Je bent jong en je wilt wat

Bij aankomst in het kamp op Samos zijn er verschillende dingen die me zouden kunnen raken. Het prikkeldraad op de hekken die hoog boven het kamp uittorenen of de felle verlichting die aangaat als het donker wordt en iedereen wakker houdt. Het zien van een tiental paar schoenen voor de ingang van een door twee families gedeelde tent of 25 door jonge mannen bewoonde stapelbedden in een soort zeecontainer. Mensen die uren wachten voor de medische post of hopeloos vermoeid ogende mensen die net zijn aangekomen na een lange reis. Wat mij ook opviel is de gemoedelijke sfeer in het kamp. De rust en vriendelijkheid die de meeste mensen uitstralen. Ook de politie en het leger houden zich rustig, verveelden zich misschien wel kapot, net zoals de meeste andere mensen in het kamp.

Na ruim drie weken zie ik dat de rust die me eerst opviel, vooral verveling, misschien wel een soort berusting is van mensen die al maandenlang geen idee hebben hoe hun toekomst eruit zal zien. Moeten ze weer terug? Mogen ze verder Europa in? Waarheen dan? En wat betekent dat voor de rest van hun leven? Ze hebben het niet in eigen hand. De vriendelijkheid die me opviel is een behoefte aan normaal contact, afleiding misschien wel van de stress die het wachten oplevert. De klachten waar onze dokters met name mee te maken krijgen zijn slapeloosheid en andere stress-gerelateerde klachten. ’s Nachts begint het denken en malen. En dan staan ook die irritante lichten nog aan.

Terwijl ik op een prachtig leeg strand mijn gedachten probeer te ordenen, schrijf ik op wat me het meest geraakt heeft. Ik heb veel jonge mannen leren kennen hier in het kamp. Gasten van mijn eigen leeftijd. Zoals onze vertalers. Zonder hen zou er geen patiënt geholpen kunnen worden. Vertalen is niet alleen een kwestie van het omzetten van gesproken woorden. Het is ook begrijpen hoe een patiënt zich voelt, waar de dokter heen wilt en heel goed luisteren. Terwijl de vertalers wachten tot ze moeten vertalen, hangen ze rond bij de medische cabine, zijn ze aan het internetten op hun telefoon of kletsen ze met mij of een andere vrijwilliger over cultuurverschillen. Ze zijn net als ik tussen de twintig en dertig jaar, in de bloei van hun leven. Op zoek naar dingen, werk, liefde, een toekomst waarin ze hun energie en passie kwijt kunnen. De een is een oorlog ontvlucht, de ander probeert de armoede achter te laten en weer iemand anders vlucht voor corruptie en onderdrukking. Ze wachten al maanden op een antwoord op de vraag: hoe gaat mijn toekomst eruit zien?

Zittend op dit afgelegen strand denk ik na over mijn eigen toekomst. Ik vlieg alweer bijna terug naar Nederland en begin daarna aan een nieuwe baan waarvan ik verwacht dat die me zal gaan uitdagen. Waar ik al mijn energie in kwijt kan. Nog niet zo lang geleden zijn mijn vriendin en ik uit elkaar gegaan, een moeilijke beslissing, maar wel mijn eigen beslissing. Ik heb mijn toekomst in eigen hand. Het enige verschil tussen mij en deze jongens is de plek waar we geboren zijn. We delen vele interesses en idealen. Hebben allemaal dezelfde grote hoeveelheid energie die we kwijt moeten en willen dolgraag aan ons leven bouwen.

Bij het verwerken van een asielaanvraag krijgen vrouwen, kinderen en andere mensen die als kwetsbaar worden voorrang. Logisch natuurlijk. Ze worden als hun asielaanvraag wordt goedgekeurd hopelijk intensief begeleid. De meeste mensen die in het kamp blijven zijn echter jonge mannen. Vol energie om iets van hun leven te maken. Hun integratie zal hen in staat stellen om iets terug te geven aan de samenleving. Nieuwe ideeën en talent.

Ik denk dat het te beperkt is om het opnemen van vluchtelingen enkel te zien als een moreel vraagstuk. Als welvarend Europees land moeten we ons afvragen of we mensen die oorlog en onderdrukking ontvluchten moeten helpen. We kunnen het ook als een kans zien om nieuwe mensen met unieke talenten en ideeën op te nemen in onze maatschappij. Die hun uiteindelijk op hun eigen manier ook een bijdrage kunnen leveren aan onze samenleving. In het klein wordt dit op Samos gedaan door Stichting Bootvluchteling. Door deze jongens als vertaler in te zetten wordt hun potentie erkend. Zo is Stichting Bootvluchteling er niet alleen voor de aller-kwetsbaarsten.

Tekst: Erjo Beitler
Foto: Henk van Lambalgen