Persbericht | Stichting Bootvluchteling rondt missie af op Samos

Stichting Bootvluchteling sluit op 1 oktober 2017 ​na ruim anderhalf jaar een zeer mooie en geslaagde medische en psychosociale missie af op het Griekse eiland Samos. Zoals bij alle andere eerdere missies willen wij helpen waar wij nodig zijn. Zodra de situatie verbetert of als de Griekse overheid de verantwoordelijkheid op zich neemt, doen wij graag een stap terug en geven wij de zorg terug aan de autoriteiten. Dit is op Samos ook het geval.

Het Griekse ministerie van Gezondheid neemt per 1 januari 2018 de medische zorg volledig over in de hotspot, het vluchtelingenkamp, op Samos. De medische en psychosociale zorg wordt in het kamp uitgebreid en sterk verbeterd. Om deze reden zien wij de toekomst voor de medische en psychosociale zorg met vertrouwen tegemoet en hebben wij besloten onze missie op Samos te stoppen en deze over te dragen aan de Griekse overheid.

De psychosociale activiteiten worden op dit moment over verschillende organisaties verdeeld. Samos Volunteers werkt aan een uitgebreid programma om deze zorg te verbeteren en om daar een grotere rol in te spelen. Al onze psychosociale activiteiten worden zorgvuldig en in goed overleg overgedragen.

Wij kijken met een zeer goed gevoel terug op onze tijd op Samos. In anderhalf jaar tijd hebben wij samen met honderden vrijwilligers veel vluchtelingen mogen helpen door medische en psychosociale zorg te bieden.  Wij focussen ons nu op onze missie op Lesbos in kamp Moria waar de nood nog hoog is en onze zorg onmisbaar.

 

Meer informatie over dit bericht kunt u opvragen bij Evita Bloemheuvel, persvoorlichter Stichting Bootvluchteling: evita@bootvluchteling.nl of 06-48038570.

Pedagogiek van de onderdrukten

In 1970 schiep Paulo Freire een geniaal boek: Pedagogiek van de onderdrukten. Een van zijn theorieën is: “Een mens kan men zien als een wezen dat zich aanpast aan de werkelijkheid en dat zich hierin zelfs kan ontwikkelen”. In 2017 ondervond ik dat deze theorie nog steeds springlevend is.

De mensen en met name de kinderen in het vluchtelingenkamp op Samos vertonen soms extreme ontwikkelingen in zeer korte tijd. Freire zegt: “Een mens is extra vormbaar en kneedbaar als er op wat voor manier dan ook onderdrukking plaatsvindt.”

We kunnen over één ding heel duidelijk zijn: opgroeien in een vluchtelingenkamp in Griekenland is een flinke vorm van onderdrukking. Wat daaruit voortkomt is echter niet alleen kommer en kwel.

De kinderen zijn kleine sponzen, ze pakken bijvoorbeeld Engels razendsnel op. Staan ze in de eerste week nog hun tong te breken over het woord ‘football’, in week 6 leggen ze mij haarfijn uit dat ik een totaal blinde scheidsrechter ben die structureel overtredingen over het hoofd ziet.

Als zo’n verhit kereltje druk voor m’n neus staat te ratelen, kan ik mij alleen maar verbazen over zijn Engels niveau. Iets vergelijkbaars gebeurt in de lessen. Jongens beginnen bij mij in ‘English 0’. Dat is het hoogst haalbare voor mij als onbevoegde leraar in informeel onderwijs (ik schreef ‘bai bai’ op het bord in plaats van ‘bye bye’… Arme studenten). In de eerste lessen moet ik de woorden echt uit ze trekken, maar na een dieet van aandacht, onvoorwaardelijke positiviteit en de nodige humor worden de jongens razendsnel street wise in Engels. De lessen gaan dan niet meer over het alfabet, maar over thema’s als mensenrechten.

Ik had tijdens galgje het woord ‘Boobs’ gekozen, de les moest tien minuten onderbroken worden… Helemaal door het dolle heen die gasten!

Maar niet alleen in Engels blinken de kinderen uit in ontwikkeling. Interculturele communicatie kunnen velen ook als kwaliteit bijschrijven. Plots woon je samen met mensen uit 1/3 van de wereld. Hoe zorg je ervoor dat je een beetje behoorlijk kunt leven tussen al deze temperamentvolle mensen uit Azië, het Midden-Oosten en Afrika? Je moet simpelweg. Dus ben je als een stroompje water dat zijn weg zoekt tussen alle kiezelsteentjes van de rivier. Je valt en staat op, je bent in deze overlevingsmodus dus je pakt wat je pakken kan. Het eten is niet ideaal, er is te weinig water, levensruimte en privacy, maar je vangt het op met je flexibele vechtersmentaliteit. Wat dit voor gevolgen gaat hebben op de langere termijn durf ik niet te zeggen, maar ik weet wel dat de kids zich hier in korte tijd ontwikkelen tot superkids.

