Persbericht: start medische missie in vluchtelingenkamp Moria

Op 1 mei is Stichting Bootvluchteling van start gegaan met een medische missie in het Griekse vluchtelingenkamp Moria. Ruim 120 mensen meldden zich de eerste dag met medische klachten.

Situatie verslechtert dagelijks

Vluchtelingenkamp Moria op Lesbos is al sinds 2015 overvol. Het kamp is ingericht op circa 2500 vluchtelingen, maar het huidige aantal inwoners ligt rond de 7000. Dagelijks komen daar gemiddeld 53 mensen bij. Er is dan ook een groot tekort aan adequate voorzieningen en gezondheidszorg.

‘We zien de situatie met de dag verslechteren’ vertelt Fons Strijbosch, medisch coördinator bij stichting Bootvluchteling. Hij was afgelopen maanden aanwezig op Lesbos, om de medische missie voor te bereiden.

Geen toegang tot medische zorg

Er is vrijwel dagelijks overleg tussen de verschillende hulporganisaties en autoriteiten in het kamp. De organisaties die momenteel al medische zorg verlenen in het kamp, werken op maximale capaciteit. Desondanks zijn er honderden patiënten per dag die geen directe toegang hebben tot zorg. Met de inzet van vrijwillige artsen en verpleegkundigen draagt Stichting Bootvluchteling vanaf 1 mei zorg voor medische hulp in de avonduren.

Veiligheid van het team staat voorop

‘We kennen het kamp goed door onze vorige medische missie en onze huidige psychosociale missie’ vertelt directeur Annerieke Berg. Spanningen in het kamp kunnen hoog oplopen. Het is voor hulporganisaties dan ook zaak om met goede procedures en veiligheidsprotocollen te werken. Daarover zegt Berg: ‘We doen wat we kunnen, maar zullen in alles de veiligheid van ons team voorop stellen.’ De eerste medische dienst is rustig verlopen. Ruim 120 mensen meldden zich met medische klachten, ongeveer 100 patiënten werden gezien door de medici tijdens hun dienst.

 

Utrecht, 2 mei 2018
Meer informatie over dit bericht kunt u opvragen bij Margriet van der Woerd, persvoorlichter Stichting Bootvluchteling:
pers@bootvluchteling.nl

Foto: Willem Lemmens

Als je ertoe doet voel je je beter, ook als je vastzit in Moria

Probeer jij je wel eens te verplaatsen in vluchtelingen die in Moria wonen? Je voor te stellen hoe het zou zijn om in dit kamp te leven met je gezin? Op 21 m² met een ander gezin dat je niet kent, uren in de rij staan voor eten, bang om ‘s nachts naar de wc te gaan en dat je kinderen doodvriezen, niet wetende hoe lang dit alles nog duurt en hoe jullie toekomst eruit ziet. Ondertussen probeer je alles wat je de afgelopen jaren meemaakte te verwerken. Je hebt ‘s nachts flashbacks van geweerschoten in je thuisland, van je man die stokslagen krijgt in Turkije. En omdat je continu bang bent dat jullie terug moeten naar deze gevaarlijke plekken krijg je paniekaanvallen. Je hebt geen identiteit meer, want wie ben je zonder thuis, zonder werk, zonder doel? Je hebt geen vrijheid meer, want je mag Lesbos niet af. Je hebt geen hoop meer, want je dacht dat het in Griekenland eindelijk beter zou worden.

Zakte de moed je al in de schoenen toen je je voorstelde om langere tijd op 21 m² te wonen met een vreemd gezin? En vraag je je af hoe vluchtelingen het hoofd boven water houden in deze moeilijke situatie? Onderzoek laat zien dat er één ding is wat ons zelfs onder gruwelijke omstandigheden kan opbeuren: zingeving.

Het is moeilijk voor vluchtelingen om zingeving te vinden in Moria. In deze blog vertel ik waarom en hoe Stichting Bootvluchteling hierbij helpt.

Zingeving zorgt voor houvast

Zingeving draait om deel uitmaken van iets groter dan jijzelf: nuttig zijn, ertoe doen, wat betekenen. Het is een universele menselijke behoefte. Dat wil zeggen dat we het allemaal nodig hebben om ons goed te voelen. Het helpt ons om wat we doen en meemaken te verklaren en geeft zo houvast. Daardoor kan het ook een enorme krachtbron zijn in onzekere tijden.

Vaak ervaren we zingeving als we een doel nastreven of ons verbonden voelen met anderen, maar de precieze invulling verschilt per persoon. De een voelt zich nuttig door voor familie te zorgen, de ander door in een vluchtelingenkamp te werken en weer een ander door afval in de buurt op te ruimen. Het verschilt ook per situatie. Hier in Moria voelt het voor mij bijvoorbeeld waardevoller om een praatje te maken met mensen op straat dan thuis in Nederland.

Jij en ik leiden levens vol met zaken waar we betekenis uit kunnen halen: werk, geloof, sociale contacten, hobby’s. Voor vluchtelingen in Moria is dat moeilijker. Ze maakten nare dingen mee die hun hoop op de proef stellen, hebben geen werk en niks om naartoe te leven. Als ze alleen naar Lesbos kwamen is er ook niemand om voor te zorgen, niemand om voor te leven. Ze kunnen niet veel anders doen dan wachten. Dagen, maanden, jaren op een lot waarover anderen beslissen. Dat kan zorgen voor leegte, wanhoop, een deuk in hun zelfvertrouwen en zelfs voor depressies en zelfmoordpogingen.

Door vluchtelingen ruimte te geven om zich nuttig te voelen – ook al is het maar even – kun je dit tegengaan én de nodige houvast bieden om Moria te overleven. Stichting Bootvluchteling doet dit dan ook waar ze kan.

Zo laten we vluchtelingen merken dat ze ertoe doen

We laten vluchtelingen op verschillende manieren merken dat ze ertoe doen. Toen het Community Centre ingericht moest worden, vroegen we bijvoorbeeld hulp van vluchtelingen die in hun thuisland als timmerman of schilder werkten. Zij maakten de kasten en schoolbankjes. Voor onze emotional wellbeing workshop en onze medische shifts vragen we vluchtelingen die zowel Engels als de taal van de doelgroep spreken, om te vertalen. En ook de Engelse en basisschool lessen in ons Community Centre worden gegeven door vluchtelingen die in hun thuisland als leraar werkten. Wij maken een leerplan, overleggen eens per week met de leraren hoe het gaat en of we iets aan moeten passen en springen bij waar nodig.

