Teken jij de petitie ook?

Stichting Bootvluchteling biedt concrete, praktische hulp aan kwetsbare mensen op de vlucht. Wij verlenen deze hulp al sinds 2015 op Lesbos. Duizenden vrijwilligers gaven hun tijd om als arts, verpleegkundige, docent of psycholoog het verschil te maken.

We zijn hulpverleners en hebben altijd via onze daden willen laten zien waar we voor staan. We zijn geen politici, beleidsmakers of journalisten. En daarom vonden we lange tijd dat het niet aan ons was om ons uit te spreken, behalve dan door ons werk te laten zien. Natuurlijk trokken we wel regelmatig aan de bel en informeerden we de politiek en media over de situatie.

We zijn inmiddels ruim 3,5 jaar verder en mensen in kamp Moria gaan de 4e winter tegemoet. Afgelopen jaren laaide de aandacht voor de situatie geregeld op, maar doofde het weer. Een structurele oplossing voor de problemen bleef uit. Trouw bleven we doen waar wij goed in zijn: hulp verlenen van mens tot mens. Maar het is nu de hoogste tijd voor de Europese regeringen om voor daadwerkelijke oplossingen te zorgen.

Daarom hebben wij besloten als stichting mee te doen met deze petitie. We vragen Nederland om 1.000 vluchtelingen van de Griekse eilanden over te nemen en een menswaardige asielprocedure te bieden. We pretenderen niet dat het de structurele oplossing is voor de vluchtelingencrisis, daarvoor groeit de groep vluchtelingen op Lesbos te snel en is het aantal mensen in het kamp zo weer aangevuld. Maar het is een begin om de duizenden vluchtelingen op de Griekse eilanden als een mens te gaan behandelen.

Teken jij ook?

Lopen voor Lesbos

Ruim een jaar geleden werkte ik op Lesbos voor Stichting Bootvluchteling, om broodnodige medische hulp te verlenen aan de vluchtelingen die er verblijven. De 2500 vluchtelingen die vorig jaar op Lesbos en in kamp Moria verbleven hadden geen toegang tot basale mensenrechten: voldoende voedsel en water, sanitaire voorzieningen en medische zorg.

Afgelopen zomer bereikte Lesbos het dubieuze record van 10.000 vluchtelingen ‘huisvesten’. Reden voor mij om in actie te komen. Omdat ik dit jaar niet fysiek kon afreizen naar Lesbos, heb ik besloten de uitdaging op te pakken een halve marathon te gaan lopen, om geld in te zamelen voor Stichting Bootvluchteling. Niets vergeleken bij de uitdagingen die vluchtelingen elke dag tegenkomen, maar een mooie manier om aandacht te vragen voor het blijvende probleem en Stichting Bootvluchteling te kunnen ondersteunen.

Ik ben enorm verheugd met het resultaat!

Waar het doel was om € 500 op te halen, heeft de fundraiser uiteindelijk € 1.050 opgebracht. Ik was zelf ook erg tevreden met het resultaat van de halve marathon; de tijd van 1.47 uur is aanzienlijk beter dan verwacht (lees: halve marathon überhaupt uitlopen).

Stichting Bootvluchteling heeft ondersteund met tips en een T-shirt, wat de actie én de stichting zichtbaarder heeft gemaakt.

Ik ben trots op het goede werk van Stichting Bootvluchteling, dat het leven van mensen in een moeilijke positie draaglijker probeert te maken.

Ik ben ook trots op mijn donateurs, die deze medemensen ook een warm hart toedragen.

Dank daarvoor!

Rick van Uum
Huisarts in opleiding, oud-vrijwilliger

Interview met support crew vrijwilliger Helen

Iedere avond tot middernacht is het medische team in Moria om hulp te bieden aan de mensen die dat nodig hebben. Met een team van 5 tot 7 medisch getrainde vrijwilligers en 2 support crew vrijwilligers, worden vluchtelingen geholpen met acute problematiek, verwondingen, paniekaanvallen, andere psychische problemen en basale medische hulp. Een belangrijk onderdeel van het aanbieden van deze hulp is het organiseren van de rij van patiënten. Dit onderdeel noemen wij ‘support crew’.

