Vrijwilliger Esmée vertelt: ‘In de bittere kou ben ik door iedereen in Moria verwelkomd’

Afgelopen maand arriveerden ongeveer 7.500 mensen op de Griekse eilanden. Ze komen aan in boten vol met mensen zoals jij en ik en hebben moeten vluchten voor geweld. Ze zijn op zoek naar een veilige plek in de Europese Unie (EU) om een nieuw bestaan op te bouwen. Velen proberen via Lesbos de EU binnen te komen. Zodra ze daar voet aan land hebben gezet worden ze getransporteerd naar vluchtelingenkamp Moria. In dat vluchtelingenkamp heb ik afgelopen winter vrijwilligerswerk verricht voor Stichting Bootvluchteling.

Moria wordt in de kranten beschreven als werelds slechtste vluchtelingenkamp en wordt ook wel ‘een hel op aarde’ genoemd. De Paus vergeleek Moria zelfs met een concentratiekamp. Een opvallende gelijkenis is dat de identificatiekaart die mensen na registratie ontvangen en “Ausweis” wordt genoemd. Een rioollucht komt je tegemoet zodra je Moria nadert. Deze stank went nooit. Zodra je door de poort heen loopt, zie je de honderden tenten en containers die bijna bovenop elkaar staan. Bij deze poort ontmoet ik Mohammed, een Syrische man van 22 jaar. Hij is gekleed in een net shirt en colbertje en draagt teenslippers. Mohammed spreekt me aan zodra hij het T-shirt van Stichting Bootvluchteling herkent dat ik draag. Hij verveelt zich, zoals velen, omdat er niet veel te doen is, behalve wachten.

Hij stelt voor om mijn vertaler te zijn, gezien hij al veel mensen kent doordat hij hier al meer dan een jaar is. Terwijl we door het kamp lopen, vertelt hij zijn verhaal. Hij studeerde techniek aan de universiteit in Damascus voordat hij voor de burgeroorlog moest vluchten met zijn broer en diens zwangere vrouw. Mohammed was in shock toen hij de leefomstandigheden in Moria voor het eerst zag en dat ondanks de levensbedreigende situaties die hij onderweg naar de EU heeft meegemaakt. Hij slaapt in een kleine tent die hij met andere mannen moet delen. “Mensen leven hier zowat op elkaar. Ik heb geen ruimte voor mijzelf. Maar anderen hebben het nog erger. Mijn buren, die binnenkort een kind verwachten, slapen met z’n zessen in een kleine, lekke tent van 1,5 bij 2 meter.”

Mijn buren, die binnenkort een kind verwachten, slapen met z’n zessen in een kleine, lekke tent van 1,5 bij 2 meter

Tot op het bot verkleumd
Moria heeft een capaciteit van 3.000 mensen, maar momenteel leven er ruim 15.000, vijf keer meer dan het kamp officieel aankan. Mohammed laat mij de weinige toiletten en douches zien, evenals de foodline waar mensen soms vele uren moeten wachten op het eten. Hij vertelt me ook over de onveilige situatie in het kamp. Dit wordt onder andere veroorzaakt door gevechten tussen Arabieren en Afghanen. (Mohammeds’ broer was pas nog met een mes in zijn been gestoken terwijl hij lag te slapen).

De hekken waarachter mensen drie keer per dag urenlang in de foodline staan te wachten op voedsel.

Ook het weer draagt bij aan de onveilige situatie, legt Mohammed uit: “In de winter vriest het, regent het en stormt het vaak. We hebben geen elektriciteit en veel tenten en containers zijn lek. Hierdoor zijn we vaak tot op het bot doorweekt en verkleumd. Om enigszins op te warmen maken we kampvuren. Deze kampvuren bestaan voornamelijk uit plastic flessen omdat er te weinig hout is. Sommigen maken zelfs een vuurtje in hun tent, ondanks dat ze bewust zijn van het gevaar. Ik heb vele ongelukken met vuur gezien, maar je wil ook gewoon warm worden.”

Sommigen maken zelfs een vuurtje in hun tent, ondanks het gevaar. Ik heb vele ongelukken gezien, maar je wilt ook gewoon warm worden.

Mohammeds’ broer en zijn zwangere vrouw vinden het lastig om te blijven hopen op een beter leven: “Na alles dat we mee hebben gemaakt, zijn we te beschaamd om dood te gaan in Europa. Het is moeilijk om hoopvol te blijven en te geloven in een betere toekomst. Niet iedereen kan goed met de situatie omgaan in Moria. Veel van onze vrienden zijn daarom depressief, snijden zichzelf of drinken om de dag door te komen.”

Sleetjes van karton
Mohammed probeert om positief te blijven: “Ik zie gelukkig toch ook veel hoop om mij heen. Ik zie hoop in de kinderen die sleeën uit karton maken, of in de koffie-, kappers- en kledingzaakjes. Persoonlijk maakt het mij blij om een vrijwilliger te zijn, omdat ik op die manier anderen kan helpen.”

Ik sta versteld van de kracht die mensen zoals Mohammed hebben. De kracht die nodig is om te blijven hopen. De activiteiten van stichting Bootvluchteling, zoals een school voor kinderen en computer- en Engelse klas voor volwassenen en een bibliotheek, zijn erop gericht om deze kracht te vergroten en coping

Eén van de koffietentjes in het kamp, opgericht door kampbewoners.

strategieën om met de situatie in Moria om te gaan te verbeteren.