Waar wij in Nederland straks moeten dealen met de rubberen-stoeptegel-generatie, moet Griekenland dealen met deze rauwe superkids die allerlei vaardigheden in ontzagwekkend tempo naar zich toeharken en gewend zijn om te vechten voor hun bestaan. Deze kinderen gaan concurreren met de Griekse kinderen die gewend zijn om te leren in een lokaal met boeken, schriften en toetsen. Een spannende mix in een land dat al met veel problemen kampt. Vanuit mijn optiek kan deze mix absoluut werken, zolang je je maar houdt aan het dieet: aandacht, onvoorwaardelijke positiviteit en heel veel humor!

Tekst: Rik van Egmond
Foto: Bas Bakkenes

De charmante hooligan

Hij heeft een hip kapsel, brutale ogen en het temperament van een Russische straatvechter.

De laatste dertien maanden speelde zijn leven zich af in een vluchtelingenkamp op Samos. Een plek waar gemotiveerde vrijwilligers leuke spelletjes verzinnen, voetballen en proberen om persoonlijke aandacht te geven aan de aanwezige kinderen. Maar ook een plek waar boze, gefrustreerde mannen hakenkruizen in hun haar scheren om de wereld een dikke middelvinger te geven. Een plek waar kinderen soms een mes bij zich dragen. Een plek die in een jungle verandert wanneer de lichten uit gaan.

Hij is hier met zijn moeder en zijn zussen. Dwars door landen heen geworsteld, letterlijk tegen grenzen aanlopend en uiteindelijk beland op Samos. En ondanks dit is het een weergaloos mannetje. Hij weet precies wat hij zeggen moet om vrijwilligers om zijn vinger te winden. Perfect doseert hij lachjes, handjes en boksjes om zichzelf in een betere positie te verkrijgen, of vaker nog, uit de problemen te houden.

Voetballen met deze jongen is een zegen en een hel. Hij kan weergaloze solo’s geven en fantastische goals maken. Maar hij pingelt ook al zijn teamgenoten voorbij, pakt ballen af van zijn eigen keeper en speelt alleen goed mee als hij aan de bal is. Wanneer er een conflict dreigt, rollen er op waanzinnig tempo Arabische woorden uit zijn mond die ontaarden in een handje, aaitje en vuil knipoogje of een knokpartij die ze in Russische voetbalstadions wel kunnen waarderen. Als de vlam eenmaal in de pan is geslagen, gaat alles en iedereen aan de kant.

Zo ook zaterdag.

Drie vrijwilligers een een tolk zijn nodig om hem in bedwang te houden. We proberen de jongen van het veld af te halen, richting een bankje naast de medische container. Na een goed kwartier worstelen en kronkelen hebben we hem eindelijk onder controle. Hij vraagt om een beker water en ik denk: fijn, hij kalmeert. Maar als een volleerd bokser knijpt hij in het bekertje en gooit alles in zijn eigen gezicht.

In mijn hoofd hoor ik een grote gong en een stem: ROUND 2.

Gaan we weer. Kronkelen en worstelen. Nu maar de medische cabine in. De dokter en de patiënten moeten maar even in de ruimte ernaast gaan zitten. We proberen wat vragen te stellen over andere onderwerpen dan de wedstrijd. Na drie vragen opent hij z’n mond en deelt ons mee dat als wij in gedachten hebben om hem af te leiden met onze domme vragen, dat echt niet zal gaan lukken. Gelukkig kan ik ook koppig zijn.

We krijgen uit hem waarom hij zo furieus is. De jongen die hij aftroefde op het veld, beledigde zijn familie en in het bijzonder zijn vader. De dood van zijn vader is de reden dat hij moest vluchten met zijn moeder en zus. Hij was er getuige van dat ook volwassen mensen problemen oplossen met geweld. Helaas hebben sommigen van ons deze softwarefout. Iedereen heeft bepaalde knopjes die, wanneer ze worden ingedrukt, leiden tot de slechtste versie van jezelf. We hebben uitgelegd dat, hoe waanzinnig moeilijk dit ook is, dit alleen maar meer schade maakt aan jezelf. Schade die je niet meer kunt herstellen.

Ik noem het voorbeeld van Zidane en Materazzi in de de EK-Finale van 2006. Zidane liet Materazzi zijn knoppen indrukken, zodat een weergaloze sportman zijn allerlaatste finale beschamend moest verlaten met rood op zak. De schade aan Zidane was een miljoen keer groter dan de schade aan Materazzi.

De brutale ogen kijken me fronsend aan. Ik houd mij kalm, maar het voelt alsof ik scoor. Hij knikt, kijkt de dokter aan en deelt mee dat het tijd is om zijn bloeddruk op te meten.

