Een nieuw leven opbouwen zonder familie

Voordat ik afgelopen mei naar Griekenland kwam, hield ik me als leerplichtambtenaar bezig met pubers tussen de zestien en achttien jaar die niet naar school wilden. Met deze ervaringen in mijn achterhoofd ben ik vier weken geleden als leraar ‘English-1’ begonnen in de opvang voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen. Ik zag er tegen op, want hoe ga ik vijftien- en zestien jarige jongens motiveren om naar mijn les te komen en hoe maak ik het leuk voor ze?
Al vanaf het eerste moment kwam ik mezelf en mijn vooroordelen tegen. De leerlingen pakten meteen hun spullen en waren klaar om te beginnen. Ondanks de verschillende niveaus tussen de leerlingen is er niemand die zich verveeld of die het niet bij kan benen. De jongens helpen elkaar de les door en als er eentje niet serieus genoeg is, wordt hij gecorrigeerd door de anderen.

Ik geef nu ruim vier weken les in de opvang en ik vergeet soms dat deze jongens alleen naar Griekenland zijn gekomen en eigenlijk al een heel volwassen leven achter de rug hebben. En dan zijn ze nog niet eens op hun eindbestemming. Het doet me goed om te zien dat de jongens in de opvang de ruimte hebben om kind te zijn: gamen, de muziek net iets te hard aanzetten, hun bed niet uit willen komen en ontspannen. Er is een groep begeleiders die ze deze ruimte geeft en ze daarnaast klaarstoomt voor het leven na de opvang. Het is zo ontzettend knap hoe de jongens dealen met alles. Ze hebben een zware, ingewikkelde reis achter de rug. Zijn hier zonder familie in een andere cultuur en weten soms nog niet wat er hierna met ze gaat gebeuren. Ondanks dat willen ze aan hun toekomst werken en bezig zijn met de alledaagse dingen: luisteren naar Justin Bieber en plagen de kittens (die bij ze in huis wonen).

Tekst: Corien Tiemersma
Foto: Bas Bakkenes

Mijmeringen bij een ferry (1/3)

Als de buitenwereld het wil, komt er een reuzenferry die een groep vluchtelingen vervoert van een kamp op Samos naar Athene toe. Geluk of geen geluk, het is bitterzoet voor de vele mensen die wachten bij de boot, terwijl hun ogen zich met tranen van blijdschap en verdriet vullen. Vluchtelingen zijn, zoals je mag verwachten, opgetogen om te vertrekken na maanden van wachten, wachten, wachten, zonder einde in zicht… Totdat ze uiteindelijk een ticket krijgen en een vertrekdatum. Eindelijk zekerheid.

Maar het is heel normaal om dit ook spannend te vinden; velen van hen hadden niet eens verwacht om in Samos terecht te komen, en vanuit Athene (“Athena!” zoals de Grieken en kinderen het noemen) hebben ze geen idee waar ze heen zullen gaan. Ze zullen er maanden blijven terwijl ze door de ambtelijke molen worden gehaald en dan hopelijk asiel krijgen in een land dat grotendeels vreemd is voor ze.

Hoe doe je dat, je aanpassen van een leven in Damascus, Kabul of Bagdad – naar Athene, Malakasa of Thessaloniki? Hoe leef je eerst in een tent en dan wen je weer aan een bepaalde mate van vrijheid? Niemand heeft een antwoord voor ze. Ze verlaten Samos alleen met vuilniszakken vol gedoneerde kleren, een paar persoonlijke bezittingen, en hun hoop. Wat ze achterlaten in het kamp zijn de vrienden die ze hebben gemaakt. Die zien ze misschien nooit meer. Ze willen waarschijnlijk Samos nooit meer zien. Groot gelijk.

