Een dag met teveel spoed

We komen zoals gebruikelijk rond 16:00 uur aan in het kamp en lopen richting onze cabines. We zien meteen dat het foute boel is. Het pleintje staat vol met politieagenten die mensen wegsturen bij de medische cabine. Vrij snel wordt een man uit de medische post gedragen en op een brancard gelegd. Hij is half buiten bewustzijn en zijn lichaam begint stuiptrekkingen te vertonen. Het lijkt op een epileptische aanval. Na vijftien minuten komt de man wat tot rust en wordt hij vervoerd met een ambulance.

Droevige situatie
Niet veel later volgen er nog meer incidenten. Een patiënt met een hartaanval, mensen met paniekaanvallen, automutilatie en een suïcidepoging. Aan het einde van de dag staat de teller op twintig patiënten die naar het ziekenhuis zijn gestuurd. Door dit ongebruikelijke aantal zijn veel mensen in shock en wordt de medische cabine gebruikt om met mensen te praten en hen gerust te stellen. De sfeer in het kamp is erg gespannen, waardoor we in eerste instantie de kinderactiviteiten niet door willen laten gaan. Dit zou mogelijk de kinderen in gevaar kunnen brengen. Aan het begin van de avond lijkt de rust wat weder te keren en gaat het filmprogramma toch door.

Er zijn veel verdrietige verhalen in het kamp. Duizenden mensen die hier in deze erbarmelijke toestanden moeten leven. Het valt mij op dat veel mensen een praatje met ons komen maken en iets uit hun leven met ons willen delen. Zo kwam er laatst een man bij onze cabine die ons vertelde dat hij erg ziek was, een infectie aan zijn lever. Hij moest meteen naar het ziekenhuis en werd even later door het ziekenhuis teruggestuurd met medicatie. In Nederland zou je dan in een warm bed gaan liggen en iemand voor je laten zorgen. Deze man wordt teruggestuurd naar een doorweekte tent. Een gedachte die mij verdriet doet.

Nog meer chaos
Rond 21:00 uur gaan we eindelijk afronden en opruimen. We staan op het punt avond te eten als we in de verte ‘emergency!’ horen. Onze leidinggevende gaat poolshoogte nemen en niet veel later komen er twee bebloede mannen met hoofdwonden langslopen. Er is een vechtpartij geweest. Later komt er nog een derde man bij met een kapotte hand. Een van de hoofdwonden is dusdanig ernstig dat er toch weer een ambulance wordt gebeld, voor de zoveelste keer vandaag. Om 22.15 uur verlaten we het kampterrein. Het was een heftige dag, maar de mensen achterlatend in de regen is misschien hetgeen wat het meest steekt.

Tekst: Harma Oosting
Photo: Bas Bakkenes

48 kilo, zeven tanden en één brede glimlach

Het kamp ligt er vredig bij. Het is een rustige dag, bijna knus hier nu het winterse avondzonnetje de containers en tenten zacht-rood kleurt. De eerste patiënten zijn gezien: rugpijn, slaapproblemen en keelpijn. Dan komt de volgende patiënt binnen. Twee bescheiden ogen kijken mij aan, wat angstig, vanuit een ingevallen gezicht. Ik betrap mezelf erop dat ik schrik wanneer ik terug kijk; ik verberg het snel. Wat is deze man ongelooflijk mager. Door de kou rilt hij zelfs in onze verwarmde medische container. Zijn meegebrachte vriend helpt met vertalen.

‘He come for pain.’ Pijn, een indringende pijn aan zijn tanden. Hij is niet de enige. Rotte tanden is één van de klachten die we dagelijks voorbij horen komen. Het zorgt voor een intense en scherpe pijn. Zodanig dat velen er niet van kunnen slapen. Alleen is het bij deze man zo hevig dat hij er ook niet van kan eten. Wat nog wel lukt is soep en stukjes brood die hij met zijn vingers verkruimelt en met water of thee mengt. Hij vraagt of ik pijnstillers kan geven. Ik vraag de man om zijn mond te openen. Zeven wat gammele resterende tanden gapen mij aan. Het is al heel lang een probleem, maar hier in het kamp met beperkte voorzieningen is de situatie in een paar maanden rap achteruit gegaan. De man heeft zoveel pijn dat hij zijn tanden niet durft te poetsen. Daarnaast durft hij bijna niks van het uitgedeelde voedsel te eten, omdat dit te pijnlijk is. Ik kan alleen maar denken; er moet een tandartsen team komen. We geven hem pijnstillers mee en geven adviezen over tand hygiëne. Maar wat doen we met het gewicht? De weegschaal geeft 48 kilo aan. Omdat het probleem al zo lang bestaat, is het belangrijk om zijn dieet heel voorzichtig uit te breiden. De balans in het lichaam van zulke patiënten kan met een plotse voedingstoename verstoord raken, en dat kan gevaarlijke gevolgen hebben. Het liefst prik je dagelijks bloed om te monitoren of het goed gaat, maar dat is hier onmogelijk.

