Als je ertoe doet voel je je beter, ook als je vastzit in Moria

Probeer jij je wel eens te verplaatsen in vluchtelingen die in Moria wonen? Je voor te stellen hoe het zou zijn om in dit kamp te leven met je gezin? Op 21 m² met een ander gezin dat je niet kent, uren in de rij staan voor eten, bang om ‘s nachts naar de wc te gaan en dat je kinderen doodvriezen, niet wetende hoe lang dit alles nog duurt en hoe jullie toekomst eruit ziet. Ondertussen probeer je alles wat je de afgelopen jaren meemaakte te verwerken. Je hebt ‘s nachts flashbacks van geweerschoten in je thuisland, van je man die stokslagen krijgt in Turkije. En omdat je continu bang bent dat jullie terug moeten naar deze gevaarlijke plekken krijg je paniekaanvallen. Je hebt geen identiteit meer, want wie ben je zonder thuis, zonder werk, zonder doel? Je hebt geen vrijheid meer, want je mag Lesbos niet af. Je hebt geen hoop meer, want je dacht dat het in Griekenland eindelijk beter zou worden.

Zakte de moed je al in de schoenen toen je je voorstelde om langere tijd op 21 m² te wonen met een vreemd gezin? En vraag je je af hoe vluchtelingen het hoofd boven water houden in deze moeilijke situatie? Onderzoek laat zien dat er één ding is wat ons zelfs onder gruwelijke omstandigheden kan opbeuren: zingeving.

Het is moeilijk voor vluchtelingen om zingeving te vinden in Moria. In deze blog vertel ik waarom en hoe Stichting Bootvluchteling hierbij helpt.

Zingeving zorgt voor houvast

Zingeving draait om deel uitmaken van iets groter dan jijzelf: nuttig zijn, ertoe doen, wat betekenen. Het is een universele menselijke behoefte. Dat wil zeggen dat we het allemaal nodig hebben om ons goed te voelen. Het helpt ons om wat we doen en meemaken te verklaren en geeft zo houvast. Daardoor kan het ook een enorme krachtbron zijn in onzekere tijden.

Vaak ervaren we zingeving als we een doel nastreven of ons verbonden voelen met anderen, maar de precieze invulling verschilt per persoon. De een voelt zich nuttig door voor familie te zorgen, de ander door in een vluchtelingenkamp te werken en weer een ander door afval in de buurt op te ruimen. Het verschilt ook per situatie. Hier in Moria voelt het voor mij bijvoorbeeld waardevoller om een praatje te maken met mensen op straat dan thuis in Nederland.

Jij en ik leiden levens vol met zaken waar we betekenis uit kunnen halen: werk, geloof, sociale contacten, hobby’s. Voor vluchtelingen in Moria is dat moeilijker. Ze maakten nare dingen mee die hun hoop op de proef stellen, hebben geen werk en niks om naartoe te leven. Als ze alleen naar Lesbos kwamen is er ook niemand om voor te zorgen, niemand om voor te leven. Ze kunnen niet veel anders doen dan wachten. Dagen, maanden, jaren op een lot waarover anderen beslissen. Dat kan zorgen voor leegte, wanhoop, een deuk in hun zelfvertrouwen en zelfs voor depressies en zelfmoordpogingen.

Door vluchtelingen ruimte te geven om zich nuttig te voelen – ook al is het maar even – kun je dit tegengaan én de nodige houvast bieden om Moria te overleven. Stichting Bootvluchteling doet dit dan ook waar ze kan.

Zo laten we vluchtelingen merken dat ze ertoe doen

We laten vluchtelingen op verschillende manieren merken dat ze ertoe doen. Toen het Community Centre ingericht moest worden, vroegen we bijvoorbeeld hulp van vluchtelingen die in hun thuisland als timmerman of schilder werkten. Zij maakten de kasten en schoolbankjes. Voor onze emotional wellbeing workshop en onze medische shifts vragen we vluchtelingen die zowel Engels als de taal van de doelgroep spreken, om te vertalen. En ook de Engelse en basisschool lessen in ons Community Centre worden gegeven door vluchtelingen die in hun thuisland als leraar werkten. Wij maken een leerplan, overleggen eens per week met de leraren hoe het gaat en of we iets aan moeten passen en springen bij waar nodig.

