Persbericht | Herstart medische missie Lesbos

Op 31 december 2017 trok Stichting Bootvluchteling de medische missie terug uit kamp Moria, omdat het op dat moment niet mogelijk was de missie op ons gewenste niveau te krijgen en wij niet langer de toereikende fondsen hadden. Helaas is gebleken dat de capaciteit van plaatselijke hulpverleners om langdurig te voorzien in de vraag naar gezondheidszorg in het kamp ontbreekt.

Om deze reden hebben wij besloten om onze medische missie per 1 mei 2018 te herstarten in kamp Moria. Na een gedegen onderzoek ter plaatse en een goede voorbereiding in het kamp, durven wij deze stap met vertrouwen te zetten. De medische missie is beter voorbereid; met stabielere financiën, een verbeterde registratie, waarborging van privacy van patiënten en een uitgebreider team in Nederland en Lesbos.

Wij kijken er naar uit om weer noodzakelijke medische zorg te verlenen aan kwetsbare mensen in kamp Moria.

Foto: Henk van Lambalgen

Meer informatie over dit bericht kunt u opvragen bij Margriet van der Woerd, persvoorlichter Stichting Bootvluchteling: pers@bootvluchteling.nl

 

Verdien ik wat ik heb doorgemaakt?

Iedereen probeert zijn/haar leven te begrijpen. Goede en slechte dingen overkomen je met een reden. Dat is hoe ons brein werkt, dat is wat onze familieleden, andere mensen en de maatschappij ons vertellen. Het gevoel grip te verliezen op de omgeving om ons heen, om verwikkeld te raken in een stormachtige wind en daarmee achteloos slachtoffers te worden van ons lot, is pijnlijk en beangstigend. Het maakt niet uit wat iemand deed in het verleden. Het maakt niet uit of iemand vrijwillig is weggevlucht uit het thuisland of niet. Er is geen ziel in dit kamp dat had kunnen voorspellen welke Odyssee ze door zouden maken. Om met een quote van iemand anders te spreken: Als je nadenkt, als je conventioneel een oordeel velt, dan zal je hen veroordelen tot vijfduizend jaar cel plus bijkomende kosten. Maar als je het begrijpt, als je je blik een moment op hen laat rusten, al zijn het geen lelietjes het zijn nochtans slachtoffers van deze wereld.

Het lijkt een simpele boodschap om te versturen, in het bijzonder naar hen die verkracht zijn en verminkt, mishandeld en tot slaaf gemaakt. Schokkend; zij die het meeste leden zijn tevens degenen die zichzelf het meeste kwalijk nemen. Ze voelen zich beschaamd dat ze niet sterk genoeg waren zichzelf te verdedigen. Ze voelen zich schuldig dat ze niet goed genoeg waren om zich te houden aan wat ze hun families hadden beloofd. Ze voelen zich dwaas omdat ze geen vraagtekens hebben gezet bij de slechte persoon die hen bedonderde. Vandaag zat er een man ineengekrompen op de grond; hij bedekte zijn hoofd om zich af te sluiten van de realiteit die hij onder ogen moest zien: flashbacks die hem nooit met rust lieten. Hij voelde schaamte over iets waarvan hij ons niets vertellen kon. Verdwaald in de duisternis in zijn hoofd. Zijn stille schreeuw resoneerde in de cabine… oorverdovend.

Tekst: Emanuele Politi

Mensen uit Moria

Het mooie aan een omgeving als kamp Moria is dat je samen aan een gemeenschappelijk doel werkt en de gesprekken echt zijn. De interactie is bijzonder, maar bovenal wanneer je samen lacht. Het is echt. De mensen in kamp Moria zijn hele normale mensen met ongelukkige omstandigheden. Het aangaan van gesprekken zorgt voor een gevoel van normaliteit in een bizarre situatie als deze. Een paar mensen maakten deze week een diepe indruk op mij. Daar gaat deze blog over.

De eerste persoon waar ik iets over ga vertellen is een kleine tienjarige jongen uit Kaboel. Toen ik hem voor het eerst ontmoette probeerde ik te communiceren met een volwassen man in het Engels. Het jongetje zei: ‘It’s important to know English, it’s very useful’. Hij liep rond in het Community Centrum en liet mij zien hoe goed hij kon hoela hoepen. Ik probeerde het ook, maar mijn hoepel viel na twee seconden op de grond. We kletsen ongeveer een halfuur. Na een tijdje verontschuldigde hij zich dat hij zo lang bleef plakken, maar hij wilde graag zijn Engels oefenen. De kleine jongen was erg open over zijn vroegere leven in Kaboel. Hij vertelde over de Taliban en de constante bomaanslagen rondom zijn woonplaats. Ook vertelde hij dat zijn ouders waren gestorven en dat zijn oudere broer besloot om samen met hem te vluchten. Ze hadden duidelijk een plan, waaronder de Engelse taal leren.

De jongen leerde in één jaar vloeiend Engels spreken en zelfs een klein beetje Duits. Hij vertelde mij over zijn familie in Duitsland en dat hij niet kon wachten om daarheen te gaan en zoveel mogelijk Duitse boeken te lezen. In de tussentijd maakte hij iets van papier en vertelde dat hij droomt om een kunstenaar te worden. Ik wist niet meer wat ik moest zeggen toen hij mij zijn kunstwerkje liet zien. Deze jongen was zo ongelofelijk slim, veerkrachtig en gemotiveerd. Ik zag de honger in zijn ogen naar kennis en een betere toekomst. Hij had op zo’n jonge leeftijd al zoveel meegemaakt. Iets wat ik mij niet kon voorstellen.

Extrinsieke motivatie is beperkt in kamp Moria, maar het is duidelijk dat iets dit kind motiveert en dat maakt mij ontzettend blij. Het is deze innerlijke motivatie die we moeten stimuleren en gebruiken. In de vorm van scholing of gewoon een simpel gesprek. Mensen met waardigheid en respect behandelen is in een situatie als deze buitengewoon belangrijk. Ik zal deze jongen altijd onthouden. Ik hoop hem over tien of vijftien jaar nogmaals te ontmoeten, maar dan als trots eigenaar van zijn schilderijen.

 

Tekst: Sindhuja Sankaran
Foto: Bas Bakkenes
*De jongen op de foto is niet de jongen uit de blog