Elke avond staan twee vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling voor de medische cabine en praten ze met de mensen uit Moria die staan te wachten op hulp. Ik spreek met één van hen: Helen O’Dowd (33). Helen is naar Lesbos afgereisd om voor 6 weken te assisteren bij het medische werk. Interessant genoeg heeft Helen zelf geen medische werkachtergrond. Ze is een leerkracht in het voortgezet onderwijs in het Verenigd Koninkrijk. Helen vertelt me: “I work as a secondary teacher for youngsters aged 12-18. I work with those who come from a poor socioeconomic background, and help them to develop socially and educationally .

Helen kwam in 2017 ook al op Lesbos als vrijwilliger om deel uit te maken van het psychosociale (PSS) team. Daar had ze het erg naar haar zin. Maar nadat ze bij een andere organisatie op Lesbos als crowd controller ervaring had opgedaan, kwam ze in juli 2018 weer bij Stichting Bootvluchteling uit. Helen legt uit: “The PSS team is great, and the work is amazing. However, I really wanted to add my experience as a crowd controller and my background with youngsters with special needs to the medical team.” Haar sociale vaardigheden en ervaring vormen een waardevolle toevoeging aan het werk van het medische team.

Maar wat doet een support crew vrijwilliger eigenlijk? Helen legt me uit dat het gaat om het managen van mensen. De support crew vrijwilligers zorgen ervoor dat er door de medici beoordeeld kan worden welke patiënten met spoed gezien moeten worden en leiden het wachten van de mensen in goede banen. Hoewel er medische hulp wordt aangeboden in Moria gedurende de dag, staan er iedere avond grote groepen mensen voor het hek van de medische cabine. Op een plek met onvoldoende voorzieningen, waar er bijna geen ruimte is om tot rust te komen en mensen soms overdag nog proberen te slapen, is het niet meer dan logisch dat de onrust in de avond toeneemt.

De onrust neemt ’s avonds vooral toe wanneer het donker begint te worden. Om negen uur worden veel zieke kinderen gebracht. De reden hiervoor is dat kinderen niet willen of kunnen slapen vanwege Harara (koorts). Daarnaast hebben veel mensen uit Moria te maken met psychische problematiek. Het begin van de avond en de duisternis van de nacht verslechtert de toestand van veel mensen.

Vertalers uit het kamp zelf helpen Helen om te communiceren met de grote menigte voor het hek van de medische cabine. Doordat de mensen uit Moria zoveel verschillen in afkomst, lopen de talen ook uiteen. Helen legt uit dat het werk van de vertalers onmisbaar is en misschien wel belangrijker dan haar werk. De vertalers komen uit de gemeenschappen in Moria en zijn daarom personen die worden vertrouwd door de patiënten. Ook levert het werk van de vertalers de kans om in gesprek te gaan en de tijd te nemen om uit te leggen wanneer iemand wel of niet kan worden geholpen. Helen legt uit dat het werk draait om het creëren van een vriendschappelijke sfeer en gebruik maken van empathie en affectie. Ze vind de grote menigten en de groepen mannen die hulp eisen niet intimiderend: “I am a short girl, so I am not intimidating for them. Also, their culture is really respectful for women. I always try to listen carefully and give them time and attention. Then I explain to them why I need to make the choice to let them through or have to make them wait”. Het nee-zeggen vind ze daarom ook niet per se moeilijk. Ze zegt geen nee tegen de persoon, maar selecteert samen met de medici wie dringend hulp nodig heeft en wie kan wachten. Wanneer je de tijd neemt om de situatie uit te leggen met de hulp van een vertaler – iemand die de taal spreekt van de persoon met een klacht – zijn ze al veel sneller bereid om echt te luisteren en je te respecteren. “Omdat wij hen respecteren.”

Op het moment dat ik Helen spreek, moet ze nog maar één shift draaien voordat ze naar huis terugkeert. Ik vraag haar wat ze het meest heeft geleerd van haar tijd in Moria als support crew vrijwilliger. Ze antwoordt dat respect niet zomaar wordt gegeven. Je moet respectvol omgaan met mensen en hun cultuur, tijd nemen en proberen om ze gerust te stellen in hun eigen taal. Moria is daarbij niet alleen maar verdriet en tragedie. Door de donkerheid in Moria heen heeft ze geleerd dat er ook veel plezier in het kamp is. “Moria is my home from home. I have family here now. I will come back for sure.”

