Jaarverslag

Begonnen aan de keukentafel, uitgegroeid tot professionele organisatie.

2015 was het jaar van duizenden bootvluchtelingen die de overtocht maakten naar Europa. Geraakt door het enorme leed van deze mensen en geschokt door het uitblijven van professionele hulp aan deze kwetsbare doelgroep, kwam een groepje verontwaardigde mensen in actie. Wat begon met het inzamelen van kleding voor bootvluchtelingen op Malta, groeide uit tot een gestroomlijnde organisatie die professionele hulp biedt aan duizenden vluchtelingen op zes verschillende locaties in Griekenland. Vandaag presenteert Stichting Bootvluchteling haar eerste jaarverslag.

7 mei 2015 – 7 mei 2016

Stichting Bootvluchteling bestaat 1 jaar!

Is dat nu iets om te vieren zul je – terecht – denken. Als hulporganisatie vieren dat je een jaar bestaat voelt wat krom. Maar tegelijk kunnen we wel de hulp vieren die we mochten geven in dit afgelopen jaar:
800 vrijwilligers die aan het werk gingen, hun hart lieten spreken en de handen uit de mouwen staken op Malta, Lesbos, Kos, Leros, Samos, en in Athene en Idomeni. Tienduizenden vluchtelingen mochten we helpen aan eerste opvang, kleding, een slaapplek, eten, drinken, ontspanning, medische zorg en persoonlijke aandacht. Een warm welkom te midden van alle wanhoop!

40 medewerkers zorgen dat alle teams in Griekenland hun werk goed kunnen doen. Dat de planningen kloppen, dat de vrijwilligers gescreend en voorbereid zijn, dat de voorraden op peil zijn, dat de boten kunnen varen en de bussen kunnen rijden, dat de verzekeringen en registraties op orde zijn, dat de teams compleet zijn, dat iedereen doet wat er van hem of haar verwacht wordt.

Zo dragen we allemaal bij aan de goed geoliede machine die Stichting Bootvluchteling inmiddels is geworden. Van een klein clubje vrijwilligers naar een professionele organisatie die staat als een huis. En daar zijn we super trots op!
Ons jaarverslag over 2015 is bijna klaar. Het was een flinke klus, zo voor de eerste keer. We hopen hem volgende week online te zetten.

Bedankt voor uw steun het afgelopen jaar!

Blijft u ons volgen? Ook nu we in 2016 weer alle zeilen bijzetten om de vluchtelingen de helpende hand te bieden?

Dodenherdenking – Wanneer vrijheid je leven kost

Vanavond herdenken we de slachtoffers van oorlog. Voor de medewerkers en vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling die afgelopen jaar in Griekenland actief zijn/waren zal deze herdenking een extra lading hebben. De oorlog kwam dichtbij. De gevolgen van wereldwijde conflicten, met name in het Midden-Oosten en Afghanistan, zijn dagelijks zichtbaar in ons werk. We herdenken ook de vele bootvluchtelingen die afgelopen jaar het leven lieten op zee, of onderweg naar Europa.

Dit filmpje kregen we toegestuurd van Arianne Kattenberg. In april was ze op medische missie via Dokters van de Wereld, een van de samenwerkingspartners van Stichting Bootvluchteling. Samen met deze organisatie werken we in kamp Moria. Arianne Kattenberg: “Dit filmpje gaat over de dromen van vluchtelingen en hun recht van spreken. Nu beslist Europa over hun lot. Helaas worden daarmee ook ontzettend veel mensenrechten geschonden en is de situatie, ook op Lesbos, erg slecht. Ik wil die boodschap de wereld in sturen dus hoe meer dit verspreid wordt hoe beter. Samen moeten we ons hier sterk voor maken.”

 

Vluchtelingenakkoord

Stichting Bootvluchteling krijgt veel vragen over het vluchtelingenakkoord dat de Europese Unie met Turkije heeft gesloten. Turkije heeft toegezegd om vanaf vandaag vluchtelingen terug te nemen die de oversteek naar Griekenland maken.