Vorige week praatte ik met Jabber: een van onze leraren. Hij ontvluchtte de oorlog in Syrië en kwam vier maanden geleden aan op Lesbos samen met zijn dochter, haar man, hun vier kinderen en de zus van zijn schoonzoon. Maar hij heeft meer kinderen: twaalf maar liefst! Een aantal van hen is nog op de vlucht in het Midden-Oosten. Hij hoopt dat ze snel samen kunnen zijn. Jabber geeft al zijn hele werkende leven Engelse les op middelbare scholen, in Syrië, maar ook in Jemen en in de Verenigde Arabische Emiraten. Hij vertelde me wat het voor hem betekent om Engelse les te geven aan andere vluchtelingen in Moria.

‘Natuurlijk wil ik hier lesgeven. Sister, als mensen hulp nodig hebben, moet je het aan ze geven. Lesgeven maakt me ook gelukkig. Ik vind het ook fijn om te lezen, maar het is goed om verbonden te zijn met mensen en om gevoelens te delen.’

Naast vluchtelingen ruimte geven om hun talenten te benutten, laten we ook op andere manieren merken dat ze ertoe doen. De dagelijkse social shifts zijn hier een voorbeeld van. Dan vragen we mensen in Moria hoe het gaat, laten we weten dat we er zijn en dat hun gezondheid en gevoelens belangrijk zijn voor ons. Ook doen we veel in groepsverband, zoals de emotional wellbeing workshop en stress relief classes. Door moeilijke ervaringen met elkaar te delen tijdens deze lessen voelen deelnemers zich verbonden en zo onderdeel van iets groters.

‘Alle deelnemers komen uit verschillende landen. We delen onze gevoelens en ideeën. Het voelt als een familie.’

– Deelnemer emotional wellbeing workshop  

Help jij mee?

Om het leven in Moria draaglijker te maken, geven we vluchtelingen zoveel mogelijk ruimte om betekenis te vinden. Bijvoorbeeld door mensen als Jabber te helpen om op zijn beurt anderen te helpen. Zo geven we het stokje door en zien we mensen opbloeien. Wil jij hieraan bijdragen? Dat kan door te doneren: zelfs een euro helpt! Of door je aan te melden als vrijwilliger.

Tekst: Suzie Geurtsen
Foto’s: Kathelijne Reijse- Saillet

 

Onze Code of Conduct

Een vluchtelingenkamp vol verschillende culturen, werken onder lastige omstandigheden en elke maand nieuwe vrijwilligers: gaat dat nooit mis? Hoe borg je de professionele afstand en hoe zorg je ervoor dat iedereen het eens is over gepast gedrag? Wij doen dat onder meer met onze Code of Conduct. We vertellen je daar graag meer over.

Wat is dat, een Code of Conduct?

Een Code of Conduct is een set gedragsregels, een gedragscode. Ethiek en morele codes spelen daarbij een belangrijke rol. De code geeft aan wat als acceptabel en wenselijk gedrag wordt beschouwd.

Sinds 2015 heeft Stichting Bootvluchteling al ruim 2.500 vrijwilligers uitgezonden naar Griekenland en Italië. Sommige vrijwilligers gaan voor 2 weken, anderen voor meerdere maanden. Het zijn stuk voor stuk mensen die hun talenten en ervaring willen inzetten voor een medemens in nood. Trots noemen wij deze kanjers dan ook onze kracht.

We sturen niet zomaar iedereen die kant op. Voor ons psychosociale en medische werk is het van belang dat vrijwilligers over de juiste opleiding en werkervaring beschikken. Het zijn dus professionals. Maar dat betekent niet dat we ze dan maar loslaten en hun eigen ding laten doen. Wij hechten waarde aan kwalitatieve programma’s, zoals ons lesprogramma en onze mental health workshops. Daarom zijn er ter plekke coördinatoren, in dienst van de stichting, die voor 6 maanden worden uitgezonden. Zij ontwikkelen de programma’s, maken planningen, zien toe op de kwaliteit, begeleiden vrijwilligers en zorgen voor een goede samenwerking met andere hulporganisaties.

Het werken in een vluchtelingenkamp heeft veel uitdagingen. Het is een plek waar meer dan 20 verschillende bevolkingsgroepen met elkaar moeten samenleven. Daarom moet je bewust omgaan met cultuurverschillen en keuzes te maken over gepast gedrag. Ook kun je je misschien wel voorstellen dat het soms lastig is om je professionele afstand te bewaren. Je herkent jezelf in de moeder die tegenover je zit en zou haar graag iets extra’s geven. Of wat doe je als je een groepje vluchtelingen herkent die een ijsje eten buiten het kamp, schuif je aan of hoort dat niet?

Het is belangrijk om het met elkaar eens te zijn over wat gepast is en wat niet. En dat is waar onze Code of Conduct voor is. De coördinator bespreekt de code nadrukkelijk met een nieuwe vrijwilliger en vervolgens zet hij (of zij) zijn handtekening eronder. Zo weten we zeker dat hij op de hoogte is van onze afspraken. En spreken we hem er op aan als hij zich er niet aan houdt.

Wat staat daar dan in?

In onze Code of Conduct staat onder andere dat je geen alcohol mag drinken of verdovende middelen mag gebruiken voor en tijdens werktijd. Je mag geen intieme persoonlijke relaties aan gaan met een vluchteling voor of met wie Stichting Bootvluchteling activiteiten organiseert of hulp aan verleent. Ook is het niet toegestaan om contactgegevens uit te wisselen. Het nemen van foto’s van vluchtelingen in of buiten het kamp is eveneens niet toegestaan. Dat heeft te maken met privacy en de regels van het kamp management. Verder staan er regels in over het omgaan met vertrouwelijke informatie bijvoorbeeld. En we hebben als regel dat het niet is toegestaan om een vluchteling een voorkeursbehandeling te geven. Misschien lijkt het allemaal heel streng, maar duidelijke grenzen zijn belangrijk om onze professionaliteit te borgen en zowel vluchtelingen als vrijwilligers te beschermen.

En als iemand zich er niet aan houdt?

