Persbericht | Stichting Bootvluchteling rondt missie af op Samos

Stichting Bootvluchteling sluit op 1 oktober 2017 ​na ruim anderhalf jaar een zeer mooie en geslaagde medische en psychosociale missie af op het Griekse eiland Samos. Zoals bij alle andere eerdere missies willen wij helpen waar wij nodig zijn. Zodra de situatie verbetert of als de Griekse overheid de verantwoordelijkheid op zich neemt, doen wij graag een stap terug en geven wij de zorg terug aan de autoriteiten. Dit is op Samos ook het geval.

Het Griekse ministerie van Gezondheid neemt per 1 januari 2018 de medische zorg volledig over in de hotspot, het vluchtelingenkamp, op Samos. De medische en psychosociale zorg wordt in het kamp uitgebreid en sterk verbeterd. Om deze reden zien wij de toekomst voor de medische en psychosociale zorg met vertrouwen tegemoet en hebben wij besloten onze missie op Samos te stoppen en deze over te dragen aan de Griekse overheid.

De psychosociale activiteiten worden op dit moment over verschillende organisaties verdeeld. Samos Volunteers werkt aan een uitgebreid programma om deze zorg te verbeteren en om daar een grotere rol in te spelen. Al onze psychosociale activiteiten worden zorgvuldig en in goed overleg overgedragen.

Wij kijken met een zeer goed gevoel terug op onze tijd op Samos. In anderhalf jaar tijd hebben wij samen met honderden vrijwilligers veel vluchtelingen mogen helpen door medische en psychosociale zorg te bieden.  Wij focussen ons nu op onze missie op Lesbos in kamp Moria waar de nood nog hoog is en onze zorg onmisbaar.

 

Meer informatie over dit bericht kunt u opvragen bij Evita Bloemheuvel, persvoorlichter Stichting Bootvluchteling: evita@bootvluchteling.nl of 06-48038570.

‘Een jongen van 8 jaar die niet kan lopen hoort niet in een tent te slapen’

De afgelopen drie weken werkte Maaike (32) als
huisarts in Moria en vertelde zij in Nieuwsuur over de zorgwekkende
situatie in het kamp. ‘Ook al hoor je van tevoren de verhalen over Moria, toch is het veel
heftiger dan gedacht.’

Bij aankomst in Moria wordt iedereen medisch gescreend, om op die
manier de kwetsbare en ernstig zieke mensen tijdig te signaleren. Maar
door de hoeveelheid mensen die de afgelopen weken arriveren wordt die
screening niet goed uitgevoerd. ‘Daardoor zien wij als artsen van
Stichting Bootvluchteling steeds ziekere mensen. Mensen die allang
medische hulp hadden moeten krijgen. Een jongen van acht jaar die niet
kan lopen hoort niet in een tent te slapen. En hoort niet door zijn
moeder elke keer naar de toilet te moeten worden gedragen’, vertelt Maaike.

De onzekerheid van het lange wachten zorgt voor veel psychische
problemen in het kamp. ‘Het is verschrikkelijk om met grote regelmaat
die heftige paniek- en angstaanvallen te zien. Het zijn vaak jonge
mannen die met deze aanvallen naar de kliniek worden gebracht. Ze
hebben zoveel hebben meegemaakt dat ze op deze manier reageren en
helemaal van de wereld af zijn. Dat is afschuwelijk, maar zien wij
gemiddeld zeker een keer per shift’, aldus Maaike.

Soms vraagt Maaike zichzelf af of ze echt verschil maakt in deze
ellendige situatie. ‘Hoogzwangere vrouwen horen hier niet te zitten,
maar daar kan ik helaas niets aan veranderen. Ik houd mijzelf dan voor
dat als ik hier zou zitten zou ik ook blij zijn als ik naar een dokter
zou kunnen en dat wij op die manier een verschil maken. En het is
enorm bijzonder om de veerkracht van de mensen hier in het kamp te
zien. Ondanks de situatie worden er grapjes gemaakt, proberen ze
baby’s aan het lachen te krijgen en zie ik de leergierigheid van
bijvoorbeeld onze vertalers die elke dag weer komen helpen.’

Dokter Anik

Is mijn moeder al dood?

Voordat ik vertrok om als vrijwilliger bij Stichting Bootvluchteling te werken, had ik veel ideeën over wat ik zou zien en ervaren tijdens het werk op Lesbos. Ik had verwacht dat ik mensen zou ontmoeten die vreselijke beproevingen en omstandigheden hebben doorstaan. Wat ik nooit had verwacht, en wat mij verraste was de warmte die mensen die ik ontmoette uitstraalden, de vriendschap die ze aan elkaar (en mij) boden en de veerkracht die ze dagelijks toonden. Deze mensen lieten alles achter en iedereen die ze kenden. Ze vluchtten voor hun leven, maakten een levensgevaarlijke reis en hebben zeer traumatische situaties ervaren. Sommige mensen hebben nu al meer dan een jaar in het kamp moeten wachten. Hun leven is in de wacht gezet. Toch kunnen ze het nog steeds opbrengen om vriendelijk tegen elkaar te zijn en om anderen te helpen wanneer ze maar kunnen. Er zijn honderden voorbeelden die ik kan gebruiken om mijn punt duidelijk te maken, maar er is er één die er bovenuit steekt.

Het was tijdens een medische dienst in Kamp Moria. De klok sloeg ongeveer 11:30 uur, toen plotseling een grote groep mensen een bewusteloze Syrische vrouw de cabine binnendroeg. Ze hadden ook een meisje van ongeveer 3 jaar oud bij zich, de dochter van de vrouw. Ze waren 4 dagen geleden in Moria aangekomen, en deelden een tent met 10 andere mensen; 10 vreemdelingen. Deze vreemdelingen droegen de vrouw en kind de steile heuvel op naar de medische hut en bleven massaal de wacht houden om de situatie van de vrouw in de gaten te houden. Terwijl zij behandeld werd door het medische team, zat haar dochtertje op de grond. Ze vroeg aan mij of haar moeder al dood was. De manier waarop ze die vraag stelde, namelijk alsof het iets was waar ze al vanuit ging, brak mijn hart.

Nadat ik het meisje had verzekerd dat haar moeder sliep, kwam een jonge Afghaanse man naast haar zitten. Een kind dat hij nooit eerder had ontmoet, en hij hield haar urenlang gezelschap. Hij speelde met het meisje en hielp haar om foto’s te maken. Het waren vreemdelingen, uit verschillende landen, met verschillende talen, maar het maakte niet uit. Ze was een kind dat hulp nodig had en hij nam daarin verantwoordelijkheid terwijl het niet van hem gevraagd was.

Nadat de moeder hersteld was werd zij en haar dochter terug naar de tent begeleid door dezelfde mensen die haar naar binnen hadden gedragen. Vier dagen geleden waren ze vreemden, nu zijn ze veel meer dan dat geworden.

Deze daad (en vele andere) van vriendelijkheid die ik tijdens mijn tijd in de kampen meemaakte, is wat ik met mij mee naar huis neem. Ook al kunnen mensen worden onderworpen aan afschuwelijke en onmenselijke ervaringen en omstandigheden, hun menselijkheid is nog steeds zichtbaar.

Tekst: Helen O’Dowd
Foto: Henk van Lambalgen