Jij voegt als vrijwilliger echt iets toe

‘Als leraar op de ‘Moria School of Hope’ werken kan erg uitdagend zijn, maar het is vooral belonend. In het begin vond ik het moeilijk om de balans te vinden tussen het stellen van grenzen en empathie tonen. Je weet wat veel van deze kinderen doorstonden en begrijpt hun gedrag, maar je moet soms ook streng zijn om ze de structuur te bieden die ze zo hard nodig hebben. Wat ik bijzonder vind om te zien, is dat de kinderen ondanks alles wat ze meemaakten en ondanks hun huidige situatie in Moria, toch naar school komen om te leren en spelen. Ze lopen door de modder, langs de tenten en het prikkeldraad om naar ons community centre te komen. Alsof alles normaal is. Ik weet nog dat ik een vader zag die zijn dochter naar school bracht op haar eerste dag. Hij droeg haar rugzak en naamkaartje en gaf ze aan haar bij de deur. Hij drukte een kus op haar wang voor hij haar naar binnen liet gaan. Dit herinnert mij eraan dat deze mensen boven alles gewoon ouders zijn die op hun kinderen letten en ze een zo goed mogelijk leven proberen te geven. Ik denk ook dat het verbluffend is dat mensen die in Moria leven vrijwillig les willen geven op onze school. Er is zoveel gaande in hun eigen leven en omgaan met de kinderen kan echt pittig zijn. Toch doen ze het. Ik bewonder hun kracht en vriendelijkheid.’

Dit antwoordde lerares Richeal uit Dublin toen ik haar vroeg hoe ze het vond om in Moria te werken voor Stichting Bootvluchteling. Het was moeilijk om haar gevoel kort samen te vatten, zei ze. Ik stelde haar gerust: ik zou de kern wel uit haar antwoord halen. Maar ik was zo geraakt door elke zin dat kiezen ook voor mij onmogelijk was.

Richeal symboliseert wat me direct opviel aan het werk van Stichting Bootvluchteling toen ik op Lesbos aankwam als mediavrijwilliger. De stichting zet getalenteerde vrijwilligers in en biedt ze de randvoorwaarden en vrijheid om een unieke bijdrage te leveren aan de missies. Tijdens hun verblijf voegen ze allemaal een stukje eigen ervaring en expertise toe. Met volle overgave. Dat leidt tot goed doordachte programma’s en hoogwaardige hulpverlening. Ik zag Richeal in actie op school en we praatten over haar bijdrage aan het leerplan.

‘Hello, how are you today?’

Een paar dagen na mijn aankomst ging ik op woensdagochtend mee naar het community centre van Stichting Bootvluchteling in Moria. Dit is een iso box (een soort container) met drie kleine ruimtes. Vanuit dit centrum runt de stichting haar psychosociale missie. De basisschool – The Moria School of Hope – is onderdeel van die missie. Vluchtelingen die in hun thuisland als leraar werkten, geven er elke doordeweekse ochtend les aan kinderen van 6 t/m 10 jaar. Ze krijgen ondersteuning van vrijwilligers van de stichting, zoals Richeal.

Richeal is nu ruim 2 maanden op Lesbos en de zogeheten ‘focusperson’ voor de basisschool. Dat wil zeggen dat ze verantwoordelijk is voor dit deel van de missie. Over een week vertrekt ze. Niet naar huis: ze wil nog meer vrijwilligerswerk doen. Het liefste met vluchtelingen die al wat verder zijn in de asielprocedure. Zo krijgt ze een completer beeld van wat deze groep die haar zo raakt doormaakt. En bij voorkeur in Italië, omdat ze Italiaans wil leren. Daarna is haar sabbatical van een jaar voorbij en keert ze terug naar Dublin, waar ze lesgeeft aan kleuters op een basisschool. Deze kinderen spreken thuis Engels, maar het is de bedoeling dat ze Iers onder de knie krijgen. Daarom mag Richeal alleen Iers spreken tijdens haar lessen. Communiceren met kinderen in een taal die ze nog niet goed kennen is ze dus wel gewend.

Dat was duidelijk te merken die woensdagochtend. Kalm en met handen, voeten en gezichtsuitdrukkingen zorgde ze ervoor dat de kinderen in Moria netjes in de rij stonden om het community centre binnen te mogen. ‘Hello, how are you today?’ klonk het tegen elk kind, en ze schudde ze de hand. Van de meeste kinderen kreeg ze ‘Fine thank you, how are you?’ én een dikke glimlach terug.

Het was een gek gezicht. Die rij van lachende kinderen in de modder, tussen de kapotte tenten en het prikkeldraad. Als ik de omgeving wegdacht leek het een doodnormale schooldag, zoals mijn neefje die in Nederland heeft. Toen ik later met Richeal sprak bleek dat precies de bedoeling. ‘Deze school moet een fijne, gestructureerde plek zijn zoals elke andere school, waar kinderen zich veilig voelen en gewoon even kind kunnen zijn.’

