Nederlandse artsen geschokt over situatie in vluchtelingenkamp Moria: fysieke en mentale gezondheid onder grote druk

Een groep Nederlandse artsen werkzaam bij Stichting Bootvluchteling luidt opnieuw de noodklok over de omstandigheden in het Griekse vluchtelingenkamp Moria: ‘Welzijn staat in Moria onder grote druk en de situatie wordt steeds nijpender.’

Menswaardige gezondheidsvoorzieningen in vluchtelingenkamp Moria op het Griekse eiland Lesbos zijn ver te zoeken. Ondanks de grote inspanningen die geleverd worden door verschillende instanties, is en blijft de toegang tot gezondheidszorg onvoldoende.

Tijdens één van de avonddiensten komt een bezorgde jonge vader bij de dokterspost. Zijn tweejarig zoontje heeft koorts en is wat uitgedroogd door een buikgriep. Na hem wat paracetamol en ORS te hebben meegeven pakt hij zijn spullen en zoontje op zijn arm en loopt hij aarzelend weg. Bij de deur draait hij zich om. “Dokter..” met aarzeling en verdriet in zijn ogen maakt de man zijn vraag af: “Ik heb drie jonge kinderen en sinds we in dit kamp zijn worden mijn kinderen aan de lopende band ziek. Buikgriep, verkouden, koorts – wat moet ik doen?”

Wij zien de wanhoop en ellende waarin deze kinderen dagelijks moeten leven. We kunnen medicatie voorschrijven, aandacht geven en het verdriet van deze vader erkennen. De onveilige situatie en de slechte hygiëne wegnemen kunnen wij in een consult niet, terwijl juist deze factoren de gezonde ontwikkeling van kinderen remmen.

Infectieziekten
In vluchtelingenkamp Moria wordt de gezondheidszorg uitgevoerd door verschillende lokale en internationale NGO’s, die elk hun eigen aandachtspunt hebben. Ondanks grote inzet van deze NGO’s, is de zorg onvoldoende en zijn de omstandigheden in het kamp schrijnend. Als artsen waren wij dagelijks genoodzaakt om mensen weg te sturen bij gebrek aan capaciteit. Een plek waar maximaal 2500 mensen kunnen verblijven, wordt nu bevolkt door 5000-6000 mensen en op het hoogtepunt een paar maanden geleden waren dat er 9000. Allemaal kwetsbare mensen waaronder zwangere vrouwen, pasgeboren baby’s en kinderen. Dat zorgt voor een onhoudbare situatie. Daarbij komt ook nog eens het tekort aan tenten en dekens, het tekort aan sanitaire voorzieningen en het tekort aan drinkwater. Per 70 mensen is er één toilet en per 80 mensen is er één douche.

Tijdens de diensten zagen wij dagelijks patiënten met ziektebeelden die gerelateerd zijn aan de slechte hygiëne, zoals diarree en huidinfecties. Na het korte bezoek aan de kliniek worden zij teruggestuurd naar dezelfde leefomstandigheden in het kamp, waardoor ze in een vicieuze cirkel zitten. Doordat mensen dicht op elkaar wonen, zijn er frequent uitbraken van virale infecties, zoals luchtweginfecties, griep en waterpokken. Afgelopen winter is er een vaccinatieprogramma gestart door Artsen zonder Grenzen (MSF). Dit geeft (gedeeltelijke) bescherming tegen een aantal infectieziekten, maar de infecties gerelateerd aan de onhygiënische omstandigheden kunnen hier niet mee voorkomen worden.

