Roos vrijwilliger stichting Bootvluchteling

Het leven van een vrijwilliger

Ik ben Roos (28). Ik kom uit Nederland en ben net terug van een half jaar Lesbos waar ik als vrijwilliger heb gewerkt voor Stichting Bootvluchteling. Ik hoorde voor het eerst de verhalen over vluchtelingen toen ik in Zuid-Korea was voor mijn studie. De verhalen van de Noord-Koreaanse vluchtelingen zijn me zo bijgebleven dat ik besloot verandering te willen brengen in de leefomstandigheden van vluchtelingen.

Roos vrijwilliger stichting Bootvluchteling

In Moria had ik alles veranderd als ik er iets over te zeggen had. Van de woningen, tot de hoeveelheid mensen, van hoe lang ze moeten wachten om door te reizen tot de zorg die ze krijgen.

Vanaf januari tot juni heb ik in Moria gewerkt. In die tijd heb ik veel zien veranderen. In januari was het koud, nat en er stond een ijzige wind. Mensen die in kleine tentjes woonden in plaats van de warmere ISO-boxen (een soort van vrachtcontainers), hebben het toen heel zwaar gehad. Ook waren de straten van het kamp bezaaid met afval. Dat is nu gelukkig veel minder. Op dit moment zijn er dan alleen weer veel meer mensen. Het kamp is overvol, maar er zijn niet veel extra toiletten en douches bijgekomen. En er is een paar uur per dag stromend water, de rest van de dag is het water afgesloten. Qua zorg doen de organisaties die er zijn hun best, maar voor de hoeveelheid mensen is de capaciteit om iedereen van goede zorg te voorzien veel te klein. Veel mensen die zware behoefte hebben aan één op één begeleiding met een psycholoog, komen er door de enorme vraag gewoon niet voor in aanmerking.

Ik denk niet dat de omstandigheden in het kamp zullen verbeteren. In het begin vroeg ik me daarom af of wij als hulpverleners wel nuttig zijn. Wat maakt het nou uit dat je uit de bibliotheek een boek kan lenen als de omstandigheden waarin je leeft zo minimaal zijn? Maar hoe langer ik er was, hoe meer ik zag hoeveel we toch voor mensen kunnen betekenen. Bijvoorbeeld de ouders van de kinderen van onze School of Hope, waaraan ik zag hoe dankbaar ze waren dat we hun kinderen Engels leren. Tijdens een ronde die we deden om de ouders van de kinderen te leren kennen, werden we door iedereen hartelijk ontvangen en werden we uitgenodigd om binnen te komen, werd ons thee aangeboden en werden we bedankt voor de tijd die we voor de kinderen namen. En dat merk je ook aan het Engels niveau van de kinderen. Ik heb vaak gezien dat een kind dat nog geen woord Engels sprak op de eerste schooldag, aan het einde zichzelf al redelijk kon uitdrukken.

Of de Engelse lessen voor volwassenen die ik weleens gaf als er geen leraar uit het kamp aanwezig was. Aan het einde gaven veel van de studenten me een hand en ook als ik ze in het kamp tegenkwam legden ze dan vriendelijk hun hand op hun hart bij wijze van begroeting. Ik denk dus dat we als hulpverleners wel degelijk nuttig zijn.

Het werk doe je samen. Niet alleen met je eigen team maar met iedereen die werkt in Moria. Je hebt samen hetzelfde doel en je bent samen nuttig voor andere mensen.

Ik heb heel veel goede mensen ontmoet, zowel de medevrijwilligers als de mensen in het kamp. Ik heb veel mensen ontmoet om wie ik veel gaan geven. De minimale tijd waarvoor je je kunt aanmelden bij Stichting Bootvluchteling is twee weken, waardoor de samenstelling van het team vrij snel kan veranderen. Ik dacht dat het moeilijk zou zijn om als lange termijn vrijwilliger steeds met een nieuw team te werken, maar ondanks dat er zoveel roulatie was, bleef de sfeer altijd ongeveer hetzelfde. Iedereen op Lesbos is daar met hetzelfde doel en heeft een enorm positieve instelling, waardoor mensen ook gewoon gemakkelijk met elkaar overweg kunnen. Je leert elkaar in een korte tijd heel goed kennen, omdat je heel intensief met elkaar samenwerkt en samenwoont, maar ook omdat je best wel heftige dingen met elkaar meemaakt.

