Jaarverslag

Begonnen aan de keukentafel, uitgegroeid tot professionele organisatie.

2015 was het jaar van duizenden bootvluchtelingen die de overtocht maakten naar Europa. Geraakt door het enorme leed van deze mensen en geschokt door het uitblijven van professionele hulp aan deze kwetsbare doelgroep, kwam een groepje verontwaardigde mensen in actie. Wat begon met het inzamelen van kleding voor bootvluchtelingen op Malta, groeide uit tot een gestroomlijnde organisatie die professionele hulp biedt aan duizenden vluchtelingen op zes verschillende locaties in Griekenland. Vandaag presenteert Stichting Bootvluchteling haar eerste jaarverslag.

7 mei 2015 – 7 mei 2016

Stichting Bootvluchteling bestaat 1 jaar!

Is dat nu iets om te vieren zul je – terecht – denken. Als hulporganisatie vieren dat je een jaar bestaat voelt wat krom. Maar tegelijk kunnen we wel de hulp vieren die we mochten geven in dit afgelopen jaar:
800 vrijwilligers die aan het werk gingen, hun hart lieten spreken en de handen uit de mouwen staken op Malta, Lesbos, Kos, Leros, Samos, en in Athene en Idomeni. Tienduizenden vluchtelingen mochten we helpen aan eerste opvang, kleding, een slaapplek, eten, drinken, ontspanning, medische zorg en persoonlijke aandacht. Een warm welkom te midden van alle wanhoop!

40 medewerkers zorgen dat alle teams in Griekenland hun werk goed kunnen doen. Dat de planningen kloppen, dat de vrijwilligers gescreend en voorbereid zijn, dat de voorraden op peil zijn, dat de boten kunnen varen en de bussen kunnen rijden, dat de verzekeringen en registraties op orde zijn, dat de teams compleet zijn, dat iedereen doet wat er van hem of haar verwacht wordt.

Zo dragen we allemaal bij aan de goed geoliede machine die Stichting Bootvluchteling inmiddels is geworden. Van een klein clubje vrijwilligers naar een professionele organisatie die staat als een huis. En daar zijn we super trots op!
Ons jaarverslag over 2015 is bijna klaar. Het was een flinke klus, zo voor de eerste keer. We hopen hem volgende week online te zetten.

Bedankt voor uw steun het afgelopen jaar!

Blijft u ons volgen? Ook nu we in 2016 weer alle zeilen bijzetten om de vluchtelingen de helpende hand te bieden?

Dodenherdenking – Wanneer vrijheid je leven kost

Vanavond herdenken we de slachtoffers van oorlog. Voor de medewerkers en vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling die afgelopen jaar in Griekenland actief zijn/waren zal deze herdenking een extra lading hebben. De oorlog kwam dichtbij. De gevolgen van wereldwijde conflicten, met name in het Midden-Oosten en Afghanistan, zijn dagelijks zichtbaar in ons werk. We herdenken ook de vele bootvluchtelingen die afgelopen jaar het leven lieten op zee, of onderweg naar Europa.

Dit filmpje kregen we toegestuurd van Arianne Kattenberg. In april was ze op medische missie via Dokters van de Wereld, een van de samenwerkingspartners van Stichting Bootvluchteling. Samen met deze organisatie werken we in kamp Moria. Arianne Kattenberg: “Dit filmpje gaat over de dromen van vluchtelingen en hun recht van spreken. Nu beslist Europa over hun lot. Helaas worden daarmee ook ontzettend veel mensenrechten geschonden en is de situatie, ook op Lesbos, erg slecht. Ik wil die boodschap de wereld in sturen dus hoe meer dit verspreid wordt hoe beter. Samen moeten we ons hier sterk voor maken.”

 

Vluchtelingenakkoord

Stichting Bootvluchteling krijgt veel vragen over het vluchtelingenakkoord dat de Europese Unie met Turkije heeft gesloten. Turkije heeft toegezegd om vanaf vandaag vluchtelingen terug te nemen die de oversteek naar Griekenland maken.

