Trudi (58): ‘Ik herkende mensen die ik in januari had ontmoet en nu nog in Moria zitten’

We zijn dankbaar voor elke vrijwilliger die zich inzet voor de vluchtelingen in het kamp. En het is extra bijzonder wanneer we vrijwilligers terugzien op Lesbos die hier eerder hebben gewerkt. Maatschappelijk werker Trudi (58) nam in januari al twee weken vrij van haar werk om te komen helpen en ze is weer terug!

Terwijl Griekenland wordt geteisterd door extreme kou arriveert Trudi in januari voor de eerste keer op het eiland. ‘De weersomstandigheden waren echt beroerd. Op mijn eerste ochtend deed ik de gordijnen open en zag ik dat het had gesneeuwd! Het heeft diepe indruk op mij gemaakt om te zien hoe de mensen in het kamp in deze kou in tentjes moesten zien te overleven. Tegelijkertijd was ik onder de indruk van de manier waarop de mensen met deze situatie omgingen. Nog steeds knoopte ze een praatje met ons aan en kregen we thee aangeboden. Terwijl ze voor mijn gevoel eigenlijk boos op ons hadden moeten zijn. Hoe is het mogelijk dat dit in Europa kan bestaan?’

Moria laat Trudi niet los
Terug in Nederland is het voor Trudi al snel duidelijk dat ze graag teruggaat naar Lesbos. ‘Samen met alle andere vrijwilligers vorm je echt een team. Je voelt dat er mensen voor je zijn als dat nodig is. We zorgen voor elkaar en hebben het ook gezellig met elkaar. Daarnaast geeft het contact met de vluchtelingen mij energie. De interesse in elkaar schept gelijkwaardigheid, dat menselijk contact. Hopelijk geeft ze dat een gevoel van waardigheid, want die waardigheid wordt al zo vaak van ze afgenomen.’

Weinig verandering
Ruim tien maanden na haar eerste bezoek lijkt het kamp weinig veranderd. ‘Ik was geschokt om te zien dat het niet beter, maar eigenlijk nog slechter is geworden. Ik herkende zelfs mensen die ik in januari had ontmoet en nu nog steeds in Moria zitten. Zelf ben ik inmiddels op vakantie geweest, heb ik musea bezocht en zoveel leuke dingen gedaan en zij zitten hier nog steeds. Het is zo belangrijk dat de vluchtelingen het gevoel krijgen dat ze gezien en gehoord worden. Op die manier kunnen wij het verschil maken en dat probeert Stichting Bootvluchteling ook. Die benadering spreekt mij enorm aan.’

‘Ik was geschokt om te zien dat het niet beter, maar eigenlijk nog slechter is geworden.’

Als vrijwilliger in het PSS-team helpt Trudi mee met verschillende activiteiten in en buiten het kamp. Afgelopen weekend ging ze op pad met drie jonge gezinnen voor een familie excursie en Trudi is vaak te vinden bij het bouwproject. Met een groep mannen zijn ze op dit moment druk bezig met maken en schilderen van de kasten voor de nieuwe bibliotheek.

Op micro niveau een verschil maken

Ik staar voor me uit. Zoekend naar woorden waarmee ik de afgelopen maand kan omschrijven. Zittend bij de Ikea in Athene probeer ik, onder het genot van een ontbijtje, mijn ervaringen op Lesbos in een paar zinnen te omschrijven. Onmogelijk!

Voor Stichting Bootvluchteling heb ik gewerkt in Moria, een vluchtelingenkamp waar ondertussen meer dan 6000 mannen, vrouwen en kinderen leven. De oude gevangenis, omheind door hoge hekken met prikkeldraad, heeft slechts plaats voor 2200 mensen. Lopend door het kamp struikel je over de festivaltentjes waarin hele gezinnen wonen. Pasgeboren baby’s, kinderen en hoogzwangere vrouwen slapen onder een paar dekens op de koude harde grond. Kwetsbare mensen, op zoek naar veiligheid, moeten overleven in een kamp waar spanning en gevechten tot de dagelijkse realiteit behoren. Het lot over hun eigen toekomst hebben ze zelf niet meer in de hand. In onzekerheid gaan de dagen tergend langzaam voorbij. Ze zitten vast in de natuurlijke gevangenis die het eiland Lesbos vormt. Een hopeloze situatie, die voor velen al meer dan een jaar duurt.