In eerste instantie gaat de coördinator een gesprek erover aan. Op basis van dat gesprek wordt besloten of een officiële waarschuwing van toepassing is. Bij een tweede overtreding worden er maatregelen getroffen, of de werkzaamheden worden geheel gestopt. Een aantal overtredingen leidt zelfs tot het naar huis sturen van een vrijwilliger, zonder waarschuwing vooraf. Zoals bijvoorbeeld illegale handelingen of het starten van een relatie met een vluchteling.

Zijn vrijwilligers dan een stelletje losbandige feestbeesten?

Nee zeker niet. Vrijwilligers komen niet om lekker vakantie te vieren en de bloemetjes buiten te zetten. Maar we hebben wel te maken met goede bedoelingen die verkeerd kunnen uitpakken. Stel je ziet een jongetje bij het community centre dat honger heeft, dan kan het vreselijk moeilijk zijn om hem niet de appel te geven die je in je tas hebt zitten. Maar het is niet verstandig: we hebben immers afgesproken dat we niet aan voorkeursbehandelingen doen. Dat zou tot vreselijk ingewikkelde situaties leiden, waarbij ook cultuurverschillen een rol spelen. Wat goed bedoeld is, kan door iemand vanuit een andere cultuur volkomen anders geïnterpreteerd worden.

Maar hoe zit dat met hun vrije tijd?

Vrijwilligers werken hard, 6 dagen per week. We gunnen ze hun vrije tijd. Het verschilt hoe zij die doorbrengen. De één houdt van de rust en de natuur, de ander gaat graag wat drinken na werktijd. We vragen vrijwilligers om zich altijd bewust te zijn van hun professionele rol. En bepaalde zaken, zoals het aangaan van een relatie met een vluchteling, is natuurlijk ook buiten werktijd nog steeds niet toegestaan. Dat neemt niet weg dat vluchtelingen en vrijwilligers elkaar kunnen tegenkomen bij het uitgaan in dancings of café, je komt elkaar dan tegen op de dansvloer. Die situaties zijn bijna niet te vermijden. Hoe je daarmee omgaat wordt open met de vrijwilligers besproken.

Een relatie met een vluchteling is nadrukkelijk niet toegestaan. Maar hoe zit het met vrijwilligers onderling? Dat is minder zwart-wit, kan oprichter en directeur van de stichting Annerieke Berg vertellen: ‘Tsja, wat doe je als twee collega-vrijwilligers verliefd op elkaar worden?’ Ze maakte het mee in 2016. ‘We hebben natuurlijk afspraken gemaakt. Het mag het werk niet beïnvloeden en het team mag er geen last van hebben. Een relatie tussen een coördinator en vrijwilliger zullen we bijvoorbeeld niet toelaten tijdens hun tijd op het eiland.’ In het geval van de collega-vrijwilligers was daar echter geen sprake van. En het bleek zelfs echte liefde. ‘Deze zomer gaan ze trouwen!’

En met een Code of Conduct, gaat het dan nooit meer mis?

Nee zo simpel is het helaas niet. Het hebben van een Code of Conduct betekent niet dat hij nooit overtreden wordt. Daarom is het goed dat onze coördinatoren alert zijn op de naleving van de gedragsregels. ‘Ik merk dat we op dit moment een heel professioneel team hebben,’ vertelt logistiek coördinator Noraly Schiet. ‘Er is een open sfeer, waarin we ons gedrag kunnen bespreken. Dan komt iemand bijvoorbeeld bij me met de vraag:  een vluchteling uit het kamp kwam naar me toe toen ik op een terras zat, hoe moet ik met zo’n situatie omgaan?’

We leren en we passen ons aan

Stichting Bootvluchteling bestaat sinds 2015. Zeker in het begin waren er incidenten die duidelijk maakten dat we ons beleid en gedragsregels moesten verscherpen. Dat hebben we gedaan en dit is dus niet nieuw. Nog steeds gaan er wel eens dingen mis, maar we zijn duidelijk over de afspraken en de consequenties. We maken inschattingen van gepast gedrag op basis van, inmiddels, jaren ervaring in de kampen. De unieke situatie in Griekenland, waar er op de grens van Europa culturen van over de hele wereld samenkomen, vereist dat we dagelijks nadenken over professionele acties passend bij de omstandigheden. We zijn trots op het team waar we dat mee doen!

 

Foto’s: Kathelijne Reijse Saillet (foto 1, 2, 3 en 5) en Henk van Lambalgen (foto 4)

Mustafa (7) verslaat Moria, zonder gehoor

Een collega van de stichting vertelde een paar weken geleden hoe een grotendeels doof jongetje op school in Moria een bomexplosie uitbeeldde; waarschijnlijk de oorzaak van zijn handicap. Ik had direct medelijden. Zelfs mét al je zintuigen is het moeilijk om je hoofd boven water te houden in dit kamp. Alles is nieuw, chaotisch, gevaarlijk. Ik dacht aan hoe akelig ik het vind om met oordoppen te slapen op een nieuwe plek. Het is moeilijk om een compleet beeld te vormen van je omgeving zonder geluid. En wat als er gevaar dreigt? Dan kunnen je oren je niet waarschuwen! Dit jongetje komt continu in nieuwe (dreigende) situaties met nieuwe mensen en kan zijn oordoppen nooit uitdoen. Ik voelde een lichte vlaag van paniek. Wat moet hij zich verloren voelen, dacht ik.

Tot ik Mustafa (7) zelf ontmoet. Het is een maandagochtend op school. Ik wil hem helpen met wat sommetjes, maar als ik even wegkijk is hij al klaar. En dat laat hij me weten ook. Met grote ogen trekt hij aan mijn mouw en wijst hij driftig naar zijn papiertje. Dit is de eerste, maar zeker niet de laatste keer dat ik de kracht in dit kind zie. Het raakt me. En het maakt me nieuwsgierig: welk verhaal schuilt achter deze kleine leeuw?

Ik besluit zijn moeder te zoeken om dat uit te zoeken. Dit werd een van de bijzonderste dagen uit mijn leven. Die deel ik graag met jou.

Trotse ouders

Op een woensdagmiddag ga ik samen met fotograaf Kathelijne en een tolk op zoek naar Mustafa’s container van pakweg 20m2. Hij woont hier met zijn moeder, vader, twee zussen en een ander gezin van vijf personen. Als we aankomen ontvangen ze ons hartelijk voor de deur. De warmte van vluchtelingen hier blijft me ontroeren. Ook nu weer. Met hulp van de tolk leg ik uit dat ik verhalen schrijf over mensen in Moria voor de website van Stichting Bootvluchteling. Ik deel dat ik Mustafa een bijzonder kind vind, dat ik graag over hem wil schrijven en vraag of moeder wat vragen wil beantwoorden. En of Kathelijne foto’s mag maken. Mustafa’s ouders gloeien van trots en willen graag helpen. Ik bedank enthousiast en vertel dat ik samen naar een rustige plek net buiten Moria wil gaan.

