Toename psychische klachten sinds lockdown kamp Moria, evacuatie is nú nodig

Een uitbraak van COVID-19 in kamp Moria komt steeds dichterbij. Het aantal besmettingen op Lesbos steeg de afgelopen weken aanzienlijk. De lockdown, die mensen al sinds maart beperkt het kamp te verlaten, is nog verder aangescherpt. De artsen van Stichting Bootvluchteling zien sinds de lockdown een grote stijging van psychische klachten onder bewoners van het kamp. ‘Mensen kunnen nergens terecht, terwijl de nood juist nú enorm groot is.’

Het aantal coronabesmettingen op Lesbos liep de afgelopen weken op tot zeker vijftig. Een virusuitbraak in kamp Moria komt zo steeds dichterbij. De gevolgen van een uitbraak in het overvolle kamp zijn niet te overzien. Eén coronageval in Moria – een kamp met 15.000 inwoners, gebrek aan stromend water, hygiëne en medische voorzieningen én veel mensen met kwetsbare gezondheid – kan met gemak in een paar dagen het hele kamp besmetten. Daarbij komt dat Artsen zonder Grenzen haar COVID-19 isolatiecentrum eind juli onder druk van Griekse autoriteiten heeft moeten sluiten. 

Sinds het begin van de lockdown, nu al half jaar geleden, mogen mensen het kamp alleen nog verlaten met toestemming van politie of een doktersverklaring. Sinds de nieuwe besmettingen zijn de maatregelen nog verder aangescherpt: alle zogenaamde non-essentiële activiteiten zijn nu verboden, waaronder onderwijs en psychische ondersteuning. De restricties om het kamp te verlaten zijn discriminerend: zij gelden alleen voor mensen uit Moria. Andere bewoners van het eiland mogen zich vrij bewegen. 

Schrijnend gebrek psychische zorg
De maatregelen beperken de toegang tot essentiële voorzieningen zoals gezondheidszorg, onderwijs, juridische hulp en voedsel. Mensen die dringend zorg nodig hebben van het ziekenhuis, de psycholoog, apotheek of tandarts kunnen amper worden doorverwezen. ‘Dit is altijd al een groot probleem in Moria, maar is nu nóg extremer. Mensen lopen rond met zware gebitsontstekingen die niet behandeld kunnen worden. Daarnaast zien we vooral een schrijnend gebrek aan psychische zorg. Er wás al bijna niets op dit vlak, maar nu kunnen getraumatiseerde mensen echt nergens meer terecht. Terwijl de nood nu juist zo enorm groot is’, zegt Karin Arendsen, veldcoördinator van Stichting Bootvluchteling op Lesbos.

“Er wás al bijna niets op dit vlak, maar nu kunnen getraumatiseerde mensen echt nergens meer terecht. Terwijl de nood nu juist zo enorm groot is.”

Geen preventie meer
Sinds de lockdown is het aantal psychische klachten in het kamp toegenomen. Bestaande psychische klachten zijn verergerd, vertelt Jamilah Sherally, medisch coördinator van Stichting Bootvluchteling op Lesbos. ‘Denk hierbij aan duidelijke psychische klachten zoals depressiviteit, paniekaanvallen, suïcidale gedachten, stijging van zelfbeschadiging onder minderjarigen en huiselijk geweld. Maar ook aan klachten die direct verbonden lijken aan mentale gezondheid, zoals hoofdpijn, slapeloosheid, lage rugpijn en maagklachten. Opmerkelijk genoeg begonnen de klachten van de meeste patiënten bij aankomst in Moria.’ 

Gebrek aan preventie heeft mogelijk geleid tot het ontstaan van veel nieuwe klachten. Door de beperkende maatregelen heeft Stichting Bootvluchteling haar psychosociale hulp in het kamp moeten stilleggen. ‘Veel klachten die wij zien, hadden preventief verholpen kunnen worden. Bijvoorbeeld door de mental health en stress relief groepen die wij normaal gesproken aanbieden’, zegt Sherally. Het verbod op psychosociale hulpverlening, ook van andere organisaties, leidt in combinatie met de lockdown bij veel mensen tot veel stress en machteloosheid. Arendsen: ‘Mensen zitten in een snikheet kamp zonder basisvoorzieningen. Zij hebben geen enkel perspectief en kunnen niks anders dan stilzitten en wachten. Het nietsdoen onder deze omstandigheden is voor veel mensen gekmakend.’ 