De dagen erna is de jongen de hele dag te vinden rond de milkroom. Voor ik het door heb, staat hij naast mij en vertaalt al het Arabisch en het Engels. Als zijn voormalig tegenstander voorbij wandelt en hem spottend aankijkt, verstrakken zijn blik en kaak, maar hij geeft geen kick.

Twee dagen geleden kwam hij langs om afscheid te nemen. Zijn familie neemt de boot naar Athene. De toekomst daar lijkt mij net zo somber als hier, maar de familie heeft hoop. Ik ga hem oprecht missen, die kleine charmante hooligan.

Tekst: Rik van Egmond
Foto: Henk van Lambalgen Photography

Je bent jong en je wilt wat

Bij aankomst in het kamp op Samos zijn er verschillende dingen die me zouden kunnen raken. Het prikkeldraad op de hekken die hoog boven het kamp uittorenen of de felle verlichting die aangaat als het donker wordt en iedereen wakker houdt. Het zien van een tiental paar schoenen voor de ingang van een door twee families gedeelde tent of 25 door jonge mannen bewoonde stapelbedden in een soort zeecontainer. Mensen die uren wachten voor de medische post of hopeloos vermoeid ogende mensen die net zijn aangekomen na een lange reis. Wat mij ook opviel is de gemoedelijke sfeer in het kamp. De rust en vriendelijkheid die de meeste mensen uitstralen. Ook de politie en het leger houden zich rustig, verveelden zich misschien wel kapot, net zoals de meeste andere mensen in het kamp.

Na ruim drie weken zie ik dat de rust die me eerst opviel, vooral verveling, misschien wel een soort berusting is van mensen die al maandenlang geen idee hebben hoe hun toekomst eruit zal zien. Moeten ze weer terug? Mogen ze verder Europa in? Waarheen dan? En wat betekent dat voor de rest van hun leven? Ze hebben het niet in eigen hand. De vriendelijkheid die me opviel is een behoefte aan normaal contact, afleiding misschien wel van de stress die het wachten oplevert. De klachten waar onze dokters met name mee te maken krijgen zijn slapeloosheid en andere stress-gerelateerde klachten. ’s Nachts begint het denken en malen. En dan staan ook die irritante lichten nog aan.

Terwijl ik op een prachtig leeg strand mijn gedachten probeer te ordenen, schrijf ik op wat me het meest geraakt heeft. Ik heb veel jonge mannen leren kennen hier in het kamp. Gasten van mijn eigen leeftijd. Zoals onze vertalers. Zonder hen zou er geen patiënt geholpen kunnen worden. Vertalen is niet alleen een kwestie van het omzetten van gesproken woorden. Het is ook begrijpen hoe een patiënt zich voelt, waar de dokter heen wilt en heel goed luisteren. Terwijl de vertalers wachten tot ze moeten vertalen, hangen ze rond bij de medische cabine, zijn ze aan het internetten op hun telefoon of kletsen ze met mij of een andere vrijwilliger over cultuurverschillen. Ze zijn net als ik tussen de twintig en dertig jaar, in de bloei van hun leven. Op zoek naar dingen, werk, liefde, een toekomst waarin ze hun energie en passie kwijt kunnen. De een is een oorlog ontvlucht, de ander probeert de armoede achter te laten en weer iemand anders vlucht voor corruptie en onderdrukking. Ze wachten al maanden op een antwoord op de vraag: hoe gaat mijn toekomst eruit zien?

Zittend op dit afgelegen strand denk ik na over mijn eigen toekomst. Ik vlieg alweer bijna terug naar Nederland en begin daarna aan een nieuwe baan waarvan ik verwacht dat die me zal gaan uitdagen. Waar ik al mijn energie in kwijt kan. Nog niet zo lang geleden zijn mijn vriendin en ik uit elkaar gegaan, een moeilijke beslissing, maar wel mijn eigen beslissing. Ik heb mijn toekomst in eigen hand. Het enige verschil tussen mij en deze jongens is de plek waar we geboren zijn. We delen vele interesses en idealen. Hebben allemaal dezelfde grote hoeveelheid energie die we kwijt moeten en willen dolgraag aan ons leven bouwen.

Bij het verwerken van een asielaanvraag krijgen vrouwen, kinderen en andere mensen die als kwetsbaar worden voorrang. Logisch natuurlijk. Ze worden als hun asielaanvraag wordt goedgekeurd hopelijk intensief begeleid. De meeste mensen die in het kamp blijven zijn echter jonge mannen. Vol energie om iets van hun leven te maken. Hun integratie zal hen in staat stellen om iets terug te geven aan de samenleving. Nieuwe ideeën en talent.