Text & Photo: Shahzad Ahsan

Athene – Ontmoeting met een natuurtalent

“De vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling werken veel met vluchtelingen samen. Zo ook met de twintigjarige Fereidoun uit Afghanistan! Je kunt hem bijna niet over het hoofd zien: groot, modern, lachend, amicaal, vriendelijk en zorgzaam. Iemand met het talent om mensen het gevoel te geven dat ze serieus worden genomen. Ik verbaas me er over hoe snel hij ook voor mij een betrouwbaar gezicht is, in dit grote vluchtelingenkamp waar zo’n 5000 mensen worden opgevangen.

Fereidoun zou het liefst doorreizen. Nederland lijkt hem wel iets. Het is de angst voor de Taliban die de familie van Fereidoun al jaren geleden op de vlucht heeft gejaagd. Zijn vader is vermoord. Hij woonde 7 jaar in Iran. Ik vraag hem waarom ze alsnog uit Iran zijn weggegaan? Fereidoun vertelt me over zijn toekomstdromen: werken, studeren, een gezin; dat gaat niet lukken in Iran… Hier werkt hij graag met ons mee. Als we met de kinderen spelen, is hij een natuurtalent. Hij spreekt hun taal, Farsi, en menig keer is hij onze tolk. Waarom heeft dat kind een blauw oog? Waarom maken de jongens ruzie, wat heeft dat ene ventje met zijn teen? Ook bij het verstrekken van voedsel aan de vluchtelingen is Fereidoun een enorme kracht. Dat ontdek ik al op de eerste dag dat ik meehelp en naast hem werk. Hij communiceert voortdurend met de mensen die langskomen, onze klanten! We zijn dankbaar dat hij bij ons staat, hij heeft een prettige manier van omgaan met mensen. Hij kan uitleggen waar wij geen woorden voor hebben: ‘Er is vandaag geen melk’, of ‘Nee, vandaag hebben we geen zout en peper.’

Op een dag komen een paar mannen hun eten terug brengen. Dat gebeurt met de nodige bombarie. Voor het oog van de rij nog steeds wachtende mannen en vrouwen en kinderen, roepen deze mannen dat het eten niet goed is. Het is bedorven. Het stinkt! Ze scheuren een etensbakje open en ruiken er aan met een vies gezicht. Wat een demotivatie voor de anderen! En wat moeten wij er mee? Het eten is weliswaar geen culinair hoogstandje, maar het is toch hun eten. Fereidoun bedenkt zich geen moment. Ik zie hem het afgekeurde etensbakje pakken. Hij pakt een lepel en begint voor het oog van iedereen te eten. Een hap, twee, drie, vier… ‘This food is good!’ Het maakt indruk en zeker ook op mij!

Aan het einde van de dag schrikken we van het bericht dat Fereidoun hoort van de Griekse kampleiding. Om een vage reden (er is over hem geklaagd) mag hij ons niet langer helpen. Dat brengt ons misschien wel het grootste probleem: hoe blijf je de kunst vaardig om de ander het gevoel te geven dat je hem of haar serieus neemt? Het ga je goed, Fereidoun! Verlies op je lange reis naar je bestemming vooral je mooie talent niet!”

Tekst en foto: Gerry (vrijwilliger Stichting Bootvluchteling Athene)

Athene – Achter de lach schuilt vaak angst

Monique vertelt over haar eerste dag dat ze als vrijwilliger aan het werk gaat in Athene: “De stadsbus rijdt een troosteloze oude parkeerplaats van een verlaten vliegveld op. Overal staan tentjes op het asfalt en ligt afval op de grond. Kinderen spelen op korte afstand van een drukke weg. Volwassenen zitten bij hun tentjes of lopen uiterlijk doelloos rond. Een troosteloze aanblik.