Het is niet altijd gemakkelijk om geconfronteerd te worden met andermans ellende. De verhalen die mensen vertellen over waarom ze zijn gevlucht en wat ze hebben meegemaakt tijdens hun reis naar Lesbos, zijn vaak erg aangrijpend. Het heftigste moment was toen ik samen met een collega door het kamp liep en er iemand op ons afkwam die zei dat hij zelfmoord wilde plegen. Je kunt op zo een moment heel weinig voor iemand doen, want je wil iemand geen valse hoop geven door te zeggen dat hij geholpen kan worden door een psycholoog, want daar komt hij waarschijnlijk toch niet snel terecht. Het enige dat je kan doen is zeggen dat hij het niet moet doen. Op dat moment breekt echt je hart. Gelukkig heeft hij het niet gedaan.

Team Stichting Bootvluchteling

Ik weet dat dit is wat ik wil blijven doen in de toekomst.

Het fijnste aan weer thuis zijn vind ik dat ik mijn familie en vrienden weer zie. Tegelijkertijd mis ik het werk, de mensen en de positieve sfeer in het vrijwilligershuis heel erg en wil ik graag door naar een nieuwe missie. Ik heb geleerd in te spelen op verschillende situaties en flexibel te zijn in een veranderend vluchtelingenkamp. Ik wilde weten of ik dit werk leuk vind en of ik het aankon, en dat is zo. Mijn toekomstdroom is op een hoger niveau te werken aan een betere kwaliteit en veiligheid van vluchtelingenkampen wereldwijd.

Interview en tekst: Tessa Kraan
Foto’s: Tessa Kraan, Kenny Karpov

Handvatten voor mentale problemen in Moria, heeft dat zin?

‘Als jullie dit dit elke avond zouden doen, zou ik elke avond komen.’

Dat zegt een van de Afrikaanse mannen die ik ontmoet bij de emotional wellbeing workshop van Stichting Bootvluchteling. Ik ben blij verrast dat eventuele taboes deze grote, stoer uitziende mannen niet tegenhouden om te komen. En nog meer om te zien dat de workshop ze helpt. Door de zware, uitzichtloze situatie in Moria lijkt wekelijks een paar uur psychosociale ondersteuning misschien een druppel op een gloeiende plaat. Maar het blijkt veel meer dan dat. De nood is ook hoog: Artsen zonder grenzen noemt de situatie op Lesbos een ‘Mental Health Emergency.’ Toch is laagdrempelige mentale zorg op de Griekse eilanden schaars.

‘Ik kan me voorstellen dat NGO’s terughoudend zijn omdat ze geen trauma’s willen oprakelen die ze niet kunnen behandelen in deze onstabiele situatie met vrijwilligers en kortdurende programma’s’, zegt sociaal werker Leanne Creasy.

Leanne ontwikkelde de programma’s voor mentale hulp samen met andere ervaren professionals, waaronder een aantal psychologen. Ze vertelt hoe deze programma’s eruit zien, waarom de gekozen praktische insteek zo waardevol is en hoe we escalatie door trauma’s voorkomen.

Emotional wellbeing workshop en stress relief classes

We runnen twee programma’s in Moria om mensen met psychische problemen te helpen: de emotional wellbeing workshop en stress relief classes.

De emotional wellbeing workshop bestaat uit vier opeenvolgende sessies waarin we deelnemers leren hoe hun gedachten, gevoelens en gedrag elkaar beïnvloeden. En dat ze hier meer controle over hebben dan ze denken. Om deze rode draad heen doen we twee dingen:

  1. We werken aan zelfvertrouwen, door deelnemers bewust te maken van positieve ervaringen en te oefenen met zelfcompassie. Hierbij kun je denken aan het opschrijven van (kleine) positieve dingen die ze meemaken en hun talenten.
  2. We geven handvatten voor veel voorkomende mentale problemen in Moria, zoals slapeloosheid, depressie, zelfmoordgedachten en paniekaanvallen. We vertellen hoe deze ontstaan en hoe je ermee om kan gaan. Zo leggen we uit dat het bij een paniekaanval belangrijk is om te focussen op de omgeving en om ademhalingsoefeningen te doen. Daar oefenen we dan ook mee.