Ik denk dat het te beperkt is om het opnemen van vluchtelingen enkel te zien als een moreel vraagstuk. Als welvarend Europees land moeten we ons afvragen of we mensen die oorlog en onderdrukking ontvluchten moeten helpen. We kunnen het ook als een kans zien om nieuwe mensen met unieke talenten en ideeën op te nemen in onze maatschappij. Die hun uiteindelijk op hun eigen manier ook een bijdrage kunnen leveren aan onze samenleving. In het klein wordt dit op Samos gedaan door Stichting Bootvluchteling. Door deze jongens als vertaler in te zetten wordt hun potentie erkend. Zo is Stichting Bootvluchteling er niet alleen voor de aller-kwetsbaarsten.

Tekst: Erjo Beitler
Foto: Henk van Lambalgen

Een doordeweekse dag in het kamp op Samos

Het leven in het vluchtelingenkamp op Samos ziet er elke dag weer totaal verschillend uit. Het team van Stichting Bootvluchteling komt dagelijks met allerlei mensen en situaties in contact. Anne Frieling neemt je in deze blog mee in een doordeweekse dag op Samos.

Een jonge baby in het kamp
Een vader en moeder uit Congo en hun twee maanden oude baby zijn vandaag aangekomen in het vluchtelingenkamp. De vader is erg ongerust om zijn dochtertje. Gelukkig ziet de baby er tevreden en goed doorvoed uit, wat ook bleek na het wegen. Ik loop met het gezin naar de medische cabine om een infant paspoort te maken na het wegen en meten. Ik vraag de moeder hoe het met haar en de baby gaat. Ze zijn Franstalig, wat best lastig is voor hen. Niet veel mensen in het kamp spreken Frans, waardoor het lastig is om contact te maken met anderen. Bij alle hulpverlenende organisaties wordt Engels als voertaal gebruikt. Gelukkig beheers ik de Franse taal voldoende om een gesprek met ze te kunnen voeren.

De vader maakt zich enorme zorgen om de gezondheid van zijn kind in dit kamp. Hij vraagt naar Dettol om daarmee de kleren van de baby te kunnen ontsmetten. Hij is bang voor infecties. Ik leg hem uit dat hij een kerngezonde baby heeft, die bovendien borstvoeding krijgt waardoor zij extra goed is beschermd tegen infecties. Het lijkt de ouders wat gerust te stellen. Het is natuurlijk ook niet niks om met je jonge baby in een vluchtelingenkamp te verblijven.

Na een poosje komt vader weer bij mij. Hij zegt dat hij mij nodig heeft voor een probleem. Zijn hoofd zit zo vol. Hij heeft écht een medicament nodig. Of ik iets kan regelen. Ik vertel hem dat ik jeugdverpleegkundige ben en dat hij moet wachten bij de cabine van de arts. Maar telkens komt hij met zijn ongeruste smekende blik vragen of ik écht geen medicijnen kan geven. Ook voor zijn broer, want die heeft ook te veel onrust in zijn hoofd. Nadat hij een paar keer bij mij is geweest kiest hij eieren voor zijn geld en stappen de Afrikaanse broers in de rij voor de dokter. Af en toe een bedrukte blik naar mij werpend.

Kleuren in een nieuwe omgeving
Er zijn nieuwe mensen aangekomen in het kamp, waaronder negen kinderen. De mensen zitten te wachten voor de gezondheidscheck bij de dokter. Ze zien er bedrukt en vermoeid uit. Ik zie een vrouw met een klein meisje van ongeveer zestien maanden. Ze zijn zeer waarschijnlijk met de boot gekomen. De meeste vrouwen hebben dezelfde joggingbroeken aan.

De politie begeleidt de nieuwe mensen naar een bankje waar ze moeten wachten. Ik heb slechts één lachje gezien, toen ik het kleine kindje een kleurplaat en een stift gaf. Tussen de tekenende kinderen zit een oude man. Heel geconcentreerd een kleurplaat voor zijn kleindochter te kleuren. Alle stiften hebben geen dop meer. Een grote opvallende jongen vraag ik om mij te helpen de doppen weer op alle stiften te doen. Hij is denk ik verstandelijk beperkt. Iedere dag is hij bij onze cabine.

Het leven in het vluchtelingenkamp op Samos ziet er elke dag weer totaal verschillend uit. Het team van Stichting Bootvluchteling komt dagelijks met allerlei mensen en situaties in contact. Anne Frieling neemt je in deze blog mee in een doordeweekse dag op Samos.

Een Syrisch gezin
Het meisje van het gezin uit Syrië, dat moest vluchten nadat opa, oma en tante stierven door een bombardement, is weer bij de cabine. Ze is slim en spreek al goed Engels. Elke dag zit zij hier heel precies en heel lang te kleuren. Haar vader vertelde mij dat zijn zoontje niet slaapt en in de nacht erg angstig is. Hij is door de dokter doorverwezen naar het ziekenhuis in het centrum van Samos.

