Nog meer sterftegevallen in kamp Moria op Lesbos

Drie vluchtelingen zijn de afgelopen dagen overleden door vermoedelijk giftige dampen. De doodsoorzaken worden op dit moment onderzocht. Een vierde man is gisteren met vergelijkbare symptomen naar het ziekenhuis gebracht.

Vorige week dinsdag stierf onverwacht een jonge Egyptenaar in zijn tent en daar zijn de afgelopen dagen nog twee slachtoffers bijgekomen. Anja Holwerda, medisch coördinator, laat weten dat alle mannen zijn gevonden in tenten waar een vuurtje nasmeulde. Het team vermoedt dat er giftige stoffen zijn vrijgekomen die voor de dodelijke afloop zorgde.

Door de kou nemen veel vluchtelingen steeds meer risico’s om een stukje warmte te vinden in het kamp. Ondanks de vele waarschuwingen stoken veel vluchtelingen toch vuurtjes in hun tenten.

Het medisch team van Stichting Bootvluchteling werkt met man en macht om mensen te behandelen die ziek of gewond zijn. Ons PSS team ondersteunt mensen met psychische klachten als gevolg van de uitzichtloosheid.

Steunt u ons?

www.bootvluchteling.nl

Foto: Bas Bakkenes

Een kopje thee met mooie verhalen

SAMOS | De kleuren van de hemel veranderen langzaam van licht naar een donker blauw. Een duisternis dat over enkele ogenblikken gevuld gaat worden met het sprankelende witte licht van heldere sterren. De theeketel staat heet gloeiend te stomen in onze ‘milkroom’: de plek waar we elke dag luiers en thee uitdelen. Het is theetijd en vele mensen brengen hun kopje naar ons toe om thee te drinken en een praatje te maken.

Er komt een jongeman aangelopen met een lege beker. ‘Halfvol graag’, zegt hij. Ja, denk ik, inmiddels weet ik hoe je je thee het liefst drinkt. Ik loop de milkroom uit en ga buiten met mijn eigen blauwe beker thee bij hem staan. De jongeman heeft me beloofd zijn muurschildering te laten zien. Op het scherm van zijn telefoon zie ik een blauw en geel gestreepte wereldkaart, door hem zelf geschilderd op de muur achter zijn tent. “Mijn schilderij laat me mijn omgeving vergeten en herinnert me aan het mooie in de wereld”, zegt hij terwijl we met onze thee tussen de lachende, voetballende kinderen en jongemannen staan.

Denkend aan het kamp, zie ik een plek waar handen van ver en handen van dichtbij grenzeloos samenwerken om van het kamp een plek te maken waar eenieder ondanks de omstandigheden weer even zichzelf kan zijn. Denkend aan het kamp, zie ik een plek waar het prikkeldraad op de metershoge hekken door kleur en schilderingen omringd worden, zie ik een plek waar zowel gehuild als gelachen wordt, zie ik een plek waar tentbewoners heel soms weer even kunstenaar kunnen zijn. Denkend aan het kamp, zie ik een plek waar bewoners en NGO’s samenwerken om het leven in het kamp zo verdraaglijk mogelijk te maken, zie ik een plek waar de vertalers wonend in het kamp het werk voor onze dokters mogelijk maken. Denkend aan het kamp, zie ik een plek waar onze thee aanzet tot het delen van verhalen.

Als antropoloog in actie op Samos houd ik me bezig met het lesgeven aan minderjarigen in een opvang, met het uitdelen van baby benodigdheden in het kamp en met het luisteren naar en begrijpen van verhalen van kampbewoners, kampbezoekers, mensen die werken in het kamp en van de vele vrijwilligers.

Tekst: Rozemijn Aalpoel
Foto: Bas Bakkenes

De reis die we ‘leven’ noemen (deel 3/3)

Volgend in de voetafdrukken van vele anderen, was mijn missie op Samos om een glimlach op het gezicht van mensen te brengen en hen iets van hoop te geven dat dingen beter zullen worden. Mijn ervaringen hebben me geholpen om dat voor elkaar te krijgen, maar wat ik me niet had gerealiseerd was hoe geweldig de mensen zijn die ik onderweg ontmoette en me hielpen om me te laten slagen in deze missie. Met alle pijn en lijden in Samos is de enige hoop die ik er uit haalde, dat er mensen zijn hier die net als ik hetzelfde verschil willen maken in het leven van deze mensen. Met hun hulp was ik in staat om een moment te creëren in mijn leven dat de tijd zal overstijgen en onuitwisbaar is in mijn hoofd en hart.

