Logboek: mee met het medische team

Driving home for Christmas

Terwijl Chris Rea’s ‘Driving home for Christmas’ uit de luidsprekers schalt, zit ik onderuitgezakt te wachten op een stoeltje op het vliegveld van Athene. Ik doe mijn oordoppen in. Het enige waaraan ik kan denken is de 18-jarige Jack uit Congo, die gezien heeft hoe zijn ouders en zus voor zijn ogen vermoord werden. Ik zie hem nog steeds voor me zitten in de kliniek, mutistisch, twee stenen tegen elkaar aan tikkend, zijn hoofd van de ene naar de andere kant van de kamer draaiend, kijkend in de richting van zijn visuele hallucinaties. Ik geef hem antipsychotica voor een aantal dagen en stuur hem door naar MSF (Médécins Sans Frontières), waar een psychiater gespecialiseerd in psychotrauma werkzaam is. Alleen de meest ernstige casussen kunnen behandeld worden door deze psychiater en dit kan een aantal weken duren. Het enige wat ik Jack in de tussentijd kan bieden, is hem elke drie dagen terug te zien om een vinger aan de pols te houden. De steward die mijn vluchtnummer omroept, brengt me terug naar mijn stoeltje op het vliegveld. Ik ga naar huis voor kerst, maar Jack zal Moria het komende jaar zijn thuis moeten noemen. Echter, in werkelijkheid is Moria voor niemand een thuis.

De laatste maand ben ik werkzaam geweest als ‘junior doctor’ voor stichting Bootvluchteling, een Nederlandse NGO die zowel medische als psychologische hulp biedt aan de bewoners van kamp Moria, een van Europa’s grootste vluchtelingenkampen, gesitueerd op het eiland Lesbos in Griekenland. Waar het oorspronkelijk is opgezet als een ‘doorgangskamp’ voor maximaal 3.100 vluchtelingen met een verblijfsduur van maximaal 48 uur, wonen er nu ongeveer 7.000 vluchtelingen. Zij zullen er maanden tot een aantal jaren verblijven. Alle woorden die ik zou kunnen gebruik om het kamp te beschrijven- onmenselijk, hemeltergend, meedogenloosdoen geen recht aan hoe het er in werkelijkheid uitziet. De modderige paden; de lekkende tenten waar vaak meer dan 10 mensen in wonen; de gure wind die waait door de als deur dienstdoende lakens; de open riolen; de mensen die uren wachten in ‘the food-line’ in iets wat op een kooi lijkt. Het is een demoraliserende plek.

Onder deze omstandigheden werken wij, een groep artsen, verpleegkundigen, support crew en vertalers, tijdens de avonduren in een kliniek zodat er altijd medische hulp beschikbaar is voor de bewoners van het kamp. Ongeveer 100 patiënten bezoeken de kliniek iedere avond, vooral met huisartsgeneeskundige en psychiatrische problematiek. Het geeft kracht te beseffen dat een groep van, met name jonge, artsen en verpleegkundigen het belang inziet om de meest kwetsbare mensen van deze wereld te helpen. Hoewel we allemaal voor een relatief korte periode werkzaam zijn in het kamp, werken we als een goed geoliede machine. Zodra we om middernacht het kamp uitrijden, delen we onze frustraties over hoe weinig we deze mensen kunnen bieden, maar, ondanks alle beperkingen, zijn we flexibel, inventief en vinden we vaak manieren om onze zorg te verbeteren.  Ondanks onze inspanningen kunnen de omstandigheden van het kamp echter niet altijd verslagen worden: het beste beleid zou ‘ontslag’ uit Moria zijn, iets wat onmogelijk is.