Annerieke Berg- de Boer, directeur Stichting Bootvluchteling reageert: “Hoe ‘de deal’ van invloed gaat zijn op het werk van Stichting Bootvluchteling in Griekenland zullen we moeten afwachten. Turkije staat tot nu toe niet bekend om zijn betrouwbaarheid in gemaakte afspraken. De ervaring zal leren of en waar er nog vluchtelingen aankomen op de eilanden. Verder houden we in de gaten of en hoe de vluchtroutes zich zullen gaan verleggen en indien nodig daarop inspelen. We zijn een flexibele stichting en zullen meebewegen met de stroom vluchtelingen.”

Manon Terpstra, teammanager op Lesbos, zegt: “Afgelopen nacht kwamen er nog drie boten aan in Mitilini. Boten blijven tot nu toe komen. Onze aanwezigheid blijft dus nodig. De huidige situatie is onzeker en de informatie vanuit de overheid beperkt. Zowel naar vluchtelingen als naar NGO’s toe. We zijn in overleg met de UNHCR en andere collega-organisaties over hoe we verder gaan.”

Stichting Bootvluchteling blijft de actualiteit volgen, en staat in nauw contact met de coördinatoren ter plaatse. Blijf onze pagina volgen voor de laatste updates.

Foto: Marjan van der Meer.

Leros – Kamp Laki

Eelco Groeneveld heeft een sabbatical (half jaar) genomen om in Griekenland aan de slag te gaan voor Stichting Bootvluchteling:

“Ik ben als coördinator aangesteld op Leros. Ons team telt gemiddeld 32 vrijwilligers vanuit alle windstreken. Naast Stichting Bootvluchteling zijn namelijk ook een Oostenrijkse organisatie Echo 100Plus, de locale vrijwilligers van Leros Solidarity Network en de vrijwilligers van Shantel uit Engeland actief. De samenwerking tussen de vrijwilligers en de NGO’s loopt goed. Er heerst een goede sfeer onderling en in het kamp waar we actief zijn. Dat heeft een goede invloed op de vluchtelingen die hier verblijven. Alles verloopt gestructureerd, iedereen is vriendelijk en op zijn gemak. Overdag wordt gevoetbald, ’s avonds wordt gelachen en gedanst bij het kampvuur.

De vrijwilliger zijn in twee shifts tussen acht ’s ochtends en 11 uur ’s avond aanwezig in het kamp in de havenplaats Laki. Vluchtelingen worden door de Griekse kustwacht opgehaald van het eiland Farmakonisi, dat van het Griekse leger is en verboden terrein, en hier afgezet. Nadat alle nieuwkomers in het kamp zijn geregistreerd door Frontex krijgen zij van de UNHCR een plek in een van de tenten toegewezen. Gezinnen met jonge kinderen, zwangere vrouwen, ouderen en zieken worden door de vrijwilligers met het busje vervoerd naar Pikpa, een opvanghuis dat ook gerund wordt door vrijwilligers van ons team. Ook is er de villa, een plek waar alleen vrouwen en kinderen een rustig heenkomen kunnen vinden.

Onze vrijwilligers distribueren dagelijks drie maaltijden in het kamp en maken er de benodigde babyvoeding in de speciaal daarvoor ingerichte babyroom. Ook runnen zij de uitgiftepunten voor kleding en schoeisel die we hier boutiques noemen, een voor vrouwen/kinderen en een voor mannen. We onderhouden het kamp en helpen in de hulpgoederenopslag met sorteren. Ook is er tijd voor een praatje of een potje voetbal met de vluchtelingen.

Aan de overkant van de baai wordt de laatste hand gelegd aan een hotspot met een capaciteit van 1000 personen. Waarschijnlijk gaat die deze week open. Dat heeft hoogstwaarschijnlijk gevolgen voor het kamp waar wij tot nu toe actief zijn. Er is nog niet veel bekend maar het Griekse leger, dat het kamp gaat beheren, is aan het inventariseren wie er actief willen zijn in het kamp. Stichting Bootvluchteling wil hier graag deel van blijven uitmaken”.

