‘Als James Bond in de achtervolging door de straatjes van Mytilini’

“Can you come?” We hebben nachtdienst en er staat een politieagent voor onze neus: “er is een vrouw negen maanden zwanger en we denken dat ze gaat bevallen.” Ik gris het doosje met partusspullen uit de kast voor het geval de baby al onderweg is en loop met grote passen achter de agent aan. Daar zit de aanstaande moeder, buiten op een bankje. Ik kijk in haar ogen, voel haar pols en leg mijn hand op haar buik. Ze spreekt helaas alleen Frans, maar haar lichaamstaal vertelt me dat ze gaat bevallen. De politie heeft de ambulance gebeld en daar wachten we op. Ik probeer met mijn beste Frans te achterhalen hoe het met de vrouw gaat. Ik zie haar gezicht vertrekken en ik weet dat er weer een wee aan de gang is. In Afrika ondergaan de vrouwen de weeën anders dan ik gewend ben in Nederland en kan daardoor niet zien hoe snel ze komen. Met mijn telefoon laat ik een stopwatch zien, ik trek een pijnlijk gezicht en vraag: “un minute, deux, trois?” “Un minute” zegt ze. Ik slik, wetende dat dit niet haar eerste kindje is, dus het kan snel gaan.

Hoe leg ik uit dat ze echt aan moet geven als ze persweeën krijgt? Zal ik haar toch maar naar de kamer brengen? Als het kindje wel in het kamp komt dan heb ik dat liever op een kamer dan op een bankje buiten. Maar gelukkig zie ik op dat moment blauwe zwaailichten in de verte. Ze wordt op de brancard gelegd en in de auto gebracht. Ik stap ook in met mijn pakketje aan instrumenten, een navelklem, lakentjes en handschoenen. Eenmaal onderweg kan ik de situatie beter beoordelen en zie ik dat de weeën iedere drie à vier minuten komen. Dat geeft me iets meer rust. Ik droog een traan bij haar af en leg mijn hand in haar nek. Of ze dat prettig vindt? Ik weet het niet, ze ondergaat alles.

De andere dokter blijft met de vertaler op het kamp, terwijl Eva de ambulance met haar auto volgt. Eenmaal bij het ziekenhuis aangekomen wordt ons verteld dat we bij de verkeerde ingang staan. Terwijl de vrouw weer in de ambulance wordt geladen kijkt ze angstvallig om haar heen kijkt. “Un minute” zeg ik, “around the corner”. Zou ze het begrijpen?

Eenmaal in het ziekenhuis is het een grote zoektocht waar we moeten zijn. Gelukkig komen we een zuster tegen die Frans spreekt. Dat geeft mij enige geruststelling, zij kan in elk geval communiceren met de zwangere vrouw die ik onder mijn hoede heb. De zuster plaatst het CTG op haar buik en het is goed hoorbaar dat het hartritme helemaal gezond is. Ik kan de vrouw nu gerust overlaten aan het medisch personeel van het ziekenhuis. Ze ligt in haar eentje op de kamer en ik loop nog even naar haar toe: “I wish you good luck!”, terwijl ik mijn duimen omhoog steek, haar een grote glimlach toewerp en mijn hand op haar schouder leg. Ik baal nu dat ik vroeger niet beter heb opgelet met Frans, maar ik denk dat ze mijn lichaamstaal begrijpt. “Aujourd’hui, un nouveau bébé”, zeg ik lachend en ik zie haar warempel teruglachen.

Ik laat mijn telefoonnummer achter bij het personeel en ga op zoek naar Eva, die achter de ambulance was aangereden. “Ik voelde me net James Bond in een wilde achtervolging door de kleine straatjes van Mytilini.”, grapt ze tegen me.

De volgende morgen word ik gebeld vanuit het ziekenhuis: er is een nieuw mensje geboren en alles gaat goed met moeder en kind.

Tekst: Marike Ooms
Foto: Bas Bakkenes

Terug naar mijn ‘dirtroots’!