Weer een dag in de kliniek: bij het vallen van de nacht worden de eerste patiënten met paniekaanvallen binnen gebracht. Vaak zijn het de jongeren die zonder ouders in het kamp verblijven. Een jongen uit Afghanistan deze keer- huilend, hyperventilerend. Ik ben niet ervaren in psychiatrie. Ik heb niet veel geleerd over de technieken om patiënten met angstaanvallen te benaderen, maar ik vertrouw op mijn communicatieve vaardigheden die ik me de afgelopen jaren eigen heb gemaakt. Ik vraag hem te focussen op zijn ademhaling en benadruk dat hij in de kliniek veilig is. Langzaam vullen flarden van zijn verhaal de ruimte. Ik hoor termen als ‘omcirkeld’, ‘Taliban’, ‘geslagen’. Ik zie de littekens op zijn hoofd en rug. Het grijpt me naar de keel. Na een uitgebreid gesprek verwijs ik hem naar de ‘stress relief’- en ‘mental health’ lessen die ook georganiseerd worden door Stichting Bootvluchteling. Ik ben opgelucht wanneer de volgende patiënt alleen maar komt voor zijn huiduitslag- wederom een geval van schurft.

In maart 2016 heeft de Europese Unie een deal gesloten met Turkije. Een deal met als doel de migratie over zee van Turkije naar de Griekse Eilanden een halt toe te roepen, door alle ‘irreguliere’ vluchtelingen terug te sturen naar Turkije. Of een vluchteling onder de noemer  ‘irregulier’ valt, zou met een individuele asielprocedure in Griekenland bepaald moeten worden. In ruil voor de opvang van de teruggestuurde migranten kreeg Turkije EU-geld en werden de onderhandelingen over toetreding van Turkije tot de EU hervat. Voor elke migrant die Turkije terugneemt, kwam de EU overeen om een Syrische vluchteling in een van de EU-landen te vestigen. Maar Griekenland zucht onder de enorme hoeveelheid vluchtelingen. Het asielproces is lang en stroperig en de mankracht en de juiste faciliteiten zijn niet beschikbaar. De hoeveelheid vluchtelingen die teruggebracht zijn naar Turkije is een fractie van wat van tevoren was berekend. De deal heeft ervoor gezorgd dat de grenzen van Griekenland dicht zijn gegaan en heeft Moria doen veranderen in een eindstation voor alle migranten die de Egeïsche zee oversteken. In de tussentijd, hoewel in minder grote aantallen dan ten tijde van het begin van de crisis, blijven de rubberbootjes aankomen. Tot dusver zijn in 2018 bijna 31.000 migranten op de Griekse eilanden gearriveerd.

Ik vind het moeilijk te omschrijven hoe ik me voel nu ik weer thuis ben en terugdenk aan Moria. De ene keer domineren woede en frustratie over het feit dat sommige politieke partijen pretenderen dat de EU-Turkije deal een succesvolle deal is. De andere keer voel ik me schuldig over het feit dat ik dat jonge echtpaar met hun 5 maanden oude tweeling, al hun bezittingen verloren op zee, moest terugsturen de kou in. Op andere momenten schaam ik me, dat ik me boos maak als er geen warm water uit de douche komt wanneer ik thuis ben terwijl er in Moria nergens warm water beschikbaar is. Én schaam ik me dat dit het Europa is waarin wij leven. Dan voel ik de uitzichtloosheid van dat 10-jarige meisje dat haar depressieve moeder naar de kliniek vergezelde. Ze is ruim een jaar niet naar school geweest. Als er geen actie ondernomen wordt, groeit hier een verloren generatie op.

Tegenover de pure wanhoop die vaak in de ogen van de vluchtelingen te lezen is, zijn er ook sprankjes hoop: de veerkracht van sommige vluchtelingen die proberen de leefomstandigheden in het kamp te verbeteren; de patiënte uit Kameroen die zich gesterkt voelt na het volgen van onze ‘mental health’ lessen; de hoeveelheid inspiratievolle mensen die werken voor de verschillende NGO’s op Lesbos; de hulp die we ontvangen van onze vertalers, zelf vluchtelingen, die niet alleen vertalen maar ook psychologische hulp bieden aan hun landgenoten; de vluchtelingen die de bus bij de ingang van het kamp instappen, weg van Moria, een stap dichter bij een menselijk leven ergens in Europa. Deze verhalen werken als lichtpuntjes in een zee van wanhoop.