Tijdens de Stress Relief Classes helpen we deelnemers om hun emoties beter te controleren door te oefenen met relaxen en meditatie. We leren deelnemers om zichzelf naar het hier en nu te brengen met bijvoorbeeld ademhaling- en mindfulnessoefeningen. Dat is waardevol, omdat veel mensen in Moria zich continu zorgen maken over het verleden en de toekomst. Dit zorgt voor stress, slapeloosheid, paniekaanvallen, hoofd- en rugpijn. Door je gedachten te verzetten naar het heden kun je deze klachten verminderen.

Je situatie kan je niet veranderen, hoe je je daarbij voelt wel

Leanne vertelt dat beide programma’s draaien om het geven van een saamhorigheidsgevoel, hoop en grip.

‘Veel deelnemers zijn alleenreizende mannen. Ze voelen zich vaak eenzaam. Door mee te doen met de lessen in groepsverband voelt het alsof ze ergens deel van uitmaken. Als ik ze vraag wat ze uit de bijeenkomsten halen zeggen ze zelf ook dingen als: acceptatie, je welkom voelen, je minder alleen voelen. Het delen van ervaringen en gevoelens geeft ook hoop. Het is hoopvol om te horen dat anderen met dezelfde problemen worstelen én oplossingen vinden.’

‘Naast het bieden van een saamhorigheidsgevoel en hoop, is het belangrijk dat we handvatten geven die helpen omgaan met de zware omstandigheden in Moria’, gaat Leanne verder. ‘Je verleden en de moeilijke situatie waar je in zit kun je namelijk niet veranderen, maar hoe je daar op reageert wel.’

Deze focus op omgaan met het moeilijke heden is een duidelijk verschil met therapie om trauma’s te verwerken: zorg die heel hard nodig is in Moria, maar die wij helaas niet kunnen bieden met ons roulerende team. Daar is namelijk individuele, langdurige therapie door dezelfde specialist voor nodig.

Aan het begin van de lessen uiten deelnemers vaak weerstand tegen die focus op het heden: ‘Deze oefeningen helpen toch niet om te vergeten wat ik heb meegemaakt, ik wil medicijnen’, ‘Weggaan uit Moria is het enige wat mij kan helpen’. Deelnemers in het nu brengen en houden is dan ook de belangrijkste taak en tegelijk de grootste uitdaging voor de groepsleider. Ik zag Leanne dit vaker doen tijdens de workshop, bijvoorbeeld door te zeggen:

‘Ik begrijp dat je kwaad bent om wat je is overkomen. We kunnen ons waarschijnlijk geen voorstelling maken bij de vreselijke dingen die je moest doormaken, maar je kan het verleden niet veranderen. De manier waarop je omgaat met je gedachten en gevoelens in het nu kun je wel veranderen. We gaan daar vandaag mee oefenen om je te helpen weer meer controle te krijgen over je emoties.’

Ze vertelt me later dat het erg uitdagend kan zijn om deelnemers steeds terug te halen naar het nu. Maar dat het erg belonend is als het lukt en je ze meer hoopvol of ontspannen weg ziet gaan dan ze kwamen.

‘Hij praatte met niemand en deelt nu zelfs flyers uit van onze programma’s’

Gelukkig gebeurt het regelmatig: dat deelnemers zich beter voelen na de emotional wellbeing workshop of stress relief classes. Toen ik een paar weken geleden meedeed met de mindfulnessoefeningen viel mijn buurman zelfs in slaap: het toppunt van ontspanning! Ook vertelden artsen van andere NGO’s in Moria onze coördinatoren dat patiënten die de workshop en lessen bij ons volgen vaak in verbeterde conditie bij ze terugkomen. Zowel psychisch als lichamelijk. Een paar uitspraken van deelnemers zelf:

‘Deze groepen helpen me om mijn stressniveau te verlagen.’

 

‘Ik heb afgelopen week beter geslapen.’

 

‘De informatie die we krijgen helpt ons om onze gevoelens beter te begrijpen en balans te vinden.’

 

‘Iedereen die meedoet komt uit een ander land. We delen onze gevoelens en ideeën. Het is als een familie.’

De laatste quote komt van een man die vanaf de start in januari bij de emotional wellbeing workshop was. Leanne herinnert zich hem nog goed, door de indrukwekkende verandering die ze bij hem zag. Ze vertelt.

