Athene – De allerkwetsbaarsten

“Schurken zijn het!” René zit tegenover me aan een tafeltje in Athene. “Schurken zijn het, allemaal!” Een tientje voor de weg naar een adres. Vier euro voor een flesje water. Met dertig mensen op elkaar gepakt een nachtje op de vloer? Tik gerust honderd euro af. Het zijn de algemene verhalen die we van de vluchtelingen in Athene horen. Op zich al erg genoeg. Maar wat de allerkwestbaarsten meemaken, dat raakt ons pas echt.

Hij is tien en komt uit Syrië. Nog niet zo lang geleden is hij aangekomen vanaf Lesbos. Zijn moeder zit nog in Turkije, maar om de éen of andere reden is hij vooruit gestuurd. Hij hangt rond, ergens in de buurt van een pleintje – in een hoekje, met zijn hoofd naar beneden. Laten we hem Ahmed noemen. Het ging goed met zijn reis, maar nu niet meer. Hij is alles kwijt: ze hebben zijn geld afgenomen, hem de verkeerde weggewezen en schaamteloos misbruik gemaakt van zijn jeugdige vertrouwen. En nu hangt hij hier, in de buurt van dit plein: zijn hoofd in de schoot, hongerig, berooid en te bang om iemand aan te spreken. Dan van stichting Faros kreeg viavia te horen dat hij hier zat en is op zoek gegaan, met niets meer dan een foto in zijn telefoon heeft hij hem gevonden – gelukkig. Nu slaapt Ahmed ‘s nachts in een shelter en kan hij overdag op adem komen bij Faros. Later zal ook hij wel weer verder trekken, zoals alle vluchtelingen in deze stad. Maar voor nu is het goed.

Maria en Polis zitten uit te rusten op een terrasje. Samen met de vrijwilligers van het Leger des Heils zijn ze voor de zoveelste dag op rij voor dag en dauw opgestaan. Op Vicoria-square delen ze broodjes uit aan de vluchtelingen die net zijn aangekomen. Die taak zit er nu op, maar ze hebben nog een lange dag voor de boeg. Tijd dus voor een café freddo en een ogenblikje rust. Dan zien ze haar lopen. Een klein Syrisch meisje, niet ouder dan een jaar of acht. De tranen stromen over haar wangen. Met handen en voeten ontdekken ze wat er aan de hand is. Ze moet naar de WC, al heel erg lang. En ze heeft bij elk restaurant gevraagd of het mocht, maar ze mag nergens naar binnen. Maria neemt haar op sleeptouw. Zodra het meisje weer buitenkomt grijnst ze van oor tot oor. Zo simpel kan het dus soms zijn.

Op de kade staat een jonge Afghaanse vrouw met op haar arm een piepklein baby’tje. Het kind huilt onophoudelijk. De vader staat er een beetje hulpeloos naast. Ze zijn net aangekomen met de ferry. Een vrijwilliger raakt zo goed en zo kwaad als het gaat met hen aan de praat. Eigenlijk gaf de moeder borstvoeding, maar na hun vertrek uit Turkije is ze daarmee gestopt: het ging niet meer. Want hoe moet dat in een open tent in een ongeorganiseerd kamp op Lesbos? Of op een ferry waar iedereen kan zien hoe je je borst ontbloot? Noodgedwongen zijn ze overgestapt op melkpoeder. Na twintig dagen wachten, hebben ze spijt: hun kindje heeft honger, maar zij maakt geen melk meer en er is niets dat ze hem kunnen geven. Ze hebben zelfs geen luiers, want waar haal je die vandaan met het minimale budget dat de meeste Afghanen hebben?

René en ik gingen naar Athene om te ontdekken hoe het hier is, of we hier iets kunnen betekenen en hoe. Na twee dagen is het ons wel duidelijk: de situatie in Athene is anders dan op de eilanden: mensen zijn soms al binnen een paar uur de stad weer uit, op naar de Macedonische grens. Maar ondertussen zijn ze flink opgelicht, en hebben zeker de allerkwetsbaarsten het een heel stuk moeilijker gekregen. Verder dan Athene zullen we als stichting Europa niet ingaan, maar samen met Maria en Polis van het Leger des Heils gaan we wel een plan maken om ook in deze stad iets te kunnen betekenen. En daar zullen zeker vrijwilligers bij nodig zijn!

(door Alfard Menninga)