Ineens verdwijnt het hele gezin naar binnen.

Verbaasd kijk ik de tolk aan: willen ze toch niet mee? Lachend schudt hij zijn hoofd: ‘Ze gaan Mustafa mooi maken.’ Vijf minuten later komen ze weer naar buiten. Mustafa ziet er spic en span uit. Zijn sprekende gezichtje is gewassen, zijn haren zitten strak in de gel en hij heeft een bloesje aan. Het was aandoenlijk om hem zo netjes – bijna glimmend – te zien tussen de troep in Moria. Ik heb zelf nog geen kinderen, maar vriendinnen sturen me regelmatig schattige foto’s van hun kroost in de mooiste pakjes. Ik realiseer me dat het voor ouders in Moria net zo belangrijk is om te laten zien hoe mooi en lief hun kids zijn.

Iedereen lijkt klaar om te gaan, maar als we moeder en Mustafa vragen om mee te lopen gaat hij met zijn armen over elkaar op een steen zitten. Al snel blijkt hij niet mee te willen zonder zus Rajaa (9). Begrijpelijk. Ik zou ook bang zijn om gescheiden te worden van mijn dierbaren op een plek waar zij mijn enige houvast zijn. Dus Rajaa gaat mee.

‘Ik deed alles om hem blij te maken’

We lopen naar een vredige olijfgaard met olijfbomen, gras en bloemetjes, een klein eindje buiten Moria. Hier kunnen we rustig praten. Mustafa en Rajaa rennen rond en poseren guitig voor de camera van Kathelijne. Ik strijk met moeder en de tolk neer op een dekentje. Als iedereen lekker zit stel ik mijn eerste vraag: ‘Kun je me wat vertellen over Mustafa?’

Afta – zo heet Mustafa’s moeder – is meteen openhartig: ‘Ik moet beginnen bij het begin. Toen Mustafa twee jaar was, werd ons huis gebombardeerd en verloor hij een groot deel van zijn gehoor. Daarna had hij psychische problemen. Hij durfde niet meer naar buiten. Hij was depressief.’

Ik vraag Afta hoe ze dat zag.

Ze legt haar hand op haar hart en zegt: ‘Ik ben zijn moeder, dat voel je.’

Slik.

‘Hoe werd Mustafa het jongetje wat hij nu is?’ vraag ik verder.

Afta vertelt hoe ze haar zoon er zelf bovenop hielp met veel liefde en aandacht. Ze leerde hem communiceren met lichaamstaal en nam hem mee naar buiten om samen weer voorzichtig met de andere kinderen te spelen. ‘Ik deed alles om hem blij te maken.’

Na een korte pauze: ‘Nu gaat het weer goed met hem. Hij is vrolijk en iedereen vindt hem leuk: de kinderen en de vrijwilligers hier.’

Ik herken wat Afta zegt. Voor veel kinderen is het leven in het Moria moeilijk. In de kleine klaslokalen zitten ze elkaar daardoor regelmatig in de haren. Mustafa zou vanwege zijn handicap een doelwit kunnen zijn voor pesterijen, maar het tegenovergestelde gebeurt. Zijn klasgenootjes zijn lief tegen hem en proberen juist te helpen. Hoewel die hulp meestal overbodig blijkt. Toen ik hem laatst het verkeerde lokaal in wilde sturen (hij zat inmiddels in de klas voor gevorderden, ik wist dat niet) keek hij me verontwaardigd aan en bleef hij net zolang vurig naar zichzelf en de goede deur wijzen tot ik hem naar binnen liet.

Ik vraag Afta naar haar band met Mustafa. Met een grote glimlach en sprankelende ogen antwoordt ze: ‘Onze band is heel goed. Mustafa is echt een moederskindje. Hij is speciaal voor mij, mijn enige zoon. Het is echt een goede jongen. Hij wil zijn zussen altijd beschermen, ook al zijn ze ouder en kunnen zij wel goed horen.’

Dan maakt haar glimlach plaats voor een bezorgde uitdrukking. ‘Ik maak me zorgen om mijn kinderen hier in Moria. Het is hier gevaarlijk voor ze, de omstandigheden zijn slecht. We wonen in één container met nog een ander gezin, zij hebben grote jongens en die maken veel lawaai. Maar dat is oké, het zijn gelukkig goede mensen. Toen we vluchtten uit Irak zei iedereen dat het hier beter zou zijn, maar het is hier erger. Niemand luistert naar ons en we moeten lang wachten. We zijn nu al drie maanden in Moria en hebben ons interview pas op 3 juni. Ik wil een beter leven voor mijn kinderen.’

‘Dat begrijp ik’, zeg ik. Ondertussen vraag ik me af of ik me wel echt een voorstelling kan maken van hoe het moet zijn om zonder uitzicht in Moria te moeten leven na alles wat dit gezin al doorstond. Waarschijnlijk niet.

‘Hoe is dat voor jou?’ vraag ik. Ze vertelt me dat ze het zwaar vindt. Haar man is slecht te been, waardoor Afta het huishouden haast alleen runt. Ze wast, staat elke dag in de rij voor eten en zorgt voor de kinderen. Ik kijk haar aan en hoop dat ze mijn medeleven ondanks de taalbarrière kan voelen. Wat een sterke vrouw.

We zijn even stil en lachen samen om Mustafa en Rajaa die vrolijk rondrennen tussen de bloemetjes. Het enorme contrast is niet te missen.

Ik stel mijn laatste vraag: of Afta weet wat Mustafa later wil worden. Ze zegt dat hij wil studeren en een eigen huis wil, net als ieder kind. En dat de dokter in Moria heeft gezegd dat zijn gehoorbeschadiging misschien verholpen kan worden.

Ik hoop het.

Ik bedank Afta voor haar openheid en vraag of ze nog wat wil toevoegen.

‘Ik heb gebeden voor iemand die naar me wil luisteren en toen kwam jij. Dankjewel, ik voel me beter nu.’

Kippenvel.

Wil jij Mustafa, Afta, Rajaa en andere gezinnen in Moria helpen?