Het Koerdische jongetje
Er zijn een aantal kinderen aan het spelen voor de cabine. Ik zie dat er veel onrust is tussen de kleine jongetjes. Twee kleine jongetjes van vier of vijf jaar zijn aan het vechten. Als Mathieu, een mede-vrijwilliger, er eentje pakt en vasthoudt omdat hij zo tegenstribbelt komt het andere jongetje er weer aan en begint het andere jongetje weer te schoppen. Ik pak hem op en zet hem op een bankje.

Het jongetje dat Mathieu nog vast heeft probeert zich los te vechten. Ik zeg tegen Mathieu dat ik hem meeneem om te proberen hem met een boekje te kalmeren. Zodra ik hem optil klampt hij zich aan mij vast en blijft hij een hele tijd bij mij op schoot zitten. Hij is niet aanspreekbaar. Wil niets. Eigenlijk is hij toe aan schone kleding een bad. Hij ruikt naar urine en heeft snottebellen. Maar ik blijf hem over zijn rug aaien. Dat heeft hij blijkbaar nodig. En dan na een minuut of vijftien gaat hij van mijn schoot en gaat heel rustig een kleurplaat inkleuren. Later vertelt Ashly, de arts, dat ze dit jongetje kent. Hij is Koerdisch en wordt daardoor door de andere jongetjes steeds gepest.

Een papfles voor de baby
Een gezin dat vandaag is aangekomen komt met hun vijf maanden oude baby naar onze cabine. Samen met een tolk en Vanessa de arts gaan we naar binnen. Ik stel de ouders wat vragen en kleed de baby uit. Dan tijdens het meten begint de baby te huilen. Ze heeft honger. Omdat het kind zo huilt ga ik een flesje melk maken.
De fles is gesteriliseerd en ik ga snel naar moeder en kind. De baby weigert de fles en de ouders worden onrustig. Er moet nog pap in. Gelukkig hebben we dat. Dus snel ik terug naar de milkroom en maak er een papfles van. Ze drinkt er van. Het hoofdje meten doen we maar een andere keer. Het is koud buiten en ze hebben geen warme kleren voor het kind. Dus snel terug naar de tent.

Tekst: Anne Frieling
Foto: Anne Frieling

Een kopje thee tussen het prikkeldraad

De politie sluit de hekken van het kleine medische gebied in het kamp. Al onze vrijwilligers zijn nu ingesloten samen met de new arrivals. We kunnen geen kant meer op, omringd en ingesloten door hekken en prikkeldraad. Deze nieuwe mensen zijn drie uur geleden aangekomen op het eiland. Sommigen zitten, nog helemaal doorweekt van het water dat hun bootje in is geslagen, te rillen van de kou op de bankjes voor onze cabines. Onder de bankjes, naast hun modderige schoenen staan hun kleine, tevens met modder besmeurde rugzakken. In deze rugzakken zit hun hele leven: het zijn waarschijnlijk alle bezittingen die ze hebben meegenomen van de plek die ooit hun thuis is geweest. Er is een baby die niets anders kan dan huilen. De oudere kinderen hebben zichzelf onder geplast en ruiken alles behalve fris. Tussen ons in verspreid staat de politie. De vrouwen huilen en de mannen staren met holle lege ogen voor zich uit. De sfeer is gespannen, emotioneel en drukt op onze schouders. Wij, vrijwilligers, kijken elkaar aan. Vastberaden dit maal. Dít is het moment dat wij deze nieuwe mensen kunnen laten zien dat ze niet vergeten zijn in deze grote enge, wereld. Dít is het moment om hen te laten zien dat er vreemden op deze wereld zijn die om hen geven. Dít is het moment om ze een stukje menselijkheid terug te geven en onze handen uit onze mouwen te steken.

Wat een prachtig team hebben we. Met ons allen spreken we onder andere Arabisch, Frans en Engels. We bieden iedereen een warme kop thee aan. Voor de baby’s hebben we in de milkroom schone luiers, vochtige doekjes, sapjes, melk en cerelac. De kleine kinderen kunnen meteen naar onze dokters om ze een medische check te geven. We delen warme cerelac uit zodat de moeders hun hongerige en koude kinderen kunnen voeden. Ook de zachte, warme baby dekens komen tevoorschijn en worden weggegeven. We leggen onze elektrische deken op de grond en gaan spelletjes doen met de kinderen om die lach terug op hun gezichtjes te toveren. Door de grote hoeveelheid talen die we spreken, kunnen we vele vragen beantwoorden en maken we deze enge momenten voor de new arrivals iets minder beangstigend.

