Onze mensen – Todd: ‘Middenin die rotsituatie maken ze de keuze om te geven om anderen’

‘Ik doe drie weken vrijwilligerswerk hier in Moria. Dus als dingen oncomfortabel zijn voor mij, is dat maar voor
drie weken. Daarna ga ik terug naar mijn normale leven, waar alles is zoals het altijd was. Waar ik weet
welke producten er in de supermarkt liggen, waar ik weet wat alles kost. Alles is dan weer gewoon zoals het
was.

Als ik naar de vluchtelingen kijk, zie ik mensen die geen idee hebben of de situatie waar ze in zitten zal
veranderen. Ze hopen het. En ze lijken vast te houden aan die hoop. Maar er is geen garantie. Hier in Moria zijn doet me realiseren hoe alles wat ik normaal gesproken doe op eenzelfde manier gaat. Momenteel ben ik in een andere omgeving met mensen die ik niet ken, in een cultuur die ik niet ken en met een taal die ik niet spreek. Maar zelfs hier, in een ander land, heb ik zoveel meer dan de vluchtelingen die hier verblijven. In Moria zie ik heel duidelijk wat vluchtelingen niet hebben. Een fijne plek om te wonen, vrijheid.

Ik werk als verpleger in de kliniek, waar ik samenwerk met vertalers vanuit het kamp. Zij doen niet alleen hun
werk op een professionele manier, maar ze geven ook echt om hun medevluchtelingen in Moria. Ik zie hoe
ze niet alleen vertalen maar ook proberen hun omgeving te kalmeren. Ze proberen zorg en compassie te
geven aan andere vluchtelingen die hulp nodig hebben.

De vertalers werken vrijwillig, maar zij zitten hier tegelijkertijd vast. Dat gaat mijn pet te boven. Ze zitten klem en middenin die rotsituatie maken ze de keuze om productief te zijn en te geven om anderen.’

– Todd, Amerika – Verpleger medische kliniek

Onze mediavrijwilligster Laurie maakte deze prachtige portretten van verschillende vrijwilligers in Moria. Met hun verhalen laten we jullie graag kennismaken met onze community.

Onze mensen – Katie: ‘Docenten kunnen hier doorgaan met waar ze van houden’

‘De reden dat ik geïnteresseerd was om voor Stichting Bootvluchteling te werken is dat de organisatie veel nadruk legt op het ‘empoweren’ van mensen in kamp Moria. Ik denk dat het niet goed is als een groep buitenlanders hier komt en een groep andere mensen, die lijden, vertelt wat ze moeten doen.

Bijna alle docenten van de School of Hope waren ook docenten in hun land van herkomst. Ze hadden daar middelen om hun werk uit te oefenen en waren succesvolle en professionele mensen. Nu, hier in Moria hebben ze geen middelen meer. Maar ze hebben nog steeds kennis. Ze hebben nog steeds passie. Ze kunnen doorgaan met doen waar ze van houden. Deze docenten staan de halve dag in de rij, voor alles: voedsel, documenten, medische zorg. Alles is een gevecht. Het is fantastisch om te zien dat zij hun tijd besteden aan het onderwijzen van kinderen, dag aan dag.

Ik schrijf mijn thesis over vredeseducatie. Dat is een vorm van onderwijs die helpt mensen te ontwikkelen die autonoom zijn, mensen die het gevoel hebben controle te hebben over hun leven. Vaak is een educatiesysteem top-down: de docent geeft instructies en de kinderen moeten stil op hun stoel zitten, luisteren en instructies opvolgen. Vredeseducatie richt zich meer op samenwerking en helpt studenten hun eigen onderwijs vorm te geven.