We proberen gezinnen in Moria zoals die van Mustafa vooruit te helpen. Bijvoorbeeld door de basisschool te runnen waar Mustafa en Rajaa elke doordeweekse ochtend Arabisch, Engels, Wiskunde en sociale vaardigheden leren. Wil jij ook wat voor deze families betekenen? Dat kan door te doneren. Elke euro helpt.

Tekst: Suzie Geurtsen
Foto’s: Kathelijne Reijse- Saillet

Jij voegt als vrijwilliger echt iets toe

‘Als leraar op de ‘Moria School of Hope’ werken kan erg uitdagend zijn, maar het is vooral belonend. In het begin vond ik het moeilijk om de balans te vinden tussen het stellen van grenzen en empathie tonen. Je weet wat veel van deze kinderen doorstonden en begrijpt hun gedrag, maar je moet soms ook streng zijn om ze de structuur te bieden die ze zo hard nodig hebben. Wat ik bijzonder vind om te zien, is dat de kinderen ondanks alles wat ze meemaakten en ondanks hun huidige situatie in Moria, toch naar school komen om te leren en spelen. Ze lopen door de modder, langs de tenten en het prikkeldraad om naar ons community centre te komen. Alsof alles normaal is. Ik weet nog dat ik een vader zag die zijn dochter naar school bracht op haar eerste dag. Hij droeg haar rugzak en naamkaartje en gaf ze aan haar bij de deur. Hij drukte een kus op haar wang voor hij haar naar binnen liet gaan. Dit herinnert mij eraan dat deze mensen boven alles gewoon ouders zijn die op hun kinderen letten en ze een zo goed mogelijk leven proberen te geven. Ik denk ook dat het verbluffend is dat mensen die in Moria leven vrijwillig les willen geven op onze school. Er is zoveel gaande in hun eigen leven en omgaan met de kinderen kan echt pittig zijn. Toch doen ze het. Ik bewonder hun kracht en vriendelijkheid.’

Dit antwoordde lerares Richeal uit Dublin toen ik haar vroeg hoe ze het vond om in Moria te werken voor Stichting Bootvluchteling. Het was moeilijk om haar gevoel kort samen te vatten, zei ze. Ik stelde haar gerust: ik zou de kern wel uit haar antwoord halen. Maar ik was zo geraakt door elke zin dat kiezen ook voor mij onmogelijk was.

Richeal symboliseert wat me direct opviel aan het werk van Stichting Bootvluchteling toen ik op Lesbos aankwam als mediavrijwilliger. De stichting zet getalenteerde vrijwilligers in en biedt ze de randvoorwaarden en vrijheid om een unieke bijdrage te leveren aan de missies. Tijdens hun verblijf voegen ze allemaal een stukje eigen ervaring en expertise toe. Met volle overgave. Dat leidt tot goed doordachte programma’s en hoogwaardige hulpverlening. Ik zag Richeal in actie op school en we praatten over haar bijdrage aan het leerplan.

‘Hello, how are you today?’

Een paar dagen na mijn aankomst ging ik op woensdagochtend mee naar het community centre van Stichting Bootvluchteling in Moria. Dit is een iso box (een soort container) met drie kleine ruimtes. Vanuit dit centrum runt de stichting haar psychosociale missie. De basisschool – The Moria School of Hope – is onderdeel van die missie. Vluchtelingen die in hun thuisland als leraar werkten, geven er elke doordeweekse ochtend les aan kinderen van 6 t/m 10 jaar. Ze krijgen ondersteuning van vrijwilligers van de stichting, zoals Richeal.

Richeal is nu ruim 2 maanden op Lesbos en de zogeheten ‘focusperson’ voor de basisschool. Dat wil zeggen dat ze verantwoordelijk is voor dit deel van de missie. Over een week vertrekt ze. Niet naar huis: ze wil nog meer vrijwilligerswerk doen. Het liefste met vluchtelingen die al wat verder zijn in de asielprocedure. Zo krijgt ze een completer beeld van wat deze groep die haar zo raakt doormaakt. En bij voorkeur in Italië, omdat ze Italiaans wil leren. Daarna is haar sabbatical van een jaar voorbij en keert ze terug naar Dublin, waar ze lesgeeft aan kleuters op een basisschool. Deze kinderen spreken thuis Engels, maar het is de bedoeling dat ze Iers onder de knie krijgen. Daarom mag Richeal alleen Iers spreken tijdens haar lessen. Communiceren met kinderen in een taal die ze nog niet goed kennen is ze dus wel gewend.

Dat was duidelijk te merken die woensdagochtend. Kalm en met handen, voeten en gezichtsuitdrukkingen zorgde ze ervoor dat de kinderen in Moria netjes in de rij stonden om het community centre binnen te mogen. ‘Hello, how are you today?’ klonk het tegen elk kind, en ze schudde ze de hand. Van de meeste kinderen kreeg ze ‘Fine thank you, how are you?’ én een dikke glimlach terug.

Het was een gek gezicht. Die rij van lachende kinderen in de modder, tussen de kapotte tenten en het prikkeldraad. Als ik de omgeving wegdacht leek het een doodnormale schooldag, zoals mijn neefje die in Nederland heeft. Toen ik later met Richeal sprak bleek dat precies de bedoeling. ‘Deze school moet een fijne, gestructureerde plek zijn zoals elke andere school, waar kinderen zich veilig voelen en gewoon even kind kunnen zijn.’

Ze vertelde ook dat het wel even duurde om het trekken, duwen en schreeuwen voor de deur om te buigen. Veel kinderen in Moria gingen thuis maar kort of nog nooit naar school, leven al lange tijd zonder structuur en ervaren continu spanning en agressie in het kamp. Deze factoren kunnen een enorme invloed hebben op hun mentale gezondheid. Hun gedrag weerspiegelt dat.

Richeal: ‘Sommige kinderen hier op school hebben veel moeite met focussen, rustig werken, stilzitten, delen en in een kleine ruimte zijn met andere kinderen.’

Meer focus op structuur en sociale vaardigheden

Naast het bieden van een veilige plek werden structuur aanbrengen en sociale vaardigheden leren dan ook de belangrijkste doelen van de Moria School of Hope. Structuur geeft kinderen een geaard gevoel en is essentieel voor een gezonde ontwikkeling. Sociale vaardigheden zijn nodig om hier (en later in de maatschappij) te overleven.

