Situatie in vluchtelingenkamp Moria op Lesbos opnieuw zorgwekkend

De situatie op Lesbos is opnieuw erg onrustig. Na een wat rustigere periode zijn er de afgelopen weken weer aanzienlijk veel boten aangekomen. In de eerste weken van juli arriveerden in totaal 37 boten met meer dan 1.300 inzittenden. Het vluchtelingenkamp Moria is hierop niet berekend. Deze situatie baart Stichting Bootvluchteling zorgen.

In vluchtelingenkamp Moria op Lesbos verblijven op het moment rond de 6.250 vluchtelingen, waarvan het merendeel (74%) afkomstig is uit Afghanistan. Hieronder zijn ongeveer 430 alleenreizende minderjarige tieners en kinderen. Dit terwijl het kamp slechts berekend is op 3.100 inwoners. Ook op andere Griekse eilanden neemt het aantal vluchtelingen de laatste weken toe.

De bootreizen gaan niet altijd goed. In juni kapseisden twee boten, voor de kust van Lesbos en bij het Turkse Bodrum. Hierbij kwamen zeker negentien mensen om het leven, waaronder vijf kinderen. Ook worden veel boten tegengehouden door de Turkse kustwacht en politie. Alleen al in juli zijn 170 boten met ruim 5.500 inzittenden tegengehouden tijdens hun overtocht naar de Griekse eilanden.

Zware problematiek

De doorstroom van vluchtelingen naar het vasteland verloopt zeer traag. Door de vele nieuwkomers neemt de druk op onze medische kliniek in kamp Moria en op onze medewerkers toe. Patiënten met lichte gezondheidsklachten moeten wij dagelijks wegsturen. We zien veel zware psychiatrische gevallen, waaronder niet zelden suïcidale patiënten, die zichzelf en soms anderen iets dreigen aan te doen. Mensen kampen met trauma’s, hallucinaties en klachten door oorlogs- en seksueel geweld.

Bij gebrek aan de juiste zorg keren patiënten vaak terug. De zware problematiek verhoogt ook de druk op onze psychosociale hulpverlening. Ook andere medische organisaties in kamp Moria hebben lange wachttijden of zelfs een patiëntenstop. Hierdoor groeit het tekort aan medische voorzieningen. Aan de vraag naar onderwijs voor zowel kinderen als volwassenen kan ook niet worden voldaan.

Hitte
De zomerse warmte verergert de leefsituatie in kamp Moria. In het kamp is vrijwel geen beschutting, wat het lastig maakt om verkoeling te vinden. De droogte neemt ook brandgevaar met zich mee. Hoewel de brandweer preventief patrouilleert, is rondom Moria al twee keer brand uitgebroken.

Naar verwachting zal het inwonertal in Moria de komende weken nog verder toenemen. Het aantal boten dat aankomt, stijgt nog steeds. Ook de verkiezingsoverwinning van de rechtse partij Nieuwe Democraten kan de asielprocedures op korte termijn beïnvloeden. Ondertussen blijven wij doen wat wij kunnen. Naast aandacht vragen voor de schrijnende situatie, blijven we tegen de klippen op de mensen in Moria helpen met medische en psychosociale hulp. Dagelijks kunnen wij voor honderden mensen het verschil maken. Hulp aan mensen in nood is nooit hopeloos.

Help jij ons onze School of Hope uitbreiden?

Je bent een kind en je woont in vluchtelingenkamp Moria.

Al maanden, misschien wel jaren, ben je op de vlucht. Je huis is een tent. Het kamp is je speeltuin. Als je dagdroomt, denk je aan de vriendjes en het huis dat je achterliet, in een ver land waar je ooit woonde. ‘s Nachts spookt de oorlog door je hoofd. Zie je weer hoe je de zee overstak in dat veel te kleine bootje. En als je wakker wordt, ben je weer daar: op die nare plek in Moria.

Hoe fijn is het dan als er een plek is waar je je zorgen kunt vergeten? Waar je kunt leren en spelen, waar je wordt gezien? Een plek waar je weer even kind kunt zijn?

