Een doordeweekse dag in het kamp op Samos

Het leven in het vluchtelingenkamp op Samos ziet er elke dag weer totaal verschillend uit. Het team van Stichting Bootvluchteling komt dagelijks met allerlei mensen en situaties in contact. Anne Frieling neemt je in deze blog mee in een doordeweekse dag op Samos.

Een jonge baby in het kamp
Een vader en moeder uit Congo en hun twee maanden oude baby zijn vandaag aangekomen in het vluchtelingenkamp. De vader is erg ongerust om zijn dochtertje. Gelukkig ziet de baby er tevreden en goed doorvoed uit, wat ook bleek na het wegen. Ik loop met het gezin naar de medische cabine om een infant paspoort te maken na het wegen en meten. Ik vraag de moeder hoe het met haar en de baby gaat. Ze zijn Franstalig, wat best lastig is voor hen. Niet veel mensen in het kamp spreken Frans, waardoor het lastig is om contact te maken met anderen. Bij alle hulpverlenende organisaties wordt Engels als voertaal gebruikt. Gelukkig beheers ik de Franse taal voldoende om een gesprek met ze te kunnen voeren.

De vader maakt zich enorme zorgen om de gezondheid van zijn kind in dit kamp. Hij vraagt naar Dettol om daarmee de kleren van de baby te kunnen ontsmetten. Hij is bang voor infecties. Ik leg hem uit dat hij een kerngezonde baby heeft, die bovendien borstvoeding krijgt waardoor zij extra goed is beschermd tegen infecties. Het lijkt de ouders wat gerust te stellen. Het is natuurlijk ook niet niks om met je jonge baby in een vluchtelingenkamp te verblijven.

Na een poosje komt vader weer bij mij. Hij zegt dat hij mij nodig heeft voor een probleem. Zijn hoofd zit zo vol. Hij heeft écht een medicament nodig. Of ik iets kan regelen. Ik vertel hem dat ik jeugdverpleegkundige ben en dat hij moet wachten bij de cabine van de arts. Maar telkens komt hij met zijn ongeruste smekende blik vragen of ik écht geen medicijnen kan geven. Ook voor zijn broer, want die heeft ook te veel onrust in zijn hoofd. Nadat hij een paar keer bij mij is geweest kiest hij eieren voor zijn geld en stappen de Afrikaanse broers in de rij voor de dokter. Af en toe een bedrukte blik naar mij werpend.

Kleuren in een nieuwe omgeving
Er zijn nieuwe mensen aangekomen in het kamp, waaronder negen kinderen. De mensen zitten te wachten voor de gezondheidscheck bij de dokter. Ze zien er bedrukt en vermoeid uit. Ik zie een vrouw met een klein meisje van ongeveer zestien maanden. Ze zijn zeer waarschijnlijk met de boot gekomen. De meeste vrouwen hebben dezelfde joggingbroeken aan.

De politie begeleidt de nieuwe mensen naar een bankje waar ze moeten wachten. Ik heb slechts één lachje gezien, toen ik het kleine kindje een kleurplaat en een stift gaf. Tussen de tekenende kinderen zit een oude man. Heel geconcentreerd een kleurplaat voor zijn kleindochter te kleuren. Alle stiften hebben geen dop meer. Een grote opvallende jongen vraag ik om mij te helpen de doppen weer op alle stiften te doen. Hij is denk ik verstandelijk beperkt. Iedere dag is hij bij onze cabine.

Het leven in het vluchtelingenkamp op Samos ziet er elke dag weer totaal verschillend uit. Het team van Stichting Bootvluchteling komt dagelijks met allerlei mensen en situaties in contact. Anne Frieling neemt je in deze blog mee in een doordeweekse dag op Samos.

Een Syrisch gezin
Het meisje van het gezin uit Syrië, dat moest vluchten nadat opa, oma en tante stierven door een bombardement, is weer bij de cabine. Ze is slim en spreek al goed Engels. Elke dag zit zij hier heel precies en heel lang te kleuren. Haar vader vertelde mij dat zijn zoontje niet slaapt en in de nacht erg angstig is. Hij is door de dokter doorverwezen naar het ziekenhuis in het centrum van Samos.

Het Koerdische jongetje
Er zijn een aantal kinderen aan het spelen voor de cabine. Ik zie dat er veel onrust is tussen de kleine jongetjes. Twee kleine jongetjes van vier of vijf jaar zijn aan het vechten. Als Mathieu, een mede-vrijwilliger, er eentje pakt en vasthoudt omdat hij zo tegenstribbelt komt het andere jongetje er weer aan en begint het andere jongetje weer te schoppen. Ik pak hem op en zet hem op een bankje.

Het jongetje dat Mathieu nog vast heeft probeert zich los te vechten. Ik zeg tegen Mathieu dat ik hem meeneem om te proberen hem met een boekje te kalmeren. Zodra ik hem optil klampt hij zich aan mij vast en blijft hij een hele tijd bij mij op schoot zitten. Hij is niet aanspreekbaar. Wil niets. Eigenlijk is hij toe aan schone kleding een bad. Hij ruikt naar urine en heeft snottebellen. Maar ik blijf hem over zijn rug aaien. Dat heeft hij blijkbaar nodig. En dan na een minuut of vijftien gaat hij van mijn schoot en gaat heel rustig een kleurplaat inkleuren. Later vertelt Ashly, de arts, dat ze dit jongetje kent. Hij is Koerdisch en wordt daardoor door de andere jongetjes steeds gepest.

Een papfles voor de baby
Een gezin dat vandaag is aangekomen komt met hun vijf maanden oude baby naar onze cabine. Samen met een tolk en Vanessa de arts gaan we naar binnen. Ik stel de ouders wat vragen en kleed de baby uit. Dan tijdens het meten begint de baby te huilen. Ze heeft honger. Omdat het kind zo huilt ga ik een flesje melk maken.
De fles is gesteriliseerd en ik ga snel naar moeder en kind. De baby weigert de fles en de ouders worden onrustig. Er moet nog pap in. Gelukkig hebben we dat. Dus snel ik terug naar de milkroom en maak er een papfles van. Ze drinkt er van. Het hoofdje meten doen we maar een andere keer. Het is koud buiten en ze hebben geen warme kleren voor het kind. Dus snel terug naar de tent.

Tekst: Anne Frieling
Foto: Anne Frieling