‘Hij gedroeg zich erg teruggetrokken toen hij voor het eerst naar de workshop kwam. Hij praatte niet en maakte geen oogcontact, zat alleen maar in de hoek te mompelen. Ik herinner me dat een andere medewerker van de stichting zich zorgen maakte; ze vermoedde dat hij psychotisch was. Na een paar bijeenkomsten zag ik enorme progressie. Hij praatte, zei dat de groep voelde als een familie en dat hij het fantastisch vond dat al deze mensen hun gevoelens deelden. Hij begon zijn enthousiasme hierover ook met anderen te delen, bijvoorbeeld door aan nieuwe deelnemers uit te leggen wat we tijdens de bijeenkomsten gingen doen. Een paar weken geleden vertelde hij me zelfs dat hij onze hand outs heeft gekopieerd en ze uitdeelt op plekken waar wij moeilijk kunnen komen. Door naar onze workshop te komen realiseerde hij zich dat hij zijn gevoelens en gedachten kon veranderen door zijn gedrag te veranderen.’

Het zien van zulke prachtige veranderingen bij deelnemers vindt Leanne het mooiste aan haar werk in Moria; als ik haar spreek staat  ze op het punt om naar huis te gaan na vier maanden.

‘Het was een overweldigende ervaring. Ik voel me bevoorrecht dat mensen hun tijd, verhalen, emoties en ervaringen aan mij toevertrouwden. En dat ik deze veranderingen bij ze mocht meemaken. Natuurlijk komt dat niet alleen door onze workshop en lessen, maar het heeft zeker een verschil gemaakt. Het is zo belangrijk dat we dit doen.’

Haar ogen worden vochtig als ze dit zegt. Ik vraag haar tot slot waarom ze vier maanden geleden besloot om naar Lesbos te komen.

‘Op de middelbare school bij geschiedenislessen leerde over humanitaire rampen. Toen zei ik net als de meeste kinderen in mijn klas: ik was opgestaan, ik had mensen in nood geholpen en had niet toegekeken als er dingen gebeurden waar ik het niet mee eens was. Nu zijn al deze kinderen volwassen geworden en kijken de meesten de andere kant op, ze kiezen om zich niet te bemoeien met wat er gebeurt in Griekenland. Veel mensen doen niks, terwijl we allemaal kunnen zien wat er speelt op social media. Het is niet te ontkennen en het is onmenselijk. Ik wilde het goede doen en mezelf scheiden van de acties van mijn land, van de EU. Het is te makkelijk om te negeren wat er gebeurt op een klein Grieks eiland aan de rand van Europa en de andere kant op te kijken.’

Wil jij helpen?

De situatie in Moria is schrijnend: er is geen privacy, het is er gevaarlijk, inwoners hebben geen toekomstperspectief en ze kunnen nauwelijks hulp krijgen bij het verwerken van hun verleden. Dat veel vluchtelingen kampen met psychische problemen is dan ook logisch. We vinden dat dit moet veranderen: het is mensonterend! Tot die tijd helpen we mensen in kamp Moria om het beste van de situatie te maken, onder meer met de emotional wellbeing workshop en Stress Relief Classes.

Wil jij ons een steuntje in de rug geven? Dat kan door te doneren via Tikkie: kies voor 5 euro of 10 euro.
Of doneer een bedrag naar keuze. Elke euro helpt!

Tekst: Suzie Geurtsen
Foto’s: Kathelijne Reijse Saillet

Missie update: de Engelse les voor volwassenen

Welke projecten hebben we allemaal lopen? We zullen regelmatig een missie update plaatsen, zodat je op de hoogte blijft van het verloop van onze projecten. Deze keer over de Engelse Les: wat is er allemaal nodig om het project draaiende te houden?

In onze overvolle ISOBOX (zo groot als een vrachtcontainer) zitten zo’n 40 gemotiveerde mannen en vrouwen te wachten op de start van de Engelse les. De opkomst is zo groot dat er zelfs buiten een les gegeven wordt. Nieuwsgierige voorbijgangers blijven even staan en kijken, benieuwd naar waar het opgewekte geklets vandaan komt. Op deze plek wordt hard gestudeerd én hard gelachen. Voor de bewoners van Kamp Moria een kans om Engels te leren en hun gedachten even te verzetten. De Engelse lessen worden drie keer per week gegeven door vluchtelingen, voor beginners en gevorderden voor Arabisch, Farsi en Frans sprekenden.

“De Engelse les is enorm gewild, iedereen wil Engels leren!” zegt Marleen, vrijwilliger voor Stichting Bootvluchteling.