‘In Dublin zijn dit ook speerpunten op de basisschool’, zegt Richeal. ‘Maar voor kinderen in Moria kan het extra moeilijk zijn om te wennen aan structuur en sociale skills te ontwikkelingen, omdat ze in het kamp verder veel vrijheid hebben.’ Daarom vergrootte ze de focus in het leerplan op deze onderwerpen.

Dat deed ze bijvoorbeeld door samen met de leraren een lijst te maken van belangrijke gedragingen voor structuur en sociale interactie op school. Denk aan je handen bij jezelf houden, recht zitten op je bankje en je hand opsteken als je het antwoord op een vraag weet. Ze hing plaatjes van deze gedragingen op in de klas en laat de kinderen er elke dag mee oefenen. De vooruitgang is verbluffend!

Oefenen met basale gedragingen als recht op je bankje zitten en je handen thuis houden klinkt misschien als iets kleins, maar het effect is zo groot. Door de kinderen structuur te bieden en duidelijke grenzen te stellen, verbeteren niet alleen hun sociale skills maar ook de sfeer op school enorm. Dat geeft die broodnodige ruimte om veilig te leren en te spelen.

Om kind te zijn.

Ook jij kan echt iets toevoegen!

Wil jij jouw ervaring en unieke skills net als Richeal inzetten om de hulpverlening van Stichting Bootvluchteling in Moria nog beter te maken? Meld je dan aan als vrijwilliger.

 

Tekst: Suzie Geurtsen
Foto’s: Kathelijne Reijse Saillet

Herstart medische missie: jij bent belangrijker dan je denkt

Stel je voor. Rillend kruip je vijf uur ‘s ochtends met gebogen rug uit je kleine tent. Je hebt honger, maar het duurt nog even voor je eten kan krijgen. Je verlangt naar een warme douche, maar het water is vaak koud. En het is nog donker; dan is het gevaarlijk in de doucheruimtes. Een meisje dat je kent is er eergisteren nog aangerand. Je bent uitgeput, fysiek maar ook mentaal. Toch voel je de adrenaline door je lijf stromen want je kleintje van 1,5 is al een paar dagen ziek. Haar hoofd is warm, ze eet slecht en huilt veel. Het móet je echt lukken om vandaag een dokter te spreken. De medische cabine gaat pas om 8.00 uur open, maar je gaat vast voor de deur staan. Zo heb je misschien een grotere kans om aan de beurt te komen. Al snel blijk je niet de enige met dit idee. Als je bij de cabine komt op level 4 van het vluchtelingenkamp waar je ‘woont’ zie je een grote groep onrustige mensen. Zo’n 40 man schat je. Je hoort een man van middelbare leeftijd kreunen, hij zit op de grond en grijpt naar zijn hoofd. Ook klinkt er geschreeuw achter je. Je draait je om en ziet een zwangere vrouw met een vertrokken gezicht en haar handen rond haar buik. Ze is alleen. Je loopt naar haar toe en legt je hand op haar rug. Met je andere arm houd je je dochtertje stevig vast. Je kust haar warme voorhoofd en doet een schietgebedje.

Momenteel is dit de schokkende realiteit in vluchtelingenkamp Moria op Lesbos door een tekort aan medische capaciteit. Waarschijnlijk vond je het lastig om jezelf in deze situatie te plaatsen. Voor jou is de dokter maar een belletje weg en je kan er met alles terecht. Een dikke teen, raar uitziende moedervlek, acute buikpijn: even bellen om te checken of het iets ergs kan zijn en je onrust is verdwenen. Is het spoed? Dan mag je meteen langskomen. Jouw leven telt! Uren van te voren bij de deur staan doen we alleen als we als eerste de nieuwe iPhone willen hebben, of bij een concert. Dat mensen dat in Moria moeten doen om te overleven is niet voor te stellen. Wij vinden dat onmenselijk. Jij ook?

Daarom willen we op 1 mei weer een medische missie starten. Dit plan valt of staat met medici en donaties. In deze blog leggen we uit hoe de medische missie er concreet uitziet. En waarom jij meer kan betekenen dan je denkt.

Altijd een arts beschikbaar voor welk probleem dan ook

Het doel van de medische missie is zorgen dat er altijd een arts beschikbaar is voor welk probleem dan ook. Dat betekent niet dat we ook alle problemen kunnen oplossen, we verwijzen regelmatig door. Het betekent wel dat we er onvoorwaardelijk willen zijn voor de mensen in Moria. Dat doen we door te zorgen dat ze 24/7 bij een arts terecht kunnen: wij bemannen onze medische cabine tussen 16.00 uur en 8.00 uur, een andere instantie biedt zorg tijdens de overige uren. En door écht aandacht te hebben voor patiënten.

Onze artsen draaien shifts van zo’n acht uur in teams van vier. Twee artsen behandelen patiënten in aparte spreekkamers. De twee andere medici doen intakes in de tussenruimte om te bepalen wie behandeling nodig heeft en wie met dit gesprek al geholpen is. Ook doen zij de administratie en houden ze het rustig buiten.

In één dienst zien onze medici gemiddeld 80 patiënten. Dat is veel, ongeveer twee keer zoveel als huisartsen in Nederland. Meestal kunnen we zo iedereen zien die naar onze cabine komt.

Invloed medische missie reikt verder dan onze cabine

Mensen in Moria zoeken hulp van artsen om uiteenlopende redenen. Soms zijn het kwesties van leven of dood. Zo kwam er in december nog een jongen onze medische cabine binnen met een slagaderlijke bloeding in zijn nek door een gevecht. Maar het meeste zien we stressgerelateerde klachten, paniekaanvallen en maagdarmproblemen. Veel aandoeningen van psychische aard dus. We merken dan ook dat veel patiënten vooral een luisterend oor nodig hebben. En een veilige plek waar iemand klaar staat om voor ze te zorgen. Altijd en onvoorwaardelijk.

Dat is niet alleen belangrijk voor de mensen met klachten die naar onze cabine komen, maar voor alle momenteel ruim 5000 mensen in Moria. Iedere man, iedere vrouw, ieder kind. Weten dat je geholpen kan worden als dat nodig is geeft rust. En een rustiger Moria is een veiliger Moria. De impact van onze medische missie reikt zo verder dan onze cabine.

“Ik ben zo blij dat jullie er zijn, dat jullie aandacht hebben en luisteren.”
Joseph, 25 jaar, uit Congo

 

Dit is nodig om de missie te starten en draaien

Om de medische missie te kunnen starten en draaien hebben we twee dingen nodig: medici en geld.