Bij het uitstappen uit de bus komen een aantal kinderen aangerend. Hun zwarte tandjes lachen ze bloot en ze pakken meteen stevig mijn hand vast om die vervolgens niet meer los te laten. Vanuit mijn werk als orthopedagoog gaan meteen mijn alarmbellen rinkelen. Dit veel te vrije gedrag is geen normaal gedrag en hoe schattig het er ook uitziet, dit gedrag past bij een onveilige hechting. Wat ze laten zien is overlevingsgedrag wat ook vaak gezien wordt bij kinderen die opgroeien in een kindertehuis. Bij gebrek aan veiligheid en vaste en stabiele ouders, klampen ze elke welwillende voorbijganger aan en hopen ze op wat aandacht. Ook al lachen de kinderen, achter die lach zit vaak angst.

Een jongetje van een jaar of negen staat in de rij om touwtje te springen. Er wordt geduwd en getrokken en hij krijgt een woede-aanval. Niet de eerste keer schijnt het, hij heeft elke dag wel een paar keer een boze bui. In plaats van hem weg te sturen neemt een vrijwilliger, die hem al een tijdje kent, hem dicht bij zich. Dikke tranen wellen op in zijn ogen en het verdriet is van grote afstand voelbaar. Wat heeft dit mannetje meegemaakt? Wie en wat heeft hij allemaal achter moeten laten? Na een half uurtje is hij weer gekalmeerd en kan hij weer meedoen met springtouwen. Even aan niets anders denken dan springen, in het hier en nu. Even in gedachten weg van alle narigheid en stress. Gejuich bij de kinderen als hij bij “thirty” is. Hij glundert.

Wat heb ik veel bewondering voor deze kinderen, die zich staande moeten houden in deze onmenselijke en vaak ook gevaarlijke situatie. En wat hoop ik, tegen beter weten in, dat er snel een oplossing komt, zodat ze zich veilig kunnen gaan (leren) voelen. Dat zij, en ook hun ouders en familie, gezien en gehoord gaan worden en ervaren dat ze er mogen zijn. Want net als elk ander kind hebben ze hier recht op!”

Tekst: Monique Beurskens (vrijwilliger Team Athene)

Jaarverslag

Begonnen aan de keukentafel, uitgegroeid tot professionele organisatie.

2015 was het jaar van duizenden bootvluchtelingen die de overtocht maakten naar Europa. Geraakt door het enorme leed van deze mensen en geschokt door het uitblijven van professionele hulp aan deze kwetsbare doelgroep, kwam een groepje verontwaardigde mensen in actie. Wat begon met het inzamelen van kleding voor bootvluchtelingen op Malta, groeide uit tot een gestroomlijnde organisatie die professionele hulp biedt aan duizenden vluchtelingen op zes verschillende locaties in Griekenland. Vandaag presenteert Stichting Bootvluchteling haar eerste jaarverslag.

Athene – Het verhaal van een vluchteling

“In het magazijn in Piraeus ontmoette ik Adbullah (18) uit Afghanistan, waar hij sliep en werkte bij het sorteren van de kleding en het schoeisel en de Grieken hielp bij de communicatie met de vluchtelingen. Hij vertelde mij zijn verhaal over zijn vlucht uit Afghanistan, een land nog steeds in oorlog en met een constante dreiging van terrorisme. Afkomstig uit een boerengezin op het platteland en enig kind werd, toen hij acht was, zijn huis verwoest en zijn vader doodgeschoten door de Taliban. Zijn moeder pleegde zelfmoord toen de Taliban haar wilde verkrachten. Adbullah kwam bij een oom terecht, die hem regelmatig sloeg en wilde dat hij ging werken en geld verdienen in plaats van naar school en studeren. Het lukte hem om naast het werken toch dagelijks stiekem naar school te gaan. Op vijftienjarige leeftijd, na het behalen van het diploma van de middelbare school, vertrok hij naar Kaboel en startte, naast diverse baantjes om geld te verdienen, een studie economie aan de universiteit.

Door de constante dreiging van zelfmoordaanslagen door de Taliban, besloot hij te vluchten naar Iran. Daar werkte hij acht maanden als kleermaker om geld te verdienen om tenslotte met behulp van smokkelaars in Turkije aan te komen. Daarna volgde een levensgevaarlijke boottocht op de Middellandse Zee van 15 km naar Chios, in een rubberboot geschikt voor 45 personen, maar volgepropt met 75 personen. Midden op zee begaf de motor het en werd hij uiteindelijk gered door de Griekse kustwacht.