Annerieke Berg- de Boer, directeur Stichting Bootvluchteling reageert: “Hoe ‘de deal’ van invloed gaat zijn op het werk van Stichting Bootvluchteling in Griekenland zullen we moeten afwachten. Turkije staat tot nu toe niet bekend om zijn betrouwbaarheid in gemaakte afspraken. De ervaring zal leren of en waar er nog vluchtelingen aankomen op de eilanden. Verder houden we in de gaten of en hoe de vluchtroutes zich zullen gaan verleggen en indien nodig daarop inspelen. We zijn een flexibele stichting en zullen meebewegen met de stroom vluchtelingen.”

Manon Terpstra, teammanager op Lesbos, zegt: “Afgelopen nacht kwamen er nog drie boten aan in Mitilini. Boten blijven tot nu toe komen. Onze aanwezigheid blijft dus nodig. De huidige situatie is onzeker en de informatie vanuit de overheid beperkt. Zowel naar vluchtelingen als naar NGO’s toe. We zijn in overleg met de UNHCR en andere collega-organisaties over hoe we verder gaan.”

Stichting Bootvluchteling blijft de actualiteit volgen, en staat in nauw contact met de coördinatoren ter plaatse. Blijf onze pagina volgen voor de laatste updates.

Foto: Marjan van der Meer.

Kos – Kraambezoek

Direct na de oversteek van de Egeische Zee belandt dit Afghaanse gezinnetje in het ziekenhuis. De bevalling is begonnen en al snel komt hun kleine meisje ter wereld. Nog geen dag oud is ze, als ze met haar papa, mama en dreumesbroer uren buiten moet wachten om geregistreerd te worden. Midden in de nacht. Gelukkig mogen ze daarna terug naar het ziekenhuis om aan te sterken en te wachten op het papierwerk.

Enkele vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling komen bij hen op kraambezoek met echte kraamkadootjes: kleertjes, dekens, een draagdoek, luiers, toiletartikelen en natuurlijk is ook aan de grote broer gedacht…

Moeder toont zich dankbaar, maar is zo moe! Van zwangerschapsverlof was geen sprake, in plaats daarvan moest ze lopend vluchten en ze sjouwde – hoogzwanger! – twee dagen door de bergen…
Na korte tijd in het ziekenhuis, is het gezin inmiddels verder gereisd richting Athene. Op zoek naar een plek om in rust en vrede te wonen en zichzelf te kunnen zijn…

Kos – Hand op zijn hart

Deze man, afkomstig uit Iran, heeft een speciale plek in mijn hart. Ik kwam hem voor het eerst tegen toen we bananen en water gingen uitdelen. Er stond al een rij en hij ging vooraan in de rij staan. Ik vertelde hem vriendelijk om achteraan in de rij aan te sluiten, maar hij wuifde mijn verzoek weg. Ik werd een beetje geïrriteerd, maar zijn intenties waren niet om voor te dringen. In plaats daarvan hielp hij ons de horde kinderen en vrouwen onder controle te houden en ze in één rij te zetten. Verkeerde inschatting van mijn kant.

Ik kwam hem de afgelopen dagen vaker tegen en vroeg hem waar hij vandaag kwam en waarom hij hierheen kwam. Hij sprak geen Engels, maar hij maakte duidelijk dat hij uit Iran kwam. Hij liet zijn handen zien, waar de bovenkanten van zijn duimen verdwenen waren en lelijke littekens te zien waren op zijn handen. Door wie of met welke reden dit gebeurde kwam ik niet achter, maar het was wel duidelijk dat hij gemarteld was.

Elke keer als ik hem weer tegenkwam schudde hij me altijd de hand en maakte een diepe buiging. De laatste keer dat ik hem zag kwam hij naar me toe en trok hij me aan mijn arm mee. Ik wist niet wat hij wilde, maar al snel werd duidelijk dat hij op de foto met me wilde. Hij wees op de foto die gemaakt werd en wees vervolgens naar zijn hart. Toen we afscheid namen pakte hij mijn hand vast, drukte er een kus op en bracht mijn hand naar zijn voorhoofd. Met één hand op zijn hart en één hand in de lucht wuifde hij voor de laatste keer naar mij voordat hij op de boot stapte naar Athene. In zijn ogen dankbaarheid. Deze man zal ik in alle waarschijnlijkheid nooit meer zien, maar dit moment zal ik voor altijd bij mij dragen. Hij heeft nog een lange weg te gaan, die nog vele malen zwaarder zal zijn dan hier. Ik hoop dat het hem goed af gaat en dat hij de kou en honger die hem te wachten staat aan kan.

