Chai, chai my friend

Thee is heel belangrijk, in talloze culturen wereldwijd. Zodra je culturen en continenten overschrijdt verandert de naam, maar het is altijd herkenbaar: thee, thé, tea, té, shai, chai. Het drinken van thee is een troostrijk ritueel waarmee zo velen bekend zijn. Het dient geen daadwerkelijk medisch doel al wordt erop vertrouwd dat het wel een helende werking heeft. Thee wordt gemist als het niet beschikbaar is. In de hotspot op Samos is het niet anders.

Bovenaan onze lijst van prioriteiten staat het verlenen van medische zorg aan de meer dan duizend vluchtelingen. We doen dit in de helft van de medische post, die we delen met een andere organisatie. Kort daarna volgt de verzorging van baby’s en jonge kinderen: melk, flessen steriliseren, luiers, talkpoeder en alle andere dingen die de ongeveer 285 baby’s en kinderen nodig mochten hebben. Onderwijs is een goede derde en wordt gegeven op meerdere locaties binnen en buiten de hotspot. Kinderactiviteiten zoals tekenen en kleuren vinden plaats op een oude deken, op de grond in het medische gedeelte.

De laatste prioriteit op ons lijstje is het uitdelen van thee. Het is meer een bijkomstigheid, iets dat je doet als tijd en middelen beschikbaar zijn. Voor veel bewoners in het kamp daarentegen staat het hoog op de lijst, waarbij alleen voedsel en onderdak belangrijker zijn. Iedere nieuwkomer in het kamp krijgt een oranje plastic beker, hun gegevens worden genoteerd en hun naam wordt op de kop geschreven met onuitwisbare stift. Het lijkt een beetje op een kleuterschool, maar niemand hier lijkt bezwaar te maken. Ik vul de bekers met thee uit de enorme gemeenschappelijke ketel en deel ze uit door het raam, waar ze worden aangenomen met dankbare knikjes, glimlachjes en zo nu en dan ‘thank you’ of ‘shukran’.

Gedurende de avond verschijnen er regelmatig handen in het raam die oranje bekers vastklampen, vergezeld van dringende uitroepen ‘chai, chai, my friend’. Thee is voor deze mensen belangrijk en het voelt voor hen zo nodig, als melk voor baby’s. Terwijl ik een beker aanneem van een jonge Pakistaan, vertel ik hem dat we hier geen chai hebben, alleen maar thee, wil hij thee? Hij neemt zijn beker terug en draait zich om, vol afschuw en teleurstelling, maar twee van zijn vrienden duwen hem lachend terug, terwijl ze snel uitleggen in Urdu dat ik een grapje maak en dat het gewoon hetzelfde is. Van zijn vriend, die beter Engels spreekt, hoor ik dat ze de vorige dag zijn aangekomen en dat de andere Pakistani in hun cabine hen vertelden dat ze hier bekers en thee kunnen krijgen. Als ik hem vraag hoe de thee is, zegt hij dat het niet slecht is, maar dat er suiker in moet. Ze lijken allemaal ernstig te lijden onder dit gebrek aan suiker, maar niet genoeg om de thee af te wijzen.

Met slechts een handvol theezakjes, een doos oranje bekers en soms een citroen als die er is, is deze kleine service van ons duidelijk een grote troost voor de bewoners van het kamp. Als een grootverbruiker van thee vond ik het altijd vanzelfsprekend dat er thee voorhanden is. Maar sinds mijn ervaring in het kamp zal ik het voor altijd associëren met de mannen en vrouwen hier die zoeken naar een nieuw, veiliger leven in Europa. Ik verzeker ze, dat als ze ooit langs mijn huis lopen, ik de ketel voor ze op zet.

Tekst: een vrijwilligster van Stichting Bootvluchteling op Samos