Ik denk dat vredeseducatie heel belangrijk is hier in Moria, want de kinderen hier zijn een groot deel van hun autonomie verloren. Veel van wat zij weten over hun identiteit en hun gemeenschap is veranderd. Mijn doel is om deze kinderen te laten weten dat ze hier op school een plek hebben waar ze wat controle hebben, ondanks de vreselijke dingen die ze hebben moeten meemaken om hier te komen en terwijl ze hier zijn. Ik wil dat ze weten dat ze gerespecteerd zullen worden. En dat ze een plek hebben, helemaal voor hen.’

– Katie (Verenigde Staten), vrijwilliger PSS-team

Onze mediavrijwilligster Laurie maakte deze prachtige portretten van verschillende vrijwilligers in Moria. Met hun verhalen laten we jullie graag kennismaken met onze community.

Onze mensen – Ramin: ‘Ik wilde niet in een tent zitten en gestrest zijn’

‘Mensen denken dat ze veilig zijn als ze Griekenland bereiken. Het is een Europees land. Mensen verwachten dat ze een goed leven zullen hebben, met een huis en baanperspectief. Maar vanaf het moment dat ze Moria binnenkomen verandert dat. Het blijkt het tegenovergestelde te zijn. Hun dromen worden verwoest. Dat kan heel moeilijk zijn voor mensen. Ik had dat probleem ook toen ik in Moria aankwam. Ik wilde naar een Europees land voor een beter leven. De eerste maanden in Moria kreeg ik psychische problemen. Ik had geen activiteiten. Maar na een tijdje herpakte ik mezelf. Ik gaf mezelf positieve energie. De energie om actief te zijn, mijn voetbal voort te zetten en activiteiten te vinden. Om uit die negatieve spiraal te komen.

Ik wilde niet in een tent zitten en gestrest zijn. Ik ben het gewend om veel activiteiten te hebben, om te werken. Dus hier wilde ik ook actief zijn. Eén van m’n vrienden werkte voor Stichting Bootvluchteling. Dus ik vroeg hem of ze meer vertalers nodig hadden. Dat hadden ze – dus ben ik hier begonnen met werken. Ik geniet ervan om mensen te helpen. Het geeft me positieve energie. Meestal werk ik als vertaler in de kliniek. De patiënten voelen zich fijn bij mij, ze vinden de manier waarop ik vertaal prettig. Wij, de vertalers en de dokters, zijn een fijn team en we hebben goed contact met elkaar. We zijn een soort familie die samenwerkt. We helpen mensen. Ik heb nog steeds hoop en ik vecht voor mijn toekomst. Ik zal mijn reis voortzetten. To be continued.’

– Ramin, tolk in onze medische kliniek

Onze mediavrijwilligster Laurie maakte deze prachtige portretten van verschillende vrijwilligers in Moria. Met hun verhalen laten we jullie graag kennismaken met onze community.

Onze mensen – Rina: ‘Het is fijn als er een plek is waar vrijwilligers kunnen ontspannen’

‘De vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling maken lange, pittige dagen. Daarom vind ik het heel belangrijk dat onze vrijwilligershuizen huiselijk aanvoelen. Het is fijn als er een plek is waar vrijwilligers kunnen ontspannen. Daar zet ik me voor in. Ik ben voor langere tijd op Lesbos en werk als vrijwilligersmanager. Ik ben aanspreekpunt voor alles wat te maken heeft met de vrijwilligershuizen. Dat houdt bijvoorbeeld in dat ik het wat huiselijker maak maar ook dat ik het corveerooster opstel en zorg dat mensen opgehaald worden van het vliegveld.

Daarnaast draai ik shifts mee in kamp Moria. Ik ben de focuspersoon van de bibliotheek. Vijf dagen per week is er bibliotheek. Daar kunnen mensen een boek lenen, maar de plek heeft ook een sterke sociale functie. Mensen komen samen om een kop thee te drinken of een spelletje Rummikub te doen. Het is een fijne plek waar mensen hun zorgen even kunnen vergeten. Er worden veel Engelse kinderboeken gelezen, ook door volwassenen, dat is een handige manier om Engels te leren. De bieb wordt gerund door de librarians, vluchtelingen uit het kamp. Het is hun toko, hun bieb. Wij ondersteunen waar nodig. Zij weten alles. Zij hebben het systeem bedacht. Ze lenen de boeken uit, zetten de gegevens van de mensen in de computer en helpen mensen met het uitzoeken van een nieuw boek.’