Op dit moment is Abdullah al drie maanden illegaal in Griekenland. Hij laat zich niet registreren, omdat hij bang is om teruggestuurd te worden naar Afghanistan. Hij wil verder doorreizen naar Duitsland of Nederland, daar werken en zijn studie afmaken. Legaal of illegaal, zijn gedrevenheid is zo groot, dat hij zich door niets of niemand laat stoppen om zijn idealen te verwezenlijken. Uiteindelijk wil hij terug naar zijn vaderland om daar te trouwen, kinderen te krijgen en zijn land proberen te helpen een veilig Afghanistan te realiseren voor iedereen.”

Verhaal en foto: Frank Raaijmakers
Vrijwilliger Stichting Bootvluchteling | Team Athene

7 mei 2015 – 7 mei 2016

Stichting Bootvluchteling bestaat 1 jaar!

Is dat nu iets om te vieren zul je – terecht – denken. Als hulporganisatie vieren dat je een jaar bestaat voelt wat krom. Maar tegelijk kunnen we wel de hulp vieren die we mochten geven in dit afgelopen jaar:
800 vrijwilligers die aan het werk gingen, hun hart lieten spreken en de handen uit de mouwen staken op Malta, Lesbos, Kos, Leros, Samos, en in Athene en Idomeni. Tienduizenden vluchtelingen mochten we helpen aan eerste opvang, kleding, een slaapplek, eten, drinken, ontspanning, medische zorg en persoonlijke aandacht. Een warm welkom te midden van alle wanhoop!

40 medewerkers zorgen dat alle teams in Griekenland hun werk goed kunnen doen. Dat de planningen kloppen, dat de vrijwilligers gescreend en voorbereid zijn, dat de voorraden op peil zijn, dat de boten kunnen varen en de bussen kunnen rijden, dat de verzekeringen en registraties op orde zijn, dat de teams compleet zijn, dat iedereen doet wat er van hem of haar verwacht wordt.

Zo dragen we allemaal bij aan de goed geoliede machine die Stichting Bootvluchteling inmiddels is geworden. Van een klein clubje vrijwilligers naar een professionele organisatie die staat als een huis. En daar zijn we super trots op!
Ons jaarverslag over 2015 is bijna klaar. Het was een flinke klus, zo voor de eerste keer. We hopen hem volgende week online te zetten.

Bedankt voor uw steun het afgelopen jaar!

Blijft u ons volgen? Ook nu we in 2016 weer alle zeilen bijzetten om de vluchtelingen de helpende hand te bieden?

Dodenherdenking – Wanneer vrijheid je leven kost

Vanavond herdenken we de slachtoffers van oorlog. Voor de medewerkers en vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling die afgelopen jaar in Griekenland actief zijn/waren zal deze herdenking een extra lading hebben. De oorlog kwam dichtbij. De gevolgen van wereldwijde conflicten, met name in het Midden-Oosten en Afghanistan, zijn dagelijks zichtbaar in ons werk. We herdenken ook de vele bootvluchtelingen die afgelopen jaar het leven lieten op zee, of onderweg naar Europa.

Dit filmpje kregen we toegestuurd van Arianne Kattenberg. In april was ze op medische missie via Dokters van de Wereld, een van de samenwerkingspartners van Stichting Bootvluchteling. Samen met deze organisatie werken we in kamp Moria. Arianne Kattenberg: “Dit filmpje gaat over de dromen van vluchtelingen en hun recht van spreken. Nu beslist Europa over hun lot. Helaas worden daarmee ook ontzettend veel mensenrechten geschonden en is de situatie, ook op Lesbos, erg slecht. Ik wil die boodschap de wereld in sturen dus hoe meer dit verspreid wordt hoe beter. Samen moeten we ons hier sterk voor maken.”