Leros – afscheid

Eva ging als vrijwilliger met Stichting Bootvluchteling naar Leros en schrijft over een moment wat haar is bijgebleven.

Afscheid:
Elke maandag, woensdag, vrijdag en zondag vertrekt de boot met vrijwilligers en vluchtelingen naar Athene. Wij die achterblijven in de haven zwaaien, klappen en juichen zo hard als we kunnen terwijl de boot de horizon tegemoet vaart. Het laatste beetje aanmoediging dat ze nodig zullen hebben om hun reis verder voort te zetten.
Ik denk aan het gezin met 9 kinderen en aan mama Nur die haar man heeft verloren en met 3 kleine kinderen verder moet. Afscheid nemen van hen valt niet mee.

Het vrolijke geluid van de vrijwilligers klinkt door de gehele haven. Onze afscheidsroutine: een staande ovatie om de boot die al onze vrienden en nieuwe familieleden meeneemt uit te zwaaien. Ik kijk om me heen en de tranen rollen over de wangen van alle vrijwilligers. We zijn blij voor ze, maar tegelijkertijd houden we ons hart vast omdat we weten wat hen te wachten staat aan de andere kant. We kunnen slechts hopen dat onze nieuwe vrienden alle uitdagingen zullen overwinnen.

We blijven zwaaien tot de boot uit het zicht is…

Stichting Bootvluchteling blijft op zoek naar goede vrijwilligers die voor minimaal twee weken hun tijd en hart willen geven. Zou jij ook als vrijwilliger voor Stichting Bootvluchteling op pad willen? Kijk dan op deze pagina!

Ben je niet in de gelegenheid om zelf te komen maar wil je ons werk graag steunen? Dat kan: NL97 RBRB 0918 9326 37 t.a.v. Stichting Bootvluchteling Of via de doneerbutton op de site.

Leros – Een vleugje romantiek

We laten Theo Kiffers, een van onze vrijwilligers, aan het woord over ‘weer zo’n dag op Leros…’:

“Met Lukas, een vrijwilliger uit Zweden, praat ik over het sombere nieuws dat er die dag op Leros zoveel nieuwe mensen aankomen, dat niet iedereen een slaapplaats kan krijgen en er mensen buiten moeten blijven. Dat is waarschijnlijk veel vaker gebeurd, maar wij voelen voor het eerst de onmacht niet te kunnen helpen als we kijken naar de mensen die al buiten zitten. Ontroerd kijken we elkaar aan. “No words.”

“Maar er zijn ook tenten, kunnen we daar iets mee doen?” De vrijwilligers uit de ‘Poseidon Storage’, het gebouw waar hulpgoederen uit de hele wereld worden opgeslagen, wijzen me op een ruimte waarin tenten, matrassen, slaapzakken en dekens liggen opgeslagen. “We brengen ze vast naar beneden, kijk maar of je ze kunt gebruiken.” En of we dat kunnen!

Iedere slaapplaats is er één, zo concluderen we, en met de leiding van de UNHCR wordt overlegd waar we de tenten kunnen neerzetten. De ruimte is schaars, maar met passen en meten lukt het toch om zo’n 25 tentjes neer te zetten. Goed voor een kleine 80 extra slaapplaatsen. We voorzien alle tentjes van matrassen en een flinke laag UN-matten om de ondergrond van kiezelstenen te egaliseren en te isoleren.