Ze vertelde ook dat het wel even duurde om het trekken, duwen en schreeuwen voor de deur om te buigen. Veel kinderen in Moria gingen thuis maar kort of nog nooit naar school, leven al lange tijd zonder structuur en ervaren continu spanning en agressie in het kamp. Deze factoren kunnen een enorme invloed hebben op hun mentale gezondheid. Hun gedrag weerspiegelt dat.

Richeal: ‘Sommige kinderen hier op school hebben veel moeite met focussen, rustig werken, stilzitten, delen en in een kleine ruimte zijn met andere kinderen.’

Meer focus op structuur en sociale vaardigheden

Naast het bieden van een veilige plek werden structuur aanbrengen en sociale vaardigheden leren dan ook de belangrijkste doelen van de Moria School of Hope. Structuur geeft kinderen een geaard gevoel en is essentieel voor een gezonde ontwikkeling. Sociale vaardigheden zijn nodig om hier (en later in de maatschappij) te overleven.

‘In Dublin zijn dit ook speerpunten op de basisschool’, zegt Richeal. ‘Maar voor kinderen in Moria kan het extra moeilijk zijn om te wennen aan structuur en sociale skills te ontwikkelingen, omdat ze in het kamp verder veel vrijheid hebben.’ Daarom vergrootte ze de focus in het leerplan op deze onderwerpen.

Dat deed ze bijvoorbeeld door samen met de leraren een lijst te maken van belangrijke gedragingen voor structuur en sociale interactie op school. Denk aan je handen bij jezelf houden, recht zitten op je bankje en je hand opsteken als je het antwoord op een vraag weet. Ze hing plaatjes van deze gedragingen op in de klas en laat de kinderen er elke dag mee oefenen. De vooruitgang is verbluffend!

Oefenen met basale gedragingen als recht op je bankje zitten en je handen thuis houden klinkt misschien als iets kleins, maar het effect is zo groot. Door de kinderen structuur te bieden en duidelijke grenzen te stellen, verbeteren niet alleen hun sociale skills maar ook de sfeer op school enorm. Dat geeft die broodnodige ruimte om veilig te leren en te spelen.

Om kind te zijn.

Ook jij kan echt iets toevoegen!

Wil jij jouw ervaring en unieke skills net als Richeal inzetten om de hulpverlening van Stichting Bootvluchteling in Moria nog beter te maken? Meld je dan aan als vrijwilliger.

 

Tekst: Suzie Geurtsen
Foto’s: Kathelijne Reijse Saillet

Herstart medische missie: jij bent belangrijker dan je denkt

Stel je voor. Rillend kruip je vijf uur ‘s ochtends met gebogen rug uit je kleine tent. Je hebt honger, maar het duurt nog even voor je eten kan krijgen. Je verlangt naar een warme douche, maar het water is vaak koud. En het is nog donker; dan is het gevaarlijk in de doucheruimtes. Een meisje dat je kent is er eergisteren nog aangerand. Je bent uitgeput, fysiek maar ook mentaal. Toch voel je de adrenaline door je lijf stromen want je kleintje van 1,5 is al een paar dagen ziek. Haar hoofd is warm, ze eet slecht en huilt veel. Het móet je echt lukken om vandaag een dokter te spreken. De medische cabine gaat pas om 8.00 uur open, maar je gaat vast voor de deur staan. Zo heb je misschien een grotere kans om aan de beurt te komen. Al snel blijk je niet de enige met dit idee. Als je bij de cabine komt op level 4 van het vluchtelingenkamp waar je ‘woont’ zie je een grote groep onrustige mensen. Zo’n 40 man schat je. Je hoort een man van middelbare leeftijd kreunen, hij zit op de grond en grijpt naar zijn hoofd. Ook klinkt er geschreeuw achter je. Je draait je om en ziet een zwangere vrouw met een vertrokken gezicht en haar handen rond haar buik. Ze is alleen. Je loopt naar haar toe en legt je hand op haar rug. Met je andere arm houd je je dochtertje stevig vast. Je kust haar warme voorhoofd en doet een schietgebedje.

Momenteel is dit de schokkende realiteit in vluchtelingenkamp Moria op Lesbos door een tekort aan medische capaciteit. Waarschijnlijk vond je het lastig om jezelf in deze situatie te plaatsen. Voor jou is de dokter maar een belletje weg en je kan er met alles terecht. Een dikke teen, raar uitziende moedervlek, acute buikpijn: even bellen om te checken of het iets ergs kan zijn en je onrust is verdwenen. Is het spoed? Dan mag je meteen langskomen. Jouw leven telt! Uren van te voren bij de deur staan doen we alleen als we als eerste de nieuwe iPhone willen hebben, of bij een concert. Dat mensen dat in Moria moeten doen om te overleven is niet voor te stellen. Wij vinden dat onmenselijk. Jij ook?

Daarom willen we op 1 mei weer een medische missie starten. Dit plan valt of staat met medici en donaties. In deze blog leggen we uit hoe de medische missie er concreet uitziet. En waarom jij meer kan betekenen dan je denkt.