Onze School of Hope is zo’n plek. Midden in kamp Moria geven wij hier elke dag les aan 75 kinderen. Week in, week uit tot ze Moria weer verlaten. Voor sommigen is het de eerste school waar ze ooit naartoe gaan. We leren ze o.a. (Engelse) taal en rekenen, in hun moedertaal. Maar meer nog: we geven ze een stukje normaal leven terug.

Het is één van de weinige kansen die kinderen in Moria hebben op onderwijs. Maar ook wij moeten op dit moment veel kinderen teleurstellen: we hebben geen ruimte om ieder kind een plek te bieden. Onze wachtlijst is lang. Daarom willen we héél graag uitbreiden, zodat nog meer kinderen een kans op onderwijs krijgen.

——

Hiervoor is geld nodig. Het kost ongeveer 3.000 euro om de cabins waarin wij lesgeven uit te breiden en hier een fijne plek van te maken. Help jij ons, zodat we nog meer kinderen uit Moria een veilige haven kunnen bieden?

Via deze Tikkie-link kun je een bedrag naar keuze doneren:

https://tikkie.me/pay/Bootvlucht/4LadY3hBbgJHV6M7bJxVj6.

Of gebruik het donatieformulier op onze website: https://bootvluchteling.nl/doneer-2/. Hier kun je ook voor een periodieke donatie kiezen.

Voor 30 euro kan een kind ongeveer een week naar school. Iedere euro is welkom. Dank je wel alvast dat je ons wilt helpen!

Wij luiden de noodklok: zorg voor minderjarige vluchtelingen in kamp Moria schiet zwaar tekort

Stichting Bootvluchteling luidt noodklok om slechte zorg voor alleenreizende minderjarige vluchtelingen Wij maken ons grote zorgen om de ruim 340 alleenreizende minderjarige jongeren in vluchtelingenkamp Moria op het Griekse eiland Lesbos. Drank- en drugsgebruik en automutilatie zijn veelvoorkomende problemen onder de veelal getraumatiseerde tieners. Goede hulpverlening ontbreekt. Daarom luiden wij nu de noodklok. Op dit […]

Driving home for Christmas

Terwijl Chris Rea’s ‘Driving home for Christmas’ uit de luidsprekers schalt, zit ik onderuitgezakt te wachten op een stoeltje op het vliegveld van Athene. Ik doe mijn oordoppen in. Het enige waaraan ik kan denken is de 18-jarige Jack uit Congo, die gezien heeft hoe zijn ouders en zus voor zijn ogen vermoord werden. Ik zie hem nog steeds voor me zitten in de kliniek, mutistisch, twee stenen tegen elkaar aan tikkend, zijn hoofd van de ene naar de andere kant van de kamer draaiend, kijkend in de richting van zijn visuele hallucinaties. Ik geef hem antipsychotica voor een aantal dagen en stuur hem door naar MSF (Médécins Sans Frontières), waar een psychiater gespecialiseerd in psychotrauma werkzaam is. Alleen de meest ernstige casussen kunnen behandeld worden door deze psychiater en dit kan een aantal weken duren. Het enige wat ik Jack in de tussentijd kan bieden, is hem elke drie dagen terug te zien om een vinger aan de pols te houden. De steward die mijn vluchtnummer omroept, brengt me terug naar mijn stoeltje op het vliegveld. Ik ga naar huis voor kerst, maar Jack zal Moria het komende jaar zijn thuis moeten noemen. Echter, in werkelijkheid is Moria voor niemand een thuis.

De laatste maand ben ik werkzaam geweest als ‘junior doctor’ voor stichting Bootvluchteling, een Nederlandse NGO die zowel medische als psychologische hulp biedt aan de bewoners van kamp Moria, een van Europa’s grootste vluchtelingenkampen, gesitueerd op het eiland Lesbos in Griekenland. Waar het oorspronkelijk is opgezet als een ‘doorgangskamp’ voor maximaal 3.100 vluchtelingen met een verblijfsduur van maximaal 48 uur, wonen er nu ongeveer 7.000 vluchtelingen. Zij zullen er maanden tot een aantal jaren verblijven. Alle woorden die ik zou kunnen gebruik om het kamp te beschrijven- onmenselijk, hemeltergend, meedogenloosdoen geen recht aan hoe het er in werkelijkheid uitziet. De modderige paden; de lekkende tenten waar vaak meer dan 10 mensen in wonen; de gure wind die waait door de als deur dienstdoende lakens; de open riolen; de mensen die uren wachten in ‘the food-line’ in iets wat op een kooi lijkt. Het is een demoraliserende plek.