De hierboven beschreven verhalen zijn slechts enkele verhalen. Er zijn er 7.000 meer te vertellen over de mensen die momenteel in Moria leven. Ze zijn allen op zoek naar een betere toekomst. Ik kan alleen maar hopen dat hun volgende thuis een betere is.

Tekst door: Manon Heldens
Foto: Bertina Kramer

Teken jij de petitie ook?

Stichting Bootvluchteling biedt concrete, praktische hulp aan kwetsbare mensen op de vlucht. Wij verlenen deze hulp al sinds 2015 op Lesbos. Duizenden vrijwilligers gaven hun tijd om als arts, verpleegkundige, docent of psycholoog het verschil te maken.

We zijn hulpverleners en hebben altijd via onze daden willen laten zien waar we voor staan. We zijn geen politici, beleidsmakers of journalisten. En daarom vonden we lange tijd dat het niet aan ons was om ons uit te spreken, behalve dan door ons werk te laten zien. Natuurlijk trokken we wel regelmatig aan de bel en informeerden we de politiek en media over de situatie.

We zijn inmiddels ruim 3,5 jaar verder en mensen in kamp Moria gaan de 4e winter tegemoet. Afgelopen jaren laaide de aandacht voor de situatie geregeld op, maar doofde het weer. Een structurele oplossing voor de problemen bleef uit. Trouw bleven we doen waar wij goed in zijn: hulp verlenen van mens tot mens. Maar het is nu de hoogste tijd voor de Europese regeringen om voor daadwerkelijke oplossingen te zorgen.

Daarom hebben wij besloten als stichting mee te doen met deze petitie. We vragen Nederland om 1.000 vluchtelingen van de Griekse eilanden over te nemen en een menswaardige asielprocedure te bieden. We pretenderen niet dat het de structurele oplossing is voor de vluchtelingencrisis, daarvoor groeit de groep vluchtelingen op Lesbos te snel en is het aantal mensen in het kamp zo weer aangevuld. Maar het is een begin om de duizenden vluchtelingen op de Griekse eilanden als een mens te gaan behandelen.

Teken jij ook?

Lopen voor Lesbos

Ruim een jaar geleden werkte ik op Lesbos voor Stichting Bootvluchteling, om broodnodige medische hulp te verlenen aan de vluchtelingen die er verblijven. De 2500 vluchtelingen die vorig jaar op Lesbos en in kamp Moria verbleven hadden geen toegang tot basale mensenrechten: voldoende voedsel en water, sanitaire voorzieningen en medische zorg.

Afgelopen zomer bereikte Lesbos het dubieuze record van 10.000 vluchtelingen ‘huisvesten’. Reden voor mij om in actie te komen. Omdat ik dit jaar niet fysiek kon afreizen naar Lesbos, heb ik besloten de uitdaging op te pakken een halve marathon te gaan lopen, om geld in te zamelen voor Stichting Bootvluchteling. Niets vergeleken bij de uitdagingen die vluchtelingen elke dag tegenkomen, maar een mooie manier om aandacht te vragen voor het blijvende probleem en Stichting Bootvluchteling te kunnen ondersteunen.

Ik ben enorm verheugd met het resultaat!

Waar het doel was om € 500 op te halen, heeft de fundraiser uiteindelijk € 1.050 opgebracht. Ik was zelf ook erg tevreden met het resultaat van de halve marathon; de tijd van 1.47 uur is aanzienlijk beter dan verwacht (lees: halve marathon überhaupt uitlopen).

Stichting Bootvluchteling heeft ondersteund met tips en een T-shirt, wat de actie én de stichting zichtbaarder heeft gemaakt.

Ik ben trots op het goede werk van Stichting Bootvluchteling, dat het leven van mensen in een moeilijke positie draaglijker probeert te maken.

Ik ben ook trots op mijn donateurs, die deze medemensen ook een warm hart toedragen.

Dank daarvoor!