Ik sta versteld van de kracht die mensen zoals Mohammed hebben. De kracht die nodig is om te blijven hopen.

Stichting Bootvluchteling organiseert ook mentale welzijn workshops. Veel vluchtelingen zijn aan het begin van zo’n klas sceptisch, maar anderen komen trouw naar elke les. Een oefening die we in zo’n workshop geven, gaat als volgt: de deelnemers houden hun handen tegen elkaar en zwaaien met hun ogen dicht op de maat van de muziek. Om deze intieme oefening uit te voeren is veel vertrouwen nodig. Echter, zodra de deelnemers over die drempel zijn heengestapt, leidt het tot ontspanning en een verbeterd welzijn. Deze oefening laat zien dat het welzijn van de vluchtelingen kan worden verbeterd door dat het geven van erkenning van de inhumane positie waar ze in zitten en door vluchtelingen als mens te
behandelen.

 

Hulp is nodig
Deze inhumane positie moet veranderen! In de bittere kou ben ik door iedereen in Moria verwelkomd en uitgenodigd voor thee, avondeten, een gesprek of om mezelf bij hun kampvuur op te warmen. Deze acceptatie in hun gemeenschap in Moria maakt dat ik me nog beschaamder voel voor de houding die Europa aanneemt tegen vluchtelingen.
Door deze negatieve houding zitten mensen vast in Moria. Griekenland heeft niet de capaciteit om al die duizenden vluchtelingen humaan op te vangen. Daarom is jouw hulp nodig om de slechte omstandigheden waar mensen als Mohammed in leven te veranderen.

Je kan op verschillende manieren helpen: doneren van geld, vrijwilliger worden, of nog belangrijker: door het bewustzijn onder Europese burgers te vergroten. Door aan onze overheden te laten zien dat wij het belangrijk vinden dat de vluchtelingen op een goede manier worden opgevangen en behandeld kunnen we hen dwingen tot actie. Deze vluchtelingen verdienen het om als mensen te worden behandeld!

Disclaimer: Het waargebeurde verhaal van drie vluchtelingen in vluchtelingenkamp Moria is met hun toestemming beschreven in dit artikel. Mohammed is een fingeerde naam om de anonimiteit van de vluchtelingen te beschermen.

Tekst en beeld: Esmée Pluijmers

Hulpverlener Marijke op Lesbos: ‘Zelfs mensen met zware trauma’s kunnen niet worden geholpen ’

De situatie in het overvolle vluchtelingenkamp Moria op Lesbos loopt de spuigaten uit. Een brand waarbij een moeder en kind omkwamen, maakte dit recent nog eens gruwelijk duidelijk. Ondertussen wonen hier 13.000 veelal getraumatiseerde vluchtelingen. Psychosociaal hulpverlener Marijke Menninga zag de situatie voor haar ogen verslechteren. ‘Het is hier totáál onleefbaar.’

Met een dubbel gevoel gaat pedagoog Marijke (28) weer naar huis. Ruim een half jaar was zij op Lesbos als coördinator van de psychosociale projecten van Stichting Bootvluchteling, waaronder een school in kamp Moria en psychische ondersteuning aan getraumatiseerde vluchtelingen. ‘De situatie in Moria was altijd al heel slecht, maar is de afgelopen weken nog veel verder verslechterd. Veel verder dan ik me had kunnen voorstellen’, vertelt Marijke op haar laatste dag op Lesbos. ‘Er zijn gigantische hoeveelheden mensen, zo’n 13.000 op het moment, maar de voorzieningen zijn berekend op 3.000 mensen. Er zijn onvoldoende tenten, mensen slapen op matjes of op karton in de open lucht. Ook sanitair, voedsel, gezondheidszorg en onderwijs is er niet genoeg. Mondjesmaat worden vluchtelingen overgeplaatst naar het Griekse vasteland. Maar er komen zoveel mensen bij, dat we telkens terug bij af zijn.’

Overvol
De huidige situatie maakt veel indruk op de Groningse. Met name de grote psychische problematiek die zij ziet, baart haar zorgen. ‘Die zie je hier altijd, maar met zoveel mensen in het kamp zijn de voorzieningen zó overbelast, dat zelfs mensen met zeer forse psychische klachten niet gezien kunnen worden.’ Ondertussen wachten vluchtelingen in kamp Moria vaak maanden tot zelfs jaren op het vervolg van hun asielprocedure. Marijke zag dagelijks wat dit met mensen doet. ‘Het maakt hopeloos en moedeloos. Soms krijgen ze na acht maanden in Moria te horen dat hun eerste gesprek pas eind 2020 is. Mensen willen zo verschrikkelijk graag een veilig bestaan opbouwen, maar zitten hier vast en kunnen niets. Zij weten niet of ze straks misschien moeten terugkeren naar het land waar zij hun leven vreesden. Die dagelijkse onzekerheid te midden van deze verschrikkelijke leefomstandigheden, maakt mensen echt kapot.’

Mensen willen zo verschrikkelijk graag een veilig bestaan opbouwen, maar zitten hier vast en kunnen niets.