Als we naar het resultaat kijken, is het eigenlijk wel een leuk gezicht. De huisjes en grote tenten zullen overvol zijn, dus misschien is zo’n klein onderkomen voor korte tijd zo gek nog niet. Alain, een vrijwilliger uit Israël en vandaag mede belast met de ‘housing’ van de mensen, heeft in ieder geval al twee gegadigden: een pas getrouwd stel uit Syrië dat wel een beetje privacy kan gebruiken…

Leros – Wintersale in de Boutique

Het doet denken aan de Drie Dwaze Dagen bij de Bijenkorf, maar dan elke dag. Maar waar we in de Hollandse sale onze kledingkast aanvullen met leuke koopjes, hier haal je je complete garderobe. Eén set per persoon en daar doe je het voorlopig mee. Nee, de Boutique op Leros is geen Bijenkorf, maar iedere vluchteling die binnenkomt, loopt dolenthousiast de deur uit. Zelden was een warme winterjas zo luxe!

De Boutique is een grote ruimte op Leros die vol ligt met broeken, truien, shirts, ondergoed, schoenen, jassen, mutsen, handschoenen, sjaals en reistassen. Elke vluchteling die op Leros aankomt, mag hier een set kleding uitzoeken. Luxe? Nee, het is bittere noodzaak, want meer kleding dan ze bij aankomst dragen, hebben ze meestal niet. Het doel van Stichting Bootvluchteling is de reizigers winterklaar te maken voor het vervolg van hun reis.

Bij aankomst op het eiland, krijgen de vluchtelingen na het ontvangen van de eerste noodhulp, een ticket dat recht geeft op een bezoek aan de Boutique. De laatste weken neemt het aantal vluchtelingen op Leros fors toe, waardoor het regelmatig rijendik staat voor de ingang van de Boutique. Eenmaal binnen is het vaak graaien in de bakken. De vergelijking met de Drie Dwaze Dagen is snel gemaakt… En begrijpelijk! Ook deze mensen willen graag goede kleding voor zichzelf en hun kinderen.

Soms uit zich dit in slinks gedrag. Mensen die hun kleding expres nat maken, omdat vluchtelingen met natte kleren voorrang krijgen. Of anderen die hun schoenen verstoppen, om zo recht te krijgen op een nieuw paar… Maar in de meeste gevallen gaat het er netjes aan toe en is de dankbaarheid groot. De foto’s spreken voor zich!

De Boutique wordt bevoorraad met spullen die ter plekke op Leros worden ingekocht. Hier is de lokale economie erg bij gebaat! Verder nemen onze vrijwilligers vaak ingezamelde goederen mee, heel gericht op dat wat nodig is. Wilt u helpen om alle vluchtelingen winterklaar door te laten reizen? Doneer uw bijdrage via www.bootvluchteling.nl en help ons helpen!

(met dank aan onze vrijwilliger Will Bonneveld)

Leros – Lepeltje-lepeltje met doodzieke vluchteling

Het is de tweede dag dat Peter en ik op Leros zijn. Na de normale werkzaamheden in het kamp (zoals het uitdelen van het ontbijt en wat schoonmaakwerk) worden Peter en ik naar de haven geroepen. Er zijn nogal veel vluchtelingen tegelijk binnengekomen en wij kunnen daar met ons vers gedrukte doktersdiploma van toegevoegde waarde zijn.

Veel van hen hebben hiervoor al enkele dagen op het legereiland Farmakonisi gezeten zonder eten of drinken, waarbij het hen ook verboden werd door de aanwezige militairen vuur te maken om zich warm te houden. Wij kunnen hen gelukkig helpen door dekens en voedsel uit te delen en met het desinfecteren en (opnieuw) verbinden van net opgelopen of enkele dagen lang verwaarloosde wonden. Zo gaat onze aandacht uit naar een jongeman met een op het eerste gezicht veel te dik verbonden voet. In gesprek met hem en na nader onderzoek blijkt de voet en het onderbeen echter van zichzelf enorm gezwollen als gevolg van een granaatinslag. De man had er wel enige zorg voor gehad toen het net gebeurd was, maar was de antibiotica in zee verloren die hij ter infectiepreventie had. Enigszins geschrokken van zo´n directe confrontatie met de gevolgen van oorlogsgeweld helpen wij de man. Wij desinfecteren de wond en bellen met het lokale departement van Artsen Zonder Grenzen om nadere zorg te organiseren.