Rick van Uum
Huisarts in opleiding, oud-vrijwilliger

Interview met support crew vrijwilliger Helen

Iedere avond tot middernacht is het medische team in Moria om hulp te bieden aan de mensen die dat nodig hebben. Met een team van 5 tot 7 medisch getrainde vrijwilligers en 2 support crew vrijwilligers, worden vluchtelingen geholpen met acute problematiek, verwondingen, paniekaanvallen, andere psychische problemen en basale medische hulp. Een belangrijk onderdeel van het aanbieden van deze hulp is het organiseren van de rij van patiënten. Dit onderdeel noemen wij ‘support crew’.

Elke avond staan twee vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling voor de medische cabine en praten ze met de mensen uit Moria die staan te wachten op hulp. Ik spreek met één van hen: Helen O’Dowd (33). Helen is naar Lesbos afgereisd om voor 6 weken te assisteren bij het medische werk. Interessant genoeg heeft Helen zelf geen medische werkachtergrond. Ze is een leerkracht in het voortgezet onderwijs in het Verenigd Koninkrijk. Helen vertelt me: “I work as a secondary teacher for youngsters aged 12-18. I work with those who come from a poor socioeconomic background, and help them to develop socially and educationally .

Helen kwam in 2017 ook al op Lesbos als vrijwilliger om deel uit te maken van het psychosociale (PSS) team. Daar had ze het erg naar haar zin. Maar nadat ze bij een andere organisatie op Lesbos als crowd controller ervaring had opgedaan, kwam ze in juli 2018 weer bij Stichting Bootvluchteling uit. Helen legt uit: “The PSS team is great, and the work is amazing. However, I really wanted to add my experience as a crowd controller and my background with youngsters with special needs to the medical team.” Haar sociale vaardigheden en ervaring vormen een waardevolle toevoeging aan het werk van het medische team.

Maar wat doet een support crew vrijwilliger eigenlijk? Helen legt me uit dat het gaat om het managen van mensen. De support crew vrijwilligers zorgen ervoor dat er door de medici beoordeeld kan worden welke patiënten met spoed gezien moeten worden en leiden het wachten van de mensen in goede banen. Hoewel er medische hulp wordt aangeboden in Moria gedurende de dag, staan er iedere avond grote groepen mensen voor het hek van de medische cabine. Op een plek met onvoldoende voorzieningen, waar er bijna geen ruimte is om tot rust te komen en mensen soms overdag nog proberen te slapen, is het niet meer dan logisch dat de onrust in de avond toeneemt.

De onrust neemt ’s avonds vooral toe wanneer het donker begint te worden. Om negen uur worden veel zieke kinderen gebracht. De reden hiervoor is dat kinderen niet willen of kunnen slapen vanwege Harara (koorts). Daarnaast hebben veel mensen uit Moria te maken met psychische problematiek. Het begin van de avond en de duisternis van de nacht verslechtert de toestand van veel mensen.

Vertalers uit het kamp zelf helpen Helen om te communiceren met de grote menigte voor het hek van de medische cabine. Doordat de mensen uit Moria zoveel verschillen in afkomst, lopen de talen ook uiteen. Helen legt uit dat het werk van de vertalers onmisbaar is en misschien wel belangrijker dan haar werk. De vertalers komen uit de gemeenschappen in Moria en zijn daarom personen die worden vertrouwd door de patiënten. Ook levert het werk van de vertalers de kans om in gesprek te gaan en de tijd te nemen om uit te leggen wanneer iemand wel of niet kan worden geholpen. Helen legt uit dat het werk draait om het creëren van een vriendschappelijke sfeer en gebruik maken van empathie en affectie. Ze vind de grote menigten en de groepen mannen die hulp eisen niet intimiderend: “I am a short girl, so I am not intimidating for them. Also, their culture is really respectful for women. I always try to listen carefully and give them time and attention. Then I explain to them why I need to make the choice to let them through or have to make them wait”. Het nee-zeggen vind ze daarom ook niet per se moeilijk. Ze zegt geen nee tegen de persoon, maar selecteert samen met de medici wie dringend hulp nodig heeft en wie kan wachten. Wanneer je de tijd neemt om de situatie uit te leggen met de hulp van een vertaler – iemand die de taal spreekt van de persoon met een klacht – zijn ze al veel sneller bereid om echt te luisteren en je te respecteren. “Omdat wij hen respecteren.”

