Interview met support crew vrijwilliger Helen

Iedere avond tot middernacht is het medische team in Moria om hulp te bieden aan de mensen die dat nodig hebben. Met een team van 5 tot 7 medisch getrainde vrijwilligers en 2 support crew vrijwilligers, worden vluchtelingen geholpen met acute problematiek, verwondingen, paniekaanvallen, andere psychische problemen en basale medische hulp. Een belangrijk onderdeel van het aanbieden van deze hulp is het organiseren van de rij van patiënten. Dit onderdeel noemen wij ‘support crew’.

Elke avond staan twee vrijwilligers van Stichting Bootvluchteling voor de medische cabine en praten ze met de mensen uit Moria die staan te wachten op hulp. Ik spreek met één van hen: Helen O’Dowd (33). Helen is naar Lesbos afgereisd om voor 6 weken te assisteren bij het medische werk. Interessant genoeg heeft Helen zelf geen medische werkachtergrond. Ze is een leerkracht in het voortgezet onderwijs in het Verenigd Koninkrijk. Helen vertelt me: “I work as a secondary teacher for youngsters aged 12-18. I work with those who come from a poor socioeconomic background, and help them to develop socially and educationally .

Helen kwam in 2017 ook al op Lesbos als vrijwilliger om deel uit te maken van het psychosociale (PSS) team. Daar had ze het erg naar haar zin. Maar nadat ze bij een andere organisatie op Lesbos als crowd controller ervaring had opgedaan, kwam ze in juli 2018 weer bij Stichting Bootvluchteling uit. Helen legt uit: “The PSS team is great, and the work is amazing. However, I really wanted to add my experience as a crowd controller and my background with youngsters with special needs to the medical team.” Haar sociale vaardigheden en ervaring vormen een waardevolle toevoeging aan het werk van het medische team.

Maar wat doet een support crew vrijwilliger eigenlijk? Helen legt me uit dat het gaat om het managen van mensen. De support crew vrijwilligers zorgen ervoor dat er door de medici beoordeeld kan worden welke patiënten met spoed gezien moeten worden en leiden het wachten van de mensen in goede banen. Hoewel er medische hulp wordt aangeboden in Moria gedurende de dag, staan er iedere avond grote groepen mensen voor het hek van de medische cabine. Op een plek met onvoldoende voorzieningen, waar er bijna geen ruimte is om tot rust te komen en mensen soms overdag nog proberen te slapen, is het niet meer dan logisch dat de onrust in de avond toeneemt.

De onrust neemt ’s avonds vooral toe wanneer het donker begint te worden. Om negen uur worden veel zieke kinderen gebracht. De reden hiervoor is dat kinderen niet willen of kunnen slapen vanwege Harara (koorts). Daarnaast hebben veel mensen uit Moria te maken met psychische problematiek. Het begin van de avond en de duisternis van de nacht verslechtert de toestand van veel mensen.

Vertalers uit het kamp zelf helpen Helen om te communiceren met de grote menigte voor het hek van de medische cabine. Doordat de mensen uit Moria zoveel verschillen in afkomst, lopen de talen ook uiteen. Helen legt uit dat het werk van de vertalers onmisbaar is en misschien wel belangrijker dan haar werk. De vertalers komen uit de gemeenschappen in Moria en zijn daarom personen die worden vertrouwd door de patiënten. Ook levert het werk van de vertalers de kans om in gesprek te gaan en de tijd te nemen om uit te leggen wanneer iemand wel of niet kan worden geholpen. Helen legt uit dat het werk draait om het creëren van een vriendschappelijke sfeer en gebruik maken van empathie en affectie. Ze vind de grote menigten en de groepen mannen die hulp eisen niet intimiderend: “I am a short girl, so I am not intimidating for them. Also, their culture is really respectful for women. I always try to listen carefully and give them time and attention. Then I explain to them why I need to make the choice to let them through or have to make them wait”. Het nee-zeggen vind ze daarom ook niet per se moeilijk. Ze zegt geen nee tegen de persoon, maar selecteert samen met de medici wie dringend hulp nodig heeft en wie kan wachten. Wanneer je de tijd neemt om de situatie uit te leggen met de hulp van een vertaler – iemand die de taal spreekt van de persoon met een klacht – zijn ze al veel sneller bereid om echt te luisteren en je te respecteren. “Omdat wij hen respecteren.”

Op het moment dat ik Helen spreek, moet ze nog maar één shift draaien voordat ze naar huis terugkeert. Ik vraag haar wat ze het meest heeft geleerd van haar tijd in Moria als support crew vrijwilliger. Ze antwoordt dat respect niet zomaar wordt gegeven. Je moet respectvol omgaan met mensen en hun cultuur, tijd nemen en proberen om ze gerust te stellen in hun eigen taal. Moria is daarbij niet alleen maar verdriet en tragedie. Door de donkerheid in Moria heen heeft ze geleerd dat er ook veel plezier in het kamp is. “Moria is my home from home. I have family here now. I will come back for sure.”

Tekst: Roëlle de Bruin-Boonstra
Foto’s: Roëlle de Bruin-Boonstra (foto 1), Kenny Karpov (foto 2 en 3)