Vorige week praatte ik met Jabber: een van onze leraren. Hij ontvluchtte de oorlog in Syrië en kwam vier maanden geleden aan op Lesbos samen met zijn dochter, haar man, hun vier kinderen en de zus van zijn schoonzoon. Maar hij heeft meer kinderen: twaalf maar liefst! Een aantal van hen is nog op de vlucht in het Midden-Oosten. Hij hoopt dat ze snel samen kunnen zijn. Jabber geeft al zijn hele werkende leven Engelse les op middelbare scholen, in Syrië, maar ook in Jemen en in de Verenigde Arabische Emiraten. Hij vertelde me wat het voor hem betekent om Engelse les te geven aan andere vluchtelingen in Moria.

‘Natuurlijk wil ik hier lesgeven. Sister, als mensen hulp nodig hebben, moet je het aan ze geven. Lesgeven maakt me ook gelukkig. Ik vind het ook fijn om te lezen, maar het is goed om verbonden te zijn met mensen en om gevoelens te delen.’

Naast vluchtelingen ruimte geven om hun talenten te benutten, laten we ook op andere manieren merken dat ze ertoe doen. De dagelijkse social shifts zijn hier een voorbeeld van. Dan vragen we mensen in Moria hoe het gaat, laten we weten dat we er zijn en dat hun gezondheid en gevoelens belangrijk zijn voor ons. Ook doen we veel in groepsverband, zoals de emotional wellbeing workshop en stress relief classes. Door moeilijke ervaringen met elkaar te delen tijdens deze lessen voelen deelnemers zich verbonden en zo onderdeel van iets groters.

‘Alle deelnemers komen uit verschillende landen. We delen onze gevoelens en ideeën. Het voelt als een familie.’

– Deelnemer emotional wellbeing workshop  

Help jij mee?

Om het leven in Moria draaglijker te maken, geven we vluchtelingen zoveel mogelijk ruimte om betekenis te vinden. Bijvoorbeeld door mensen als Jabber te helpen om op zijn beurt anderen te helpen. Zo geven we het stokje door en zien we mensen opbloeien. Wil jij hieraan bijdragen? Dat kan door te doneren: zelfs een euro helpt! Of door je aan te melden als vrijwilliger.

Tekst: Suzie Geurtsen
Foto’s: Kathelijne Reijse- Saillet

 

Onze Code of Conduct

Een vluchtelingenkamp vol verschillende culturen, werken onder lastige omstandigheden en elke maand nieuwe vrijwilligers: gaat dat nooit mis? Hoe borg je de professionele afstand en hoe zorg je ervoor dat iedereen het eens is over gepast gedrag? Wij doen dat onder meer met onze Code of Conduct. We vertellen je daar graag meer over.

Wat is dat, een Code of Conduct?

Een Code of Conduct is een set gedragsregels, een gedragscode. Ethiek en morele codes spelen daarbij een belangrijke rol. De code geeft aan wat als acceptabel en wenselijk gedrag wordt beschouwd.

Sinds 2015 heeft Stichting Bootvluchteling al ruim 2.500 vrijwilligers uitgezonden naar Griekenland en Italië. Sommige vrijwilligers gaan voor 2 weken, anderen voor meerdere maanden. Het zijn stuk voor stuk mensen die hun talenten en ervaring willen inzetten voor een medemens in nood. Trots noemen wij deze kanjers dan ook onze kracht.