Naast deze man heeft iedereen zijn eigen unieke verhaal. Ik ben zo blij dat ik met zoveel verschillende mensen in contact kom. Met deze man, maar ook vele anderen voel je echt een klik en het is prachtig om ze door de dagen heen tegen te komen.

Vanaf het moment dat ze aankomen met de boot op tot het moment dat ze hun reis verder voortzetten naar Athene, waar we ze kunnen uitzwaaien en voor de laatste keer veel succes en geluk kunnen wensen. Ontzettend kostbaar!

Ons team in Athene wacht ze daar weer op, en zo mogen we allemaal een schakeltje zijn op de lange reis van deze mensen.

Door Anke Vissinga

Kos – Marios

Naast het vrijwilligerswerk hier op Kos, hebben we soms ook even tijd voor onszelf. Het is leuk om de lokale bevolking te leren kennen. Het was denk ik 3 oktober, zo’n drieënhalve week geleden. Ik stond in de voortuin van ons stichtingsappartement. Bij de buren was een oude man aan het stukadoren. Hij was zo ongeveer helemaal wit, zijn handen leken wel op handen in gips gegoten, maar dan flink beschadigd.

Hij had blijkbaar in de afgelopen periode al veel activiteit gezien bij onze thuisbasis en wist heel goed wat er te koop was en dus welke spullen wij allemaal op voorraad hadden. Hij was in zijn eentje een heel appartementencomplex aan het opknappen. Werk en leven is op Kos niet hetzelfde als in Nederland. Sociale zekerheid is hier helemaal niet zo zeker. Geen werk, geen geld. Ziek, geen geld. Ik keek hem aan, hij mij, eventjes is er dan zo een moment dat je weet dat klikt of dat je echt even contact hebt. Hij gebaarde mij om dichterbij te komen en probeerde mij van alles duidelijk te maken. Ik snapte er eerlijk gezegd geen jota van, omdat hij enkel en alleen Grieks praatte. Met de vertaalapp op mij iPhone begonnen we te communiceren. Uiteindelijk stond er op mijn scherm dat hij graag “sneakers met veters” wilde hebben. Nog niet helemaal zeker van mijn rol in het team, heb ik een paar schoenen gepakt voor hem, een paar sokken erin en dit aan hem gegeven. Het zal toch niet zo erg zijn om iemand te helpen, ook al is het geen vluchteling. De reactie was overweldigend. Tranen in zijn ogen en een kus op mijn hand. Hoewel het zo vreemd en onnatuurlijk is als iemand dit doet, ontroerde dit mij enorm.

Ik hem heb in de dagen erna stiekem nog wat extra’s toegestopt en keer op keer veranderde zijn gezicht van een, het lijkt wel blijvende, verdrietige uitdrukking naar een brede glimlach, waarbij 1 tand duidelijk boven zijn onderlip zichtbaar werd.

Akis, de knappe jongen van Italiamo’s vroeg mij een dag of wat later of ik Marios, want zo heet hij, spullen had gegeven. Ze vonden het fijn dat wij zo met de mensen hier omgaan. De mensen die we hier hebben leren kennen zeggen erg blij te zijn met ons als vrijwilligers, ze geven tegelijkertijd ook aan zelf niet echt te kunnen helpen vanwege de problemen in Griekenland, het slechte afgelopen jaar en het dag en nacht moeten werken, om de winter goed door te kunnen komen.

De klik met Marios, de klik met de mensen van Italiamo’s, zijn niet zomaar op mijn pad gekomen, maar goed, dat is mijn persoonlijke overtuiging.
In de dagen die volgen spreken we veel met elkaar, Marios komt elke dag ff een bakkie doen, betalen hoeft hij niet, hier zorgen ze goed voor elkaar en gaat het leven niet om geld, maar om echte vriendschappen. Tussen neus en lippen krijg ik van Marios te horen dat zijn zoon is overleden op zijn 19e. Jakkes, wat een triest gegeven, de reden erachter is mij tot op dat moment nog onbekend. Het is nu 27 oktober, vele dagen later, veel vrienden rijker, zit ik vanmorgen op mijn vaste kruk bij de buren (Italiamo). We maken lol en lachen wat. Het lachen vergaat ons snel, als Marios ons vertelt over wat er precies is voorgevallen.