Na twee maanden zit ik weer thuis op de bank in Nederland afleveringen terug te kijken van het programma over boeren die op zoek naar de liefde. Met een kop thee naast me voelt het alsof ik nooit ben weg geweest. Het voelt bijna alsof afgelopen twee maanden niet gebeurd zijn, zo onwerkelijk lijkt alles nu.
Ik wil Stichting Bootvluchteling bedanken. Ik wil haar bedanken voor haar aanwezigheid op het eiland. Denkend aan Samos, weet ik hoe lastig het leven is voor sommige mensen in het kamp. Elke dag weer het eindeloze wachten. Het eindeloze wachten waarop eigenlijk? Niet wetend wat hen te wachten staat, zich meer dan ooit beseffend dat zij bijna alles achter laten, zijn zij op weg gegaan naar Griekenland. En daar staat hen eerst een leven omringd door hekken en prikkeldraad te wachten; een leven waarin zij soms de eerste, enge momenten nat en koud moeten doorbrengen in een dichte medische area.

En precies daar, net over die grens van Europa, staan de vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling de mensen in het kamp op te wachten. Elke dag weer, ongeacht of het een nationale feestdag, vrije dag of zondag is, zijn de milkroom en de medische cabine geopend. We zijn er altijd om een kop thee te geven, om vaders en moeders spullen voor hun baby te geven, om kinderactiviteiten te doen en om patiënten te zien. Het is een troostende gedachte dat nu ik er zelf niet meer ben, andere fantastische vrijwilligers weer precies hetzelfde zullen doen als ik gedaan heb. Het geeft me hoop dat er nu nog steeds mensen zijn die new arrivals een kopje thee zullen geven wanneer zij nog nat in de medische area zitten te rillen van de kou. En bovenal ben ik dankbaar dat er in het kamp vrijwilligers zijn met een troostende schouder en een luisterend oor, om daar waar het mogelijk is, een stukje menselijkheid terug te geven aan de mensen in het kamp, in een plek omringd door hoge hekken.

Tekst: Rozemijn Aalpoel
Foto: Arie Kievit

We hebben een wind van verandering nodig

Rozemijn schreef een blog over het leven in het vluchtelingenkamp op Samos. Vandaag, precies een jaar na de Turkije deal, is er nog niks veranderd en is de situatie nog steeds uitzichtloos.

Het leven is als de wind. Het komt, het gaat en net als de wind is het niet loyaal. Het gaat voorbij en voor je het weet gaat het aan je voorbij’, zeggen twee Iraanse dichters tegen mij, terwijl we met ons drieën staan te snotteren buiten in de medische area van de hotspot. De beste mannen zitten inmiddels al weer vijf maanden in de hotspot op Samos. Vijf maanden, omdat zij ooit hun eigen land hebben moeten ontvluchten door de woorden die zij met hun pennen hebben geschreven.

Ik denk terug aan het nieuws van de afgelopen week. ‘We komen ze halen!’ Is er nu ook geroepen in Brussel, nadat het Nederlandse demonstratie-initiatief zich heeft verspreid naar andere landen. Nederland heeft ooit beloofd om vóór eind 2017, 3797 vluchtelingen op te nemen als een gevolg van de toenemende migratiestroom in de grenslanden van Europa. Sinds februari 2016 zijn de eerste hotspots geopend in Europa. Een hotspot is een officieel vluchtelingenkamp aan de grenzen van Europa, waar vluchtelingen geïdentificeerd en geregistreerd worden. En vanuit waar ze oorspronkelijk – vóór het EU-Turkije akkoord is gesloten – zouden worden herverdeeld over Europa. Hotspots zouden het gemakkelijk moeten maken voor Nederland om de 3797 vluchtelingen te vinden die wij een verblijf beloofd hebben. Toch moeten we ze blijkbaar vanuit Den Haag en Brussel komen halen.

Er was een tijd, vóór het EU-Turkije akkoord is gesloten op 18 maart 2016, dat de hotspot op Samos een transitkamp was waar de meeste mensen, afhankelijk van hun vluchtredenen en hun kans op asiel, slechts enkele dagen verbleven waarna zij door konden reizen naar andere plekken. Het EU-Turkije akkoord is ooit in het leven geroepen om de migratiestroom naar Europa te ontmoedigen. Ja, het vijfde rapport van de Europese Commissie stelt inderdaad dat er minder vluchtelingen zijn die de tocht naar Griekenland maken en dat er minder mensen verdrinken op zee. Toch is er echter volgens de Europese commissie een groter aantal vluchtelingen dat Griekenland bereikt, dan die er volgens het akkoord weer terug gestuurd kunnen worden naar Turkije. En voor deze vluchtelingen in Griekenland wordt het leven na aankomst in de hotspots op stop gezet. Nadat de deal is gemaakt, is er veel veranderd in de hotspot op Samos. Wanneer mensen in een bootje naar Griekenland zijn gestapt en vervolgens geen familieleden in Europa hebben waarmee zij herenigd kunnen worden, heeft dit als gevolg dat zij vastzitten in de hotspots. In het beste geval kunnen zij slechts in Griekenland asiel aanvragen.