We sturen niet zomaar iedereen die kant op. Voor ons psychosociale en medische werk is het van belang dat vrijwilligers over de juiste opleiding en werkervaring beschikken. Het zijn dus professionals. Maar dat betekent niet dat we ze dan maar loslaten en hun eigen ding laten doen. Wij hechten waarde aan kwalitatieve programma’s, zoals ons lesprogramma en onze mental health workshops. Daarom zijn er ter plekke coördinatoren, in dienst van de stichting, die voor 6 maanden worden uitgezonden. Zij ontwikkelen de programma’s, maken planningen, zien toe op de kwaliteit, begeleiden vrijwilligers en zorgen voor een goede samenwerking met andere hulporganisaties.

Het werken in een vluchtelingenkamp heeft veel uitdagingen. Het is een plek waar meer dan 20 verschillende bevolkingsgroepen met elkaar moeten samenleven. Daarom moet je bewust omgaan met cultuurverschillen en keuzes te maken over gepast gedrag. Ook kun je je misschien wel voorstellen dat het soms lastig is om je professionele afstand te bewaren. Je herkent jezelf in de moeder die tegenover je zit en zou haar graag iets extra’s geven. Of wat doe je als je een groepje vluchtelingen herkent die een ijsje eten buiten het kamp, schuif je aan of hoort dat niet?

Het is belangrijk om het met elkaar eens te zijn over wat gepast is en wat niet. En dat is waar onze Code of Conduct voor is. De coördinator bespreekt de code nadrukkelijk met een nieuwe vrijwilliger en vervolgens zet hij (of zij) zijn handtekening eronder. Zo weten we zeker dat hij op de hoogte is van onze afspraken. En spreken we hem er op aan als hij zich er niet aan houdt.

Wat staat daar dan in?

In onze Code of Conduct staat onder andere dat je geen alcohol mag drinken of verdovende middelen mag gebruiken voor en tijdens werktijd. Je mag geen intieme persoonlijke relaties aan gaan met een vluchteling voor of met wie Stichting Bootvluchteling activiteiten organiseert of hulp aan verleent. Ook is het niet toegestaan om contactgegevens uit te wisselen. Het nemen van foto’s van vluchtelingen in of buiten het kamp is eveneens niet toegestaan. Dat heeft te maken met privacy en de regels van het kamp management. Verder staan er regels in over het omgaan met vertrouwelijke informatie bijvoorbeeld. En we hebben als regel dat het niet is toegestaan om een vluchteling een voorkeursbehandeling te geven. Misschien lijkt het allemaal heel streng, maar duidelijke grenzen zijn belangrijk om onze professionaliteit te borgen en zowel vluchtelingen als vrijwilligers te beschermen.

En als iemand zich er niet aan houdt?

In eerste instantie gaat de coördinator een gesprek erover aan. Op basis van dat gesprek wordt besloten of een officiële waarschuwing van toepassing is. Bij een tweede overtreding worden er maatregelen getroffen, of de werkzaamheden worden geheel gestopt. Een aantal overtredingen leidt zelfs tot het naar huis sturen van een vrijwilliger, zonder waarschuwing vooraf. Zoals bijvoorbeeld illegale handelingen of het starten van een relatie met een vluchteling.

Zijn vrijwilligers dan een stelletje losbandige feestbeesten?

Nee zeker niet. Vrijwilligers komen niet om lekker vakantie te vieren en de bloemetjes buiten te zetten. Maar we hebben wel te maken met goede bedoelingen die verkeerd kunnen uitpakken. Stel je ziet een jongetje bij het community centre dat honger heeft, dan kan het vreselijk moeilijk zijn om hem niet de appel te geven die je in je tas hebt zitten. Maar het is niet verstandig: we hebben immers afgesproken dat we niet aan voorkeursbehandelingen doen. Dat zou tot vreselijk ingewikkelde situaties leiden, waarbij ook cultuurverschillen een rol spelen. Wat goed bedoeld is, kan door iemand vanuit een andere cultuur volkomen anders geïnterpreteerd worden.

Maar hoe zit dat met hun vrije tijd?