Daarom kan ik, alias “Charlie”, niet met goed fatsoen dit blog eindigen zonder mijn engelen van Stichting Bootvluchteling te bedanken. Aan het medisch team, in het bijzonder Lisanne de Graaff, Susanne Leenders, Willemijn Hollander, Arne Holman, en Christiane Deflandre, jullie hebben in je eentje meer gedaan voor mij als toekomstige arts dan ik me ooit heb kunnen voorstellen. Onze gezamenlijke ervaring zal tijd overstijgen. Ik dank jullie hartelijk voor wat jullie hebben gedaan voor mijn mensen. Aan het melk, thee en vooral sapteam, in het bijzonder Dieuwertje de Graaff, Zoe Roberts, en Rozemijn Aalpoel; wie had ooit gedacht dat sappakjes zoveel glimlachen kon veroorzaken in zulke moeilijke momenten. Jullie passie en werk voor de vluchtelingen, vooral voor de kinderen, zal worden herinnerd. Aan de kapiteins die ons schip drijvende hielden, Frederieke van Dongen en Corien Tiemersma, jullie drang om te dienen was mijn persoonlijke reminder dat de geest van Fern Holland en mijn tante Salwa doorleeft in jullie beiden. Aan de talloze Samaritanen, vrijwilligers en burgers van Samos; de wereld mag jullie vergeten zijn, maar ik zal jullie nooit vergeten. Jullie hebben meer gedaan voor deze mensen dan hun overheden voor hen hebben gedaan. Als laatste, tegen de vluchtelingen van over de hele wereld die ik heb ontmoet. Kameroen, Algerije, Marokko, Iran, Koerdistan, Afghanistan, Ethiopië, Irak, Pakistan en Syrië zijn hier allemaal vertegenwoordigd. Ik voel me nederig dat ik in staat was om op kleine schaal te ervaren welke reis jullie allemaal doormaken. Jullie verhalen leven door in jullie en in alle mensen die jullie hebben geraakt tijdens jullie leven. Betere tijden wachten.

Laten we nooit vergeten wat het belangrijkste nummer is: 1. We zijn één menselijk ras en wat onze verschillen ook zijn, we zijn één familie die deze reis samen onderneemt; de reis die we leven noemen, waarin we onuitwisbare momenten zoeken die we de rest van ons leven onthouden.

Warme groet,

Salam Al-Omaishi
E-mail: salam.al-omaishi@ucdconnect.ie
MB BCh BAO University College Dublin (Expected 2019)
MS BME University of Michigan

Voor meer informatie over de oorlog van Fern Holland, lees het New York Times artikel van Elizabeth Rubin via onderstaande link:
http://www.nytimes.com/…/19/magazine/fern-hollands-war.html…

Tekst: Salam Al-Omaishi
Foto: Bas Bakkenes

De reis die we ‘leven’ noemen (deel 2/3)

In 2007 en 2008 bezocht ik Aleppo in Syrië. Ik liep er door de straten, bezocht de beroemde markt, bekeek het prachtige kasteel, en maakte vrienden voor het leven, waarvan velen gevlucht zijn langs hetzelfde pad waarop ik me nu bevindt als vrijwilliger. In 2009 bezocht ik Irak voor de eerste keer. Ik zag de muren die veel wijken in Bagdad scheiden, muren die zorgen dat wat voor mijn neven en nichten ooit een kwartier rijden naar school was, oploopt tot anderhalf uur. In 2011 kwam ik in de zomer terug en zag ik mensen wonen zonder elektriciteit terwijl het meer dan 60 graden Celsius was. Ik zat in een taxi met een literfles ijs en zag het smelten in nog geen tien minuten. Ik bezocht Babylon en in pure, gelukzalige stilte zag ik de zon over de Eufraat ondergaan, terwijl ik me afvroeg waarom een plaats die zo mooi was, zoveel pijn moest doorstaan. Ik had diezelfde gevoelens toen ik de zon zag zakken boven de bergen van Samos, op de laatste dag van mijn shift.