Na het sluiten van het akkoord zijn de transitfunctie van het kamp op Samos en de herverdeling van vluchtelingen over Europa gestopt. De oorspronkelijke herverdelingsfunctie van de hotspot staat op stil. Met als gevolg dat deze mensen vast zitten op dit eiland. Velen van hen al maanden. In een kamp dat slechts voor een paar dagen – hoogstens weken – was bedoeld, waarbij hun levens op pauze worden gezet. Hoewel het leven als de wind is, laten we het aan de mensen op Samos voorbij waaien. Elke dag hopen we voor eenieder in het kamp dat de richting van de wind gaat veranderen. Dat er een wind van verandering voorbij waait die mensen meeneemt naar een nieuw leven, een andere plek. Een leven waarin je weer vooruit kan gaan. Want het leven is niet loyaal, zoals de wind, en voor je het weet, waait het aan je voorbij. Dus ja, kom ze maar halen hier op Samos en neem ze op de wind mee naar Nederland.

Tekst: Rozemijn Aalpoel

Tandarts

Elke dag komt er een jonge man naar onze medische cabine, terwijl hij met zijn handen zijn kaken vasthoudt en huiverend wacht totdat wij de deur openen. Hij kan nauwelijks nog eten, omdat hij zoveel pijn heeft aan zijn tanden. Elke dag vragen we hem om zijn mond te openen, zodat we zijn rottende tanden kunnen besprenkelen met een spray om ze tijdelijk te verdoven, zodat hij tenminste hapjes avondeten naar binnen kan werken. Is het niet verschrikkelijk dat een man alleen kan eten, als we zijn mond tijdelijk van alle sensaties hebben ontdaan?

“Elke patiënt die we zien, heeft wel een probleem met zijn of haar tanden”, zegt één van de dokters op Samos. In onze medische cabine geven we advies over hoe de kampbewoners het beste om kunnen gaan met hun tandproblemen. Dit is echter slechts een middel om zo goed mogelijk met de pijn om te gaan. Helaas zijn we niet in staat om de oorzaken van de tandproblemen aan te pakken, of om de tanden te behandelen. In de toekomst breiden we ons advies wellicht uit naar informerende posters of informerende video’s buiten de cabine. Ook dit is echter geen oplossing voor het probleem.

Gelukkig hebben we samen met andere organisaties in het kamp het eindelijk voor elkaar gekregen om een tandartsen organisatie, Dentaid, hier naar toe te halen. We hebben een lijst opgesteld van patiënten met tandproblemen die allen naar hen zullen gaan voor een controle en een behandeling. De lijst bevat momenteel al meer dan zestig personen en wij zijn niet de enige organisatie die een lijst met tandpatiënten hebben gemaakt. Dentaid komt aankomende maandag en zal een week op het eiland verblijven. We kunnen alleen maar hopen dat hierna ook andere actoren in het kamp overtuigd zullen raken van de noodzaak van het hebben van een tandarts hier.

We weten zeker dat de persoon waarvan zijn tanden elke dag verdoofd moeten worden, zal worden behandeld volgende week. We zijn als organisatie erg blij om deze tandartsen te verwelkomen in het kamp: het werk dat zij zullen verrichten is meer dan nodig.

Tekst: Rozemijn Aalpoel
Foto: Bas Bakkenes
* De persoon op de foto is niet de man uit het verhaal

Gekleurd verhaal

Heel Nederland zag afgelopen weekend Jean schitteren op het podium van The Voice Kids. Ik zag het filmpje op Facebook voorbij komen en ik dacht direct: ‘Wat een mooi succesverhaal over vluchtelingen in Nederland.’ Nog geen drie dagen later blijkt een deel van het verhaal niet te kloppen en wordt een negatief stereotypebeeld wederom bevestigd. En dat terwijl ik vorige week zelf nog door drie vluchtelingenkampen ben gelopen en genoeg ellende zag om een boek vol te schrijven.

In Nederland werk ik voor Stichting Bootvluchteling op kantoor en verzorg ik onder andere de social media van de organisatie. Dagelijks krijg ik blogs van vrijwilligers in mijn inbox en lees ik over hun ervaringen op Lesbos en Samos. Het zijn vaak verdrietige verhalen over situaties die wij ons hier amper kunnen voorstellen. Het staat soms zo ver van je bed dat het makkelijk is om zo’n verhaal weer naast je neer te leggen.

Vorige week was ik op Lesbos en Samos om de vluchtelingenkampen en de projecten van Stichting Bootvluchteling met eigen ogen te zien. En geloof me, dat is toch anders dan zo’n blogje op kantoor lezen. Ik liep over een berg met 300.000 reddingsvesten langs de kust, van mensen die de gevaarlijke overtocht hadden gewaagd. Met een brok in mijn keel viste ik er een paar uit de berg. Sommige vesten waren met piepschuim gevuld en hadden totaal geen functie. ‘Wat ontzettend gemeen’, zei ik tegen mijn reisgenootje. ‘Mensen worden zelfs opgelicht met het kopen van reddingsvesten. Waarom bestaat dit?’ Het besef dat er afgelopen jaar meer dan 4500 mensen zijn verdronken bezorgde mij de rillingen.