Tekst: Roëlle de Bruin-Boonstra
Foto’s: Roëlle de Bruin-Boonstra (foto 1), Kenny Karpov (foto 2 en 3)

Mensen

Ellen Spoelstra werkte als onze veldcoordinator in kamp Moria op Lesbos. Ze nam deze week afscheid. Hoe kijkt ze terug op haar tijd in Moria en wat heeft zij ervaren in het overvolle vluchtelingenkamp? 

Op mijn laatste dag op Lesbos kijk ik terug op de afgelopen maanden. Werkend in een chaotisch kamp waar geen één dag hetzelfde is. Eén ding bleef helaas hetzelfde: de niet verbeterende omstandigheden in kamp Moria en de manier waarop daar mensen worden behandeld. Van december tot en met nu heb ik de situatie van kwaad naar erger zien gaan. Er zijn veel duidelijk zichtbare problemen, zoals geen gepast onderdak voor mensen en de slechte hygiëne in het kamp. Niet zo lang geleden waren er nog meer dan 9000 mensen in Moria, terwijl de capaciteit 3100 is. Het kwam groot in het nieuws dat 2000 mensen naar het vasteland verplaatst werden. Wat niet in de nieuwsberichten naar buiten kwam, was dat diezelfde maand ongeveer hetzelfde aantal mensen op Lesvos arriveerde in bootjes.

Er zijn meer problemen gaande in Moria die een stuk moeilijker zichtbaar zijn voor de buitenwereld. Daarmee heb ik het over de mentale gezondheid van de mensen die in Moria leven. Mensen hebben veel meegemaakt in hun thuisland, maar ook gedurende hun reis naar Lesbos. Ze komen uit oorlogsgebieden, zijn gemarteld of verkracht, zijn familieleden verloren en hebben alles achter gelaten op zoek naar veiligheid. Al deze duizenden mensen leven nu samen in een overvol, onhygiënisch en onveilig Moria. Het is geen stabiele en veilige omgeving, waardoor de problemen met de mentale gezondheid van mensen alleen nog maar groter worden voor iedereen de lijdt onder  trauma’s en aan PTSS.

In de medische kliniek zien we naast wonden en infecties heel veel mensen die onder hun trauma lijden en hoognodig professionele hulp nodig hebben. Voorbeelden zijn suïcidale mensen, patiënten die worden binnengebracht met ernstige paniekaanvallen waarbij het lijkt alsof zij doodgaan en hun lichaam stopt met werken of psychiatrische patiënten die hun verleden herbeleven in de vorm van flashbacks en hallucinaties.

Het medische team werkt 7 dagen per week, 2000 consulten per maand, om een deel van de gezondheidszorg te dekken. Maar er is meer nodig.

Het psychosociale team werkt ook met deze doelgroep gedurende mental health en stresss relief classes. Het team maakt het ook mogelijk voor kinderen om naar school te gaan. Duizenden kinderen leven in Moria en maar een klein deel van hen kan een structureel educatieprogramma volgen. Andere van onze psychosociale programma’s leren mensen Engels of computervaardigheden. Tijdens de bibliotheekuren is er ruimte voor mensen om te ontspannen, een boek te lezen of onder de mensen te zijn. Deze programma’s worden gefaciliteerd door vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling, maar gedraaid door mensen die in Moria wonen. Mensen die in hun thuisland bijvoorbeeld leraar, IT-manager of studenten waren en nu hun vaardigheden inzetten om anderen te helpen.

Ik ben vereerd dat ik zoveel inspirerende mensen heb mogen ontmoeten die in Moria leven en hun best doen om anderen te helpen, ondanks hun eigen situatie. Zij vrijwilligen in het psychosociale programma als leraar, bibliothecaris of tolk en in het medische team als tolk. Ik heb veel mogen werken met de groep medische tolken die waanzinnig werk doen door kritieke informatie te vertalen voor het medisch team en de patiënten in het Frans, Farsi, Arabisch of Somalisch.