 

Athene – Even weer kind kunnen zijn

Evelien ging op reis als vrijwilliger voor Stichting Bootvluchteling naar Elleniko in Athene en vertelt haar verhaal.
Als we de bus uitstappen bij Elleniko komen er gelijk al kinderen naar ons toe. Terwijl drie medevrijwilligers de andere kinderen gaan ophalen bij de tentjes, loop ik rond met onze kleine bellenblaasmachine. De kinderen vinden het prachtig en proberen allemaal zo dicht mogelijk bij de machine te komen om zoveel mogelijk bellen kapot te prikken. Een vader komt met zijn zoontje van ongeveer twee jaar oud en we lachen samen om het beduusde gezichtje als er een bel op zijn neus kapot springt. Zelfs wat oudere dames zie ik vanuit mijn ooghoek lachend bellen vastpakken. Het is een groot succes.

Ook mogen de kinderen om de beurt door een rupstunnel kruipen. Groot en klein, ze vinden het fantastisch. De allerkleinsten durven in het begin niet zo goed, maar al snel kruipen ook zij lachend door de tunnel, aangemoedigd door de andere kinderen. Dan is de speeltijd voorbij, en gaan alle kinderen op een rij zitten. We delen bekertjes uit en vullen ze met water. Dat hebben ze wel verdiend na al dat spelen in de zon.

Daarna sluit ik mij aan bij het tekenen. Een andere vrijwilliger krijgt een tekening van een oudere jongen, het is in één oogopslag duidelijk wat het voorstelt: een rubberboot vol met mensen en daarnaast een groot schip met een Griekse vlag. Heftig. Op dat moment zijn wij ons weer heel bewust van de harde realiteit dat iedereen zo’n tocht heeft gemaakt. En hoe belangrijk het is, dat door ons deze kinderen weer even kind kunnen zijn..

Foto’s en verhaal: Evelien Florijn

Blijft u ons steunen? Uw hulp is hard nodig!
IBAN-rekeningnummer: NL97 RBRB 0918 9326 37
t.a.v. Stichting Bootvluchteling

Athene – Schokkende situatie

Tess ging met Stichting Bootvluchteling naar Athene en schreef ons over haar ervaring. We delen haar verhaal graag met jullie:

“De afgelopen weken ben ik voor Stichting Bootvluchteling werkzaam geweest in Athene. In eerste instantie schrok ik erg van de situatie in Piraeus, de haven. Overal stonden tentjes op het asfalt, in de brandende zon. Er liepen duizenden vluchtelingen rond. De kinderen zijn vies en lopen op te grote of te kleine (of soms helemaal geen) schoenen rond. Ook viel het mij op dat er weinig sanitaire voorzieningen zijn. Naarmate de week vorderde werd duidelijk dat de overheid de haven zo veel mogelijk leeg wil hebben omdat het toeristenseizoen begint.

Wat wij in de haven voornamelijk doen is in de middag de kinderen vermaken met touwtje springen, kleuren, knuffelen en spelletjes doen. Ook zijn een aantal van ons gaan helpen in de loods. Daar lag veel kleding die nog niet uitgezocht was. Dit hebben wij gesorteerd en daarna hebben we dagelijks kleding uitgedeeld aan de vluchtelingen.

Hoewel de omstandigheden schrijnend zijn, ben ik blij dat wij met zijn allen in ieder geval de kinderen vrolijke momenten hebben kunnen geven. Ook heb ik veel respect gekregen voor de Grieken. Zij hebben het niet makkelijk en toch zijn er veel vrijwilligers die doen wat zij kunnen.

Tot slot wil ik de groep vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling bedanken. Jullie zijn stuk voor stuk mooie mensen en ik ben heel blij dat ik dit samen met jullie heb kunnen delen. We hebben ontzettend hard kunnen lachen met elkaar, maar vooral ook de zware momenten met elkaar kunnen delen.”