‘Ik weet niet meer hoe het met me gaat’

Wat doet het met je als mens als je al dik 1,5 jaar in een overvol vluchtelingenkamp woont? En niet te vergeten, als je in je thuisland Syrië de meest afgrijselijke dingen hebt gezien? Omdat jij met een karretje over straat reed om mensen op te rapen die gewond waren geraakt. Waarvan je broertje er één van was…

Nadir (23) weet helaas precies wat dat met je doet. Hij woont al veel te lang in Kamp Moria. Eén van onze vrijwilligers, Petra Langezaal (56), leerde hem goed kennen. Een jaar geleden was ze een maand op Lesbos. Nadir viel op. “Het was een mooie jongen,” vertelt Petra. “Hij verzorgde zichzelf goed. Zijn haar zat altijd netjes en hij had een gezonde huid. Ongevraagd vertelde hij mij zijn verhaal. Over zijn broertje die hij zwaargewond aantrof op straat, temidden van het oorlogsgeweld. Bij elke medische post waar Nadir hem bracht, hoorden ze dat het been afgezet moest worden. Maar dat wilde Nadir voorkomen. Gelukkig was er een arts die zijn broer wél wilde opereren en zodoende kon zijn been toch behouden blijven. Ondanks zijn vreselijke ervaringen, bleef Nadir meestal opgewekt. Hij was net een jonge hond zoals hij soms rondrende door het kamp en zijn spieren trainde aan de tentstokken. Een prachtige kerel die veel betekende voor het tolkenteam (interpreters) in het kamp. De interpreters vormen een onmisbare schakel tussen de bewoners en de medewerkers. Behalve het vertaalwerk, stellen ze de vluchtelingen op hun gemak en zetten ze zich met ziel en zaligheid in voor de vrijwilligers. Zo konden wij ons werk op een goede en veilige manier doen. Geweldige mannen, Nadir was er trots op dit te kunnen doen,” vertelt Petra.

Maar toen werd het november 2017. Petra kwam voor de tweede keer als vrijwilliger naar Moria. En opnieuw ontmoette ze Nadir. “Ik zag direct dat het anders was. Hij woonde inmiddels al zeker 18 maanden op Lesbos. Zijn huid en haren waren flets. De schittering in zijn ogen was verdwenen, hij was enorm onrustig en keek schichtig om zich heen. Hij herkende mij ook en toen ik hem vroeg hoe het met hem ging, keek hij me aan en zei: ‘Ik weet niet meer hoe het met me is’…”

En Petra begrijpt hem. Ook zij is geschrokken van de omstandigheden in Moria. Ze hoopte verbetering aan te treffen, maar het tegendeel bleek waar. Mensonwaardig. Vol. Grimmig. “Zó lang met zoveel mensen in deze omstandigheden wonen. Dat gaat schuren. Dat kan niet anders. Nadir is voor het mij levende bewijs. Het duurt allemaal te lang. Van zijn dromen om het kamp uit te komen, is weinig meer over. ‘Weet je, Petra,’zei hij tegen me. ‘Als ik bericht krijg dat ik eruit mag, door naar Athene… ik weet echt niet of ik dat dan doe. Dit is mijn wereld geworden. Ik weet niet of ik het nog ergens anders ga redden.’ Zijn hoop is volledig weggeslagen. En ik begrijp het nog ook…”.

Als het nodig is, wil Petra terug naar Moria. “Maar ik hoop Nadir dan niet meer te ontmoeten. Omdat hij de kracht heeft hervonden om weer te geloven in een nieuwe toekomst…”.

 

Tekst: Frieda van de Geest

Onschuldig verklaard

Vandaag wil ik jullie een persoonlijk verhaal vertellen; een betekenisvolle anekdote over het leven in Moria; een sprankje hoop te midden van deze nonsens. Een week geleden had ik een gesprek met een wijze jonge Irakese man. We werkten die dag allebei in de bibliotheek. Terwijl we wachten op mensen die boeken kwamen lenen om te lezen, hadden we een vreedzame discussie over Baudelaire, Picasso en Nietzsche. Hij had me zoveel te leren over deze beroemde personen. Voordat hij zijn woonplaats ontvluchtte, was hij docent filosofie. Zijn privé bibliotheek was honderd keer groter dan de plankkasten die we hier een bibliotheek noemen. Zijn leven verschilde niet veel van dat van ons. Op een dag veranderde echter alles en zijn bibliotheek is nu een verzameling tweedehands boeken in het vluchtelingenkamp Moria. En paar maanden nadat hij in Lesbos arriveerde werd hij de bibliothecaris van de Community Center en begon hij zijn dromen op papier te zetten; kleurrijke woorden die uit zijn rusteloze ziel stromen.