Medici
We hebben continu een team van tien artsen en verpleegkundigen nodig om de medische missie te kunnen draaien. Het is hard werken onder vaak lastige omstandigheden met beperkte middelen. We vinden het dan ook bijzonder dat zoveel talentvolle mensen naar Lesbos kwamen en komen om zich vrijwillig in te zetten voor de mensen in Moria. Vaak zelfs tijdens vakanties van hun drukke banen thuis. Bewonderenswaardig!

Hoewel vrijwilligers hier komen om de mensen in Moria te helpen, horen we vaak dat ze zelf ook een stuk rijker naar huis gaan. Zowel op professioneel als persoonlijk vlak. In Nederland werk je als arts vaak met strikte protocollen en ben je een klein onderdeel van een goed geoliede, geavanceerde machine. Hier staat aandacht voor de mens centraal, heb je lang niet alle nodige middelen en materialen voor handen en ben je aangewezen op je eigen inschatting in iedere nieuwe situatie. Je maakt de missie zelf tot een succes samen met je team: vaak mensen van over de hele wereld met ieder unieke skills. Daar leer je veel van. En echt iets kunnen betekenen voor anderen maakt gelukkig, hoe gek dat in deze context misschien ook klinkt. Veel vrijwilligers komen vaker terug naar Moria, omdat ze het zo fijn vinden om iets te kunnen doen voor de mensen daar.

‘Moria heeft een inspirerende atmosfeer. Ik voel me hier erg nuttig en verlies mezelf in het bieden van medische zorg aan de mensen die er leven. Zo vind ik mezelf. Wie gezondheid heeft, heeft hoop. En wie hoop heeft, heeft alles.’
Lucie Blondé, 26 jaar, huisarts uit Gent

Geld
De medische missie kost ongeveer 10.000 euro per maand. Dat geld hebben we vooral nodig voor materialen en medicijnen. Daarbij kan je denken aan verband, krukken, hechtnaalden, infusen, antibiotica en pijnstillers. En voor transport om bovengenoemde spullen en de teams dagelijks van en naar Moria te krijgen.

Jij kan meer betekenen dan je denkt

De problematiek in Moria is levensgroot. Dat raakt je waarschijnlijk, maar kan tegelijk ook een machteloos gevoel geven. Misschien denk je: ‘Als individu kan ik weinig doen, het heeft geen zin.’ Toch kan je meer betekenen voor onze medische missie dan je denkt.

Als arts of verpleegkundige maak je in Moria écht het verschil. Wil jij die veilige haven zijn en je grenzen verleggen? Meld je dan aan als vrijwilliger

Heb je geen medische achtergrond? Ook dan kan je veel betekenen voor de medische missie met een gift. Jouw steun maakt het mogelijk om materialen, medicijnen en het transport te financieren. Het klinkt cliché, maar elke euro helpt.

 

Foto header: Bas Bakkenes

Persbericht | Herstart medische missie Lesbos

Op 31 december 2017 trok Stichting Bootvluchteling de medische missie terug uit kamp Moria, omdat het op dat moment niet mogelijk was de missie op ons gewenste niveau te krijgen en wij niet langer de toereikende fondsen hadden. Helaas is gebleken dat de capaciteit van plaatselijke hulpverleners om langdurig te voorzien in de vraag naar gezondheidszorg in het kamp ontbreekt.

Om deze reden hebben wij besloten om onze medische missie per 1 mei 2018 te herstarten in kamp Moria. Na een gedegen onderzoek ter plaatse en een goede voorbereiding in het kamp, durven wij deze stap met vertrouwen te zetten. De medische missie is beter voorbereid; met stabielere financiën, een verbeterde registratie, waarborging van privacy van patiënten en een uitgebreider team in Nederland en Lesbos.

Wij kijken er naar uit om weer noodzakelijke medische zorg te verlenen aan kwetsbare mensen in kamp Moria.

Foto: Henk van Lambalgen

Meer informatie over dit bericht kunt u opvragen bij Margriet van der Woerd, persvoorlichter Stichting Bootvluchteling: pers@bootvluchteling.nl

 

Verdien ik wat ik heb doorgemaakt?

Iedereen probeert zijn/haar leven te begrijpen. Goede en slechte dingen overkomen je met een reden. Dat is hoe ons brein werkt, dat is wat onze familieleden, andere mensen en de maatschappij ons vertellen. Het gevoel grip te verliezen op de omgeving om ons heen, om verwikkeld te raken in een stormachtige wind en daarmee achteloos slachtoffers te worden van ons lot, is pijnlijk en beangstigend. Het maakt niet uit wat iemand deed in het verleden. Het maakt niet uit of iemand vrijwillig is weggevlucht uit het thuisland of niet. Er is geen ziel in dit kamp dat had kunnen voorspellen welke Odyssee ze door zouden maken. Om met een quote van iemand anders te spreken: Als je nadenkt, als je conventioneel een oordeel velt, dan zal je hen veroordelen tot vijfduizend jaar cel plus bijkomende kosten. Maar als je het begrijpt, als je je blik een moment op hen laat rusten, al zijn het geen lelietjes het zijn nochtans slachtoffers van deze wereld.

Het lijkt een simpele boodschap om te versturen, in het bijzonder naar hen die verkracht zijn en verminkt, mishandeld en tot slaaf gemaakt. Schokkend; zij die het meeste leden zijn tevens degenen die zichzelf het meeste kwalijk nemen. Ze voelen zich beschaamd dat ze niet sterk genoeg waren zichzelf te verdedigen. Ze voelen zich schuldig dat ze niet goed genoeg waren om zich te houden aan wat ze hun families hadden beloofd. Ze voelen zich dwaas omdat ze geen vraagtekens hebben gezet bij de slechte persoon die hen bedonderde. Vandaag zat er een man ineengekrompen op de grond; hij bedekte zijn hoofd om zich af te sluiten van de realiteit die hij onder ogen moest zien: flashbacks die hem nooit met rust lieten. Hij voelde schaamte over iets waarvan hij ons niets vertellen kon. Verdwaald in de duisternis in zijn hoofd. Zijn stille schreeuw resoneerde in de cabine… oorverdovend.