Beitske werkt als Psychosociaal Coördinator op Lesbos en was in december 2015 ook vrijwilliger voor Stichting Bootvluchteling. In 2015 hielp ze twee weken vluchtelingen uit overvolle bootjes op het strand. Nu werkt ze in de vluchtelingenkampen aan de andere kant van het eiland. Recent keerde ze terug naar de plek waar het allemaal begon.

Beitske: Al drie maanden lang houdt iets mij tegen en vandaag heb ik besloten terug te gaan naar de zogeheten Dirtroad in Molyvos. In 2015 kwamen daar dagelijks zo’n tien boten aan met vijftig tot zestig mensen erin. In die twee hectische weken heb ik niet toegestaan om bij de situatie stil te staan, maar toen ik eenmaal in Nederland was begonnen de dromen over de boten die ‘s nachts aankwamen.

Ik parkeer mijn autootje aan het begin van de Dirtroad en loop terug naar Taverna Eftalou, de plek waar onze medische post zat. Terwijl ik rondneus op het terras komt de eigenares naar me toe. Ze is blij me te ontmoeten en vertelt me dat de medische post van de stichting in de winter van 2015 hier een paar maanden was. ‘You had a tent on the road at first, but it was so cold and windy, we were closing for winter anyway so we were happy to have you here’, vertelt de eigenares.

Haar man zou met pensioen gaan, maar sinds 2015 hebben ze amper toeristen gehad en is het geïnvesteerde geld weg. ‘Al zouden we mensen geld toegeven, niemand die dit nu van ons wil overnemen.’ Het huidige seizoen leek beter te worden, maar na de aardbeving in juni heeft 40% geannuleerd. Door de beelden in de media leek het hele eiland te kampen met schade, terwijl het eigenlijk om één dorpje ging. Dat was fataal voor het bestaan van deze restauranthouders.

Na het gesprek pak ik de eerste haarspeldbocht omhoog, de Dirtroad op. Terwijl ik over de weg hobbel merk ik dat ik automatisch de grote gaten en bobbels ontwijk, die zitten nog op exact dezelfde plekken! Ik ga steeds verder omhoog tot ik bij het uitzichtpunt kom. Hier hebben we uren doorgebracht, vooral ’s nachts met Wally, onze mega verrekijker. Het valt me op hoe dichtbij Turkije vanaf hier is.

Even later kom ik langs het Lighthouse kamp. In de veronderstelling dat dit nu verlaten is loop ik er naar binnen. Tot mijn verbazing zie ik twee jongens onder een afdakje zitten. Ze vertellen mij dat een paar organisaties zijn gebleven en dagelijks het water afspeuren op zoek naar bootjes. Gemiddeld zijn dit er nog één of twee per week.

De Lifejackets Graveyard, een berg zwemvesten, ligt er nog steeds. Op een afstandje zie ik een vrouw heen en weer lopen over de zwemvesten. Als ik dichterbij kom blijkt het Alison te zijn. Ze werkt voor de Dirty Girlz. Toentertijd wasten zij alle kleding die op de stranden bleef liggen en deelden dat vervolgens schoon en droog uit aan mensen die aankwamen. Een bijzonder initiatief, waar we toen ook een deel van ons sponsorgeld aan hebben gegeven. Ze vertelt me dat ze nu voornamelijk dekens wassen. Iedere vluchteling krijgt een deken in het kamp. Na vertrek worden deze dekens weggegooid, maar niet als het aan Alison ligt. Wassen die handel en opnieuw gebruiken.

Het voelt bizar om terug te zijn. Alles is nog exact hetzelfde, alleen is het nu zomer en zijn er geen boten. Nog vreemder is het om me te realiseren dat er nu nog mensen in de kampen kunnen zitten die ik destijds uit de boot had geholpen. Mijn leven is de afgelopen anderhalf jaar door gegaan. Voor de vluchtelingen hier staat het leven stil.

Ook het leven voor de bewoners van Lesbos is zwaarder geworden. Lesbos is een schitterend eiland met prachtige bossen, ruige kusten en mooie stranden. Het is een perfecte vakantiebestemming met gezellige dorpjes en lieve mensen. Ik hoop dat toeristen dat weer gaan zien en dat de situatie op het eiland gaat veranderen. Zowel voor de bewoners als voor de vluchtelingen.