Wat is er allemaal nodig om deze Engelse lessen te geven? Het is belangrijk om creatief om te gaan met de materialen die voorhanden zijn. Marleen: “We bieden een lesprogramma van zes weken waarin we de leerlingen stapsgewijs basis-Engels bijbrengen. Op dit moment gebruiken we als lesmateriaal sheets en oefeningen van internet. Onze leraren doen hier ongelofelijk goed werk mee en we zien het Engels niveau van de leerlingen keer op keer stijgen. Wat ons programma nog zou kunnen verbeteren zijn Engels boeken geschikt voor het onderwijs die we kunnen gebruiken om voor een betere en overzichtelijke opbouw te zorgen.”

En daarnaast zijn natuurlijk onze leraren de spil in het project die de klassen iedere keer weer met een goede dosis positieve energie en humor geven. Met een grijns op zijn gezicht schrijft de leraar op het bord:

No pen = no notes
no notes = no education
no education = no husband/wife
no husband/wife = loneliness

Vanuit de klas wordt gelachen waarna de studenten de zinnen overschrijven. Die broodnodige pennen en andere materialen krijgen we met hulp van donateurs en vrijwilligers. Marleen: “Vorige week nog bijvoorbeeld heeft een van de vrijwilligers aan de Engelse School een zeer welkome donatie gedaan van honderd schriften. Deze worden in de eerste les aan nieuwe leerlingen gegeven. Hiervan is intussen nog maar de helft over!” In een week vijftig nieuwe aanmeldingen dus, zo populair is de Engelse les. Elk van deze schriften is nu van iemand die werkt aan zijn of haar toekomst door Engels te leren, ondanks dat hij of zij nu nog in Moria zit.

De grote interesse in de Engelse les laat zien hoeveel doorzettingsvermogen en veerkracht veel van de vluchtelingen hebben. De Engelse les is een plek waar mensen hun blik op de toekomst richten, en hun gedachten even van Moria verzetten. Dat doen ze met enorm veel gedrevenheid en humor. Dit is wat de Engelse les zo waardevol maakt.

Tekst: Tessa Kraan
Foto’s: Kenny Karpov

Als je ertoe doet voel je je beter, ook als je vastzit in Moria

Probeer jij je wel eens te verplaatsen in vluchtelingen die in Moria wonen? Je voor te stellen hoe het zou zijn om in dit kamp te leven met je gezin? Op 21 m² met een ander gezin dat je niet kent, uren in de rij staan voor eten, bang om ‘s nachts naar de wc te gaan en dat je kinderen doodvriezen, niet wetende hoe lang dit alles nog duurt en hoe jullie toekomst eruit ziet. Ondertussen probeer je alles wat je de afgelopen jaren meemaakte te verwerken. Je hebt ‘s nachts flashbacks van geweerschoten in je thuisland, van je man die stokslagen krijgt in Turkije. En omdat je continu bang bent dat jullie terug moeten naar deze gevaarlijke plekken krijg je paniekaanvallen. Je hebt geen identiteit meer, want wie ben je zonder thuis, zonder werk, zonder doel? Je hebt geen vrijheid meer, want je mag Lesbos niet af. Je hebt geen hoop meer, want je dacht dat het in Griekenland eindelijk beter zou worden.

Zakte de moed je al in de schoenen toen je je voorstelde om langere tijd op 21 m² te wonen met een vreemd gezin? En vraag je je af hoe vluchtelingen het hoofd boven water houden in deze moeilijke situatie? Onderzoek laat zien dat er één ding is wat ons zelfs onder gruwelijke omstandigheden kan opbeuren: zingeving.

Het is moeilijk voor vluchtelingen om zingeving te vinden in Moria. In deze blog vertel ik waarom en hoe Stichting Bootvluchteling hierbij helpt.

Zingeving zorgt voor houvast

Zingeving draait om deel uitmaken van iets groter dan jijzelf: nuttig zijn, ertoe doen, wat betekenen. Het is een universele menselijke behoefte. Dat wil zeggen dat we het allemaal nodig hebben om ons goed te voelen. Het helpt ons om wat we doen en meemaken te verklaren en geeft zo houvast. Daardoor kan het ook een enorme krachtbron zijn in onzekere tijden.

Vaak ervaren we zingeving als we een doel nastreven of ons verbonden voelen met anderen, maar de precieze invulling verschilt per persoon. De een voelt zich nuttig door voor familie te zorgen, de ander door in een vluchtelingenkamp te werken en weer een ander door afval in de buurt op te ruimen. Het verschilt ook per situatie. Hier in Moria voelt het voor mij bijvoorbeeld waardevoller om een praatje te maken met mensen op straat dan thuis in Nederland.