Om mensen steun te bieden in hun psychische nood, biedt Stichting Bootvluchteling supportgroepen, legt Marijke uit. ‘Trauma’s kunnen wij hier niet behandelen, maar wél kunnen we mensen handvatten bieden om staande te blijven in hun vreselijk ingewikkelde situatie. Daarbij werken we met vertalers, zodat mensen zich in hun moedertaal kunnen uiten. Ook doen we praktische ademhalings- en ontspanningsoefeningen, om mensen te helpen enige ontspanning te vinden in hun lijf en in hun hoofd.’

Marijke Menninga.

Beter slapen
Voelt het bieden van praktische handvatten aan getraumatiseerde mensen soms niet als pleisters plakken op een gapende wond? Marijke zucht en lacht. ‘Ja, soms wel. Want ja, de wond is zeker gapend. Maar een pleister is wel iéts. Na afloop van onze groepssessies bedanken de deelnemers je zó hartelijk. Als ik vraag hoe ze het vonden, zeggen ze vaak: dit was een uur van rust. Eén van de vrouwen vertelde me dat ze de oefeningen elke avond in haar tentje herhaalt, waardoor ze ‘s nachts iets beter kan slapen. Dan weet ik: dit is waar we het voor doen.’

Toch voelt ze zich soms ook machteloos. ‘We kunnen maar een klein deel van de mensen helpen. Op structureel niveau kan ik niets aan de situatie veranderen, dat is aan de politiek. Maar ik kan er wél voor proberen te zorgen dat het bestaan hier één procent minder mensonwaardig wordt.’

Als ik vraag hoe ze het vonden, zeggen ze vaak: dit was een uur van rust.

Rug tegen de muur
Ondertussen zeggen critici dat hulporganisaties de vluchtelingencrisis in stand houden door mensen te blijven helpen. ‘Dat idee van aanzuigende werking, daar geloof ik niet in. Want de situatie hier is totáál onleefbaar. De mensen die ik zie en spreek zijn op de vlucht voor iets dat nog vele malen erger is. Zij vreesden voor hun leven of dat van hun kinderen. Als je zó bang bent dat je ervoor kiest om de zee over te steken in zo’n bootje, dan heb je niets te verliezen. Mensen denken vaak dat vluchtelingen de keus hebben om te denken: zal ik eens gaan, of zal ik eens niet gaan. Maar deze mensen hebben geen keus, ze staan met hun rug tegen de muur.’

Hoe blijf je zelf op de been als jonge hulpverlener, onder zulke hevige omstandigheden, met gedachte dat je niet iedereen kunt helpen? ‘Soms vind ik dat wel zwaar. Maar als ik mensen spreek in onze programma’s die mij vertellen hoe belangrijk het voor hen is, zie ik: het is het waard, we moeten volhouden. Ik hoop dat wij de mensen in Moria de garantie kunnen bieden dat wij er blijvend zullen zijn met onze medische en psychosociale zorg. Met de nodige fondsen kunnen we dit garanderen. Zolang het nodig is, willen wij elke dag kunnen klaar staan.’

Wil jij ons werk steunen zodat wij getraumatiseerde vluchtelingen in kamp Moria medische en psychosociale zorg kunnen blijven bieden? Geef dan via www.bootvluchteling.nl/doneer.

 

 

Beeld: Leonie Linotte, Kenny Karpov en Arjan Lock.

Memoires uit Moria: psychische hulp aan vluchtelingen op Lesbos

“Merhaba, welkom in Turkije,” is het eerste bericht dat op mijn telefoon verschijnt als ik het vliegtuig uitstap. Ik kan het mijn telefoonprovider nauwelijks kwalijk nemen; vanaf het vliegveld kun je Turkije zo’n 15 kilometer verderop zien liggen, een smal strookje Middellandse Zee ertussen. Voor minder dan twintig euro brengt een ferry je van het dichtstbijzijnde Turkse havenstadje naar Griekenland. Tenminste, als je in het bezit bent van het juiste paspoort. De beelden van de vluchtelingen die dat paspoort niet hebben en op een andere manier de Europese Unie proberen te bereiken, zijn waarschijnlijk bij iedereen bekend.

Ik ben op Lesbos om als vrijwilliger te werken in het medisch team van Stichting Bootvluchteling. Van vier uur ’s middags tot elf uur ’s avonds runt deze stichting een medische hulppost in kamp Moria. Moria is het grootste vluchtelingenkamp van Griekenland. Volgens de officiële getallen woonden er eind juni 5500 mensen in Moria, momenteel zijn dit er al ver boven de 10.000. Vrijwel dagelijks komen er nieuwe boten met vluchtelingen op Lesbos aan. Alleen al in juni dit jaar kwamen er meer dan 1500 vluchtelingen per boot op het eiland aan (1). “Psychiatrie?” zeggen mijn collega-vrijwilligers als ik me voorstel en mijn achtergrond uitleg. “Dat kunnen we hier wel gebruiken…”

Begin deze zomer stond er een kort berichtje op enkele nieuwssites: migranten verdronken voor de kust van Lesbos. Een paar regels, meer niet: hoe tragisch ook, de meeste mensen schrikken niet meervan het nieuws dat er weer een rubberbootje op de Middellandse Zee is omgeslagen. Maar direct op mijn eerste dag op Lesbos worden de zakelijke zinnen uit het nieuwsbericht pijnlijk echt. Als laatste patiënt die avond wordt een jongen binnengebracht op de rug van een vriend. Hij kronkelt over de onderzoeksbank en heeft zijn ogen dichtgeknepen. Zijn wangen zijn nat van de tranen, zijn verwassen shirt doorweekt van het zweet. Hij roept wat losse woorden in het Frans terwijl zijn vriend begint te vertellen: de jongen, zeventien jaar oud, is een week geleden op Lesbos aangekomen nadat zijn boot vlak voor de kust was omgeslagen.