De oom van Marios rijdt op een grote cementwagen, zo’n betonmixer. Hij is op weg naar een bouwplaats waar ze een appartementencomplex bouwen. Ergens hier een 20 minuten rijden vandaan.
Marios en zijn vrouw hebben 1 zoon, Stathis. Hij is 19 jaar oud en doet zijn studie in Athene. Hij rijdt zoals vele Grieken op een motor hier op het eiland Kos. Ook op die ene tragische dag rijdt
Stathis op zijn motor een flink eind hier vandaan. Bij een kruising krijgt hij een vreselijk ongeluk als de cementwagen plotseling voor zijn wielen komt en hij met grote snelheid in de lucht wordt geworpen en zo een 50 meter verderop letterlijk te pletter valt. In de cementwagen zit de oom.

De oom gaat naar de jongen toe en tilt hem op in zijn armen, zijn lichaam is totaal verminkt en vreselijk om aan te zien. De oom gilt het uit: “Stathis!”. De oom valt samen met de verongelukte jongen achteruit op de grond en raakt in een coma. Een half jaar later overlijdt hij in het ziekenhuis.
Het verliezen van zijn zoon heeft een verwoestende uitwerking op Marios. Zijn vrouw komt het niet te boven en huilt elke dag met de foto van zijn zoon in haar handen. Hij kan niet langer bij haar blijven en verlaat zijn vrouw, psychisch in de war wordt hij voor een halfjaar opgenomen op het eiland Leros in een psychiatrische instelling, waarna hij langzaam opkrabbelt om zijn leven verder op te pakken op Kos, zonder gezin, zonder geld. Nu heeft hij weer even werk, hij mag de hekwerken bij Italiamo’s schilderen, het is een vakman.

Wat een verhaal, achter een paar sneakers met veters.

Door Steph van Namen

Kos – Zullen ze ooit weer stralen?

Je kijkt me aan. Je grote, blauwe ogen dringen diep in de mijne. Ik voel het kippenvel over mijn lichaam trekken, terwijl ik je blik probeer te peilen. Ben je bang? Verdrietig? Eenzaam misschien?

Ik lach naar je. Voorzichtig krullen je mondhoeken omhoog, maar je ogen lachen niet mee. Ik vraag me af wat ze allemaal gezien hebben. Zagen ze het geweld dat jouw land kapot heeft gemaakt? De angst van je ouders toen ze op de vlucht sloegen? Het water dat de boot in stroomde op je weg naar vrijheid? Ik vraag me af hoeveel tranen ze al gehuild hebben en hoeveel er nog zullen komen.

Je kijkt me aan. Ik probeer te blijven lachen, maar de tranen prikken achter mijn ogen. Ik probeer tegen je te praten, maar het voelt alsof mijn keel wordt dichtgeknepen. Ik probeer je te knuffelen, maar mijn lichaam voelt versteend.

Je kijkt me aan. Een laatste blik voordat je verder rent en mij alleen achterlaat. Ik staar naar de lege plek die overblijft, terwijl je ogen nog op mijn netvlies branden. Zullen ze ooit weer stralen?

Door Tarinda Straver

Kos – Kinderen in de cel

Vandaag is het donderdag, ik ben inmiddels een week op dit prachtige eiland met twee gezichten. Vanmorgen maar uitgeslapen om weer net wat fitter te worden. Vandaag wordt ons team versterkt met vier nieuwe dames. Wij zijn nu met acht vrijwilligers en er komen er nog twee bij binnenkort.

De dag is als de meeste dagen, voorbereiding, uitdelen water, fruit en goederen.
Vanmiddag ga ik met Hans naar de UNHCR-meeting in het Tritonhotel. Hier zijn de meeste organisaties vertegenwoordigd.
We behandelen diverse agendapunten als het gaat om de migranten, van aankomst tot aan het vertrek, van hulp tot aan veiligheidspunten.
Ik ontvang een berichtje van mijn collega, er zouden minderjarige jongens op de kade verblijven.

Ik heb in een eerder bericht al gesproken over de schrijnende situatie in de politiecellen en dat daar kinderen vast zouden zitten. Dit klopt inderdaad, een dag of drie geleden zaten er in een cel met 16 mannen, die verdacht worden smokkelaar te zijn, geen papieren op zak hebben, zeven jonge jongens van ongeveer 14 tot 17 jaar jong. Deze kinderen zitten hier omdat minderjarigen zonder begeleiding in Griekenland onder toezicht moeten worden gehouden van een politieagent. Aangezien de personele bezetting niet erg hoog is, zetten ze de kinderen hier ter bescherming dus vast in een cel.