Tekst: Salam Al-Omaishi
Foto: Bas Bakkenes

De reis die we ‘leven’ noemen (deel 1/3)

De gemiddelde levensverwachting op aarde is 71 jaar. Dat betekent dat als we geluk hebben, we in totaal maar liefst 0,00000158% van de geschiedenis meemaken van deze planeet. Afgaande op de cijfers, is de onbelangrijkheid van ons leven echt spectaculair. Dat gezegd hebbende, is de pracht van het leven zoals we dat allemaal ervaren dat het ons ervaringen biedt die deze tijd overstijgen. Deze momenten zijn onuitwisbaar in onze hoofden en harten en daarmee kunnen ze toekomstige generaties beïnvloeden, gedurende een lange periode.

Twee weken. Zo lang is de tijd die ik in Samos doorbracht, werkend voor het medisch team van Stichting Bootvluchteling als vertaler, waarbij ik wat ik heb geleerd gedurende mijn leven als een Iraakse Syriër kan koppelen aan mijn medische training op University College Dublin. Ik maak me geen enkele illusie; twee weken is een korte periode. Ik wist al toen ik aankwam dat ik de meer dan 1700 mensen die in Samos leven niet kon brengen naar hun gewenste bestemming. Ik wist dat ik de meer dan 700 mensen die in tenten leven, met temperaturen die het vriespunt naderen ’s nachts, niet kan brengen naar een warm huis. Ik kon de regen die ik elke dag zag niet stoppen, de regen die hun kleren, dekens, papieren en vooral hun waardigheid en zelfbewustzijn verzoop. Ik kon de gaten niet maken in de tenten, die er voor zorgden dat veel vluchtelingen het risico lopen van onderkoeling, zo erg dat ze vuren maken in deze tenten, zelfs al lopen ze het risico van koolmonoxidevergiftiging. Er zijn meer dan 60.000 vluchtelingen in Griekenland; sommigen zijn er al meer dan zeven maanden. Er zijn kinderen wiens eerste levensherinneringen zijn dat ze opgroeiden in een pseudo-gevangenis, voetballend buiten onze medische post. Een simpele rekensom vertelt ons dat als slechts vijf landen elk 12.000 vluchtelingen accepteerden, dit Griekse probleem zou zijn opgelost. Het Big House van Michigan waar ik woonde, huisvest elke zaterdag in het najaar 110.000 mensen voor een American Football-wedstrijd. Ik wijs de stelling af dat dit een onoplosbaar probleem is. Angst is de enige belemmering in het oplossen van deze humanitaire crisis.

Tekst: Salam Al-Omaishi
Foto: Bas Bakkenes

Uitzichtloze situatie leidt tot suïcidepogingen in Griekse opvangkampen

Drie mannen hebben gisteren in Griekenland een suïcidepoging gedaan. De suïcidepogingen worden op dit moment door de autoriteiten onderzocht. De extreme weersomstandigheden zorgen ervoor dat psychische klachten in extreme mate onder vluchtelingen toenemen.

Automutilatie
Bijna dagelijks verzorgt Stichting Bootvluchteling in Griekenland mensen die in hun wanhoop zijn overgegaan op automutilatie. Mensen hebben snijwonden over hun armen en borst. De onzekerheid, de uitzichtloosheid en de hieruit voortvloeiende frustraties leiden regelmatig tot gevechten in de kampen.

Weer doden in vluchtelingenkampen
Afgelopen dinsdag is een 21-jarige Egyptenaar omgekomen in kamp Moria op Lesbos. De jongen werd door zijn vrienden gevonden in zijn tent. De Egyptenaar stierf voordat de artsen van Stichting Bootvluchteling hem verder konden helpen. Ook op Samos overleed gisteren een man uit Irak, een vader van drie kinderen. Op dit moment zijn beide doodsoorzaken nog onduidelijk. Het is nog niet duidelijk of de slachtoffers als gevolg van psychische klachten zijn overleden.