“Six mois!” hoor ik de jongen nu verstaanbaar roepen. “Ze was pas zes maanden..!” Hij begint te snikken. “Overal water, overal water,” schreeuwt hij.

De vriend weet niet zeker met wie de jongen aan de oversteek begonnen is, maar hij weet wel dat hij alleen op het Griekse strand arriveerde. “Six mois!” hoor ik de jongen nu verstaanbaar roepen. “Ze was pas zes maanden..!” Hij begint te snikken. “Overal water, overal water,” schreeuwt hij. De vriend vertelt dat de jongen elke nacht gillend wakker wordt in de tent waar hij met tientallen andere vluchtelingen schouder aan schouder slaapt.Als hij ’s nachts naar de slapende lichamen om zich heen kijkt, denkt hij dat het de lijken zijn die hij op het strand uit het water gehaald zag worden.

“Je kunt ervan uitgaan dat alle Afrikaanse vrouwen die je hier ziet verkracht zijn,” is de opbeurende boodschap van de vertaler met wie ik samenwerk. Er blijkt weinig van gelogen. Om de privacy van de vrouwen enigszins te waarborgen, is het beleid om in hun anamnese de letters ‘S+’ te schrijven, codetaal voor ‘history of sexual violence’. De S+en rijgen zich razendsnel aaneen. Hoewel het zeker niet de bedoeling is om de volledige traumatische voorgeschiedenis van de vrouwen uit te vragen, is het onmogelijk om de verhalen níet te horen. De vrouw van wie de echtgenoot voor haar ogen gemarteld en vermoord werd, waarop zij door vijf soldaten verkracht werd. De vrouw van wie het hele dorp werd uitgemoord, die vervolgens verkracht werd door een mensenhandelaar in Turkije en nu zwanger van haar verkrachter hier voor me zit. “Je n’ai personne,” zegt ze met een starende blik in haar ogen. Ik heb niemand. Ze veegt haar tranen af met haar T-shirt. “Je n’ai personne, je n’ai personne,” blijft ze stamelen. Dan, plotseling, begint ze hartverscheurend te huilen. Ze verbergt haar
gezicht in haar handen, haar schouders schokken met elke snik die ze uitstoot. “Ik heb helemaal niemand meer. Ik wil dood.” Die zin heb ik als aios psychiatrie in Nederland vaker gehoord, maar nog nooit was het zó invoelbaar.

“Je kunt ervan uitgaan dat alle Afrikaanse vrouwen die je hier ziet verkracht zijn,”

De kliniek van Stichting Bootvluchteling geeft in principe alleen korte, acute zorg en geen langdurige behandeling. Voor psychiatrische zorg zijn er nog twee andere NGO’s naar wie verwezen kan worden, maar zij kunnen de vraag nauwelijks aan en hebben een complete patiëntenstop in de weken dat ik op Lesbos ben. Alleen de meest extreme gevallen kunnen worden doorverwezen en komen dan ergens onderaan een lange wachtlijst terecht. Maar wie verwijs je in vredesnaam als iederéén een extreem geval is? De man van vijfentwintig die zwijgend voor me zit en over wie een vriend vertelt dat hij ’s nachts in zijn bed plast en begint te gillen zodra het licht uit gaat? De vrouw van eind dertig, zwanger van haar verkrachter, die alleen maar mompelt: ‘ik ga de zee in lopen, in de zee heb ik rust, waar is de zee?’ Of de jongen van negentien die me in alle ernst vraagt of ik hem in plaats van paracetamol misschien een machete wil geven, zodat hij eerst zijn verkrachters en dan zichzelf kan vermoorden?

Maar wie verwijs je in vredesnaam als iederéén een extreem geval is?

Betrouwbare getallen over psychiatrische problematiek onder de vluchtelingen in Moria zijn moeilijk te vinden. Artsen zonder Grenzen spreekt in een rapport uit 2017 over een ‘mental health emergency’ op de Griekse eilanden, waaronder Lesbos. Zij rapporteren een enorme toename van zowel het aantal vluchtelingen met psychische problemen als een toename van de ernst van die problemen. In het laatste kwartaal van 2016 zagen zij 14 patiënten met een voorgeschiedenis van seksueel geweld, vergeleken met 86 in het derde kwartaal van 2017. In 2016 had de helft van hun patiënten een verwijzing voor psychiatrische behandeling nodig, vergeleken met driekwart in 2017(2). De International Rescue Committee (IRC) rapporteerde over de zomer van 2018 dat er sprake was van suïcidaliteit bij 64% van de vluchtelingen uit Moria die zij zagen, van depressie bij 60% en van PTSS bij 41% (3). Deze cijfers zijn inmiddels een jaar oud en lijken bovendien het topje van de ijsberg, omdat alleen de patiënten worden meegeteld die daadwerkelijk bij een van deze twee NGO’s in zorg zijn gekomen. De werkelijke cijfers liggen waarschijnlijk dus nog veel hoger. Van de pakweg tien patiënten met psychische problemen die ik per avond zie voldoet vrijwel iedereen aan de DSM criteria voor PTSS en een groot deel aan die voor depressie. Patiënten voor wie je in
Nederland met spoed een opnameplek met één-op-één begeleiding en medicatie zou regelen, gaf ik in Moria een glaasje water en bood ik een luisterend oor, omdat er simpelweg niets anders te bieden viel.