Onder deze omstandigheden werken wij, een groep artsen, verpleegkundigen, support crew en vertalers, tijdens de avonduren in een kliniek zodat er altijd medische hulp beschikbaar is voor de bewoners van het kamp. Ongeveer 100 patiënten bezoeken de kliniek iedere avond, vooral met huisartsgeneeskundige en psychiatrische problematiek. Het geeft kracht te beseffen dat een groep van, met name jonge, artsen en verpleegkundigen het belang inziet om de meest kwetsbare mensen van deze wereld te helpen. Hoewel we allemaal voor een relatief korte periode werkzaam zijn in het kamp, werken we als een goed geoliede machine. Zodra we om middernacht het kamp uitrijden, delen we onze frustraties over hoe weinig we deze mensen kunnen bieden, maar, ondanks alle beperkingen, zijn we flexibel, inventief en vinden we vaak manieren om onze zorg te verbeteren.  Ondanks onze inspanningen kunnen de omstandigheden van het kamp echter niet altijd verslagen worden: het beste beleid zou ‘ontslag’ uit Moria zijn, iets wat onmogelijk is.

Weer een dag in de kliniek: bij het vallen van de nacht worden de eerste patiënten met paniekaanvallen binnen gebracht. Vaak zijn het de jongeren die zonder ouders in het kamp verblijven. Een jongen uit Afghanistan deze keer- huilend, hyperventilerend. Ik ben niet ervaren in psychiatrie. Ik heb niet veel geleerd over de technieken om patiënten met angstaanvallen te benaderen, maar ik vertrouw op mijn communicatieve vaardigheden die ik me de afgelopen jaren eigen heb gemaakt. Ik vraag hem te focussen op zijn ademhaling en benadruk dat hij in de kliniek veilig is. Langzaam vullen flarden van zijn verhaal de ruimte. Ik hoor termen als ‘omcirkeld’, ‘Taliban’, ‘geslagen’. Ik zie de littekens op zijn hoofd en rug. Het grijpt me naar de keel. Na een uitgebreid gesprek verwijs ik hem naar de ‘stress relief’- en ‘mental health’ lessen die ook georganiseerd worden door Stichting Bootvluchteling. Ik ben opgelucht wanneer de volgende patiënt alleen maar komt voor zijn huiduitslag- wederom een geval van schurft.

In maart 2016 heeft de Europese Unie een deal gesloten met Turkije. Een deal met als doel de migratie over zee van Turkije naar de Griekse Eilanden een halt toe te roepen, door alle ‘irreguliere’ vluchtelingen terug te sturen naar Turkije. Of een vluchteling onder de noemer  ‘irregulier’ valt, zou met een individuele asielprocedure in Griekenland bepaald moeten worden. In ruil voor de opvang van de teruggestuurde migranten kreeg Turkije EU-geld en werden de onderhandelingen over toetreding van Turkije tot de EU hervat. Voor elke migrant die Turkije terugneemt, kwam de EU overeen om een Syrische vluchteling in een van de EU-landen te vestigen. Maar Griekenland zucht onder de enorme hoeveelheid vluchtelingen. Het asielproces is lang en stroperig en de mankracht en de juiste faciliteiten zijn niet beschikbaar. De hoeveelheid vluchtelingen die teruggebracht zijn naar Turkije is een fractie van wat van tevoren was berekend. De deal heeft ervoor gezorgd dat de grenzen van Griekenland dicht zijn gegaan en heeft Moria doen veranderen in een eindstation voor alle migranten die de Egeïsche zee oversteken. In de tussentijd, hoewel in minder grote aantallen dan ten tijde van het begin van de crisis, blijven de rubberbootjes aankomen. Tot dusver zijn in 2018 bijna 31.000 migranten op de Griekse eilanden gearriveerd.