“Mensen hebben geen enkel perspectief en kunnen niks anders dan stilzitten en wachten. Het nietsdoen onder deze omstandigheden is voor veel mensen gekmakend.”

 

Ook kinderen slachtoffer
Niet alleen volwassen, ook de duizenden kinderen in Moria leiden ernstig onder de gevolgen van de lockdown. Zij kunnen niet meer naar school, de enige plek waar zij even kind kunnen zijn en hun zorgen kunnen vergeten. Zij zitten dagenlang in hun tent zonder enige afleiding en staan bloot aan pittige, langdurige stress. Dit kan enorm schadelijk zijn voor hun ontwikkeling. Artsen in Moria zien kinderen die gestopt zijn met praten of zelfs niet meer slapen en die op 10-jarige leeftijd weer zijn gaan bedplassen. 

Zonder adequate zorg zal de situatie met de dag verergeren, vreest Sherally. ‘Lockdowns hebben wereldwijd gevolgen voor de mentale gezondheid. Onder de erbarmelijke omstandigheden van een kamp als Moria worden de gevolgen heel duidelijk zichtbaar. We hebben geen exacte cijfers, maar ik durf te stellen dat de meeste medische problemen in Moria een direct resultaat zijn van mentale klachten: of het nu gaat om slachtoffers van steekpartijen, patiënten met slaapklachten of de vrouw die al voor de zevende keer terugkomt met hoofdpijn. Goede zorg en preventie hadden deze klachten kunnen voorkomen. Nu wordt het probleem alleen maar groter en groter.’

Artsen in Moria zien kinderen die gestopt zijn met praten of zelfs niet meer slapen en die op 10-jarige leeftijd weer zijn gaan bedplassen. 

Evacuatie nodig
Evacuatie is daarom de enige echte oplossing en is nú dringend nodig, bepleiten Arendsen en Sherally. ‘De kans dat corona het kamp bereikt, is heel aanzienlijk. De gevolgen zullen zeer dramatisch zijn. Mensen zijn al heel kwetsbaar en zullen hierdoor sneller ziek worden. De druk op de lokale gezondheidszorg zal nog verder toenemen. Het enige ziekenhuis van Mytilini kan dit met onvoldoende personeel en beademingsapparatuur en slechts zes IC-bedden niet aan. Ik vrees dat hierdoor paniek zal ontstaan en dat ook patiënten die om andere redenen zorg nodig hebben niet meer gezien kunnen worden. Uiteindelijk vrees ik dat mensen hierdoor onnodig zullen overlijden’, zegt Arendsen.

‘Moria is een officieel Europees vluchtelingenkamp. Het feit dat Europa, wetende wat het gevolg van een corona uitbraak hier kan zijn, mensen nog steeds geen humane opvang en eerlijke asielprocedure biedt, ís en blijft ongekend. Het wordt hoog tijd dat andere EU-landen hun verantwoordelijkheid nemen, zich houden aan het Vluchtelingenverdrag en – in solidariteit met Griekenland – gezamenlijk zorgen voor goede opvang van deze mensen. In tegenstelling tot wat de Nederlandse regering zegt, is dit weldegelijk een structurele oplossing.’

 

Vertaler Farzad in onze medische kliniek in kamp Moria

Tolk Farzad: ‘Ik kan mensen het gevoel geven dat ze begrepen worden’

Maak kennis met Farzad. Sinds een aantal weken helpt hij als tolk in onze medische kliniek op Lesbos. Hij komt uit Iran en hoort bij ons fantastische ground team; vrijwilligers die zelf in kamp Moria wonen. Ondanks hun moeilijke situatie zetten zij zich met ons in om anderen te helpen. We zijn enorm dankbaar voor hun hulp!

“Tolken is zoveel meer dan het letterlijk vertalen van de woorden die uitgewisseld worden tussen de patiënt en de arts. Het gaat om vertrouwen, luisteren en mensen op hun gemak stellen. Soms, als de dokter een tijdje weg is om medicijnen te halen, stellen mensen zich open en vertellen ze mij over hun achtergrond. Ik denk dat ik mensen erg kan helpen als ik naar hen luister en hen het gevoel geef dat ze gehoord en begrepen worden.