Jij en ik leiden levens vol met zaken waar we betekenis uit kunnen halen: werk, geloof, sociale contacten, hobby’s. Voor vluchtelingen in Moria is dat moeilijker. Ze maakten nare dingen mee die hun hoop op de proef stellen, hebben geen werk en niks om naartoe te leven. Als ze alleen naar Lesbos kwamen is er ook niemand om voor te zorgen, niemand om voor te leven. Ze kunnen niet veel anders doen dan wachten. Dagen, maanden, jaren op een lot waarover anderen beslissen. Dat kan zorgen voor leegte, wanhoop, een deuk in hun zelfvertrouwen en zelfs voor depressies en zelfmoordpogingen.

Door vluchtelingen ruimte te geven om zich nuttig te voelen – ook al is het maar even – kun je dit tegengaan én de nodige houvast bieden om Moria te overleven. Stichting Bootvluchteling doet dit dan ook waar ze kan.

Zo laten we vluchtelingen merken dat ze ertoe doen

We laten vluchtelingen op verschillende manieren merken dat ze ertoe doen. Toen het Community Centre ingericht moest worden, vroegen we bijvoorbeeld hulp van vluchtelingen die in hun thuisland als timmerman of schilder werkten. Zij maakten de kasten en schoolbankjes. Voor onze emotional wellbeing workshop en onze medische shifts vragen we vluchtelingen die zowel Engels als de taal van de doelgroep spreken, om te vertalen. En ook de Engelse en basisschool lessen in ons Community Centre worden gegeven door vluchtelingen die in hun thuisland als leraar werkten. Wij maken een leerplan, overleggen eens per week met de leraren hoe het gaat en of we iets aan moeten passen en springen bij waar nodig.

Vorige week praatte ik met Jabber: een van onze leraren. Hij ontvluchtte de oorlog in Syrië en kwam vier maanden geleden aan op Lesbos samen met zijn dochter, haar man, hun vier kinderen en de zus van zijn schoonzoon. Maar hij heeft meer kinderen: twaalf maar liefst! Een aantal van hen is nog op de vlucht in het Midden-Oosten. Hij hoopt dat ze snel samen kunnen zijn. Jabber geeft al zijn hele werkende leven Engelse les op middelbare scholen, in Syrië, maar ook in Jemen en in de Verenigde Arabische Emiraten. Hij vertelde me wat het voor hem betekent om Engelse les te geven aan andere vluchtelingen in Moria.

‘Natuurlijk wil ik hier lesgeven. Sister, als mensen hulp nodig hebben, moet je het aan ze geven. Lesgeven maakt me ook gelukkig. Ik vind het ook fijn om te lezen, maar het is goed om verbonden te zijn met mensen en om gevoelens te delen.’

Naast vluchtelingen ruimte geven om hun talenten te benutten, laten we ook op andere manieren merken dat ze ertoe doen. De dagelijkse social shifts zijn hier een voorbeeld van. Dan vragen we mensen in Moria hoe het gaat, laten we weten dat we er zijn en dat hun gezondheid en gevoelens belangrijk zijn voor ons. Ook doen we veel in groepsverband, zoals de emotional wellbeing workshop en stress relief classes. Door moeilijke ervaringen met elkaar te delen tijdens deze lessen voelen deelnemers zich verbonden en zo onderdeel van iets groters.

‘Alle deelnemers komen uit verschillende landen. We delen onze gevoelens en ideeën. Het voelt als een familie.’

– Deelnemer emotional wellbeing workshop  

Help jij mee?

Om het leven in Moria draaglijker te maken, geven we vluchtelingen zoveel mogelijk ruimte om betekenis te vinden. Bijvoorbeeld door mensen als Jabber te helpen om op zijn beurt anderen te helpen. Zo geven we het stokje door en zien we mensen opbloeien. Wil jij hieraan bijdragen? Dat kan door te doneren: zelfs een euro helpt! Of door je aan te melden als vrijwilliger.