Terwijl wij beide nog enkele vluchtelingen zo goed als mogelijk met de beperkt aanwezige middelen helpen, wordt Peter gebeld door de mensen van Artsen Zonder Grenzen. Boodschap: in het lokale ziekenhuis ligt een ernstig zieke vluchteling in levensgevaar. Het is noodzakelijk dat hij naar een groter ziekenhuis wordt verplaatst en dat hij op deze trip door een arts vergezeld moet worden.

Dit alles wordt mij verteld door Peter, terwijl ik een wond aan het verbinden ben en maar half de situatie overziend zeg ik dat ik wel met hem mee zal gaan. Zodra ik weg kan, ga ik naar de ruimte in het kamp waar AzG (niets meer dan een voormalig keukentje in een vervallen schoolgebouw) zich heeft gevestigd. Ik word verder ingelicht over de situatie ik hoor dat de man niet naar een nabij gelegen eiland kan, maar helemaal naar Athene moet, een reis die per boot tien uur heen en tien uur terug zou duren met een dag ertussen in Athene. Daar schrik ik wel van, want het zal wel een erg lange afwezigheid op Leros betekenen. Na enig overleg met mezelf en onze fantastische coördinator Frederieke besluit ik het te doen.

In het ziekenhuis ontmoet ik de patiënt, een vriendelijke Syrische man van een jaar of 50 die nauwelijks Engels spreekt. We maken hem met handen en voeten duidelijk wat het plan is. Zijn arts instrueert mij verder over de nodige medische zorg en we nemen verschillende scenario’s door. Zijn dokter legt mij uit hoe ernstig de situatie is en dat de man voor overleven afhankelijk is van continu zuurstoftoediening in hoge dosering en regelmatige toediening van medicatie.

Even lijkt het erop dat de man niet mee mag naar Athene, omdat zijn papieren nog niet rond zijn. Na wat druk van onze kant, blijkt dit gelukkig toch te lukken. Diezelfde avond stap ik aan boord. Hier word ik aangesproken door bootpersoneel die zich er helemaal niet lekker bij voelen dat zo’n zieke man mee moet. Ik probeer hen de situatie uit te leggen en schoorvoetend en simpelweg door gebrek aan keuze gaan ze akkoord. Ik loop naar de kamer die voor ons is geboekt door AzG en tref onderweg de man aan in een rolstoel met een zuurstoftank. We worden begeleid naar de kamer; een knusse cabine van nog geen tien vierkante meter. Hierin moeten de man en ik, met onze bagage en de enorme zuurstoftank de komende tien uur doorbrengen en naar het lijkt zo ongeveer lepeltje-lepeltje gaan liggen.

Ik zorg dat de man zo comfortabel mogelijk ligt, installeer de zuurstoftank en geef hem de benodigde medicatie. De man maakt mij duidelijk dat zijn familie ook op de boot is. Na enig zoekwerk en met wat hulp van het bootpersoneel vind ik hen en hebben we in een mengelmoes van Arabisch, Engels en mijn bij het bordspel van “Hints” aangeleerde kwaliteiten gezellig de eerste twee uur op de boot doorgebracht… met zes man in de mini-cabine. De familie toont zich erg dankbaar en ondanks mijn pogingen om duidelijk te maken dat het niet hoef word ik voorzien van jus d’orange, thee en snoepjes van hun vermoedelijk nogal beperkte budget. De rest van de nacht brengen de Syriër en ik door zonder al te veel gesprekken, mede door zijn benauwdheid, die ik af en toe wat kan verlichten met medicatie. Zelf krijg ik maar weinig slaap, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door de dankbaarheid van de man en zijn familie.

