Salomons

Verhaal van Ibrahim

Mijn naam is Ibrahim en ik ben 24 jaar oud. Ik ben opgegroeid in Ivoorkust en reis samen met mijn zus. We zijn samen vertrokken met de hoop op een betere toekomst. We brachten 3,5 maand door in Libië en konden geen werk vinden. De reden dat we naar Libië gingen, was om in de boot te komen. Ik verbleef met 15-20 man in een kamer. Het waren afschuwelijke omstandigheden. Tegen het einde van elke maand kwamen de Libiërs geld ophalen, of we werden geslagen. Ze bedreigden ons en onze families. Ze zeggen dingen als ‘We weten waar je familie woont, we vermoorden ze, tenzij je betaalt.’ Mensen werden daar erg bang van. Een keer werd ik geslagen met een metalen staaf, toen ik om eten vroeg. Voor alles waarom ik vroeg werd ik geslagen. Mijn zus en ik hebben echt geleden daar.

We vertrokken rond middernacht. Een man met een lichte huid toonde ons waar de boot was en wees iedereen dat ze die kant op moesten. We zouden in een paar uur land zien. Ik wist dat dat niet waar was, maar wat moest ik doen? Mijn zus en ik gingen in de boot en we duwden hem af van de wal. Het was stikdonker. Veel mensen schreeuwden omdat ze nog nooit de zee hadden gezien. Ik ook niet. Toen we jullie licht zagen, kon ik mijn ogen niet geloven; we waren veilig. Ik voelde op dat moment vrijheid. Ik heb 1,1 miljoen CFA frank betaald, ongeveer 1600 euro.

Foto& tekst: Kenny Karpov (Documentary Photographer for Stichting Bootvluchteling)