Toen ik in Moria aankwam, zag ik de situatie en raakte ik depressief. Ik heb medelijden met de omstandigheden waarin mensen hier wonen. Actief blijven door in de kliniek te werken, helpt me echt om ermee om te gaan. Ik spreek Engels, dus waarom zou ik dat niet gebruiken om anderen te helpen?

Hier in de kliniek kan ik mij inzetten voor anderen, terwijl ik ondertussen ook mezelf help door nieuwe dingen te leren. Het is geweldig om mensen van zoveel verschillende nationaliteiten te ontmoeten en samen te werken. Ik leer veel over verschillende culturen, landen en talen. Een van de dokters schrijft soms wat Duitse woorden voor mij op om te leren, en ik doe hetzelfde voor hem. Ook heb ik veel kennis opgedaan over de zorg.

Mijn wens voor de toekomst is om opnieuw te studeren. In Iran studeerde ik informatietechnologie. Helaas kon ik mijn studie niet afmaken. Als ik asiel krijg, ga ik door met studeren. Ook ben ik voetballer. In Iran speelde ik slechts één niveau lager dan de meest prestigieuze competitie van het land. Ik zou graag weer lid worden van een voetbalclub en spelen.”

– Farzad, tolk @ medisch team


Tekst & beeld: Tessa Kraan

Help de kinderen in Moria: doe mee met onze kleurwedstrijd!

Help de kinderen in Moria: doe mee met onze kleurwedstrijd!

Wil jij ook iets doen om kinderen in vluchtelingenkamp Moria te helpen? Lees dan snel verder en doe mee met onze kleurwedstrijd! De 3 mooiste of meest bijzondere tekeningen winnen een prijs.

Wat is er aan de hand? In kamp Moria op het Griekse eiland Lesbos wonen een heleboel kinderen. Zij zijn op de vlucht voor oorlog en geweld in hun eigen land en zoeken een land waar zij veilig mogen wonen. Voordat zij verder mogen reizen, wonen zij vaak maanden lang in kamp Moria.

Hoe is het in kamp Moria?  In het kamp wonen heel veel mensen in piepkleine tentjes, met hun hele gezin. De tenten staan tussen het afval en riool. Het kamp is niet veilig: er is te weinig gezond eten en er zijn niet genoeg dokters. De meeste kinderen kunnen niet naar school en hebben bijna geen kleding of speelgoed. Veel kinderen hebben oorlog of andere nare dingen meegemaakt. Hierdoor voelen zij zich vaak niet fijn. In kamp Moria kunnen zij geen hulp krijgen om zich beter te voelen.

Wat moet er gebeuren? Wij vinden dat deze kinderen een veilig thuis verdienen, in Nederland of een ander land in Europa. Vooral de kinderen die helemaal alleen op de vlucht zijn, zonder ouders of familie. Veel mensen in Nederland vinden dit ook. Maar de mensen in de politiek, die kunnen beslissen of de kinderen naar Nederland mogen komen, zijn het hier nog niet over eens.   

Hoe kun jij helpen? Wij willen de mensen in de politiek laten zien dat kinderen in Nederland óók graag hulp willen voor de kinderen in kamp Moria. Daarom bedachten we een speciale kleurwedstrijd. We willen 500 droomhuizen voor de kinderen uit Moria tekenen en deze aan de politieke mensen in Den Haag geven. Zodat zij hier hopelijk échte huizen van zullen maken voor de kinderen uit het kamp. 

Doe je mee? Lees dan snel verder!

De opdracht: Teken een huis waarin de kinderen uit kamp Moria van jou mogen wonen. Hoe zouden hun droomhuizen en kamers er uitzien? En hoe zouden ze zich daar voelen? Als je het leuk vindt, mag je er ook een verhaal bij schrijven. 

Gebruik je fantasie en wees zo creatief als je maar wilt! Ben je klaar met je tekening? 

  1. Zet dan je naam, leeftijd en woonplaats op je tekening en maak er een foto van.
  2. Plaats de foto in een reactie onder deze post en mail hem ook naar redactie@bootvluchteling.nl.
  3. Stuur je tekening met de post naar Stationsweg 89, 6711 PM in Ede.
  4. Je kunt meedoen tot 1 juli. Daarna willen we de tekeningen verzamelen en naar Den Haag brengen – voordat de ministers op zomervakantie gaan.
  5. Vraag zoveel mogelijk andere kinderen om mee te doen, we hebben minimaal 500 tekeningen nodig.
  6. De mooiste 3 tekeningen winnen een leuke prijs! De winnaars maken we begin juli bekend via Facebook.