Patiënten voor wie je in Nederland met spoed een opnameplek met één-op-één begeleiding en medicatie zou regelen, gaf ik in Moria een glaasje water en bood ik een luisterend oor, omdat er simpelweg niets anders te bieden viel.

De shiftcoördinator waarschuwt me voor de volgende patiënte. Ze blijkt gisteren bij een andere arts agressief te zijn geworden en heeft met verbandmiddelen en een schaar gegooid. “Houd de deur maar open,” zegt de coördinator, terwijl de vrouw naar binnen stapt en ik haar via de tolk begroet. “Ik heb pijn,” begint ze. “Zoveel pijn.” Ik kijk haar aan en ze begint plotseling onbedaarlijk te lachen, waarmee ze na een paar seconden weer even abrupt stopt. “De soldaten,” begint ze dan te huilen. “De soldaten. Ze gingen hier naar binnen.” Ze wijst op haar billen. Zonder waarschuwing trekt ze haar jurk omhoog en broek naar beneden. Ik doe een poging haar te kalmeren, weer te laten gaan zitten en geef ook de open deur een zetje omdat ze nu bijna naakt vanuit de wachtkamer te zien is. Ze trekt wonderwel haar jurk weer omlaag en gaat weer zitten. “Tu es gentille,” verzucht ze glimlachend. Je bent lief. Dan draait ze plots haar hoofd opzij en kijkt naar iets wat achter mij schijnt te gebeuren.

“Kijk, kijk daar, die auto!” wijst ze. “Dat zijn de soldaten.” Ik kijk onwillekeurig om en zie alleen de medicijnkast in de hoek van de kamer. “Niet met ze meegaan, hoor,” zegt ze tegen mij. “Ze hebben mij verkracht. Niet met ze meegaan. Ik bescherm je wel. Jij bent lief.” Ik schrijf een verwijzing naar de NGO die psychiatrische hulp biedt en weet dat ze de komende maanden nog niet aan de beurt zal zijn. Ik geef haar paracetamol, omdat ze daarom vraagt en omdat ik geen idee heb wat ik anders voor haar kan doen. “Merci,” zegt ze glimlachend en ze pakt mijn hand. Als ze naar buiten loopt en toevallig een mannelijke collega tegen het lijf loopt begint ze tegen hem te schreeuwen. Met enige moeite begeleiden we haar naar buiten. Ze strompelt weg, in haar hand twee tabletjes paracetamol.

Twee weken later sta ik alweer op het vliegveld van Lesbos, wachtend op mijn vlucht terug naar Nederland. De airco in de vertrekhal loeit, om mij heen staan roodverbrande landgenoten in zomerjurkjes en korte broek. Ik bekijk mijn paspoort in mijn hand, waarop in gouden letters ‘Europese Unie-Koninkrijk der Nederlanden’ staat gedrukt. De grondstewardess bekijkt de foto in mijn paspoort vluchtig, geeft het me terug en wenst me glimlachend een goede reis naar huis. Het contrast met de verhalen uit Moria is zo pijnlijk groot dat het ironisch is. Merhaba. Welkom in Europa.

Arts Ragna Boerma was in de zomer van 2019 vrijwilliger in ons medisch team in Moria. Ze verwoordde haar ervaringen in dit artikel, dat ook gepubliceerd werd in medisch tijdschrift Medisch Contact.

1. Aegean Boat Report https://www.facebook.com/AegeanBoatReport/
2. MSF. Confronting the mental health emergency on Samos and Lesvos
http://urbanspaces.msf.org/wp-content/uploads/2019/03/confronting-the-mental-health-
emergency-on-samos-and-lesvos.pdf
3. IRC. Unprotected, unsupported, uncertain
https://www.rescue.org/sites/default/files/document/3153/unprotectedunsupporteduncertain.
pdf

Aantal mensen in Moria bereikt hoogtepunt: help ons iéts doen!

Moria is in nood. Extreme nood. We hebben je hulp nu meer dan ooit nodig.

De situatie is dramatisch, misschien wel heftiger dan ooit. Het kamp zit overvol. Momenteel verblijven er meer dan 9.000 mensen. Als het zo doorgaat gaan we volgende week over het hoogste inwonersaantal (wat we vorig jaar zomer bereikten) heen. Voor het loket met ‘new arrivals’ staan elke dag lange rijen mensen te wachten, soms wel urenlang in de brandende zon.

Voor veel mensen is niet eens een slaapplaats. Veel mensen slapen op straat, voor tentjes is geen plek meer. Ook alleenreizende vrouwen slapen buiten, voelen zich onveilig. De wachtrijen voor onze medische kliniek worden alsmaar langer en we moeten steeds meer mensen wegsturen. Het is te tragisch voor woorden: zoveel mensen die een arts nodig hebben, maar die door capaciteitsgebrek nergens terecht kunnen.

Ook de psychische nood is enorm hoog. Het lijden van de mensen die we wél kunnen zien in de kliniek, is onbeschrijfelijk. Alleen de meest extreme gevallen kunnen worden doorverwezen en komen dan ergens onderaan een lange wachtlijst terecht. Maar wie verwijs je in vredesnaam door als iederéén een extreem geval is?