Rina (38, Nederland) – Vrijwilligersmanager

Onze mediavrijwilligster Laurie maakte deze prachtige portretten van verschillende vrijwilligers in Moria. Met hun verhalen laten we jullie graag kennismaken met onze community.

Spreekt Rina’s functie je aan? We zijn per direct op zoek naar een sociale vrouw of man die haar als vrijwilligersmanager kan opvolgen. Interesse? Lees dan gauw verder: https://bootvluchteling.nl/vrijwilligersmanager-lesbos/

Wij luiden de noodklok: zorg voor minderjarige vluchtelingen in kamp Moria schiet zwaar tekort

Stichting Bootvluchteling luidt noodklok om slechte zorg voor alleenreizende minderjarige vluchtelingen Wij maken ons grote zorgen om de ruim 340 alleenreizende minderjarige jongeren in vluchtelingenkamp Moria op het Griekse eiland Lesbos. Drank- en drugsgebruik en automutilatie zijn veelvoorkomende problemen onder de veelal getraumatiseerde tieners. Goede hulpverlening ontbreekt. Daarom luiden wij nu de noodklok. Op dit […]

Logboek: mee met het medische team

Driving home for Christmas

Terwijl Chris Rea’s ‘Driving home for Christmas’ uit de luidsprekers schalt, zit ik onderuitgezakt te wachten op een stoeltje op het vliegveld van Athene. Ik doe mijn oordoppen in. Het enige waaraan ik kan denken is de 18-jarige Jack uit Congo, die gezien heeft hoe zijn ouders en zus voor zijn ogen vermoord werden. Ik zie hem nog steeds voor me zitten in de kliniek, mutistisch, twee stenen tegen elkaar aan tikkend, zijn hoofd van de ene naar de andere kant van de kamer draaiend, kijkend in de richting van zijn visuele hallucinaties. Ik geef hem antipsychotica voor een aantal dagen en stuur hem door naar MSF (Médécins Sans Frontières), waar een psychiater gespecialiseerd in psychotrauma werkzaam is. Alleen de meest ernstige casussen kunnen behandeld worden door deze psychiater en dit kan een aantal weken duren. Het enige wat ik Jack in de tussentijd kan bieden, is hem elke drie dagen terug te zien om een vinger aan de pols te houden. De steward die mijn vluchtnummer omroept, brengt me terug naar mijn stoeltje op het vliegveld. Ik ga naar huis voor kerst, maar Jack zal Moria het komende jaar zijn thuis moeten noemen. Echter, in werkelijkheid is Moria voor niemand een thuis.

De laatste maand ben ik werkzaam geweest als ‘junior doctor’ voor stichting Bootvluchteling, een Nederlandse NGO die zowel medische als psychologische hulp biedt aan de bewoners van kamp Moria, een van Europa’s grootste vluchtelingenkampen, gesitueerd op het eiland Lesbos in Griekenland. Waar het oorspronkelijk is opgezet als een ‘doorgangskamp’ voor maximaal 3.100 vluchtelingen met een verblijfsduur van maximaal 48 uur, wonen er nu ongeveer 7.000 vluchtelingen. Zij zullen er maanden tot een aantal jaren verblijven. Alle woorden die ik zou kunnen gebruik om het kamp te beschrijven- onmenselijk, hemeltergend, meedogenloosdoen geen recht aan hoe het er in werkelijkheid uitziet. De modderige paden; de lekkende tenten waar vaak meer dan 10 mensen in wonen; de gure wind die waait door de als deur dienstdoende lakens; de open riolen; de mensen die uren wachten in ‘the food-line’ in iets wat op een kooi lijkt. Het is een demoraliserende plek.