Het was daarnaast goed om alle honderden vrijwilligers te zien die de afgelopen maanden naar het eiland zijn gekomen om met Stichting Bootvluchteling te werken. Mensen uit verschillende landen en achtergronden die allemaal minstens één ding gemeen hadden: een bijdrage leveren, helpen en niet wegkijken.

Het gaat tijd worden dat dit meer gaat gebeuren in Europa, of zelfs in de wereld. Helemaal door diegene die de macht hebben om een structureel verschil te kunnen maken. Er zijn teveel kampen zoals Moria, waar mensen behandeld worden alsof zij er niet toe doen. Ik heb het woord ‘mensen’ 20 keer gebruikt in dit bericht, omdat als we het over de inwoners van Moria hebben, we het hebben over mensen zoals jij en ik.

Tekst: Ellen Spoelstra
Foto: Kenny Karpov

Vertel mijn verhaal

Als bestuur van Stichting Bootvluchteling bezoeken we eens per jaar ons team op Lesbos. Enerzijds om onze betrokkenheid te tonen en te steunen waar mogelijk in het zware werk dat zij doen. Anderzijds om de situatie in kamp Moria zien, om de juiste keuzes te kunnen maken voor het beleid van de stichting in de komende periode.

We spreken tijdens ons bezoek met het team, de gedreven vrijwilligers en coördinatoren, maar ook met de bewoners van het kamp (ook wel: Persons of Concern). Tijdens ons laatste bezoek ontmoeten we Aaron. Het is inmiddels gaan regenen en verkleumd staan we stil, om met hem te praten. Aaron zijn vrouw en twee dochtertjes komen uit Kabul, Afghanistan en hebben een tentje buiten de kamphekken in ‘The Olive Grove’. Dat klinkt romantisch, maar de foto’s illustreren anders. Het regent al even. Hun tent loopt onder water en de bedompte dekens zijn nat. De meisjes zijn moedeloos en Aarons vrouw huilt stilletjes.

We maken bewust geen foto’s van Aaron en zijn mooie gezinnetje. Het kan hem mogelijk in gevaar brengen, nu en in de toekomst. Het beleid van ons stichting is dan ook dat we hier terughoudend in zijn. Daarnaast heeft het kampmanagement het ons verboden en hier tegenin gaan brengt ons levensreddende werk in kamp Moria in gevaar.

We vragen Aaron wat hem bewogen heeft de reis van maanden te maken en of hij wist in welke situatie hij terecht zou komen. Drie maanden geleden is hem door de Taliban gezegd dat hij moest vertrekken, omdat hij en zijn gezin vermoord zouden worden. Hij heeft zijn spullen gepakt en hoe moeilijk ook, is hij op reis gegaan. Een reis van bijna 5.000 km. Wat zou jij doen? Zijn oudere broer woonde al in Duitsland. Zijn jongere broer en vrouw zijn ze onderweg kwijtgeraakt in Iran. Sindsdien hebben niets meer van hen vernomen.

Moedeloos vraag hij ons zijn verhaal  te vertellen aan iedereen die het wil horen, in de hoop dat hij snel weg kan uit deze hel. Hij is nog maar relatief kort op Lesbos, 22 dagen. Hij is geregistreerd bij aankomst en zijn eerstvolgende gesprek is 25 oktober. De winter komt eraan, wat moet hij doen?

Tekst: René Berg

 

In de media

Er is gelukkig weer wat meer media-aandacht voor de vluchtelingen op Lesbos. Terecht, want wij luidden niet zomaar de noodklok een aantal weken geleden.

De BBC trok veel aandacht met een reportage over kamp Moria.

Over het werk van Stichting Bootvluchteling verschenen recent deze artikelen in de Nederlandse media:

 

 

 

Computerles in Moria

Het is 19.00 uur. We zitten onder de bomen van de Olive Grove naast kamp Moria. Vanwege het tijdelijk sluiten na 15.00 uur van de NGO-area waar het community center zich bevindt, geeft Stichting Bootvluchteling de lessen na 15.00 uur in de buitenlucht en in de beschikbare ruimte van het Deense Rode Kruis. De Engelse les, bibliotheek, literacy class en ook de computerlessen worden onder de schaduw van enkele bomen gegeven, net buiten het kamp.