Om 8 uur ’s ochtends komen we veilig aan in Athene, waar ik de man overdraag aan de ambulance. Ik krijg een stevige hand, een omhelzing en een zoen van de man. Zijn familie vertel ik naar welk ziekenhuis hij wordt gebracht. Zo vlot als het allemaal georganiseerd is, zo snel is het ook weer afgelopen. Vermoeid, maar met een goed gevoel breng ik de dag door in Athene, waar ik nog een verrassend mooi vluchtelingenkamp bezoek, voordat ik die avond de boot terugpak naar Leros.

Op de boot krijg ik per telefoon al een waarschuwing van Peter dat er 1000 vluchtelingen op mij zitten te wachten in de haven. Dit blijkt het begin van een nogal stressvolle periode op het eiland, maar dat is een verhaal voor een andere keer. Met het mooie beeld van de o zo dankbare Syriër en zijn familie in gedachten heb ik goed geslapen…

Door Tomas Scheepers

Leros – ‘I love you Syria’

Stichting Bootvluchteling is sinds een maand ook werkzaam op Leros. Onze vrijwilliger Ronja schreef er over:

Het mocht zo zijn dat ik de verantwoordelijkheid heb gekregen over Villa Artemis, een huis voor de meest kwetsbaren. Een toevluchtsoord in plaats van een koude nacht op het buitenterrein van de havenpolitie.

Het zijn de babyhandjes tegen mijn hals, want moederarmen zijn te moe.

Het is de man die drie vingers verloor op het militaire eiland.

Het zijn de Griekse soldaten die tegen hem schreeuwen dat hij hier zal sterven.

Het zijn ook de vluchtelingen die vertellen dat zij met vriendelijkheid zijn behandeld door Griekse soldaten.

Het is de militaire boot die circuleert rond een rubberboot om die om te laten slaan, ondanks dat lange armen babylichaampjes omhoog houden. Zij werden gered op internationaal water.

Het is de vrouw die ineenstort in mijn armen. Ze heeft drie dagen gelopen, ze zegt: ”and nobody listen.”

Het zijn de nummers op hun handen, en ik moet hun nummer op papier schrijven, om aan de politie te geven, van nummer naar mens, als ze mij de heuvel op volgen naar Villa Artemis. In Villa Artemis, daar communiceren we door enkele Engelse woorden en dan weer met een stroom Arabische woorden en handen, en gehuil en gelach, en aaien over ruggen en kussen op wangen.

Het is het hoofd aan de andere kant van het raam, van een vrouw die buiten in het donker kleren waste. Ze was bang voor het donker en ik zat naast haar en keek naar haar handen die zorgvuldig de natte kleren uitwringen en samen zongen we ”Syria Oh Syria”. En daar tussendoor fluisterde ze “I love you Syria”.

Het is de moeder met de dochter die in de vierde maand van haar zwangerschap is, en toen ik vroeg waar de rest van de familie was, legden zij hun handen tegen elkaar gedrukt tegen hun schuine wangen.

Het zijn de oudere vrouwen die met kreunende geluiden de trap naar Villa Artemis opklimmen, en met elke stap die ze nemen roepen zij een keer; “Jalla!”. Wanneer ze pauzes nemen en even op de kant zitten, pluk ik bloemen uit de struik ernaast en zet ze in het puntje van hun sluiers. Ze noemen me Habibi.

Het zijn de jongetjes die te veel dagen vastzitten op Leros, omdat de veerboten naar Athene staken, we doen hardloopwedstrijden om te zien wie de snelste is, en ze helpen me luiers distribueren, als dank geef ik ze kauwgom of een jas.

Het is om in de haven te zijn als de veerboot naar Athene vertrekt, en de hoop die van de mensen straalt is zo tastbaar, en niemand is in staat om te zeggen; “Maar de vlucht is nog niet voorbij.”

Het is ook om elke dag vergeten chocolade te geven aan de man die hielp om te vertalen, tot de dag dat zijn gezicht verdwenen is uit het kamp.

Het zijn de roodgevlamde, verdronken kinderen die aankomen in dezelfde boot als degenen die niet verdronken zijn.
Dezelfde boot waar het personeel besmettingsbeschermende kleding draagt alsof het een lading Ebola patiënten is die zij transporteren.