Onder deze omstandigheden werken wij, een groep artsen, verpleegkundigen, support crew en vertalers, tijdens de avonduren in een kliniek zodat er altijd medische hulp beschikbaar is voor de bewoners van het kamp. Ongeveer 100 patiënten bezoeken de kliniek iedere avond, vooral met huisartsgeneeskundige en psychiatrische problematiek. Het geeft kracht te beseffen dat een groep van, met name jonge, artsen en verpleegkundigen het belang inziet om de meest kwetsbare mensen van deze wereld te helpen. Hoewel we allemaal voor een relatief korte periode werkzaam zijn in het kamp, werken we als een goed geoliede machine. Zodra we om middernacht het kamp uitrijden, delen we onze frustraties over hoe weinig we deze mensen kunnen bieden, maar, ondanks alle beperkingen, zijn we flexibel, inventief en vinden we vaak manieren om onze zorg te verbeteren.  Ondanks onze inspanningen kunnen de omstandigheden van het kamp echter niet altijd verslagen worden: het beste beleid zou ‘ontslag’ uit Moria zijn, iets wat onmogelijk is.

Weer een dag in de kliniek: bij het vallen van de nacht worden de eerste patiënten met paniekaanvallen binnen gebracht. Vaak zijn het de jongeren die zonder ouders in het kamp verblijven. Een jongen uit Afghanistan deze keer- huilend, hyperventilerend. Ik ben niet ervaren in psychiatrie. Ik heb niet veel geleerd over de technieken om patiënten met angstaanvallen te benaderen, maar ik vertrouw op mijn communicatieve vaardigheden die ik me de afgelopen jaren eigen heb gemaakt. Ik vraag hem te focussen op zijn ademhaling en benadruk dat hij in de kliniek veilig is. Langzaam vullen flarden van zijn verhaal de ruimte. Ik hoor termen als ‘omcirkeld’, ‘Taliban’, ‘geslagen’. Ik zie de littekens op zijn hoofd en rug. Het grijpt me naar de keel. Na een uitgebreid gesprek verwijs ik hem naar de ‘stress relief’- en ‘mental health’ lessen die ook georganiseerd worden door Stichting Bootvluchteling. Ik ben opgelucht wanneer de volgende patiënt alleen maar komt voor zijn huiduitslag- wederom een geval van schurft.

In maart 2016 heeft de Europese Unie een deal gesloten met Turkije. Een deal met als doel de migratie over zee van Turkije naar de Griekse Eilanden een halt toe te roepen, door alle ‘irreguliere’ vluchtelingen terug te sturen naar Turkije. Of een vluchteling onder de noemer  ‘irregulier’ valt, zou met een individuele asielprocedure in Griekenland bepaald moeten worden. In ruil voor de opvang van de teruggestuurde migranten kreeg Turkije EU-geld en werden de onderhandelingen over toetreding van Turkije tot de EU hervat. Voor elke migrant die Turkije terugneemt, kwam de EU overeen om een Syrische vluchteling in een van de EU-landen te vestigen. Maar Griekenland zucht onder de enorme hoeveelheid vluchtelingen. Het asielproces is lang en stroperig en de mankracht en de juiste faciliteiten zijn niet beschikbaar. De hoeveelheid vluchtelingen die teruggebracht zijn naar Turkije is een fractie van wat van tevoren was berekend. De deal heeft ervoor gezorgd dat de grenzen van Griekenland dicht zijn gegaan en heeft Moria doen veranderen in een eindstation voor alle migranten die de Egeïsche zee oversteken. In de tussentijd, hoewel in minder grote aantallen dan ten tijde van het begin van de crisis, blijven de rubberbootjes aankomen. Tot dusver zijn in 2018 bijna 31.000 migranten op de Griekse eilanden gearriveerd.