Verschillende mensen uit het kamp zijn naar de container van het Rode Kruis gekomen. Twee mannen uit Moria helpen ons met het in elkaar zetten van de kampeertafeltjes en het halen van de plastic stoelen uit de opslag. De acht laptops die op de tafeltjes voor ons zijn opgesteld, moeten nog opstarten. Wanneer ik probeer de computers aan te zetten, realiseer ik me dat we nog geen elektriciteit hebben. Maar Rachid weet daar wel wat op: de generator die in de opslag staat. Binnen enkele minuten staat het zware gevaarte tussen de bomen en probeert Rachid met een vriend de generator te starten. Ze moeten daarvoor heel hard aan het touw van de motor trekken. De generator vliegt aan, vier mensen klappen.

Rachid is ondertussen gaan zitten, nu zitten er acht mensen aan de tafeltjes met laptops. Er is een les in Excel voorbereid en een type-oefening. Er wordt gestart met het uitdelen van briefjes met de instructies. Stap voor stap beschrijft de instructie de handelingen die we moeten doen in Excel. Vandaag maken we twee lijstjes met “Namen” en “Leeftijden” van de mensen die bij de computerles zijn. Deze lijstjes zetten we dan op alfabetische volgorde en we berekenen een gemiddelde leeftijd van de groep.

Sami is 58. Hij zit naast mij en kijkt me verwachtingsvol aan. Ik leg hem uit dat we twee kolommen met daarin lijstjes gaan maken. Sami knikt en lacht: het lijkt alsof hij het begrijpt. Hij begint te typen: “S-a-m-i”, “8-5”. Ik trek een verward gezicht en wijs naar het plaatje in de instructie. We moeten eerst nog naam en leeftijd als kop boven de kolommen plaatsen. Sami knikt en plaatst nu wel kopjes boven zijn eigen naam en leeftijd met “NAME”, “AGE”. Daarna passen we samen nog zijn leeftijd aan.

De computerles wordt omringd door geluiden. Op de achtergrond horen we de Griekse marskramers die hun eigen fruit proberen te slijten aan de mensen van Moria: ‘One kilo, one euro!’ De generator staat als een gek te loeien. De mensen aan de computertafels praten en lachen veel met elkaar, zeker als ze elkaars namen moeten typen en elkaars leeftijd proberen te raden. Rachid gelooft niet dat ik 24 jaar ben. Daarom typt hij achter mijn naam: “42”.

In de container van het Rode Kruis, die zich achter ons bevindt, begint ondertussen een sessie Stress Relief voor mannen. De gezelligheid van de computerles begint ook passanten aan te trekken: steeds meer mensen verzamelen zich rond onze tafeltjes, willen meekijken, meepraten en vragen welke lessen we nog meer geven. Ook komen er mensen bij die zelf opgeleid zijn in de IT, ICT of computerwetenschap. Samen helpen we elkaar om de instructies te volgen.

Het is mooi om te zien dat de computerles, die voortkwam uit een vraag van de gemeenschappen in Moria, zo aansluit op wat de mensen willen leren. Al in 2017 kwam vanuit de inwoners van Moria de behoefte om meer te leren over computers, Word, Excel, maar ook het typen en algemene handelingen zoals opslaan en verwijderen. De mensen uit Moria hebben doorgaans wel een telefoon of smartphone, maar kunnen daarmee niet typen of tekst bewerken. Het leren van deze vaardigheden bereidt ze voor op solliciteren, het opstellen van een CV en algemeen werk met de computer.

Na de donatie van laptops door Stichting Mara Delft en het vrijkomen van de ruimte om de lessen te geven, konden twee maanden geleden de lessen worden gestart. Twee IT docenten uit Moria hebben samen met een IT docent uit de Verenigde Staten en een andere vrijwilliger een lessenserie voor zes weken samengesteld. De computerlessen zijn iedere dinsdag- en donderdagavond en worden gegeven door docenten uit Moria.

Tekst en foto: Roëlle de Bruin-Boonstra
Door het fotobeleid van het kamp konden we geen foto’s maken in de Olive Grove.