Tekst: Suzie Geurtsen
Foto’s: Kathelijne Reijse- Saillet

 

Mustafa (7) verslaat Moria, zonder gehoor

Een collega van de stichting vertelde een paar weken geleden hoe een grotendeels doof jongetje op school in Moria een bomexplosie uitbeeldde; waarschijnlijk de oorzaak van zijn handicap. Ik had direct medelijden. Zelfs mét al je zintuigen is het moeilijk om je hoofd boven water te houden in dit kamp. Alles is nieuw, chaotisch, gevaarlijk. Ik dacht aan hoe akelig ik het vind om met oordoppen te slapen op een nieuwe plek. Het is moeilijk om een compleet beeld te vormen van je omgeving zonder geluid. En wat als er gevaar dreigt? Dan kunnen je oren je niet waarschuwen! Dit jongetje komt continu in nieuwe (dreigende) situaties met nieuwe mensen en kan zijn oordoppen nooit uitdoen. Ik voelde een lichte vlaag van paniek. Wat moet hij zich verloren voelen, dacht ik.

Tot ik Mustafa (7) zelf ontmoet. Het is een maandagochtend op school. Ik wil hem helpen met wat sommetjes, maar als ik even wegkijk is hij al klaar. En dat laat hij me weten ook. Met grote ogen trekt hij aan mijn mouw en wijst hij driftig naar zijn papiertje. Dit is de eerste, maar zeker niet de laatste keer dat ik de kracht in dit kind zie. Het raakt me. En het maakt me nieuwsgierig: welk verhaal schuilt achter deze kleine leeuw?

Ik besluit zijn moeder te zoeken om dat uit te zoeken. Dit werd een van de bijzonderste dagen uit mijn leven. Die deel ik graag met jou.

Trotse ouders

Op een woensdagmiddag ga ik samen met fotograaf Kathelijne en een tolk op zoek naar Mustafa’s container van pakweg 20m2. Hij woont hier met zijn moeder, vader, twee zussen en een ander gezin van vijf personen. Als we aankomen ontvangen ze ons hartelijk voor de deur. De warmte van vluchtelingen hier blijft me ontroeren. Ook nu weer. Met hulp van de tolk leg ik uit dat ik verhalen schrijf over mensen in Moria voor de website van Stichting Bootvluchteling. Ik deel dat ik Mustafa een bijzonder kind vind, dat ik graag over hem wil schrijven en vraag of moeder wat vragen wil beantwoorden. En of Kathelijne foto’s mag maken. Mustafa’s ouders gloeien van trots en willen graag helpen. Ik bedank enthousiast en vertel dat ik samen naar een rustige plek net buiten Moria wil gaan.

Ineens verdwijnt het hele gezin naar binnen.

Verbaasd kijk ik de tolk aan: willen ze toch niet mee? Lachend schudt hij zijn hoofd: ‘Ze gaan Mustafa mooi maken.’ Vijf minuten later komen ze weer naar buiten. Mustafa ziet er spic en span uit. Zijn sprekende gezichtje is gewassen, zijn haren zitten strak in de gel en hij heeft een bloesje aan. Het was aandoenlijk om hem zo netjes – bijna glimmend – te zien tussen de troep in Moria. Ik heb zelf nog geen kinderen, maar vriendinnen sturen me regelmatig schattige foto’s van hun kroost in de mooiste pakjes. Ik realiseer me dat het voor ouders in Moria net zo belangrijk is om te laten zien hoe mooi en lief hun kids zijn.

Iedereen lijkt klaar om te gaan, maar als we moeder en Mustafa vragen om mee te lopen gaat hij met zijn armen over elkaar op een steen zitten. Al snel blijkt hij niet mee te willen zonder zus Rajaa (9). Begrijpelijk. Ik zou ook bang zijn om gescheiden te worden van mijn dierbaren op een plek waar zij mijn enige houvast zijn. Dus Rajaa gaat mee.

‘Ik deed alles om hem blij te maken’

We lopen naar een vredige olijfgaard met olijfbomen, gras en bloemetjes, een klein eindje buiten Moria. Hier kunnen we rustig praten. Mustafa en Rajaa rennen rond en poseren guitig voor de camera van Kathelijne. Ik strijk met moeder en de tolk neer op een dekentje. Als iedereen lekker zit stel ik mijn eerste vraag: ‘Kun je me wat vertellen over Mustafa?’

Afta – zo heet Mustafa’s moeder – is meteen openhartig: ‘Ik moet beginnen bij het begin. Toen Mustafa twee jaar was, werd ons huis gebombardeerd en verloor hij een groot deel van zijn gehoor. Daarna had hij psychische problemen. Hij durfde niet meer naar buiten. Hij was depressief.’

Ik vraag Afta hoe ze dat zag.