Het verhaal van een dokter: in de ‘dagelijkse hel’ van vluchtelingenkamp Moria

Na een week waarin anti-rellenbrigade botsten met groepen migranten, vertelt een medicus haar aangrijpende verhaal over het leven als vrijwilliger in dit beruchte Griekse opvangkamp. 

Door: Annie Chapman

Op het Griekse eiland Lesbos is er vluchtelingenkamp Moria, opgezet voor 3.100 mensen maar nu met een populatie van meer dan 20.000 mannen, vrouwen en kinderen. Het is een plaats geworden vol geweld, ontbering, lijden en wanhoop. Ik ben een dokter uit Londen en heb net drie weken gewerkt voor Stichting Bootvluchteling (Boat Refugee Foundation, BRF). Dit was mijn derde keer daar – en mijn schokkendste. 

BRF is de enige partij die voorziet in medische noodhulp voor het hele kamp in de avonduren van 4 tot 11 uur. Deze duizenden kwetsbare mensen wonen verspreid over de omringende olijfboomgaarden in provisorische tenten, die verhoogd zijn met behulp van houten pallets om te voorkomen dat de kou van de bevroren grond in hun vermoeide, pijnlijke lijven sijpelt. De meesten hebben een hachelijke reis ondernomen om naar deze onveilige plek te komen; 40% van hen zijn kinderen. Zonder BRF, weet ik dat elke dag van de drie weken dat ik er was, velen van hen zouden zijn overleden: volwassenen – zowel mannen als vrouwen – aan de gevolgen van de gewelddadige steekpartijen, gestabiliseerd door medici die kort worden getraind in ‘stop het bloeden’; kinderen aan een nieuwe uitbraak van meningokokken, waarbij de koorts ‘s nachts in hun tent gevaarlijk stijgt; kwetsbare vrouwen tijdens hun bevalling; vier dagen oude baby’s die in de vrieskou slapen in tenten. 

Dagboek
Ik heb een dagboek bijgehouden van de gevallen die ik zag omdat ik dacht dat het me zou opluchten om, na de chaos, terug te lezen over een of twee heftige incidenten, zodat ik het zelf makkelijker zou kunnen verwerken. Ik besefte toen nog niet hoeveel de gebeurtenissen van slechts één dag zouden zorgen voor een brok in mijn keel als ik ze zou herlezen. En de dag erna, en de dag daarna. Ik wil je vertellen over een dag in het leven van de kleine mobiele kliniek waar ik werkte. Ik ben de verteller van de verhalen van de mensen die daar nog zijn; dit gaat niet over mij.

Mensen wachten uren lang buiten de met hekken van kippengaas afgezette kliniek, voordat we om vier uur opengaan, hopend met een dokter te kunnen spreken over de uitslag die hun kind heeft, de buikpijnen in hun zwangere buik, hun hallucinaties en flashbacks terug naar het geweld dat ze hebben gezien, hun slaapproblemen, hun jeuk door het ’s nachts dragen van luiers uit angst om naar het toilet te moeten in het pikdonkere kamp. Er is de afgelopen tweeënhalve maand geen betrouwbare elektriciteitsvoorziening geweest in het kamp (met 20.000 mensen die een voorziening gebruiken die bedoeld is voor 3.000, zijn er voortdurend kortsluitingen en kun je er niet van op aan dat het langere tijd werkt), en de dreiging van geweld en seksueel geweld is ontzettend hoog. Vrouwen en minderjarigen dragen vrijwel allemaal luiers om te voorkomen dat ze hun tent moeten verlaten nadat de zon is ondergegaan.

Dokter Annie Chapman aan het werk in het ‘gele’ gedeelte van de kliniek.

Ze komen met wonden die zijn geïnfecteerd en die moeten worden schoongemaakt en verbonden; ze hebben amper toegang tot schoon water in de olijfboomgaarden. Ze komen met de beruchte ‘Moria griep’ en een hele reeks van chronische problemen die je normaal gesproken zou verwachten in een populatie van deze omvang. Iedereen met chronische problemen wordt geadviseerd om overdag terug te komen: deze kliniek is er alleen voor acute klachten, voor spoedeisende hulp. En we werken op volle capaciteit.