Tekst: Emanuele Politi

Mensen uit Moria

Het mooie aan een omgeving als kamp Moria is dat je samen aan een gemeenschappelijk doel werkt en de gesprekken echt zijn. De interactie is bijzonder, maar bovenal wanneer je samen lacht. Het is echt. De mensen in kamp Moria zijn hele normale mensen met ongelukkige omstandigheden. Het aangaan van gesprekken zorgt voor een gevoel van normaliteit in een bizarre situatie als deze. Een paar mensen maakten deze week een diepe indruk op mij. Daar gaat deze blog over.

De eerste persoon waar ik iets over ga vertellen is een kleine tienjarige jongen uit Kaboel. Toen ik hem voor het eerst ontmoette probeerde ik te communiceren met een volwassen man in het Engels. Het jongetje zei: ‘It’s important to know English, it’s very useful’. Hij liep rond in het Community Centrum en liet mij zien hoe goed hij kon hoela hoepen. Ik probeerde het ook, maar mijn hoepel viel na twee seconden op de grond. We kletsen ongeveer een halfuur. Na een tijdje verontschuldigde hij zich dat hij zo lang bleef plakken, maar hij wilde graag zijn Engels oefenen. De kleine jongen was erg open over zijn vroegere leven in Kaboel. Hij vertelde over de Taliban en de constante bomaanslagen rondom zijn woonplaats. Ook vertelde hij dat zijn ouders waren gestorven en dat zijn oudere broer besloot om samen met hem te vluchten. Ze hadden duidelijk een plan, waaronder de Engelse taal leren.

De jongen leerde in één jaar vloeiend Engels spreken en zelfs een klein beetje Duits. Hij vertelde mij over zijn familie in Duitsland en dat hij niet kon wachten om daarheen te gaan en zoveel mogelijk Duitse boeken te lezen. In de tussentijd maakte hij iets van papier en vertelde dat hij droomt om een kunstenaar te worden. Ik wist niet meer wat ik moest zeggen toen hij mij zijn kunstwerkje liet zien. Deze jongen was zo ongelofelijk slim, veerkrachtig en gemotiveerd. Ik zag de honger in zijn ogen naar kennis en een betere toekomst. Hij had op zo’n jonge leeftijd al zoveel meegemaakt. Iets wat ik mij niet kon voorstellen.

Extrinsieke motivatie is beperkt in kamp Moria, maar het is duidelijk dat iets dit kind motiveert en dat maakt mij ontzettend blij. Het is deze innerlijke motivatie die we moeten stimuleren en gebruiken. In de vorm van scholing of gewoon een simpel gesprek. Mensen met waardigheid en respect behandelen is in een situatie als deze buitengewoon belangrijk. Ik zal deze jongen altijd onthouden. Ik hoop hem over tien of vijftien jaar nogmaals te ontmoeten, maar dan als trots eigenaar van zijn schilderijen.

 

Tekst: Sindhuja Sankaran
Foto: Bas Bakkenes
*De jongen op de foto is niet de jongen uit de blog

‘Ik weet niet meer hoe het met me gaat’

Wat doet het met je als mens als je al dik 1,5 jaar in een overvol vluchtelingenkamp woont? En niet te vergeten, als je in je thuisland Syrië de meest afgrijselijke dingen hebt gezien? Omdat jij met een karretje over straat reed om mensen op te rapen die gewond waren geraakt. Waarvan je broertje er één van was…

Nadir (23) weet helaas precies wat dat met je doet. Hij woont al veel te lang in Kamp Moria. Eén van onze vrijwilligers, Petra Langezaal (56), leerde hem goed kennen. Een jaar geleden was ze een maand op Lesbos. Nadir viel op. “Het was een mooie jongen,” vertelt Petra. “Hij verzorgde zichzelf goed. Zijn haar zat altijd netjes en hij had een gezonde huid. Ongevraagd vertelde hij mij zijn verhaal. Over zijn broertje die hij zwaargewond aantrof op straat, temidden van het oorlogsgeweld. Bij elke medische post waar Nadir hem bracht, hoorden ze dat het been afgezet moest worden. Maar dat wilde Nadir voorkomen. Gelukkig was er een arts die zijn broer wél wilde opereren en zodoende kon zijn been toch behouden blijven. Ondanks zijn vreselijke ervaringen, bleef Nadir meestal opgewekt. Hij was net een jonge hond zoals hij soms rondrende door het kamp en zijn spieren trainde aan de tentstokken. Een prachtige kerel die veel betekende voor het tolkenteam (interpreters) in het kamp. De interpreters vormen een onmisbare schakel tussen de bewoners en de medewerkers. Behalve het vertaalwerk, stellen ze de vluchtelingen op hun gemak en zetten ze zich met ziel en zaligheid in voor de vrijwilligers. Zo konden wij ons werk op een goede en veilige manier doen. Geweldige mannen, Nadir was er trots op dit te kunnen doen,” vertelt Petra.

Maar toen werd het november 2017. Petra kwam voor de tweede keer als vrijwilliger naar Moria. En opnieuw ontmoette ze Nadir. “Ik zag direct dat het anders was. Hij woonde inmiddels al zeker 18 maanden op Lesbos. Zijn huid en haren waren flets. De schittering in zijn ogen was verdwenen, hij was enorm onrustig en keek schichtig om zich heen. Hij herkende mij ook en toen ik hem vroeg hoe het met hem ging, keek hij me aan en zei: ‘Ik weet niet meer hoe het met me is’…”

En Petra begrijpt hem. Ook zij is geschrokken van de omstandigheden in Moria. Ze hoopte verbetering aan te treffen, maar het tegendeel bleek waar. Mensonwaardig. Vol. Grimmig. “Zó lang met zoveel mensen in deze omstandigheden wonen. Dat gaat schuren. Dat kan niet anders. Nadir is voor het mij levende bewijs. Het duurt allemaal te lang. Van zijn dromen om het kamp uit te komen, is weinig meer over. ‘Weet je, Petra,’zei hij tegen me. ‘Als ik bericht krijg dat ik eruit mag, door naar Athene… ik weet echt niet of ik dat dan doe. Dit is mijn wereld geworden. Ik weet niet of ik het nog ergens anders ga redden.’ Zijn hoop is volledig weggeslagen. En ik begrijp het nog ook…”.

Als het nodig is, wil Petra terug naar Moria. “Maar ik hoop Nadir dan niet meer te ontmoeten. Omdat hij de kracht heeft hervonden om weer te geloven in een nieuwe toekomst…”.

 

Tekst: Frieda van de Geest