Altijd een arts beschikbaar voor welk probleem dan ook

Het doel van de medische missie is zorgen dat er altijd een arts beschikbaar is voor welk probleem dan ook. Dat betekent niet dat we ook alle problemen kunnen oplossen, we verwijzen regelmatig door. Het betekent wel dat we er onvoorwaardelijk willen zijn voor de mensen in Moria. Dat doen we door te zorgen dat ze 24/7 bij een arts terecht kunnen: wij bemannen onze medische cabine tussen 16.00 uur en 8.00 uur, een andere instantie biedt zorg tijdens de overige uren. En door écht aandacht te hebben voor patiënten.

Onze artsen draaien shifts van zo’n acht uur in teams van vier. Twee artsen behandelen patiënten in aparte spreekkamers. De twee andere medici doen intakes in de tussenruimte om te bepalen wie behandeling nodig heeft en wie met dit gesprek al geholpen is. Ook doen zij de administratie en houden ze het rustig buiten.

In één dienst zien onze medici gemiddeld 80 patiënten. Dat is veel, ongeveer twee keer zoveel als huisartsen in Nederland. Meestal kunnen we zo iedereen zien die naar onze cabine komt.

Invloed medische missie reikt verder dan onze cabine

Mensen in Moria zoeken hulp van artsen om uiteenlopende redenen. Soms zijn het kwesties van leven of dood. Zo kwam er in december nog een jongen onze medische cabine binnen met een slagaderlijke bloeding in zijn nek door een gevecht. Maar het meeste zien we stressgerelateerde klachten, paniekaanvallen en maagdarmproblemen. Veel aandoeningen van psychische aard dus. We merken dan ook dat veel patiënten vooral een luisterend oor nodig hebben. En een veilige plek waar iemand klaar staat om voor ze te zorgen. Altijd en onvoorwaardelijk.

Dat is niet alleen belangrijk voor de mensen met klachten die naar onze cabine komen, maar voor alle momenteel ruim 5000 mensen in Moria. Iedere man, iedere vrouw, ieder kind. Weten dat je geholpen kan worden als dat nodig is geeft rust. En een rustiger Moria is een veiliger Moria. De impact van onze medische missie reikt zo verder dan onze cabine.

“Ik ben zo blij dat jullie er zijn, dat jullie aandacht hebben en luisteren.”
Joseph, 25 jaar, uit Congo

 

Dit is nodig om de missie te starten en draaien

Om de medische missie te kunnen starten en draaien hebben we twee dingen nodig: medici en geld.

Medici
We hebben continu een team van tien artsen en verpleegkundigen nodig om de medische missie te kunnen draaien. Het is hard werken onder vaak lastige omstandigheden met beperkte middelen. We vinden het dan ook bijzonder dat zoveel talentvolle mensen naar Lesbos kwamen en komen om zich vrijwillig in te zetten voor de mensen in Moria. Vaak zelfs tijdens vakanties van hun drukke banen thuis. Bewonderenswaardig!

Hoewel vrijwilligers hier komen om de mensen in Moria te helpen, horen we vaak dat ze zelf ook een stuk rijker naar huis gaan. Zowel op professioneel als persoonlijk vlak. In Nederland werk je als arts vaak met strikte protocollen en ben je een klein onderdeel van een goed geoliede, geavanceerde machine. Hier staat aandacht voor de mens centraal, heb je lang niet alle nodige middelen en materialen voor handen en ben je aangewezen op je eigen inschatting in iedere nieuwe situatie. Je maakt de missie zelf tot een succes samen met je team: vaak mensen van over de hele wereld met ieder unieke skills. Daar leer je veel van. En echt iets kunnen betekenen voor anderen maakt gelukkig, hoe gek dat in deze context misschien ook klinkt. Veel vrijwilligers komen vaker terug naar Moria, omdat ze het zo fijn vinden om iets te kunnen doen voor de mensen daar.

‘Moria heeft een inspirerende atmosfeer. Ik voel me hier erg nuttig en verlies mezelf in het bieden van medische zorg aan de mensen die er leven. Zo vind ik mezelf. Wie gezondheid heeft, heeft hoop. En wie hoop heeft, heeft alles.’
Lucie Blondé, 26 jaar, huisarts uit Gent

Geld
De medische missie kost ongeveer 10.000 euro per maand. Dat geld hebben we vooral nodig voor materialen en medicijnen. Daarbij kan je denken aan verband, krukken, hechtnaalden, infusen, antibiotica en pijnstillers. En voor transport om bovengenoemde spullen en de teams dagelijks van en naar Moria te krijgen.

Jij kan meer betekenen dan je denkt

De problematiek in Moria is levensgroot. Dat raakt je waarschijnlijk, maar kan tegelijk ook een machteloos gevoel geven. Misschien denk je: ‘Als individu kan ik weinig doen, het heeft geen zin.’ Toch kan je meer betekenen voor onze medische missie dan je denkt.

Als arts of verpleegkundige maak je in Moria écht het verschil. Wil jij die veilige haven zijn en je grenzen verleggen? Meld je dan aan als vrijwilliger

Heb je geen medische achtergrond? Ook dan kan je veel betekenen voor de medische missie met een gift. Jouw steun maakt het mogelijk om materialen, medicijnen en het transport te financieren. Het klinkt cliché, maar elke euro helpt.

 

Foto header: Bas Bakkenes