De jongeman wiens bootje vlak voor de kust omsloeg en die een baby zag verdrinken? Die ‘s nachts gillend wakker wordt omdat hij denkt dat de slapende lichamen om hem heen lijken zijn die hij op het strand uit het water gehaald zag worden? De man van vijfentwintig over wie een vriend vertelt dat hij ’s nachts in zijn bed plast en begint te gillen zodra het licht uit gaat? De vrouw van eind dertig, zwanger van haar verkrachter, die alleen maar mompelt: ‘ik ga de zee in lopen, in de zee heb ik rust, waar is de zee?’ Of de jongen van negentien die vraagt of wij hem in plaats van paracetamol misschien een machete willen geven, zodat hij eerst zijn verkrachters en dan zichzelf kan vermoorden?

Ons hart breekt. Er is zoveel leed, zoveel verdriet. We willen zoveel meer doen dan we kunnen, zoveel meer mensen helpen dan onze handen kunnen dragen. Om op te kunnen staan tegen dit onrecht hebben we jullie steun zó zó hard nodig. Geef alsjeblieft wat je missen kunt zodat we zoveel mogelijk mensen de hulp kunnen blijven bieden waar ze zo hard recht op hebben. Laten we onze ogen niet sluiten, maar in actie komen. Laten we onze harten openen en het leed van deze honderden mannen, vrouwen en kinderen tot ons laten spreken. Het is onze medemenselijke plicht.

👉👉 Je kunt eenvoudig doneren via Tikkie https://tikkie.me/pay/Bootvlucht/jUM78pxZHvNZ3xntgg9m18 of met behulp van het donatieformulier op onze website https://bootvluchteling.nl/doneer. We hopen dat velen van jullie ons zullen helpen om verandering te brengen in deze verschrikkelijke situatie. We hebben jullie nodig. Allemaal alvast heel erg bedankt! ❤️

 

Tekstfragment: Ragna de Boer.

Situatie in vluchtelingenkamp Moria op Lesbos opnieuw zorgwekkend

De situatie op Lesbos is opnieuw erg onrustig. Na een wat rustigere periode zijn er de afgelopen weken weer aanzienlijk veel boten aangekomen. In de eerste weken van juli arriveerden in totaal 37 boten met meer dan 1.300 inzittenden. Het vluchtelingenkamp Moria is hierop niet berekend. Deze situatie baart Stichting Bootvluchteling zorgen.

In vluchtelingenkamp Moria op Lesbos verblijven op het moment rond de 6.250 vluchtelingen, waarvan het merendeel (74%) afkomstig is uit Afghanistan. Hieronder zijn ongeveer 430 alleenreizende minderjarige tieners en kinderen. Dit terwijl het kamp slechts berekend is op 3.100 inwoners. Ook op andere Griekse eilanden neemt het aantal vluchtelingen de laatste weken toe.

De bootreizen gaan niet altijd goed. In juni kapseisden twee boten, voor de kust van Lesbos en bij het Turkse Bodrum. Hierbij kwamen zeker negentien mensen om het leven, waaronder vijf kinderen. Ook worden veel boten tegengehouden door de Turkse kustwacht en politie. Alleen al in juli zijn 170 boten met ruim 5.500 inzittenden tegengehouden tijdens hun overtocht naar de Griekse eilanden.

Zware problematiek

De doorstroom van vluchtelingen naar het vasteland verloopt zeer traag. Door de vele nieuwkomers neemt de druk op onze medische kliniek in kamp Moria en op onze medewerkers toe. Patiënten met lichte gezondheidsklachten moeten wij dagelijks wegsturen. We zien veel zware psychiatrische gevallen, waaronder niet zelden suïcidale patiënten, die zichzelf en soms anderen iets dreigen aan te doen. Mensen kampen met trauma’s, hallucinaties en klachten door oorlogs- en seksueel geweld.

Bij gebrek aan de juiste zorg keren patiënten vaak terug. De zware problematiek verhoogt ook de druk op onze psychosociale hulpverlening. Ook andere medische organisaties in kamp Moria hebben lange wachttijden of zelfs een patiëntenstop. Hierdoor groeit het tekort aan medische voorzieningen. Aan de vraag naar onderwijs voor zowel kinderen als volwassenen kan ook niet worden voldaan.

Hitte
De zomerse warmte verergert de leefsituatie in kamp Moria. In het kamp is vrijwel geen beschutting, wat het lastig maakt om verkoeling te vinden. De droogte neemt ook brandgevaar met zich mee. Hoewel de brandweer preventief patrouilleert, is rondom Moria al twee keer brand uitgebroken.

Naar verwachting zal het inwonertal in Moria de komende weken nog verder toenemen. Het aantal boten dat aankomt, stijgt nog steeds. Ook de verkiezingsoverwinning van de rechtse partij Nieuwe Democraten kan de asielprocedures op korte termijn beïnvloeden. Ondertussen blijven wij doen wat wij kunnen. Naast aandacht vragen voor de schrijnende situatie, blijven we tegen de klippen op de mensen in Moria helpen met medische en psychosociale hulp. Dagelijks kunnen wij voor honderden mensen het verschil maken. Hulp aan mensen in nood is nooit hopeloos.

Help jij ons onze School of Hope uitbreiden?

Je bent een kind en je woont in vluchtelingenkamp Moria.