Vrijwilligers werken hard, 6 dagen per week. We gunnen ze hun vrije tijd. Het verschilt hoe zij die doorbrengen. De één houdt van de rust en de natuur, de ander gaat graag wat drinken na werktijd. We vragen vrijwilligers om zich altijd bewust te zijn van hun professionele rol. En bepaalde zaken, zoals het aangaan van een relatie met een vluchteling, is natuurlijk ook buiten werktijd nog steeds niet toegestaan. Dat neemt niet weg dat vluchtelingen en vrijwilligers elkaar kunnen tegenkomen bij het uitgaan in dancings of café, je komt elkaar dan tegen op de dansvloer. Die situaties zijn bijna niet te vermijden. Hoe je daarmee omgaat wordt open met de vrijwilligers besproken.

Een relatie met een vluchteling is nadrukkelijk niet toegestaan. Maar hoe zit het met vrijwilligers onderling? Dat is minder zwart-wit, kan oprichter en directeur van de stichting Annerieke Berg vertellen: ‘Tsja, wat doe je als twee collega-vrijwilligers verliefd op elkaar worden?’ Ze maakte het mee in 2016. ‘We hebben natuurlijk afspraken gemaakt. Het mag het werk niet beïnvloeden en het team mag er geen last van hebben. Een relatie tussen een coördinator en vrijwilliger zullen we bijvoorbeeld niet toelaten tijdens hun tijd op het eiland.’ In het geval van de collega-vrijwilligers was daar echter geen sprake van. En het bleek zelfs echte liefde. ‘Deze zomer gaan ze trouwen!’

En met een Code of Conduct, gaat het dan nooit meer mis?

Nee zo simpel is het helaas niet. Het hebben van een Code of Conduct betekent niet dat hij nooit overtreden wordt. Daarom is het goed dat onze coördinatoren alert zijn op de naleving van de gedragsregels. ‘Ik merk dat we op dit moment een heel professioneel team hebben,’ vertelt logistiek coördinator Noraly Schiet. ‘Er is een open sfeer, waarin we ons gedrag kunnen bespreken. Dan komt iemand bijvoorbeeld bij me met de vraag:  een vluchteling uit het kamp kwam naar me toe toen ik op een terras zat, hoe moet ik met zo’n situatie omgaan?’

We leren en we passen ons aan

Stichting Bootvluchteling bestaat sinds 2015. Zeker in het begin waren er incidenten die duidelijk maakten dat we ons beleid en gedragsregels moesten verscherpen. Dat hebben we gedaan en dit is dus niet nieuw. Nog steeds gaan er wel eens dingen mis, maar we zijn duidelijk over de afspraken en de consequenties. We maken inschattingen van gepast gedrag op basis van, inmiddels, jaren ervaring in de kampen. De unieke situatie in Griekenland, waar er op de grens van Europa culturen van over de hele wereld samenkomen, vereist dat we dagelijks nadenken over professionele acties passend bij de omstandigheden. We zijn trots op het team waar we dat mee doen!

 

Foto’s: Kathelijne Reijse Saillet (foto 1, 2, 3 en 5) en Henk van Lambalgen (foto 4)

Mustafa (7) verslaat Moria, zonder gehoor

Een collega van de stichting vertelde een paar weken geleden hoe een grotendeels doof jongetje op school in Moria een bomexplosie uitbeeldde; waarschijnlijk de oorzaak van zijn handicap. Ik had direct medelijden. Zelfs mét al je zintuigen is het moeilijk om je hoofd boven water te houden in dit kamp. Alles is nieuw, chaotisch, gevaarlijk. Ik dacht aan hoe akelig ik het vind om met oordoppen te slapen op een nieuwe plek. Het is moeilijk om een compleet beeld te vormen van je omgeving zonder geluid. En wat als er gevaar dreigt? Dan kunnen je oren je niet waarschuwen! Dit jongetje komt continu in nieuwe (dreigende) situaties met nieuwe mensen en kan zijn oordoppen nooit uitdoen. Ik voelde een lichte vlaag van paniek. Wat moet hij zich verloren voelen, dacht ik.