Patiënten kunnen alleen binnenkomen met hun papierwerk, ook wel Ausweis genoemd, waarin hun foto, naam en nummer zijn opgenomen. Triage gebeurt bij de deur door een medicus met daarbij een vertaler in Farsi en Arabisch. ‘Groene’ patiënten hebben spoedeisende hulp nodig; ‘gele’ patiënten zijn ernstig ziek met abnormale vitale functies en hebben een volledig onderzoek nodig op een bed; ‘rode’ patiënten lijden over het algemeen aan ernstige paniekaanvallen, extreme pijn, aanvallen en – steeds vaker – levensbedreigende steekwonden of de resultaten van andere vormen van geweld. 

We zijn een team van over de hele wereld – toen ik op Lesbos was, was er een mix van Nederlandse, Franse, Engelse, Amerikaanse en Spaanse dokters, verpleegkundigen en ondersteunende medewerkers. We werkten samen met onze vertalers (vluchtelingen die zelf in het kamp wonen, die dagelijks vrijwilligerswerk doen in ruil voor buskaartjes, beltegoed, opleiding en avondeten aangezien ze niet in de rij voor eten kunnen staan wanneer ze voor ons werken) uit Afghanistan, Syrië, Iran, Somalië en Congo. Samen zijn we het team van de kliniek en samen reageren we op de menigtes die binnenkomen. 

‘Rode’ patiënten
De namen van de patiënten die we gaan zien worden geschreven op een whiteboard, in volgorde van prioriteit en we roepen ze een voor een binnen. De kliniek heeft twee kamers, verdeeld over vier onderzoeksgedeeltes. Het is eenvoudig maar functioneel. We hebben dozen met de belangrijkste dingen voor consulten – zuurstofsaturatiemeters, bloeddrukmeters, thermometers en oftalmoscopen. Wanneer de nacht valt en de temperatuur daalt, stoppen de thermometers en zuurstof- en hartslagmeters vaak met werken wanneer de triagedokter ze buiten de kliniek gebruikt, dus gedurende de dienst verwisselen ze met degene die we binnen hebben. Tegen de muur staan vier bedden die we kunnen uitklappen in geval van nood, zodat we aan elke kant er goed bij kunnen bij de patiënt. Elke dag brengen we een BLS & AED tas en noodmedicatie mee naar de kliniek, die we in A1 – de spoedeisende hulp – bewaren, waar die dag de ‘rode’ patiënten worden binnengebracht met spoedgevallen. Op een willekeurige dag zien we tussen de 180 en 250 patiënten gedurende onze openingstijden. Dit zijn hun verhalen. 

Een moeder komt binnen met haar vierjarige kind met hele hoge koorts, dat al urenlang niet eet, drinkt of reageert op prikkels. Om naar de kliniek te komen moest ze door het kamp lopen over de helling van een steile heuvel, tussen UNHCR en provisorische tenten, langs de falafel winkel, de Wave of Hope for the Future school met zijn nieuwe bibliotheek, langs de kappers en de mensen die hun was doen, lang het vuilnis dat al een maand lang niet is opgehaald, langs een bende wilde honden die blaffen en achter haar aan rennen. Ze heeft geduldig staan wachten in de rij, in de kou. Zodra het hek wordt geopend komt er een golf van mensen naar voren, allemaal roepend dat ze een spoedgeval zijn, zwaaiend met hun Ausweis. 

Beelden van vluchtelingenkamp Moria genomen in juli 2017 en januari 2020 illustreren de explosieve bevolkingsgroei.

Ik roep het koortsige kind naar binnen. De moeder huilt en de vader heeft een grauw gezicht als hij met hulp van de Farsi vertaler uitlegt dat ze bezorgd zijn omdat het kind niet wil drinken en er moe uit ziet. Hij heeft gehoord dat een ander kind van een nabije tent nu in het ziekenhuis in Athene ligt met een infectie in de hersenen. Hij kijkt naar de vloer, verontschuldigt zich voor zijn komst, maar vraagt om hulp. 

Net als ik begin het kind te onderzoeken, hoor ik luide stemmen en het geluid van iemand die buiten over het grind wordt gesleept. De support medewerker bij de achterdeur roept ‘rode patiënt’ en ik verplaats het koortsige kind naar de achterzijde van de kliniek, terwijl ik het bed uittrek en ruimte maak voor het spoedgeval. Het is een bewusteloze jongeman, een tiener, die op een grijze deken hier naartoe is meegesleept door vier mensen uit de hem omringende tenten. Ze hadden hem horen roepen en schreeuwen waarna hij was ingestort, zwaar ademend en buiten bewustzijn. De mannen hebben tien minuten met hem gerend, bewusteloos in de deken, om bij het medische gedeelte te komen.