Als je het politiebureau binnenkomt is er een binnenplaats met een boom in het midden. Hier komen dagelijks de vele vluchtelingen, die bij de keet van Frontex zich hebben laten registreren na aankomst op Kos. Buiten staat een rij te wachten totdat hun nummer aan de beurt is.

Deze binnenplaats kijkt uit op de drie cellen die met een groot traliewerk een vieze gore cel herbergen. Overal zit donkere drap aan de muren, elektrische bedrading komt uit het plafond.
De eerste twee cellen lijken mee te vallen, zien er qua meters ervoor redelijk schoon uit. Loop je wat verder naar achter dan moet je door nog een traliewerkhek heen en kom je op een betonnen binnenpleintje van ongeveer 5 bij 5 meter. In het midden zit een gat. Eromheen komt een nat stinkend spoor van water en stront je tegemoet en glijdt net als dikke appelmoes langzaam naar het gat. Onder het grote vierkante gat in de muur met het middeleeuws traliewerk ervoor staat een groot vuilnisvat, overlopend van viezigheid en afval. Honderden vliegen erop en er staat zelfs schimmel op het oude afval.

De gezichten kijken je verward en hoopvol tegelijk aan, ze steken hun handen door de tralies, zoekend naar die paar appels en bananen die je te bieden hebt.
Het water en fruit dat wij aan hen geven is eigenlijk het enige dat ze op een dag krijgen, plus nog een klein blikje met rijst. Meer dan dit is volgens hen niet het geval.
Tot overmaat van ramp zijn deze gevangenen overgeleverd aan de nukken en grillen van de agenten die allemaal anders handelen afhankelijk van hun goede of slechte humeur van die dag.
In de ochtend mag ik naar binnen, we delen appels uit en water. Ik praat wat met de mannen die geven aan dat er niets wordt gedaan aan hun problemen. Ze hebben een dokter nodig, maar die komt maar niet, ze praten zelfs over plannen van sommigen om aan de elektrische bedrading te gaan hangen. Dan is hun ellende over. Sommigen zitten er al weken achter elkaar.
In de middag vol goede moed weer naar de dienstdoende agent gegaan voor toestemming om naar binnen te gaan. Helaas, zijn kop stond er niet naar. We mochten het e.e.a. neerzetten en dan zouden zij het wel uitdelen. Mijn ervaring was dat dit niet gedaan werd, alles blijft staan, in het oog van de gevangenen, ze staan erbij en kijken ernaar.
En precies in die derde cel worden de minderjarigen vastgezet. Vreselijk!

In de vergadering breng ik dit punt aan, er is een vertegenwoordiger van de burgemeester aanwezig met een tolk. Er wordt hoge prioriteit gegeven aan dit punt, maar dit kan nog enige tijd op zich laten wachten. Het baart mij meer dan grote zorgen.

Het beeld van de minderjarige kinderen op de kade spookt door mijn hoofd. Wat als zij nu ook worden vastgezet in die vreselijke cel.
Na de meeting gaan we naar de kade en er zit inderdaad een groepje kinderen. Het zijn er vier met een volwassene erbij. Het is hun zwager of oom, althans dat zeggen ze.
We moeten zorgen dat ze veilig en wel de nacht kunnen doorbrengen en dat de regels worden gevolgd. We regelen een slaapplaats in de “jungle”. Dit is het park achter het politiebureau. Hier staan de tenten van het MSF (Artsen zonder grenzen). We nemen het groepje mee en bellen het UNHCR. Zij regelen tenten en wat noodspullen voor de kids. Het is donker in het park en het stinkt er naar vloeistof die je in een chemisch toilet doet. Een penetrante lucht die prikt in je neus en ogen. Hans en ik zetten de tenten op en met mijn ervaring van onze vakantie in Frankrijk deze zomer gaat dit ons best goed af. Twee tenten, slaapzakken, wat toiletspullen en dat is het. Een jongen zegt: “I’m hungry!”, ik heb met hem te doen en stel mij voor dat Stan(mijn zoon van 12) alleen ergens in een vreemd land zou zijn, op zichzelf aangewezen. Onbeschrijflijk, wat is dit zielig voor deze jongens.