Ziekten continue factor
Mensen leven dagenlang in de kou en regen. Ziekten als verkoudheid, griep zijn hier een constante factor. Deze omstandigheden zorgen ook voor psychosomatische klachten, waaronder stress en paniekaanvallen. “We zien mensen met een temperatuur van <35 graden”, zegt Anja Holwerda, medisch coördinator van Stichting Bootvluchteling op Lesbos. Miskramen, schurft, gebroken ledematen en nierstenen komen daarnaast voor.

Vluchtelingenkampen zijn overvol
Vluchtelingenkamp Moria op Lesbos zit overvol. Zo’n 5000 mensen verblijven in een kamp dat geschikt is voor 700 mensen. Hierdoor zijn vluchtelingen genoodzaakt te slapen in kleine koepeltentjes in plaats van officiële tenten van de UNHCR. Het is geen keuze van de mensen zelf om in dunne tentjes te slapen, er is geen andere mogelijkheid.

Zorgsysteem ingezakt
Een functionerend zorgsysteem op de Griekse eilanden ontbreekt. Dit geldt zowel voor de Grieken zelf als voor de vluchtelingen. Ziekenhuis en artsen kunnen de werkdruk niet meer aan. Wachttijden voor een behandeling in een ziekenhuis kunnen oplopen tot een aantal maanden. Een twintigtal Nederlandse arts vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling doen dagelijks medische controles in de vluchtelingenkampen op Samos en Lesbos.

21-jarige Egyptenaar overleden in kamp Moria

In kamp Moria op Lesbos is gisteravond een jongeman van 21 jaar overleden. De jongen werd door zijn vrienden gevonden in zijn tent. Er werd meteen een dokter ingeschakeld die de situatie ernstig vond en aangaf dat hij naar de medische cabine moest. De jongeman werd per ambulance vervoerd en gereanimeerd door ons medische team. Helaas was het al te laat en is hij gestorven voordat de artsen uit de medische cabine hem verder konden helpen. Op dit moment is de doodsoorzaak nog onduidelijk en is er weinig informatie bekend over zijn achtergrond. De 21-jarige Egyptenaar was hoogstwaarschijnlijk alleen op reis zonder familie. De situatie is op dit moment onder controle en wordt verder uitgezocht.

Foto: Bas Bakkenes
*Deze foto is eerder gemaakt dan het incident en is niet gerelateerd aan het artikel.

‘Moria no good’

‘Moria no good’. Zo klinkt het keer op keer als ik langs de trieste tenten in het beruchte vluchtelingenkamp loop. Ik kan dit enkel beamen.

Het is ondertussen ruim twee weken dat ik mij, samen met een regelmatig wisselend, maar immer sympathiek team, inzet voor de verworpenen der aarde hier op het eiland Lesbos. Vroeger vooral bekend als vakantieparadijs en vanwege de lyriek van Sapho, de laatste jaren steeds meer vanwege de tragiek der vluchtelingen. De menselijke tol van van een onmenselijk vluchtelingenbeleid zien we dagelijks op consultatie.

‘Moria no good’. Zo kon de hele wereld onlangs (wederom) horen, lezen of zien in diverse media, toen duizenden de vrieskou trachtten te verbijten in doorweekte tenten. Velen hadden slechts slippers als schoeisel. Degelijke schoenen, laat staan droge schoenen, waren een schaars goed. Mensen kwamen pijnstillers vragen om de pijn in hun bevroren voeten te stillen. Pijnstillers tegen de kou, hoe heeft het zover kunnen komen!?

Met de sneeuw is intussen ook de media aandacht gesmolten, maar de misère, die is grotendeels gebleven. De moraal in Moria ligt nog steeds ver onder het vriespunt. Het psychisch lijden is vaak groot. Bijna dagelijks verzorgen we mensen die in hun wanhoop zijn overgegaan op auto mutilatie. Het is wachten op de eerste (of volgende) suïcide. De onzekerheid, de uitzichtloosheid en de hieruit voortvloeiende frustraties leiden daar en tegen regelmatig tot gevechten.

Waar het werk soms zwaar is, weet ik me gelukkig steeds gesteund door een regelmatig wisselend, maar immer sympathiek team. En haal ik enorm veel kracht uit de dankbaarheid van onze patiënten.