Ik vind het moeilijk te omschrijven hoe ik me voel nu ik weer thuis ben en terugdenk aan Moria. De ene keer domineren woede en frustratie over het feit dat sommige politieke partijen pretenderen dat de EU-Turkije deal een succesvolle deal is. De andere keer voel ik me schuldig over het feit dat ik dat jonge echtpaar met hun 5 maanden oude tweeling, al hun bezittingen verloren op zee, moest terugsturen de kou in. Op andere momenten schaam ik me, dat ik me boos maak als er geen warm water uit de douche komt wanneer ik thuis ben terwijl er in Moria nergens warm water beschikbaar is. Én schaam ik me dat dit het Europa is waarin wij leven. Dan voel ik de uitzichtloosheid van dat 10-jarige meisje dat haar depressieve moeder naar de kliniek vergezelde. Ze is ruim een jaar niet naar school geweest. Als er geen actie ondernomen wordt, groeit hier een verloren generatie op.

Tegenover de pure wanhoop die vaak in de ogen van de vluchtelingen te lezen is, zijn er ook sprankjes hoop: de veerkracht van sommige vluchtelingen die proberen de leefomstandigheden in het kamp te verbeteren; de patiënte uit Kameroen die zich gesterkt voelt na het volgen van onze ‘mental health’ lessen; de hoeveelheid inspiratievolle mensen die werken voor de verschillende NGO’s op Lesbos; de hulp die we ontvangen van onze vertalers, zelf vluchtelingen, die niet alleen vertalen maar ook psychologische hulp bieden aan hun landgenoten; de vluchtelingen die de bus bij de ingang van het kamp instappen, weg van Moria, een stap dichter bij een menselijk leven ergens in Europa. Deze verhalen werken als lichtpuntjes in een zee van wanhoop.

De hierboven beschreven verhalen zijn slechts enkele verhalen. Er zijn er 7.000 meer te vertellen over de mensen die momenteel in Moria leven. Ze zijn allen op zoek naar een betere toekomst. Ik kan alleen maar hopen dat hun volgende thuis een betere is.

Tekst door: Manon Heldens
Foto: Bertina Kramer

Teken jij de petitie ook?

Stichting Bootvluchteling biedt concrete, praktische hulp aan kwetsbare mensen op de vlucht. Wij verlenen deze hulp al sinds 2015 op Lesbos. Duizenden vrijwilligers gaven hun tijd om als arts, verpleegkundige, docent of psycholoog het verschil te maken.

We zijn hulpverleners en hebben altijd via onze daden willen laten zien waar we voor staan. We zijn geen politici, beleidsmakers of journalisten. En daarom vonden we lange tijd dat het niet aan ons was om ons uit te spreken, behalve dan door ons werk te laten zien. Natuurlijk trokken we wel regelmatig aan de bel en informeerden we de politiek en media over de situatie.

We zijn inmiddels ruim 3,5 jaar verder en mensen in kamp Moria gaan de 4e winter tegemoet. Afgelopen jaren laaide de aandacht voor de situatie geregeld op, maar doofde het weer. Een structurele oplossing voor de problemen bleef uit. Trouw bleven we doen waar wij goed in zijn: hulp verlenen van mens tot mens. Maar het is nu de hoogste tijd voor de Europese regeringen om voor daadwerkelijke oplossingen te zorgen.

Daarom hebben wij besloten als stichting mee te doen met deze petitie. We vragen Nederland om 1.000 vluchtelingen van de Griekse eilanden over te nemen en een menswaardige asielprocedure te bieden. We pretenderen niet dat het de structurele oplossing is voor de vluchtelingencrisis, daarvoor groeit de groep vluchtelingen op Lesbos te snel en is het aantal mensen in het kamp zo weer aangevuld. Maar het is een begin om de duizenden vluchtelingen op de Griekse eilanden als een mens te gaan behandelen.

Teken jij ook?