Het is een vergeten eiland in de omgeving die niet voldoende mensen en middelen heeft om de situatie te hanteren.

Het is dat ze niet genoeg lijkzakken hebben voor degenen die zijn gestorven.

Het is de 1060 sandwiches voor ontbijt op het kamp te distribueren en dat we “No! No! No!” schreeuwen voor degenen die tweemaal broodjes proberen te nemen.

Het zijn de foto’s die een vrouw mij laat zien van zichzelf, luchtig gekleed, met los haar in een uitdagende pose en dat ze door blijft bladeren en wijzen terwijl ze tegen mij zegt: “Future.”

Het is de havenpolitie hier wiens werk totaal is gewijzigd, en ze kunnen schreeuwen tegen de vluchtelingen,want soms wordt het te veel als niemand lijkt te luisteren. En soms kunnen ze hun macht misbruiken, maar soms kunnen ze hun macht vergeten, en dan kunnen ze tegen de vrijwilligers schreeuwen, want het kan toch niet zo zijn dat mensen hier koud en nat aankomen en er niet genoeg dekens beschikbaar zijn.

Het is dat moment om naar het verhaal van een man te luisteren,.

Het is ook dat moment om geïrriteerd te roepen: “No Shoes” wanneer de schoenen op zijn, maar er nog zoveel mensen om vragen.

Het is As-Salamu Alaykum, shukran en bukra,

Het is dat ik geen woorden heb geleerd in Dari.

Het is de regen die viel en mensen die koud en nat werden, alweer. Ze werden verplaatst naar het vervallen huis in het andere kamp, en ik liep daar over de bovenverdieping en zag alleen hun duistere gestalten die werden opgelicht door de bliksem uit de hemel die zich daar naar binnendrong, en ik begreep op dat moment niet dat dit de werkelijkheid was.

Het is het ziekenhuis op Leros en de herinnering in mijn hoofd van de dokter met een snor en de verpleegster met de hysterische sympathieke lach, die het kind op zo’n manier behandelden dat het leek alsof ik naar een fantastisch toneelspel zat te kijken.

Het is de groenteboer waar ik elke dag pruimen koop voor Villa Artemis, hij geeft mij extra bananen en druiven, of brengt me terug naar de villa op die dag dat het regende en ik anders had moeten lopen.

Het is het uitsorteren van kleren die niet geschikt zijn voor de vluchtelingen,  zoals hoge hakken of dunne topjes, die worden bij een container gelegd waar de lokale bevolking op Leros van kan pakken.

Het is de oude Griekse hoteleigenaar met voornamelijk gasten uit Syrië, hij zegt tegen mij dat hij bang is voor de toekomst.

Het zijn veel tranen, maar ook veel gelach.

Het is zo dicht bij de oorsprong, zoals de bergen in de zee rondom mij daar liggen als dinosaurus lichamen, en de zon die ze opwarmt, en de maan die de zee tussen hen in zilver maakt, en de bliksem die de achtergrond metafysisch laat verschijnen.

Ik zwom in dezelfde zee waar kinderen en moeders en vaders zijn omgekomen op hun weg van Turkije naar Griekenland, maar de zee bruiste zo onschuldig in mijn oren.
Zo’n dag toen het leven zwaar was, zag ik een grote kever op de trap en ik wenste dat ik het was. En ik schaam me bijna om het te schrijven, maar in dit absurde bestaan, waar zoveel zo verkeerd is,
maar waar menselijke gevoelens zich zo puur manifesteren omdat niets anders mogelijk is. En in de combinatie waar frustratie en verwoesting de constante schoonheid van het eiland ontmoeten,
vormen zich existentiële vragen als een echo in mijn hoofd, en voel ik mezelf op een bepaalde manier toch ook gelukkig.
Door Ronja de Boer
Vrijwilliger Stichting Bootvluchteling
Foto: Mirjam Kemp