Al maanden, misschien wel jaren, ben je op de vlucht. Je huis is een tent. Het kamp is je speeltuin. Als je dagdroomt, denk je aan de vriendjes en het huis dat je achterliet, in een ver land waar je ooit woonde. ‘s Nachts spookt de oorlog door je hoofd. Zie je weer hoe je de zee overstak in dat veel te kleine bootje. En als je wakker wordt, ben je weer daar: op die nare plek in Moria.

Hoe fijn is het dan als er een plek is waar je je zorgen kunt vergeten? Waar je kunt leren en spelen, waar je wordt gezien? Een plek waar je weer even kind kunt zijn?

Onze School of Hope is zo’n plek. Midden in kamp Moria geven wij hier elke dag les aan 75 kinderen. Week in, week uit tot ze Moria weer verlaten. Voor sommigen is het de eerste school waar ze ooit naartoe gaan. We leren ze o.a. (Engelse) taal en rekenen, in hun moedertaal. Maar meer nog: we geven ze een stukje normaal leven terug.

Het is één van de weinige kansen die kinderen in Moria hebben op onderwijs. Maar ook wij moeten op dit moment veel kinderen teleurstellen: we hebben geen ruimte om ieder kind een plek te bieden. Onze wachtlijst is lang. Daarom willen we héél graag uitbreiden, zodat nog meer kinderen een kans op onderwijs krijgen.

——

Hiervoor is geld nodig. Het kost ongeveer 3.000 euro om de cabins waarin wij lesgeven uit te breiden en hier een fijne plek van te maken. Help jij ons, zodat we nog meer kinderen uit Moria een veilige haven kunnen bieden?

Via deze Tikkie-link kun je een bedrag naar keuze doneren:

https://tikkie.me/pay/Bootvlucht/4LadY3hBbgJHV6M7bJxVj6.

Of gebruik het donatieformulier op onze website: https://bootvluchteling.nl/doneer-2/. Hier kun je ook voor een periodieke donatie kiezen.

Voor 30 euro kan een kind ongeveer een week naar school. Iedere euro is welkom. Dank je wel alvast dat je ons wilt helpen!

Onze mensen – Todd: ‘Middenin die rotsituatie maken ze de keuze om te geven om anderen’

‘Ik doe drie weken vrijwilligerswerk hier in Moria. Dus als dingen oncomfortabel zijn voor mij, is dat maar voor
drie weken. Daarna ga ik terug naar mijn normale leven, waar alles is zoals het altijd was. Waar ik weet
welke producten er in de supermarkt liggen, waar ik weet wat alles kost. Alles is dan weer gewoon zoals het
was.

Als ik naar de vluchtelingen kijk, zie ik mensen die geen idee hebben of de situatie waar ze in zitten zal
veranderen. Ze hopen het. En ze lijken vast te houden aan die hoop. Maar er is geen garantie. Hier in Moria zijn doet me realiseren hoe alles wat ik normaal gesproken doe op eenzelfde manier gaat. Momenteel ben ik in een andere omgeving met mensen die ik niet ken, in een cultuur die ik niet ken en met een taal die ik niet spreek. Maar zelfs hier, in een ander land, heb ik zoveel meer dan de vluchtelingen die hier verblijven. In Moria zie ik heel duidelijk wat vluchtelingen niet hebben. Een fijne plek om te wonen, vrijheid.

Ik werk als verpleger in de kliniek, waar ik samenwerk met vertalers vanuit het kamp. Zij doen niet alleen hun
werk op een professionele manier, maar ze geven ook echt om hun medevluchtelingen in Moria. Ik zie hoe
ze niet alleen vertalen maar ook proberen hun omgeving te kalmeren. Ze proberen zorg en compassie te
geven aan andere vluchtelingen die hulp nodig hebben.

De vertalers werken vrijwillig, maar zij zitten hier tegelijkertijd vast. Dat gaat mijn pet te boven. Ze zitten klem en middenin die rotsituatie maken ze de keuze om productief te zijn en te geven om anderen.’

– Todd, Amerika – Verpleger medische kliniek

Onze mediavrijwilligster Laurie maakte deze prachtige portretten van verschillende vrijwilligers in Moria. Met hun verhalen laten we jullie graag kennismaken met onze community.

Onze mensen – Katie: ‘Docenten kunnen hier doorgaan met waar ze van houden’

‘De reden dat ik geïnteresseerd was om voor Stichting Bootvluchteling te werken is dat de organisatie veel nadruk legt op het ‘empoweren’ van mensen in kamp Moria. Ik denk dat het niet goed is als een groep buitenlanders hier komt en een groep andere mensen, die lijden, vertelt wat ze moeten doen.

Bijna alle docenten van de School of Hope waren ook docenten in hun land van herkomst. Ze hadden daar middelen om hun werk uit te oefenen en waren succesvolle en professionele mensen. Nu, hier in Moria hebben ze geen middelen meer. Maar ze hebben nog steeds kennis. Ze hebben nog steeds passie. Ze kunnen doorgaan met doen waar ze van houden. Deze docenten staan de halve dag in de rij, voor alles: voedsel, documenten, medische zorg. Alles is een gevecht. Het is fantastisch om te zien dat zij hun tijd besteden aan het onderwijzen van kinderen, dag aan dag.