Daarom doen we dat nu héél voorzichtig, iedere dag iets erbij. We breiden uit met allerlei eten waarop hij niet hoeft te kauwen: porties pap en babyvoeding. En zo zijn we nu een weekje bezig. Dagelijks komt hij, samen met zijn vertaler, onze container binnen. We evalueren hoe het gaat en kijken hoe we het beste verder kunnen uitbreiden. Het is mooi om zo beetje bij beetje een band met hem op te bouwen, en de kleur in zijn gezicht terug te zien komen. Op dag zeven komt hij in zijn bescheidenheid trots binnen. Op zijn arm heeft hij vandaag een kleine jongen: zijn zoontje. Hij straalt een beetje, ziet er krachtiger uit dan alle voorgaande dagen.

Ik vind het zo waanzinnig bijzonder hoe veerkrachtig een mens kan zijn. Deze man is zo veel verloren, naast zijn 25 tanden en vele kilo’s, een huis, zijn vrienden en de plek waar zijn herinneringen zijn opgebouwd. Maar hij bezit een bewonderenswaardige kracht om door te blijven gaan. Ik bied aan om meteen zijn zoontje te wegen om de groei te monitoren. Nieuwsgierig stapt hij zelf toch eerst op de schaal. We kijken elkaar aan, inmiddels zonder schrik of angst. De wijzer schuift gedecideerd een streepje naar rechts, 49 kilo. Een ministap, maar het voelt toch een beetje als een overwinning. Stapje voor stapje, tot we ons doel zullen bereiken. Ik krijg van hem een brede glimlach. En precies zo´n gulle glimlach is de reden dat ik het zo mooi vind om hier te kunnen werken. Ik hoop dat zijn stappen voorwaarts blijven gaan en dat hij dit kamp snel kan verlaten om zijn bestemming te bereiken, waar die ook zal zijn.

Tekst: Evelyn Brakema
Foto: Bas Bakkenes

Gedachten over Moria

Na twee intensieve weken als vrijwilliger namens Stichting Bootvluchteling op Lesbos te zijn geweest, ga ik voor het eerst thuis weer een rondje hardlopen. Mijn hoofd zit vol van gedachten aan de ervaringen en ontmoetingen met de vluchtelingen, die ik nog een plekje moet geven.

Opeens zie ik op een bankje aan het water een jongen zitten met slippers en blote voeten. Mijn gedachten gaan uit naar de vluchtelingen in kamp Moria. De meesten wonen in kleine tentjes, ook al is het koud en nat. Ze hebben soms geen droge kleding en lopen liever met blote voeten in Crocs dan met natte koude sokken in schoenen. ’s Avonds lopen we met twee vrijwilligers altijd rond in het kamp en maken we tijd voor een praatje met de vluchtelingen. Ondanks alle ellende zijn ze vriendelijk en vragen; “How are you?” De verhalen die ze vertellen gaan vaak over de gevaren in eigen land, de lange reis naar Europa en dan nu gestrand te zijn in Moria. Ondanks alle ellende blijft er hoop onder de vluchtelingen, een Eritrese man: “In every problem there is a gift inside.” Met dit gezegde, houdt hij de moed erin. Ik ben onder de indruk van hun veerkracht.

Een Pakistaanse jongeman biedt ons elke avond een warme kop mierzoete, maar overheerlijke warme thee aan. Alle vluchtelingen kunnen gratis een kopje thee bij hem halen. Ondertussen praten we over cricket en hockey, waar Pakistan erg goed in is. Ook hebben de Pakistaanse vluchtelingen veel kennis over het Nederlandse en Europese voetbal.

Drie vaste avonden per week delen we kinderboeken uit in Farsi of Arabisch, zodat ouders met hun kinderen voor het slapen gaan een boek kunnen lezen. Een vader die nauwelijks Engels spreekt maakt ons bij het ophalen van de boeken met gebaren duidelijk hoe hij genoten heeft van het samen lezen met zijn kinderen, en hoe jammer het is dat er nauwelijks iets te doen is voor de kinderen in het kamp.

Ik heb veel bijzondere mensen ontmoet tijdens mijn verblijf in kamp Moria. Maar veel van de gesprekken eindigen helaas met de conclusie; “Moria No Good”. Waarschijnlijk door de barre omstandigheden die het eiland op dit moment treffen en dat hulp juist nu hard nodig is. Ik denk aan al deze mensen bij het zien van de jongen met blote voeten. Ik wil naar hem toelopen en vragen “How are you?”, maar hij heeft zijn koptelefoon op en ziet me niet staan. Hij is geen vluchteling en zit alleen maar even buiten een sigaretje te roken en gaat dan snel weer zijn warme huis in. Ik realiseer me ineens erg goed dat ik weer in Nederland ben.

Tekst: Trudi Glastra – vrijwilliger Psycho Sociale Team
Foto: Bas Bakkenes

Vluchtelingen op Samos starten hongerstaking

Op Samos zijn een aantal vluchtelingen gestart met een hongerstaking. Het protest loopt sinds gisterochtend.

Met de hongerstaking willen zij aandacht vragen voor de bizarre omstandigheden in het koude en natte kamp. Onderstaande foto’s zijn geplaatst door Hessam Ghafelpour die zich als vertaler inzet voor Stichting Bootvluchteling en zelf mee doet aan het protest. ‘We wont eat until someone respond to us…’ aldus Hessam.

Foto’s: Hessam Ghafelpour