Op het moment dat ik Helen spreek, moet ze nog maar één shift draaien voordat ze naar huis terugkeert. Ik vraag haar wat ze het meest heeft geleerd van haar tijd in Moria als support crew vrijwilliger. Ze antwoordt dat respect niet zomaar wordt gegeven. Je moet respectvol omgaan met mensen en hun cultuur, tijd nemen en proberen om ze gerust te stellen in hun eigen taal. Moria is daarbij niet alleen maar verdriet en tragedie. Door de donkerheid in Moria heen heeft ze geleerd dat er ook veel plezier in het kamp is. “Moria is my home from home. I have family here now. I will come back for sure.”

Tekst: Roëlle de Bruin-Boonstra
Foto’s: Roëlle de Bruin-Boonstra (foto 1), Kenny Karpov (foto 2 en 3)

Mensen

Ellen Spoelstra werkte als onze veldcoordinator in kamp Moria op Lesbos. Ze nam deze week afscheid. Hoe kijkt ze terug op haar tijd in Moria en wat heeft zij ervaren in het overvolle vluchtelingenkamp? 

Op mijn laatste dag op Lesbos kijk ik terug op de afgelopen maanden. Werkend in een chaotisch kamp waar geen één dag hetzelfde is. Eén ding bleef helaas hetzelfde: de niet verbeterende omstandigheden in kamp Moria en de manier waarop daar mensen worden behandeld. Van december tot en met nu heb ik de situatie van kwaad naar erger zien gaan. Er zijn veel duidelijk zichtbare problemen, zoals geen gepast onderdak voor mensen en de slechte hygiëne in het kamp. Niet zo lang geleden waren er nog meer dan 9000 mensen in Moria, terwijl de capaciteit 3100 is. Het kwam groot in het nieuws dat 2000 mensen naar het vasteland verplaatst werden. Wat niet in de nieuwsberichten naar buiten kwam, was dat diezelfde maand ongeveer hetzelfde aantal mensen op Lesvos arriveerde in bootjes.

Er zijn meer problemen gaande in Moria die een stuk moeilijker zichtbaar zijn voor de buitenwereld. Daarmee heb ik het over de mentale gezondheid van de mensen die in Moria leven. Mensen hebben veel meegemaakt in hun thuisland, maar ook gedurende hun reis naar Lesbos. Ze komen uit oorlogsgebieden, zijn gemarteld of verkracht, zijn familieleden verloren en hebben alles achter gelaten op zoek naar veiligheid. Al deze duizenden mensen leven nu samen in een overvol, onhygiënisch en onveilig Moria. Het is geen stabiele en veilige omgeving, waardoor de problemen met de mentale gezondheid van mensen alleen nog maar groter worden voor iedereen de lijdt onder  trauma’s en aan PTSS.

In de medische kliniek zien we naast wonden en infecties heel veel mensen die onder hun trauma lijden en hoognodig professionele hulp nodig hebben. Voorbeelden zijn suïcidale mensen, patiënten die worden binnengebracht met ernstige paniekaanvallen waarbij het lijkt alsof zij doodgaan en hun lichaam stopt met werken of psychiatrische patiënten die hun verleden herbeleven in de vorm van flashbacks en hallucinaties.

Het medische team werkt 7 dagen per week, 2000 consulten per maand, om een deel van de gezondheidszorg te dekken. Maar er is meer nodig.

Het psychosociale team werkt ook met deze doelgroep gedurende mental health en stresss relief classes. Het team maakt het ook mogelijk voor kinderen om naar school te gaan. Duizenden kinderen leven in Moria en maar een klein deel van hen kan een structureel educatieprogramma volgen. Andere van onze psychosociale programma’s leren mensen Engels of computervaardigheden. Tijdens de bibliotheekuren is er ruimte voor mensen om te ontspannen, een boek te lezen of onder de mensen te zijn. Deze programma’s worden gefaciliteerd door vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling, maar gedraaid door mensen die in Moria wonen. Mensen die in hun thuisland bijvoorbeeld leraar, IT-manager of studenten waren en nu hun vaardigheden inzetten om anderen te helpen.