Tot ik Mustafa (7) zelf ontmoet. Het is een maandagochtend op school. Ik wil hem helpen met wat sommetjes, maar als ik even wegkijk is hij al klaar. En dat laat hij me weten ook. Met grote ogen trekt hij aan mijn mouw en wijst hij driftig naar zijn papiertje. Dit is de eerste, maar zeker niet de laatste keer dat ik de kracht in dit kind zie. Het raakt me. En het maakt me nieuwsgierig: welk verhaal schuilt achter deze kleine leeuw?

Ik besluit zijn moeder te zoeken om dat uit te zoeken. Dit werd een van de bijzonderste dagen uit mijn leven. Die deel ik graag met jou.

Trotse ouders

Op een woensdagmiddag ga ik samen met fotograaf Kathelijne en een tolk op zoek naar Mustafa’s container van pakweg 20m2. Hij woont hier met zijn moeder, vader, twee zussen en een ander gezin van vijf personen. Als we aankomen ontvangen ze ons hartelijk voor de deur. De warmte van vluchtelingen hier blijft me ontroeren. Ook nu weer. Met hulp van de tolk leg ik uit dat ik verhalen schrijf over mensen in Moria voor de website van Stichting Bootvluchteling. Ik deel dat ik Mustafa een bijzonder kind vind, dat ik graag over hem wil schrijven en vraag of moeder wat vragen wil beantwoorden. En of Kathelijne foto’s mag maken. Mustafa’s ouders gloeien van trots en willen graag helpen. Ik bedank enthousiast en vertel dat ik samen naar een rustige plek net buiten Moria wil gaan.

Ineens verdwijnt het hele gezin naar binnen.

Verbaasd kijk ik de tolk aan: willen ze toch niet mee? Lachend schudt hij zijn hoofd: ‘Ze gaan Mustafa mooi maken.’ Vijf minuten later komen ze weer naar buiten. Mustafa ziet er spic en span uit. Zijn sprekende gezichtje is gewassen, zijn haren zitten strak in de gel en hij heeft een bloesje aan. Het was aandoenlijk om hem zo netjes – bijna glimmend – te zien tussen de troep in Moria. Ik heb zelf nog geen kinderen, maar vriendinnen sturen me regelmatig schattige foto’s van hun kroost in de mooiste pakjes. Ik realiseer me dat het voor ouders in Moria net zo belangrijk is om te laten zien hoe mooi en lief hun kids zijn.

Iedereen lijkt klaar om te gaan, maar als we moeder en Mustafa vragen om mee te lopen gaat hij met zijn armen over elkaar op een steen zitten. Al snel blijkt hij niet mee te willen zonder zus Rajaa (9). Begrijpelijk. Ik zou ook bang zijn om gescheiden te worden van mijn dierbaren op een plek waar zij mijn enige houvast zijn. Dus Rajaa gaat mee.

‘Ik deed alles om hem blij te maken’

We lopen naar een vredige olijfgaard met olijfbomen, gras en bloemetjes, een klein eindje buiten Moria. Hier kunnen we rustig praten. Mustafa en Rajaa rennen rond en poseren guitig voor de camera van Kathelijne. Ik strijk met moeder en de tolk neer op een dekentje. Als iedereen lekker zit stel ik mijn eerste vraag: ‘Kun je me wat vertellen over Mustafa?’

Afta – zo heet Mustafa’s moeder – is meteen openhartig: ‘Ik moet beginnen bij het begin. Toen Mustafa twee jaar was, werd ons huis gebombardeerd en verloor hij een groot deel van zijn gehoor. Daarna had hij psychische problemen. Hij durfde niet meer naar buiten. Hij was depressief.’

Ik vraag Afta hoe ze dat zag.

Ze legt haar hand op haar hart en zegt: ‘Ik ben zijn moeder, dat voel je.’

Slik.

‘Hoe werd Mustafa het jongetje wat hij nu is?’ vraag ik verder.

Afta vertelt hoe ze haar zoon er zelf bovenop hielp met veel liefde en aandacht. Ze leerde hem communiceren met lichaamstaal en nam hem mee naar buiten om samen weer voorzichtig met de andere kinderen te spelen. ‘Ik deed alles om hem blij te maken.’