In Nederland is er veel kritiek op de komst van deze mensen. Ik zag in deze kampen alleen maar droevige verhalen. Mensen die het koud hebben, pijn lijden of zichzelf iets aan doen. Mensen die hun familie zijn verloren en eenzaam zijn. Een aantal mensen die om politieke redenen gevaar lopen en niet eens een foto van zichzelf op Facebook kunnen plaatsen. Niemand komt naar Europa zonder reden. Ook Jean niet. Dat zijn verhaal deels niet klopt, is iets wat ik echt niet oké vind. Maar tegelijkertijd denk ik; er zijn zoveel vluchtelingen die al maanden in een tentje slapen, waar het koud is. In een kamp vol verschillende culturen en taalbarrières, gevuld met mensen die een hele nare reis achter de rug hebben. Mensen die ziek zijn, trauma’s hebben en waar de problemen alleen maar opstapelen. Als ik in zo’n situatie zou zitten, misschien zou ik mijn verhaal dan ook iets kleuren in de hoop op een fijne plek om te mogen wonen. Jij niet? Laten we niet te hard oordelen als we niet in zijn/haar schoenen hebben gestaan…

Voor de video zie hier: https://www.facebook.com/stichtingbootvluchteling/?fref=ts

Tekst + video: Evita Bloemheuvel

Foto: archief

De zwaarste dag

Gisteren was ik maar kort in het kamp. Ik ging samen met een patiënt uit het kamp naar een oogarts in de stad. We gingen met z’n vieren: de patiënt, een vertaler, een medevrijwilliger en ik.

De patiënt was een man van eind veertig met diabetes type 1. Hij had slecht zicht en de doktoren wilden dat een specialist hier naar zou kijken. Diabetes type 1 kan namelijk ook het zicht aantasten. We liepen door het kamp naar beneden om uiteindelijk in de stad uit te komen. De man had moeite met lopen en het duurde even voor we aankwamen.

Eenmaal aangekomen was de dokter nog met een patiënt bezig. Wij konden plaats nemen in de wachtkamer. Toen we binnen waren deed de oogarts wat metingen en testjes, maar zag al snel dat dit niet goed was. Hij wilde graag in de achterkant van het oog kijken (retina) en moest met druppels de pupil verwijden. Ondertussen vertelde de arts dat diabetes zo agressief kan zijn dat mensen hun zicht en zelfs hun oog kunnen verliezen. Onze vertaler vertaalde dit en de man werd heel stil. We moesten wachten in de wachtkamer tot de druppels hun werk hadden gedaan. De man begon te huilen. Om zijn verleden, om de angst dat hij zijn zicht volledig zou kunnen kwijtraken, om alles wat er op dit moment in zijn leven gebeurde.

Het verhaal achter de verdrietige man
Hij was nu zeven maanden in Griekenland. Gevlucht uit Syrië nadat hij zonder enige reden van straat was geplukt en in de gevangenis was gegooid. Hij vertrok ’s ochtends van huis om brood te halen voor zijn gezin en belandde vervolgens zes maanden in de gevangenis. In die maanden heeft hij veel mensen zien sterven in de gevangenis. Zelf kreeg hij al die tijd dat hij vastzat geen insuline, wat ook zijn dood had kunnen betekenen. Na zes maanden werd hij zo onverwachts als hij werd opgepakt ook weer op straat gezet en besloot hij te vluchten.

Athene
We probeerden hem te troosten, daar in die wachtkamer. We probeerden duidelijk te maken dat we er alles aan probeerden te doen om hem te helpen. Proberen, want meer dan proberen kunnen we niet. Na een tijdje was hij een beetje getroost en konden we voor het tweede onderzoek naar binnen. Daar werden de angsten die hij had bevestigd. Zijn linkeroog was er heel slecht aan toe, daar had hij bijna geen zicht meer mee. Zijn rechteroog functioneerde nog goed, maar begon ook al aangetast te raken door de diabetes. De arts vertelde dat in een normale situatie deze patiënten onder strenge controle stonden en dat operaties noodzakelijk waren. Zijn advies was om hem te laten behandelen in Athene, omdat deze behandelingen niet in Samos gedaan werden.

De man, heel nederig en stil, zei niets meer. Misschien was er nu een kans dat hij naar Athene zou gaan. We spraken met de man af om de volgende dag terug te komen naar de medische cabine om te bespreken wat de volgende stap zou zijn. Zo ontzettend veel ellende achter de rug en dan krijg je nog een trap na ook. Ik vond het een zware dag, misschien wel een van de zwaarste tot nu toe.

Tekst: Harma Oosting
Foto: Bas Bakkenes
*De man op de foto is niet de persoon uit dit verhaal