Wat heb je gezien? Wat zie je nog steeds? Ik kan het niet bevatten. En als we ze terugsturen naar hun tenten, schaam ik me. 

Ik onderzoek hem. Als ik de bloeddrukmeter oppomp, opent hij zijn ogen en krijst – een lange, continue schreeuw, gevolgd door extreme hyperventilatie en stijfheid in zijn armen. Dit is een klassieke vorm van een paniekaanval die hoort bij PTSD (posttraumatische stressstoornis), en dagelijkse kost voor de kliniek. We boffen dat we een psychiatrisch verpleegkundige in ons team hebben, en zodra een onheilspellendere pathologie kan worden uitgesloten verplaatsen we de man naar een achterkamer om te rusten en door haar te worden gezien, zodat ze verdere verwijzing en zorg te gaan plannen.

Als het gaat om geestelijke gezondheidszorg voor vluchtelingen zijn er momenteel twee manieren om de heftigste gevallen door te verwijzen, maar beide kosten tijd en hangen af van hun blootstelling aan geweld, seksueel geweld en hun voorgeschiedenis. In deze acute fase bieden we spoedeisende hulp voor deze patiënten en hun vrienden, familieleden en mede-tentbewoners, die hen ’s nachts horen gillen, en naar de kliniek slepen in dekens als ze aanvallen hebben.

Ondanks het feit dat ik dagelijks patiënten met paniekaanvallen zie, schokt het geluid van hun geschreeuw me nog steeds terwijl ik me afvraag: wat heb je gezien? Wat zie je nog steeds? Ik kan het niet bevatten. En als we ze terugsturen naar hun tenten, schaam ik me.

Ik roep het kind terug naar mijn gedeelte van de kliniek voor een volledig onderzoek. Nu ik halverwege mijn tweede week in het kamp ben, hebben we drie gevallen vastgesteld van meningokokken/hersenvliesontsteking en overwegen we een kampbreed vaccinatieprogramma. Dit kind blijft voortdurend heet en lethargisch, en heeft een uitslag die me zorgen baart. We geven hem intramusculaire ceftriaxone antibiotica en vragen een taxi hem naar het ziekenhuis te brengen. Met alleen twee ambulances op het eiland, ondanks een snelle stijging in de populatie van maar liefst 25%, is de dienst niet in staat hulp te bieden, en maken we steeds vaker gebruik van taxi’s om patiënten naar het ziekenhuis te brengen.

Een vertaler kijkt door de deur van de kliniek naar de lange rij van mensen, voorafgaand aan de triage.

Overweldigende duisternis
Ik ga verder, met de hulp van mijn vertaler, met het zien van patiënten uit de ‘gele’ rij. De meesten zijn kinderen met koorts, volwassenen met buikpijn, zwangere vrouwen, minderjarigen met schurft. Het is een drukke dag, zoals elke dag; er zijn veel mensen te zien. Zodra de zon ondergaat voel ik altijd de sfeer bij triage en binnen de kliniek veranderen. Ik voel de wanhoop en vijandigheid, die niet altijd zichtbaar is maar wel aanwezig is in mijn achterhoofd. Omdat er geen elektriciteit is in het kamp, is de duisternis buiten overweldigend. Onze kliniek is afhankelijk van het elektriciteitsnet, dat regelmatig uitvalt, en we vervolgen onze consultaties bij het licht van hoofdlampen en lampen op batterijen. 

Een heel gezin wordt naar binnen gesleept, twee van de vier kinderen bewusteloos en een verwarde vader, roepend over ‘brand’. Blijkbaar gingen ze naar een naburige tent waar een vuur was aangestoken voor warmte na zonsondergang, en zijn ze langere tijd blootgesteld aan koolstofmonoxide. We beginnen de kinderen die niet reageren zuurstof te geven uit onze draagbare cylinders, wikkelen de kinderen in nooddekens en bellen de ambulance terwijl we de anderen onderzoeken. We hebben maar twee zuurstoftanks dus rouleren we ze op basis van behoefte. Om veiligheidsredenen rijdt de ambulance na zonsondergang niet het kamp in naar de kliniek (slechts een korte afstand van de hoofdingang van het kamp) tenzij het extreme spoedgevallen zijn, dus we rennen met de kinderen naar de ambulance als die arriveert, verbinden hun maskers met de zuurstof in de ambulance en sturen hen op weg. Op het moment dat ze in de ambulance liggen komen ze weer bij, zodat we weten dat ze het zullen redden. 