Na een korte pauze: ‘Nu gaat het weer goed met hem. Hij is vrolijk en iedereen vindt hem leuk: de kinderen en de vrijwilligers hier.’

Ik herken wat Afta zegt. Voor veel kinderen is het leven in het Moria moeilijk. In de kleine klaslokalen zitten ze elkaar daardoor regelmatig in de haren. Mustafa zou vanwege zijn handicap een doelwit kunnen zijn voor pesterijen, maar het tegenovergestelde gebeurt. Zijn klasgenootjes zijn lief tegen hem en proberen juist te helpen. Hoewel die hulp meestal overbodig blijkt. Toen ik hem laatst het verkeerde lokaal in wilde sturen (hij zat inmiddels in de klas voor gevorderden, ik wist dat niet) keek hij me verontwaardigd aan en bleef hij net zolang vurig naar zichzelf en de goede deur wijzen tot ik hem naar binnen liet.

Ik vraag Afta naar haar band met Mustafa. Met een grote glimlach en sprankelende ogen antwoordt ze: ‘Onze band is heel goed. Mustafa is echt een moederskindje. Hij is speciaal voor mij, mijn enige zoon. Het is echt een goede jongen. Hij wil zijn zussen altijd beschermen, ook al zijn ze ouder en kunnen zij wel goed horen.’

Dan maakt haar glimlach plaats voor een bezorgde uitdrukking. ‘Ik maak me zorgen om mijn kinderen hier in Moria. Het is hier gevaarlijk voor ze, de omstandigheden zijn slecht. We wonen in één container met nog een ander gezin, zij hebben grote jongens en die maken veel lawaai. Maar dat is oké, het zijn gelukkig goede mensen. Toen we vluchtten uit Irak zei iedereen dat het hier beter zou zijn, maar het is hier erger. Niemand luistert naar ons en we moeten lang wachten. We zijn nu al drie maanden in Moria en hebben ons interview pas op 3 juni. Ik wil een beter leven voor mijn kinderen.’

‘Dat begrijp ik’, zeg ik. Ondertussen vraag ik me af of ik me wel echt een voorstelling kan maken van hoe het moet zijn om zonder uitzicht in Moria te moeten leven na alles wat dit gezin al doorstond. Waarschijnlijk niet.

‘Hoe is dat voor jou?’ vraag ik. Ze vertelt me dat ze het zwaar vindt. Haar man is slecht te been, waardoor Afta het huishouden haast alleen runt. Ze wast, staat elke dag in de rij voor eten en zorgt voor de kinderen. Ik kijk haar aan en hoop dat ze mijn medeleven ondanks de taalbarrière kan voelen. Wat een sterke vrouw.

We zijn even stil en lachen samen om Mustafa en Rajaa die vrolijk rondrennen tussen de bloemetjes. Het enorme contrast is niet te missen.

Ik stel mijn laatste vraag: of Afta weet wat Mustafa later wil worden. Ze zegt dat hij wil studeren en een eigen huis wil, net als ieder kind. En dat de dokter in Moria heeft gezegd dat zijn gehoorbeschadiging misschien verholpen kan worden.

Ik hoop het.

Ik bedank Afta voor haar openheid en vraag of ze nog wat wil toevoegen.

‘Ik heb gebeden voor iemand die naar me wil luisteren en toen kwam jij. Dankjewel, ik voel me beter nu.’

Kippenvel.

Wil jij Mustafa, Afta, Rajaa en andere gezinnen in Moria helpen?

We proberen gezinnen in Moria zoals die van Mustafa vooruit te helpen. Bijvoorbeeld door de basisschool te runnen waar Mustafa en Rajaa elke doordeweekse ochtend Arabisch, Engels, Wiskunde en sociale vaardigheden leren. Wil jij ook wat voor deze families betekenen? Dat kan door te doneren. Elke euro helpt.

Tekst: Suzie Geurtsen
Foto’s: Kathelijne Reijse- Saillet