Hulpverlener Marijke op Lesbos: ‘Zelfs mensen met zware trauma’s kunnen niet worden geholpen ’

De situatie in het overvolle vluchtelingenkamp Moria op Lesbos loopt de spuigaten uit. Een brand waarbij een moeder en kind omkwamen, maakte dit recent nog eens gruwelijk duidelijk. Ondertussen wonen hier 13.000 veelal getraumatiseerde vluchtelingen. Psychosociaal hulpverlener Marijke Menninga zag de situatie voor haar ogen verslechteren. ‘Het is hier totáál onleefbaar.’

Met een dubbel gevoel gaat pedagoog Marijke (28) weer naar huis. Ruim een half jaar was zij op Lesbos als coördinator van de psychosociale projecten van Stichting Bootvluchteling, waaronder een school in kamp Moria en psychische ondersteuning aan getraumatiseerde vluchtelingen. ‘De situatie in Moria was altijd al heel slecht, maar is de afgelopen weken nog veel verder verslechterd. Veel verder dan ik me had kunnen voorstellen’, vertelt Marijke op haar laatste dag op Lesbos. ‘Er zijn gigantische hoeveelheden mensen, zo’n 13.000 op het moment, maar de voorzieningen zijn berekend op 3.000 mensen. Er zijn onvoldoende tenten, mensen slapen op matjes of op karton in de open lucht. Ook sanitair, voedsel, gezondheidszorg en onderwijs is er niet genoeg. Mondjesmaat worden vluchtelingen overgeplaatst naar het Griekse vasteland. Maar er komen zoveel mensen bij, dat we telkens terug bij af zijn.’

Overvol
De huidige situatie maakt veel indruk op de Groningse. Met name de grote psychische problematiek die zij ziet, baart haar zorgen. ‘Die zie je hier altijd, maar met zoveel mensen in het kamp zijn de voorzieningen zó overbelast, dat zelfs mensen met zeer forse psychische klachten niet gezien kunnen worden.’ Ondertussen wachten vluchtelingen in kamp Moria vaak maanden tot zelfs jaren op het vervolg van hun asielprocedure. Marijke zag dagelijks wat dit met mensen doet. ‘Het maakt hopeloos en moedeloos. Soms krijgen ze na acht maanden in Moria te horen dat hun eerste gesprek pas eind 2020 is. Mensen willen zo verschrikkelijk graag een veilig bestaan opbouwen, maar zitten hier vast en kunnen niets. Zij weten niet of ze straks misschien moeten terugkeren naar het land waar zij hun leven vreesden. Die dagelijkse onzekerheid te midden van deze verschrikkelijke leefomstandigheden, maakt mensen echt kapot.’

Mensen willen zo verschrikkelijk graag een veilig bestaan opbouwen, maar zitten hier vast en kunnen niets.

Om mensen steun te bieden in hun psychische nood, biedt Stichting Bootvluchteling supportgroepen, legt Marijke uit. ‘Trauma’s kunnen wij hier niet behandelen, maar wél kunnen we mensen handvatten bieden om staande te blijven in hun vreselijk ingewikkelde situatie. Daarbij werken we met vertalers, zodat mensen zich in hun moedertaal kunnen uiten. Ook doen we praktische ademhalings- en ontspanningsoefeningen, om mensen te helpen enige ontspanning te vinden in hun lijf en in hun hoofd.’

Marijke Menninga.

Beter slapen
Voelt het bieden van praktische handvatten aan getraumatiseerde mensen soms niet als pleisters plakken op een gapende wond? Marijke zucht en lacht. ‘Ja, soms wel. Want ja, de wond is zeker gapend. Maar een pleister is wel iéts. Na afloop van onze groepssessies bedanken de deelnemers je zó hartelijk. Als ik vraag hoe ze het vonden, zeggen ze vaak: dit was een uur van rust. Eén van de vrouwen vertelde me dat ze de oefeningen elke avond in haar tentje herhaalt, waardoor ze ‘s nachts iets beter kan slapen. Dan weet ik: dit is waar we het voor doen.’

Toch voelt ze zich soms ook machteloos. ‘We kunnen maar een klein deel van de mensen helpen. Op structureel niveau kan ik niets aan de situatie veranderen, dat is aan de politiek. Maar ik kan er wél voor proberen te zorgen dat het bestaan hier één procent minder mensonwaardig wordt.’

Als ik vraag hoe ze het vonden, zeggen ze vaak: dit was een uur van rust.

Rug tegen de muur
Ondertussen zeggen critici dat hulporganisaties de vluchtelingencrisis in stand houden door mensen te blijven helpen. ‘Dat idee van aanzuigende werking, daar geloof ik niet in. Want de situatie hier is totáál onleefbaar. De mensen die ik zie en spreek zijn op de vlucht voor iets dat nog vele malen erger is. Zij vreesden voor hun leven of dat van hun kinderen. Als je zó bang bent dat je ervoor kiest om de zee over te steken in zo’n bootje, dan heb je niets te verliezen. Mensen denken vaak dat vluchtelingen de keus hebben om te denken: zal ik eens gaan, of zal ik eens niet gaan. Maar deze mensen hebben geen keus, ze staan met hun rug tegen de muur.’

Hoe blijf je zelf op de been als jonge hulpverlener, onder zulke hevige omstandigheden, met gedachte dat je niet iedereen kunt helpen? ‘Soms vind ik dat wel zwaar. Maar als ik mensen spreek in onze programma’s die mij vertellen hoe belangrijk het voor hen is, zie ik: het is het waard, we moeten volhouden. Ik hoop dat wij de mensen in Moria de garantie kunnen bieden dat wij er blijvend zullen zijn met onze medische en psychosociale zorg. Met de nodige fondsen kunnen we dit garanderen. Zolang het nodig is, willen wij elke dag kunnen klaar staan.’

Wil jij ons werk steunen zodat wij getraumatiseerde vluchtelingen in kamp Moria medische en psychosociale zorg kunnen blijven bieden? Geef dan via www.bootvluchteling.nl/doneer.

 

 

Beeld: Leonie Linotte, Kenny Karpov en Arjan Lock.