Tekst: Arne Dambre – Belgische arts
Foto: Bas Bakkenes

 

Een nieuw leven opbouwen zonder familie

Voordat ik afgelopen mei naar Griekenland kwam, hield ik me als leerplichtambtenaar bezig met pubers tussen de zestien en achttien jaar die niet naar school wilden. Met deze ervaringen in mijn achterhoofd ben ik vier weken geleden als leraar ‘English-1’ begonnen in de opvang voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen. Ik zag er tegen op, want hoe ga ik vijftien- en zestien jarige jongens motiveren om naar mijn les te komen en hoe maak ik het leuk voor ze?
Al vanaf het eerste moment kwam ik mezelf en mijn vooroordelen tegen. De leerlingen pakten meteen hun spullen en waren klaar om te beginnen. Ondanks de verschillende niveaus tussen de leerlingen is er niemand die zich verveeld of die het niet bij kan benen. De jongens helpen elkaar de les door en als er eentje niet serieus genoeg is, wordt hij gecorrigeerd door de anderen.

Ik geef nu ruim vier weken les in de opvang en ik vergeet soms dat deze jongens alleen naar Griekenland zijn gekomen en eigenlijk al een heel volwassen leven achter de rug hebben. En dan zijn ze nog niet eens op hun eindbestemming. Het doet me goed om te zien dat de jongens in de opvang de ruimte hebben om kind te zijn: gamen, de muziek net iets te hard aanzetten, hun bed niet uit willen komen en ontspannen. Er is een groep begeleiders die ze deze ruimte geeft en ze daarnaast klaarstoomt voor het leven na de opvang. Het is zo ontzettend knap hoe de jongens dealen met alles. Ze hebben een zware, ingewikkelde reis achter de rug. Zijn hier zonder familie in een andere cultuur en weten soms nog niet wat er hierna met ze gaat gebeuren. Ondanks dat willen ze aan hun toekomst werken en bezig zijn met de alledaagse dingen: luisteren naar Justin Bieber en plagen de kittens (die bij ze in huis wonen).

Tekst: Corien Tiemersma
Foto: Bas Bakkenes

Gesprekjes tijdens de avondshift in kamp Moria

Tijdens de avondshift op Lesbos loop je met z’n tweeën door kamp Moria. De paden zijn nat en glibberig door het koude winterweer van de afgelopen weken. De sneeuw is inmiddels gesmolten en de temperatuur is iets gestegen. We praten met mensen en luisteren naar hun verhalen. Mijn eerste gesprekje is met een man uit Bangladesh. Hij vertelt mij dat hij met 85 mensen in een grote tent woont en dat zij maar geen toestemming krijgen om verder te reizen. De mannen staan naast een toiletgebouw op een helling. Het pad is erg modderig en er hangt een nare lucht rondom het gebouw.

Even later ontmoet ik een negentienjarige homoseksuele Marokkaanse jongen. Hij vertelt dat hij niet veilig is in het kamp vanwege zijn geaardheid. Om deze reden probeert het team een overplaatsing naar een andere plek in de stad voor hem te regelen. Er verschijnt een kleine glinstering in zijn ogen tijdens het gesprek. Je ziet dat de aandacht en erkenning hem goed doet.

Ik neem afscheid van de Marokkaanse jongen en loop richting een Syrisch gezin dat buiten staat. Een jonge getrouwde vrouw staat buiten te rillen van de kou. Ik omhels haar en probeer haar handen op te warmen met mijn eigen handen. Voor de tent zijn een paar mannen eieren aan het koken op een klein vuurtje. Het Syrische gezin is in afwachting of ze overgeplaatst worden naar het andere kamp op Lesbos, Kara Tepe. In Kara Tepe worden lessen Engels gegeven en organiseert het team elke dag kinderactiviteiten. Het blijft droevig om te zien dat er geen scholen voor deze kinderen zijn. De meesten hebben maanden geen les gehad en daarom is het lastig structuur aan te brengen in de activiteiten. De kinderen hebben zoveel meegemaakt en missen zoveel persoonlijke aandacht.

Ik hoop dat de situatie snel verbeterd en dat ik in de toekomst andere gesprekken met deze mensen kan voeren. Mijn tijd op Lesbos is voorbij en ik reis snel weer terug naar Nederland. Het was een onvergetelijke ervaring.

Tekst: Marry van Dijk
Foto: Bas Bakkenes