Ondanks alle ellende, verlaat ik Lesbos met een positief gevoel. Het grote geheel kunnen we niet veranderen, maar op microniveau kunnen we echt een verschil maken! Wij kunnen ervoor zorgen dat een ‘vluchteling’ zich weer ‘mens’ voelt. Eenvoudigweg door iemand te begroeten of een praatje te maken. De glimlach die je voor dit kleine gebaar terug krijgt is hartverwarmend.

Het verschil kan gemaakt worden door mensen weer in hun kracht te zetten en gebruik te maken van hun talenten. In plaats van vluchteling is iemand weer docent, timmerman of schilder! Dat is de kracht van stichting Bootvluchteling. Bij alle activiteiten zijn de bewoners van Moria in de lead, wij faciliteren hen enkel. In slechts één maand tijd heeft de kracht van deze mensen geleid tot de ‘Moria school of HOPE’, waar zowel kinderen als volwassenen onderwezen worden door leraren uit het kamp. En waar de schooltafels, banken en kasten gemaakt zijn door vaklui die in het kamp leven. Ik ben ontzettend dankbaar dat ik hier een bijdrage aan heb kunnen leveren!

Tekst: Teuntje Dijcks

De nieuwe school in Moria krijgt een naam

‘Today was the first day since I’ve arrived at the camp that I felt really happy’, zegt de Afghaanse vluchteling, die les geeft aan de kinderen van kamp Moria. We kijken elkaar aan en knipperen snel onze tranen van ontroering weg. Maanden van hard werken aan het opzetten van de school in Moria komt op dit moment samen. In de prachtige natuur van Lesbos hebben we vandaag een teambuilding met de tien docenten van de school.

De school in kamp Moria bestaat nu een aantal weken. Bij school moet je denken aan één cabine met twee lokalen. In beide lokalen staan zo’n tien tafeltjes en stoelen die door vluchtelingen zijn gemaakt. In de voorafgaande weken zijn we in het kamp op zoek gegaan naar leraren. Inmiddels hebben we een team van docenten en nog steeds melden nieuwe docenten zich aan.

Zelf ben ik hier pas twee dagen geleden aangekomen en ik prijs mezelf erg gelukkig dat ik direct de kans krijg om deze fantastische teambuilding mee te maken en alle leraren te leren kennen. Op deze manier kan ik de komende twee weken verder bouwen aan het stroomlijnen van de school en kan ik dit overdragen aan de nieuwe vrijwilligers.

Het is vooral ook een leuke en gezellige dag. We hebben een aantal workshops voorbereid op het vlak van administratie en lesvaardigheden. We beginnen de dag met onszelf aan elkaar voor te stellen aan de hand van kaarten met afbeeldingen erop. Iedereen kiest een kaart en legt vervolgens uit waarom deze afbeelding zo typerend is. De verhalen zijn hartverwarmend omdat iedereen vol positiviteit en hoop vertelt over hun situaties. Als een docent vertelt dat het vandaag zijn 24ste verjaardag is zingen we spontaan ‘Happy Birthday’ voor hem. De tranen springen in zijn ogen. Het is ongelooflijk hoe zo’n klein gebaar zo’n ontroering teweeg kan brengen.

De workshops verlopen erg goed. We zijn onder de indruk van de lesvaardigheden die de docenten bezitten. Vrijwel alle leraren hebben in hun thuisland ook lesgegeven. Ik kan er zelf nog veel van opsteken. Tijdens de lunch kletsen we gezellig over van alles en nog wat. Op zo’n moment vergeet je dat je met allerlei nationaliteiten aan een tafel zit en dat deze mensen vluchtelingen zijn en uit vreselijke omstandigheden komen. Ik wens dat de hele wereld door mijn ogen kan zien wat voor eenheid wij hier vandaag vormen en dat we allemaal mensen zijn met hoop en met dromen.

Samen met de leraren brainstormen en stemmen we ook over een naam voor de school. Er word gekozen voor de ‘Moria School of Hope’. Er zijn wat twijfels of ‘Moria’ moet worden opgenomen in naam, omdat veel vluchtelingen een minder fijne associatie hebben bij de naam van dit kamp. Maar zoals één van de leraren zei: ‘Let’s put hope back in Moria’.