Ik ben vereerd dat ik zoveel inspirerende mensen heb mogen ontmoeten die in Moria leven en hun best doen om anderen te helpen, ondanks hun eigen situatie. Zij vrijwilligen in het psychosociale programma als leraar, bibliothecaris of tolk en in het medische team als tolk. Ik heb veel mogen werken met de groep medische tolken die waanzinnig werk doen door kritieke informatie te vertalen voor het medisch team en de patiënten in het Frans, Farsi, Arabisch of Somalisch.

Het was daarnaast goed om alle honderden vrijwilligers te zien die de afgelopen maanden naar het eiland zijn gekomen om met Stichting Bootvluchteling te werken. Mensen uit verschillende landen en achtergronden die allemaal minstens één ding gemeen hadden: een bijdrage leveren, helpen en niet wegkijken.

Het gaat tijd worden dat dit meer gaat gebeuren in Europa, of zelfs in de wereld. Helemaal door diegene die de macht hebben om een structureel verschil te kunnen maken. Er zijn teveel kampen zoals Moria, waar mensen behandeld worden alsof zij er niet toe doen. Ik heb het woord ‘mensen’ 20 keer gebruikt in dit bericht, omdat als we het over de inwoners van Moria hebben, we het hebben over mensen zoals jij en ik.

Tekst: Ellen Spoelstra
Foto: Kenny Karpov

Vertel mijn verhaal

Als bestuur van Stichting Bootvluchteling bezoeken we eens per jaar ons team op Lesbos. Enerzijds om onze betrokkenheid te tonen en te steunen waar mogelijk in het zware werk dat zij doen. Anderzijds om de situatie in kamp Moria zien, om de juiste keuzes te kunnen maken voor het beleid van de stichting in de komende periode.

We spreken tijdens ons bezoek met het team, de gedreven vrijwilligers en coördinatoren, maar ook met de bewoners van het kamp (ook wel: Persons of Concern). Tijdens ons laatste bezoek ontmoeten we Aaron. Het is inmiddels gaan regenen en verkleumd staan we stil, om met hem te praten. Aaron zijn vrouw en twee dochtertjes komen uit Kabul, Afghanistan en hebben een tentje buiten de kamphekken in ‘The Olive Grove’. Dat klinkt romantisch, maar de foto’s illustreren anders. Het regent al even. Hun tent loopt onder water en de bedompte dekens zijn nat. De meisjes zijn moedeloos en Aarons vrouw huilt stilletjes.

We maken bewust geen foto’s van Aaron en zijn mooie gezinnetje. Het kan hem mogelijk in gevaar brengen, nu en in de toekomst. Het beleid van ons stichting is dan ook dat we hier terughoudend in zijn. Daarnaast heeft het kampmanagement het ons verboden en hier tegenin gaan brengt ons levensreddende werk in kamp Moria in gevaar.

We vragen Aaron wat hem bewogen heeft de reis van maanden te maken en of hij wist in welke situatie hij terecht zou komen. Drie maanden geleden is hem door de Taliban gezegd dat hij moest vertrekken, omdat hij en zijn gezin vermoord zouden worden. Hij heeft zijn spullen gepakt en hoe moeilijk ook, is hij op reis gegaan. Een reis van bijna 5.000 km. Wat zou jij doen? Zijn oudere broer woonde al in Duitsland. Zijn jongere broer en vrouw zijn ze onderweg kwijtgeraakt in Iran. Sindsdien hebben niets meer van hen vernomen.

Moedeloos vraag hij ons zijn verhaal  te vertellen aan iedereen die het wil horen, in de hoop dat hij snel weg kan uit deze hel. Hij is nog maar relatief kort op Lesbos, 22 dagen. Hij is geregistreerd bij aankomst en zijn eerstvolgende gesprek is 25 oktober. De winter komt eraan, wat moet hij doen?

Tekst: René Berg