Ik vind het moeilijk te omschrijven hoe ik me voel nu ik weer thuis ben en terugdenk aan Moria. De ene keer domineren woede en frustratie over het feit dat sommige politieke partijen pretenderen dat de EU-Turkije deal een succesvolle deal is. De andere keer voel ik me schuldig over het feit dat ik dat jonge echtpaar met hun 5 maanden oude tweeling, al hun bezittingen verloren op zee, moest terugsturen de kou in. Op andere momenten schaam ik me, dat ik me boos maak als er geen warm water uit de douche komt wanneer ik thuis ben terwijl er in Moria nergens warm water beschikbaar is. Én schaam ik me dat dit het Europa is waarin wij leven. Dan voel ik de uitzichtloosheid van dat 10-jarige meisje dat haar depressieve moeder naar de kliniek vergezelde. Ze is ruim een jaar niet naar school geweest. Als er geen actie ondernomen wordt, groeit hier een verloren generatie op.

Tegenover de pure wanhoop die vaak in de ogen van de vluchtelingen te lezen is, zijn er ook sprankjes hoop: de veerkracht van sommige vluchtelingen die proberen de leefomstandigheden in het kamp te verbeteren; de patiënte uit Kameroen die zich gesterkt voelt na het volgen van onze ‘mental health’ lessen; de hoeveelheid inspiratievolle mensen die werken voor de verschillende NGO’s op Lesbos; de hulp die we ontvangen van onze vertalers, zelf vluchtelingen, die niet alleen vertalen maar ook psychologische hulp bieden aan hun landgenoten; de vluchtelingen die de bus bij de ingang van het kamp instappen, weg van Moria, een stap dichter bij een menselijk leven ergens in Europa. Deze verhalen werken als lichtpuntjes in een zee van wanhoop.

De hierboven beschreven verhalen zijn slechts enkele verhalen. Er zijn er 7.000 meer te vertellen over de mensen die momenteel in Moria leven. Ze zijn allen op zoek naar een betere toekomst. Ik kan alleen maar hopen dat hun volgende thuis een betere is.

Tekst door: Manon Heldens
Foto: Bertina Kramer

Teken jij de petitie ook?

Stichting Bootvluchteling biedt concrete, praktische hulp aan kwetsbare mensen op de vlucht. Wij verlenen deze hulp al sinds 2015 op Lesbos. Duizenden vrijwilligers gaven hun tijd om als arts, verpleegkundige, docent of psycholoog het verschil te maken.

We zijn hulpverleners en hebben altijd via onze daden willen laten zien waar we voor staan. We zijn geen politici, beleidsmakers of journalisten. En daarom vonden we lange tijd dat het niet aan ons was om ons uit te spreken, behalve dan door ons werk te laten zien. Natuurlijk trokken we wel regelmatig aan de bel en informeerden we de politiek en media over de situatie.

We zijn inmiddels ruim 3,5 jaar verder en mensen in kamp Moria gaan de 4e winter tegemoet. Afgelopen jaren laaide de aandacht voor de situatie geregeld op, maar doofde het weer. Een structurele oplossing voor de problemen bleef uit. Trouw bleven we doen waar wij goed in zijn: hulp verlenen van mens tot mens. Maar het is nu de hoogste tijd voor de Europese regeringen om voor daadwerkelijke oplossingen te zorgen.

Daarom hebben wij besloten als stichting mee te doen met deze petitie. We vragen Nederland om 1.000 vluchtelingen van de Griekse eilanden over te nemen en een menswaardige asielprocedure te bieden. We pretenderen niet dat het de structurele oplossing is voor de vluchtelingencrisis, daarvoor groeit de groep vluchtelingen op Lesbos te snel en is het aantal mensen in het kamp zo weer aangevuld. Maar het is een begin om de duizenden vluchtelingen op de Griekse eilanden als een mens te gaan behandelen.

Teken jij ook?

Lopen voor Lesbos

Ruim een jaar geleden werkte ik op Lesbos voor Stichting Bootvluchteling, om broodnodige medische hulp te verlenen aan de vluchtelingen die er verblijven. De 2500 vluchtelingen die vorig jaar op Lesbos en in kamp Moria verbleven hadden geen toegang tot basale mensenrechten: voldoende voedsel en water, sanitaire voorzieningen en medische zorg.