Tekst: Beitske Kooistra
Foto: Henk van Lambalgen Photography

Pedagogiek van de onderdrukten

In 1970 schiep Paulo Freire een geniaal boek: Pedagogiek van de onderdrukten. Een van zijn theorieën is: “Een mens kan men zien als een wezen dat zich aanpast aan de werkelijkheid en dat zich hierin zelfs kan ontwikkelen”. In 2017 ondervond ik dat deze theorie nog steeds springlevend is.

De mensen en met name de kinderen in het vluchtelingenkamp op Samos vertonen soms extreme ontwikkelingen in zeer korte tijd. Freire zegt: “Een mens is extra vormbaar en kneedbaar als er op wat voor manier dan ook onderdrukking plaatsvindt.”

We kunnen over één ding heel duidelijk zijn: opgroeien in een vluchtelingenkamp in Griekenland is een flinke vorm van onderdrukking. Wat daaruit voortkomt is echter niet alleen kommer en kwel.

De kinderen zijn kleine sponzen, ze pakken bijvoorbeeld Engels razendsnel op. Staan ze in de eerste week nog hun tong te breken over het woord ‘football’, in week 6 leggen ze mij haarfijn uit dat ik een totaal blinde scheidsrechter ben die structureel overtredingen over het hoofd ziet.

Als zo’n verhit kereltje druk voor m’n neus staat te ratelen, kan ik mij alleen maar verbazen over zijn Engels niveau. Iets vergelijkbaars gebeurt in de lessen. Jongens beginnen bij mij in ‘English 0’. Dat is het hoogst haalbare voor mij als onbevoegde leraar in informeel onderwijs (ik schreef ‘bai bai’ op het bord in plaats van ‘bye bye’… Arme studenten). In de eerste lessen moet ik de woorden echt uit ze trekken, maar na een dieet van aandacht, onvoorwaardelijke positiviteit en de nodige humor worden de jongens razendsnel street wise in Engels. De lessen gaan dan niet meer over het alfabet, maar over thema’s als mensenrechten.

Ik had tijdens galgje het woord ‘Boobs’ gekozen, de les moest tien minuten onderbroken worden… Helemaal door het dolle heen die gasten!

Maar niet alleen in Engels blinken de kinderen uit in ontwikkeling. Interculturele communicatie kunnen velen ook als kwaliteit bijschrijven. Plots woon je samen met mensen uit 1/3 van de wereld. Hoe zorg je ervoor dat je een beetje behoorlijk kunt leven tussen al deze temperamentvolle mensen uit Azië, het Midden-Oosten en Afrika? Je moet simpelweg. Dus ben je als een stroompje water dat zijn weg zoekt tussen alle kiezelsteentjes van de rivier. Je valt en staat op, je bent in deze overlevingsmodus dus je pakt wat je pakken kan. Het eten is niet ideaal, er is te weinig water, levensruimte en privacy, maar je vangt het op met je flexibele vechtersmentaliteit. Wat dit voor gevolgen gaat hebben op de langere termijn durf ik niet te zeggen, maar ik weet wel dat de kids zich hier in korte tijd ontwikkelen tot superkids.

Waar wij in Nederland straks moeten dealen met de rubberen-stoeptegel-generatie, moet Griekenland dealen met deze rauwe superkids die allerlei vaardigheden in ontzagwekkend tempo naar zich toeharken en gewend zijn om te vechten voor hun bestaan. Deze kinderen gaan concurreren met de Griekse kinderen die gewend zijn om te leren in een lokaal met boeken, schriften en toetsen. Een spannende mix in een land dat al met veel problemen kampt. Vanuit mijn optiek kan deze mix absoluut werken, zolang je je maar houdt aan het dieet: aandacht, onvoorwaardelijke positiviteit en heel veel humor!

Tekst: Rik van Egmond
Foto: Bas Bakkenes