We besluiten bij Noah’s ark wat rijst en vlees te bestellen voor ze. Ik ontvang een berichtje van Hannah(UNHCR), ze komen met een “interpreter” om 23.30 uur naar het park om de jongens verder te begeleiden naar Frontex en te helpen bij hun registratie.

Als we aankomen bij hun tenten is het stil. Ze zijn allemaal in slaap gevallen, een dag van gevaar, ontlading en nieuwe gevaren is hun iets te veel geworden.
We maken ze helaas weer wakker, we moeten wel, ze moeten zich laten registreren, we hebben een warme maaltijd voor ze. Ondanks het bestek dat we meebrachten vallen ze als hongerige wolven aan en eten met hun blote vieze handen de rijst en het halal-vlees.

De mensen van UNHCR zijn er, ze ondervragen de kinderen om meer te weten te komen over herkomst en of de banden met de volwassenen zuiver zijn en reden geven om ze niet te hoeven insluiten.

Ik bid dat ik ze vandaag niet tegenkom in cel 3.
We gaan terug naar het appartement, we zijn moe…

Door Steph van Namen

Kos – Ma’am, save my baby…!!

We staan op het strand. Donker, winderig en ik kan alleen maar denken: hoe erg is je land als je met je kinderen, die net als jij niet kunnen zwemmen, in een bootje gaat op de donkere winderige zee! De wanhoop geeft me kippenvel.

We rijden een uur van het ene strand naar het andere en dan ineens zie ik het: een grote boot met ook kinderen. We rijden naar de vermoedelijke plek, pakken uit en zwaaien. We gaan het water in. Mannen en vrouwen geven hun kinderen aan: ‘Ma’am save my baby!’ En daar sta je, een wildvreemd huilend kind in je armen, je kunt niet knuffelen door het zwemvest maar je probeert het te laten voelen dat je haar vasthoudt, troostend streelt en dat het veilig is. 45 mensen in een bootje, 13 kinderen, allemaal onder de 6 jaar. De kleinste is 8 weken. “Can I breastfeed my baby? The boattrip took that long, she’s hungry now…” Kleine Elena huilt…

Ik zet haar bij de auto, niet erin, teveel ramen. Zitplaats, achterportier open, mooie hoek en ze voedt haar kindje. Heerlijk weer voor haar dat intieme moment, aarden in het nieuwe land. Ik help haar door haar andere dochtertje uit te kleden, af te drogen en weer aan te kleden. Ze vinden het prima en tussendoor kietel en knuffel ik haar…
Even verder zien we het andere meisje dat we aanpakten: direct uit de boot voelde het al niet goed met haar. Bleek, trillerig en ook nu weer ligt ze te rillen op een dekentje. Ik heb er geen goed gevoel bij. Oudere vrouwen klampen zich huilend aan me vast, ik kan niet anders dan ze vasthouden. Je hebt het gered tot hier!
Later rijden we heen en weer voor meer spullen, we zien meer groepen net aangekomen vluchtelingen en voorzien hen ook van wat nodig is.
In de samenwerking met andere organisaties hadden die hun eerste opvang gedaan, ook wij konden maar op 1 plek zijn. Het beste was wij op de plek met de meeste kinderen want wij hadden het meeste bij ons.

Ontroerd, moe en dankbaar komen we terug bij het appartement. Hoe goed dat we er waren!
In de middag zie ik het gezin met het kleine zwakke meisje opnieuw. Als ik haar handje pak zie ik dat het echt niet goed is. We gaan even bellen blazen, het leidt ons allen af. Ik laat ze weer alleen, er wacht 80 kilo appels op me om uitgedeeld te worden.

Rond het avondeten komen ze naar me toe. Ze hebben me na een uur zoeken gevonden: het meisje is ziek en ze zoeken mij: ‘zij is te vertrouwen na deze ochtend’. Geraakt zoek ik met hen naar de EHBO van het ziekenhuis. Onderweg laat het meisje haar vaders hand los en pakt de mijne. Ontroerd houd ik haar vast…
Haar Arabische naam betekent ‘beauty’ and she definetely is!

Door Marlies Heemskerk