Ze legt haar hand op haar hart en zegt: ‘Ik ben zijn moeder, dat voel je.’

Slik.

‘Hoe werd Mustafa het jongetje wat hij nu is?’ vraag ik verder.

Afta vertelt hoe ze haar zoon er zelf bovenop hielp met veel liefde en aandacht. Ze leerde hem communiceren met lichaamstaal en nam hem mee naar buiten om samen weer voorzichtig met de andere kinderen te spelen. ‘Ik deed alles om hem blij te maken.’

Na een korte pauze: ‘Nu gaat het weer goed met hem. Hij is vrolijk en iedereen vindt hem leuk: de kinderen en de vrijwilligers hier.’

Ik herken wat Afta zegt. Voor veel kinderen is het leven in het Moria moeilijk. In de kleine klaslokalen zitten ze elkaar daardoor regelmatig in de haren. Mustafa zou vanwege zijn handicap een doelwit kunnen zijn voor pesterijen, maar het tegenovergestelde gebeurt. Zijn klasgenootjes zijn lief tegen hem en proberen juist te helpen. Hoewel die hulp meestal overbodig blijkt. Toen ik hem laatst het verkeerde lokaal in wilde sturen (hij zat inmiddels in de klas voor gevorderden, ik wist dat niet) keek hij me verontwaardigd aan en bleef hij net zolang vurig naar zichzelf en de goede deur wijzen tot ik hem naar binnen liet.

Ik vraag Afta naar haar band met Mustafa. Met een grote glimlach en sprankelende ogen antwoordt ze: ‘Onze band is heel goed. Mustafa is echt een moederskindje. Hij is speciaal voor mij, mijn enige zoon. Het is echt een goede jongen. Hij wil zijn zussen altijd beschermen, ook al zijn ze ouder en kunnen zij wel goed horen.’

Dan maakt haar glimlach plaats voor een bezorgde uitdrukking. ‘Ik maak me zorgen om mijn kinderen hier in Moria. Het is hier gevaarlijk voor ze, de omstandigheden zijn slecht. We wonen in één container met nog een ander gezin, zij hebben grote jongens en die maken veel lawaai. Maar dat is oké, het zijn gelukkig goede mensen. Toen we vluchtten uit Irak zei iedereen dat het hier beter zou zijn, maar het is hier erger. Niemand luistert naar ons en we moeten lang wachten. We zijn nu al drie maanden in Moria en hebben ons interview pas op 3 juni. Ik wil een beter leven voor mijn kinderen.’

‘Dat begrijp ik’, zeg ik. Ondertussen vraag ik me af of ik me wel echt een voorstelling kan maken van hoe het moet zijn om zonder uitzicht in Moria te moeten leven na alles wat dit gezin al doorstond. Waarschijnlijk niet.

‘Hoe is dat voor jou?’ vraag ik. Ze vertelt me dat ze het zwaar vindt. Haar man is slecht te been, waardoor Afta het huishouden haast alleen runt. Ze wast, staat elke dag in de rij voor eten en zorgt voor de kinderen. Ik kijk haar aan en hoop dat ze mijn medeleven ondanks de taalbarrière kan voelen. Wat een sterke vrouw.

We zijn even stil en lachen samen om Mustafa en Rajaa die vrolijk rondrennen tussen de bloemetjes. Het enorme contrast is niet te missen.

Ik stel mijn laatste vraag: of Afta weet wat Mustafa later wil worden. Ze zegt dat hij wil studeren en een eigen huis wil, net als ieder kind. En dat de dokter in Moria heeft gezegd dat zijn gehoorbeschadiging misschien verholpen kan worden.

Ik hoop het.

Ik bedank Afta voor haar openheid en vraag of ze nog wat wil toevoegen.

‘Ik heb gebeden voor iemand die naar me wil luisteren en toen kwam jij. Dankjewel, ik voel me beter nu.’

Kippenvel.

Wil jij Mustafa, Afta, Rajaa en andere gezinnen in Moria helpen?

We proberen gezinnen in Moria zoals die van Mustafa vooruit te helpen. Bijvoorbeeld door de basisschool te runnen waar Mustafa en Rajaa elke doordeweekse ochtend Arabisch, Engels, Wiskunde en sociale vaardigheden leren. Wil jij ook wat voor deze families betekenen? Dat kan door te doneren. Elke euro helpt.

Tekst: Suzie Geurtsen
Foto’s: Kathelijne Reijse- Saillet