Hun veerkracht en zorg voor hun medevluchtelingen ontneemt me bijna de adem

Herrie die wordt veroorzaakt door een andere ‘rode’ patiënt komt onze kant op van om de hoek van de kliniek. Dit keer worden twee jongemannen, happend naar adem en onder het bloed, binnengedragen door hun vrienden. De jongemannen komen uit de gedeeltes van de niet-begeleide minderjarigen; beiden zijn in de borst gestoken. Eén slachtoffer zoals dit in Londen zou spoedeisende traumazorg krijgen van een gespecialiseerd team, waarschijnlijk in een centrum voor ernstige trauma’s. In Moria is dit niet het geval.

Ik roep vijf doktoren en de spoedverpleegkundige naar de kliniek en we verdelen onszelf in twee teams, met twee vertalers aan elke bedrand. De meeste dokters zijn niet gewend aan steekwonden: BRF heeft nog niet specifiek geworven voor spoedeisende hulpartsen, aangezien we vooral zorg vanuit de kliniek bieden. We hebben eerder deze week als team al wat traumazorg geboden voorafgaand aan een ziekenhuisopname en krijgen bijna dagelijks met steekpartijen te maken, dus gaan we aan het werk om lijnen in te brengen en elke patiënt te evalueren. We hebben nu nog maar één zuurstoftank aangezien we de andere hebben gebruikt op de kinderen met koolstofmonoxidevergiftiging.

BRF dokters uit Nederland en België – Mirjam Wubs, Lisanne Schreuder Goedheijt met vertaler Nourullah Ishaqzi, Lucie Blondé, and Mariëtte de Reeper – werken in het ‘groene’ gedeelte.

We geven voorrang aan de jongen met de steekwond middenin zijn borst, aangezien hij herhaalde aanvallen van ademstilstand lijkt te hebben. Terwijl we wachten tot de ambulance arriveert, begint de andere jongen te gorgelen en stikken. Een van zijn longen waarin hij is gestoken vult zich met lucht en bloed. We verplaatsen de zuurstoftank naar hem, terwijl we het bloeden van de andere jongen stabiliseren, en plannen hoe we beiden op stretchers kunnen weghalen uit de kleine onderzoeksruimte. We gebruiken een naald om de druk op de beschadigde long te verminderen. Het werkt een paar minuten, en dan vult de long zich weer met bloed. We besluiten om de druk op die zijde van zijn torso terug te brengen door een incisie te maken in zijn borstkas. De spanning is weg, voor even. De vertalers – geen medici maar inmiddels gewend aan dit soort spoedgevallen – grijpen zuurstofmaskers, gazen en verband, en knijpen vloeistof naar binnen alsof ze deel uitmaken van een getraind traumateam. Hun veerkracht en zorg voor hun medevluchtelingen ontneemt me bijna de adem. 

Zo gauw de ambulance komt, smeken we hen om naar de ingang van de kliniek te komen om, zodat we de tijd dat de jongens buiten in de vrieskou zijn zo kort mogelijk kunnen houden. Ze gaan akkoord en zelf ook met het meenemen van beide jongens tegelijk – een zeldzaamheid, maar vorige week stierf een jonge man aan een steekwond en we werken samen in de donkere schaduw van die herinnering. We nemen de jongens mee naar buiten in hun nooddekens, voorzien van vloeistoffen en lijnen, op stretchers, in het volle zicht van de patiënten die wachten om gezien te worden in de koude kooi met grindvloer die onze wachtkamer is. Ik ga terug voor een debrief van het team; de vertalers zijn al bezig om het bloed van de vloer, bedden en muren te verwijderen.

We zien de volgende patiënten. We gaan door. Mensen blijven arriveren en we blijven proberen hen zo veilig mogelijk te houden, op welke manier we dat maar kunnen. 