Deze post zou gemakkelijk over ons gesprek kunnen gaan, over een van zijn surrealistische gedichten. Het leven is echter zo onvoorspelbaar als een zomerregen en vandaag zal mijn schrijven een andere weg inslaan. Inderdaad, ons gesprek stokte plotseling, als een gebroken droom midden in de nacht. Een kolossale man, lege ogen en verschoten blik, verscheen bij onze cabine. Zijn adem rook naar drank; zijn bevende stem zweette alcohol. Zijn gezicht liet een woede tegen de wereld zien; verbitterd als een gekooid dier. Hij stootte Franse woorden uit, waarschijnlijk met de bedoeling ons pijn te doen in een taal die we niet begrepen. Hij noemde ons demonen; gierige veroveraars van de schoonheid van zijn land. Hij noemde ons cipiers; onbarmhartige vertegenwoordigers van zijn dagelijks lijden. Onverwacht antwoordde ik hem, zijn redenen erkennend en zijn kant kiezend. Niet alleen benaderde ik hem in een gemeenschappelijke taal, maar ik distantieerde me ook van de kolonisatoren door kenbaar te maken dat mijn eigen migratie de reden was dat ik Frans sprak. Dat kortstondige gesprek lost zijn woede niet op; dat fragiele contactmoment verminderde zijn verbittering niet. Maar toch vertrok hij stilletjes en vond zijn weg terug naar huis.

Gisteren had ik weer bibliotheek-dienst. Als in een déjà-vu was ik een week later in diezelfde bibliotheek, pratend met dezelfde wijze vriend over zijn gedichten. Wederom was het gesprek aangenaam. En daarnaast was het aantal mensen dat binnenkwam en om een boek vroeg aanzienlijk gestegen. Niettemin overviel me een onaangenaam gevoel. De dronken verwijten van afgelopen week klonken nog na in mijn hoofd. Het voelde alsof ik vrijgesproken moest worden van zonden die ik nooit begaan had. En het gebeurde: dezelfde kolossale man die me de week ervoor beschuldigde, kwam weer binnen. De woede was niet uit zijn bloed verdwenen, de verbittering stond nog in zijn ogen gegroefd. Maar hij was nuchter en helder. Hij vroeg me om advies en leende een boek uit de bibliotheek. Gisteren konden we de kettingen van zijn lichaam niet breken, maar we slaagden erin de kettingen van zijn ziel te breken. Ik voelde me vergeven.

Neigh of Lamp

Behind the far hills
‏tree is crying
‏No one embraces her
‏Only the wind and the letters of the dead
‏Vibrating, falling of her cages
‏Wake up to her voice, blue rooster
‏Carrying a glass hammer
‏He is Running and falling ground
‏by the umbilical cord
‏It begins from a dry river until the door of God is closed
He is Standing at the door
‏Pleading
‏He See a crucified fish
‏And an apple over an ox horn
‏Then He returns laughing
‏Like a child puts his first step on the tail of a serpent

My poet friend

 

Tekst: Emanuele Politi
Foto: Henk van Lambalgen

Persbericht | Stichting Bootvluchteling rondt missie af op Lesbos

(Click here for English)

De medische missie van Stichting Bootvluchteling op Lesbos is per 1 januari afgerond. Door gewijzigd beleid in het kamp wordt het voor ons steeds moeilijker om op een verantwoorde en veilige manier ons werk te kunnen doen. Door de overbevolking in het kamp kunnen we de veiligheid van ons team en onze patiënten niet garanderen. Tevens is deze missie kostbaar. We willen het geld van onze donateurs zo effectief mogelijk te besteden. Door omstandigheden kunnen we dit niet langer volhouden.

We beseffen ons dat de noodzaak om goede zorg te verlenen onveranderd groot is in vluchtelingenkamp Moria. Onze medisch coördinator blijft daarom op locatie om te onderzoeken of wij in 2018 op een andere verantwoorde manier goede medische zorg kunnen verlenen in samenwerking met de andere Griekse organisaties Keelpno en ERCI. Wij kijken dankbaar terug op twee en een half jaar medische missie op Lesbos waarin we een groot verschil mochten maken in de levens van mensen in nood.

De komende maanden zullen wij onze psychosociale activiteiten uitbreiden in kamp Moria. In december is ons nieuwe community centrum met school en bibliotheek geopend. Hier worden dagelijks lessen verzorgd voor volwassenen en kinderen. Daarnaast gaan wij ons meer focussen op het geven van trainingen rond mentale gezondheid, waarin onder andere ademhalingsoefeningen gegeven om beter om te gaan met stress en lezingen hoe om te gaan met suïcidale gedachten.


Meer informatie over dit bericht kunt u opvragen bij Evita Bloemheuvel, persvoorlichter Stichting Bootvluchteling: evita@bootvluchteling.nl of 06-48038570