Mentale gezondheid
Het overgrote merendeel van de vluchtelingen komt uit door oorlog verscheurde landen, 64% van de mensen komt uit Syrië, Irak of Afghanistan. Kinderen vormen een derde van de populatie, waarvan 20% zonder ouders of andere volwassene op de vlucht is. (Bron: UNHCR) Deze kinderen en tieners hebben in het kamp niet veel omhanden en een onzekere toekomst. Samen met de ontoereikende psychologische zorg leidt dit bij deze kwetsbare groep tot zelfbeschadiging. Zo zagen wij als medisch team bij Stichting Bootvluchteling diverse kinderen die meermaals per week hulp nodig hadden bij het verzorgen van door henzelf toegebrachte verwondingen. Artsen zonder Grenzen luidde al de noodklok over de hoge ratio van suïcidaliteit onder jonge kinderen, waar wij ons bij aansluiten. Kinderen met ernstige gedragsproblemen na het ervaren van oorlogssituaties zijn helaas geen uitzonderingen. Adequate ondersteuning voor deze kinderen ontbreekt.

Zo is daar het voorbeeld van het 17-jarig Syrisch meisje, dat bewusteloos onze kliniek wordt binnengedragen door haar ouders. Na een half uur komt ze bij en begint te rillen als een rietje. Haar moeder vertelt dat ze getraumatiseerd is geraakt tijdens de slag om Aleppo. Vliegtuigen die overvliegen ziet ze aan voor bommenwerpers. Mannen die ruziën nemen haar terug naar de tijd dat gewapende jongemannen de scepter zwaaiden in haar geboortestad. In Moria voelt ze zich niet veilig. Naar de wc gaan kan niet zonder begeleiding, douchen is een luxe. Ze kalmeert tot een mannelijke arts met indrukwekkende baard binnenkomt: “Daesh!” Ze is terug in Aleppo.

Op de medische post zijn dit soort paniekaanvallen aan de orde van de dag. Wanneer de zon ondergaat, beginnen de spanningen tussen de verschillende etnische groepen op te lopen, wordt de zichtbare wereld kleiner en begint het nachtelijke piekeren. Velen worden bewusteloos binnengebracht zonder lichamelijke oorzaak. Derealisatie en dissociatie zijn symptomen die we vaak hebben gezien tijdens deze aanvallen. Concreet houdt dit in dat mensen door de angst en paniek fysiek wel aanwezig zijn, maar mentaal niet. Met het nodige geduld en gesprekstechnieken komt het bewustzijn na een uur terug. Naast paniekaanvallen zijn patiënten met psychotische symptomen, in combinatie met ernstige verschijnselen van post-traumatische stressstoornis (PTSS) sterk vertegenwoordigd in onze patiëntenpopulatie. Beschadigd door ervaringen in het thuisland komen mensen aan in kamp Moria, waar er letterlijk en figuurlijk geen ruimte is voor verwerking. Vele patiënten ondergaan in het kamp bovendien de nodige ellende door (seksueel) geweld, ontoereikende hygiëne en een onzekere toekomst.

Artsen die eerder in kamp Moria hebben gewerkt, rapporteren een forse toename van het aantal psychiatrische klachten en de ernst hiervan. 1 op de 6 patiënten die in onze kliniek wordt gezien heeft een psychiatrische klacht. Wij wijten dit aan de uitzichtloosheid en omstandigheden in het kamp. Hierdoor destabiliseert een groot deel van de kwetsbare kampbewoners en wordt er bovendien een nieuwe kwetsbare groep gecreëerd.

In een niemandsland tussen het vroegere thuisland en veilige opvang, woont jong en oud opeengepakt op Europees grondgebied. De mensonwaardige leefomstandigheden in vluchtelingenkamp Moria leiden daarbij tot infectieziekten, (ernstige) psychiatrische klachten en vormen een slechte basis voor groei en ontwikkeling. Mensen komen getraumatiseerd binnen en raken door hun verblijf in Moria vaak nog veel meer beschadigd. Daarbij komt dat de huidige zorg inadequaat is om in basisbehoeften te kunnen voorzien. Wij maken ons hierover grote zorgen en roepen op tot verandering. Aandacht voor hygiëne, systematische chronische zorgvoorzieningen en adequate psychologische en psychiatrische hulp zijn daarbij onmisbaar.

Door: Hanaâ Benjeddi, Guda Scholten en Marieke van de Water
Foto’s: Kenny Karpov, Tessa Kraan