Niet abnormaal
Als onze kliniektijden ten einde zijn wordt de verantwoordelijkheid voor de medische zorg van de patiënten in ons kamp belegd bij een eenzame ‘oorlogsdokter’, die niet door patiënten kan worden gezien tenzij de politie bepaalt dat hun medisch probleem ernstig genoeg is. Afgezien van de levensbedreigende spoedgevallen, wachten ze tot de kliniek om negen uur open gaat. Mensen verzamelen zich in de rij vanaf half zeven ’s morgens om hulp te krijgen. 

Dit is niet abnormaal. Dit is de dagelijkse gang van zaken. De dag erna viel er een 16-jarige jongen, weer vanuit de zogenaamd beveiligde gedeeltes, met het mes nog in zijn rug door de achterdeur van de kliniek. Op de laatste avond dat ik werkte zagen we vier levensbedreigende steekpartijen, inclusief een steekwond in de nek en een open borstkas. We hebben ze allemaal onderzocht en gestabiliseerd en naar het ziekenhuis gekregen. Voor zover mij bekend zijn al deze patiënten nog in leven. 

Er is nu al tweeënhalve maand geen elektriciteit in het kamp. We weten dat er een directe relatie is tussen licht en misdaad – mensen hebben gevraagd om een einde aan deze duisternis. Het heeft niet zo mogen zijn. 

Een jongen loopt over een provisorische loopbrug boven een greppel met vuilnis in een gedeelte buiten kamp Moria.

De gebieden voor niet-begeleide minderjarigen en kwetsbare vrouwen bestaan uit afgeschermde gedeeltes met daarbinnen slaapcabines, afgesloten in een veilig deel vlakbij de politie en bij de gedeeltes voor net aangekomen vluchtelingen. Ze zijn onderbezet qua personeel. Beveiligers doen hun best om de kwetsbaarsten veilig te houden, maar omdat verveling en geweld zoveel voorkomen, met medewerkers die vaak niet dezelfde taal spreken als de vluchtelingen, worden toezicht en zorg opgerekt, en blijven problemen uit de hand lopen. Met beperkte ruimte en een oneindig aantal steeds kwetsbaardere groep mensen die aankomen, waaronder veel minderjarigen en vrouwen die alleen wonen buiten de secties, lopen ze risico op misbruik, geweld en stelselmatige tekortkomingen. 

Moedeloosheid en wanhoop
De verveling in het kamp is gekmakend en het asielproces is ondoorzichtig. Zelfs zij onder ons met contacten in andere NGO’s en met advocaten komen er niet uit. Gedurende mijn tijd daar werd een van onze kalmste, loyaalste en indrukwekkendste vertalers gearresteerd na een tweede afwijzing; hij werd zonder papieren en zonder advocaat gedeporteerd. Het is ons nog steeds niet gelukt om met hem in contact te komen. We weten niet waar hij is en we kennen de details van zijn afwijzing niet. We weten dat hij niet veilig zal zijn als hij terug is in Afghanistan. Dit soort dingen zingt rond in het kamp, en draagt bij aan het gevoel van moedeloosheid en wanhoop. En de gekte duurt voort. 

Het lijden is tastbaar, de hopeloosheid verraderlijk, het gevoel van verlatenheid allesverterend. Ik heb hier niets speciaals gedaan. Ik ben gekomen om vrijwilligerswerk te doen, zoals velen voor mij hebben gedaan en velen zullen blijven doen terwijl ik terugkeer naar mijn huis, waar ik centrale verwarming heb, normaal eten dat ik zelf kan kiezen, en mijn vrijheid – en dit is me allemaal gegund door het geluk dat ik bij mijn geboorte had.

Vluchtelingenkamp Moria is op een breekpunt; de situatie staat op het punt om te imploderen. Dat zal naar binnen toe gebeuren, schade toebrengend aan de kwetsbaarste mensen in de wereld. De implosie zal waarschijnlijk een kleine rimpel veroorzaken in een explosie naar buiten, en dan vergeten worden. De wereld blijft haar rug toekeren. We moeten het gesprek wederom aangaan, we moeten zorgen dat we verantwoordelijkheid nemen voor onze medemensen. Ik heb geen oplossing, maar ik wil een stem geven aan deze zwijgende mensen, en hoop dat er een willend oor is, bereid om te beginnen met luisteren.

Dit artikel schreef onze vrijwilliger Annie Chapman voor de Britse krant The Guardian. Het originele artikel vind je hierVertaling: Karen Visser.