Ik schrijf mijn thesis over vredeseducatie. Dat is een vorm van onderwijs die helpt mensen te ontwikkelen die autonoom zijn, mensen die het gevoel hebben controle te hebben over hun leven. Vaak is een educatiesysteem top-down: de docent geeft instructies en de kinderen moeten stil op hun stoel zitten, luisteren en instructies opvolgen. Vredeseducatie richt zich meer op samenwerking en helpt studenten hun eigen onderwijs vorm te geven.

Ik denk dat vredeseducatie heel belangrijk is hier in Moria, want de kinderen hier zijn een groot deel van hun autonomie verloren. Veel van wat zij weten over hun identiteit en hun gemeenschap is veranderd. Mijn doel is om deze kinderen te laten weten dat ze hier op school een plek hebben waar ze wat controle hebben, ondanks de vreselijke dingen die ze hebben moeten meemaken om hier te komen en terwijl ze hier zijn. Ik wil dat ze weten dat ze gerespecteerd zullen worden. En dat ze een plek hebben, helemaal voor hen.’

– Katie (Verenigde Staten), vrijwilliger PSS-team

Onze mediavrijwilligster Laurie maakte deze prachtige portretten van verschillende vrijwilligers in Moria. Met hun verhalen laten we jullie graag kennismaken met onze community.

Onze mensen – Ramin: ‘Ik wilde niet in een tent zitten en gestrest zijn’

‘Mensen denken dat ze veilig zijn als ze Griekenland bereiken. Het is een Europees land. Mensen verwachten dat ze een goed leven zullen hebben, met een huis en baanperspectief. Maar vanaf het moment dat ze Moria binnenkomen verandert dat. Het blijkt het tegenovergestelde te zijn. Hun dromen worden verwoest. Dat kan heel moeilijk zijn voor mensen. Ik had dat probleem ook toen ik in Moria aankwam. Ik wilde naar een Europees land voor een beter leven. De eerste maanden in Moria kreeg ik psychische problemen. Ik had geen activiteiten. Maar na een tijdje herpakte ik mezelf. Ik gaf mezelf positieve energie. De energie om actief te zijn, mijn voetbal voort te zetten en activiteiten te vinden. Om uit die negatieve spiraal te komen.

Ik wilde niet in een tent zitten en gestrest zijn. Ik ben het gewend om veel activiteiten te hebben, om te werken. Dus hier wilde ik ook actief zijn. Eén van m’n vrienden werkte voor Stichting Bootvluchteling. Dus ik vroeg hem of ze meer vertalers nodig hadden. Dat hadden ze – dus ben ik hier begonnen met werken. Ik geniet ervan om mensen te helpen. Het geeft me positieve energie. Meestal werk ik als vertaler in de kliniek. De patiënten voelen zich fijn bij mij, ze vinden de manier waarop ik vertaal prettig. Wij, de vertalers en de dokters, zijn een fijn team en we hebben goed contact met elkaar. We zijn een soort familie die samenwerkt. We helpen mensen. Ik heb nog steeds hoop en ik vecht voor mijn toekomst. Ik zal mijn reis voortzetten. To be continued.’

– Ramin, tolk in onze medische kliniek

Onze mediavrijwilligster Laurie maakte deze prachtige portretten van verschillende vrijwilligers in Moria. Met hun verhalen laten we jullie graag kennismaken met onze community.

Onze mensen – Rina: ‘Het is fijn als er een plek is waar vrijwilligers kunnen ontspannen’

‘De vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling maken lange, pittige dagen. Daarom vind ik het heel belangrijk dat onze vrijwilligershuizen huiselijk aanvoelen. Het is fijn als er een plek is waar vrijwilligers kunnen ontspannen. Daar zet ik me voor in. Ik ben voor langere tijd op Lesbos en werk als vrijwilligersmanager. Ik ben aanspreekpunt voor alles wat te maken heeft met de vrijwilligershuizen. Dat houdt bijvoorbeeld in dat ik het wat huiselijker maak maar ook dat ik het corveerooster opstel en zorg dat mensen opgehaald worden van het vliegveld.

Daarnaast draai ik shifts mee in kamp Moria. Ik ben de focuspersoon van de bibliotheek. Vijf dagen per week is er bibliotheek. Daar kunnen mensen een boek lenen, maar de plek heeft ook een sterke sociale functie. Mensen komen samen om een kop thee te drinken of een spelletje Rummikub te doen. Het is een fijne plek waar mensen hun zorgen even kunnen vergeten. Er worden veel Engelse kinderboeken gelezen, ook door volwassenen, dat is een handige manier om Engels te leren. De bieb wordt gerund door de librarians, vluchtelingen uit het kamp. Het is hun toko, hun bieb. Wij ondersteunen waar nodig. Zij weten alles. Zij hebben het systeem bedacht. Ze lenen de boeken uit, zetten de gegevens van de mensen in de computer en helpen mensen met het uitzoeken van een nieuw boek.’

Rina (38, Nederland) – Vrijwilligersmanager

Onze mediavrijwilligster Laurie maakte deze prachtige portretten van verschillende vrijwilligers in Moria. Met hun verhalen laten we jullie graag kennismaken met onze community.

Spreekt Rina’s functie je aan? We zijn per direct op zoek naar een sociale vrouw of man die haar als vrijwilligersmanager kan opvolgen. Interesse? Lees dan gauw verder: https://bootvluchteling.nl/vrijwilligersmanager-lesbos/