Afgelopen zomer bereikte Lesbos het dubieuze record van 10.000 vluchtelingen ‘huisvesten’. Reden voor mij om in actie te komen. Omdat ik dit jaar niet fysiek kon afreizen naar Lesbos, heb ik besloten de uitdaging op te pakken een halve marathon te gaan lopen, om geld in te zamelen voor Stichting Bootvluchteling. Niets vergeleken bij de uitdagingen die vluchtelingen elke dag tegenkomen, maar een mooie manier om aandacht te vragen voor het blijvende probleem en Stichting Bootvluchteling te kunnen ondersteunen.

Ik ben enorm verheugd met het resultaat!

Waar het doel was om € 500 op te halen, heeft de fundraiser uiteindelijk € 1.050 opgebracht. Ik was zelf ook erg tevreden met het resultaat van de halve marathon; de tijd van 1.47 uur is aanzienlijk beter dan verwacht (lees: halve marathon überhaupt uitlopen).

Stichting Bootvluchteling heeft ondersteund met tips en een T-shirt, wat de actie én de stichting zichtbaarder heeft gemaakt.

Ik ben trots op het goede werk van Stichting Bootvluchteling, dat het leven van mensen in een moeilijke positie draaglijker probeert te maken.

Ik ben ook trots op mijn donateurs, die deze medemensen ook een warm hart toedragen.

Dank daarvoor!

Rick van Uum
Huisarts in opleiding, oud-vrijwilliger

Vertel mijn verhaal

Als bestuur van Stichting Bootvluchteling bezoeken we eens per jaar ons team op Lesbos. Enerzijds om onze betrokkenheid te tonen en te steunen waar mogelijk in het zware werk dat zij doen. Anderzijds om de situatie in kamp Moria zien, om de juiste keuzes te kunnen maken voor het beleid van de stichting in de komende periode.

We spreken tijdens ons bezoek met het team, de gedreven vrijwilligers en coördinatoren, maar ook met de bewoners van het kamp (ook wel: Persons of Concern). Tijdens ons laatste bezoek ontmoeten we Aaron. Het is inmiddels gaan regenen en verkleumd staan we stil, om met hem te praten. Aaron zijn vrouw en twee dochtertjes komen uit Kabul, Afghanistan en hebben een tentje buiten de kamphekken in ‘The Olive Grove’. Dat klinkt romantisch, maar de foto’s illustreren anders. Het regent al even. Hun tent loopt onder water en de bedompte dekens zijn nat. De meisjes zijn moedeloos en Aarons vrouw huilt stilletjes.

We maken bewust geen foto’s van Aaron en zijn mooie gezinnetje. Het kan hem mogelijk in gevaar brengen, nu en in de toekomst. Het beleid van ons stichting is dan ook dat we hier terughoudend in zijn. Daarnaast heeft het kampmanagement het ons verboden en hier tegenin gaan brengt ons levensreddende werk in kamp Moria in gevaar.

We vragen Aaron wat hem bewogen heeft de reis van maanden te maken en of hij wist in welke situatie hij terecht zou komen. Drie maanden geleden is hem door de Taliban gezegd dat hij moest vertrekken, omdat hij en zijn gezin vermoord zouden worden. Hij heeft zijn spullen gepakt en hoe moeilijk ook, is hij op reis gegaan. Een reis van bijna 5.000 km. Wat zou jij doen? Zijn oudere broer woonde al in Duitsland. Zijn jongere broer en vrouw zijn ze onderweg kwijtgeraakt in Iran. Sindsdien hebben niets meer van hen vernomen.

Moedeloos vraag hij ons zijn verhaal  te vertellen aan iedereen die het wil horen, in de hoop dat hij snel weg kan uit deze hel. Hij is nog maar relatief kort op Lesbos, 22 dagen. Hij is geregistreerd bij aankomst en zijn eerstvolgende gesprek is 25 oktober. De winter komt eraan, wat moet hij doen?

Tekst: René Berg