Kos – Kinderen in de cel

Vandaag is het donderdag, ik ben inmiddels een week op dit prachtige eiland met twee gezichten. Vanmorgen maar uitgeslapen om weer net wat fitter te worden. Vandaag wordt ons team versterkt met vier nieuwe dames. Wij zijn nu met acht vrijwilligers en er komen er nog twee bij binnenkort.

De dag is als de meeste dagen, voorbereiding, uitdelen water, fruit en goederen.
Vanmiddag ga ik met Hans naar de UNHCR-meeting in het Tritonhotel. Hier zijn de meeste organisaties vertegenwoordigd.
We behandelen diverse agendapunten als het gaat om de migranten, van aankomst tot aan het vertrek, van hulp tot aan veiligheidspunten.
Ik ontvang een berichtje van mijn collega, er zouden minderjarige jongens op de kade verblijven.

Ik heb in een eerder bericht al gesproken over de schrijnende situatie in de politiecellen en dat daar kinderen vast zouden zitten. Dit klopt inderdaad, een dag of drie geleden zaten er in een cel met 16 mannen, die verdacht worden smokkelaar te zijn, geen papieren op zak hebben, zeven jonge jongens van ongeveer 14 tot 17 jaar jong. Deze kinderen zitten hier omdat minderjarigen zonder begeleiding in Griekenland onder toezicht moeten worden gehouden van een politieagent. Aangezien de personele bezetting niet erg hoog is, zetten ze de kinderen hier ter bescherming dus vast in een cel.

Als je het politiebureau binnenkomt is er een binnenplaats met een boom in het midden. Hier komen dagelijks de vele vluchtelingen, die bij de keet van Frontex zich hebben laten registreren na aankomst op Kos. Buiten staat een rij te wachten totdat hun nummer aan de beurt is.

Deze binnenplaats kijkt uit op de drie cellen die met een groot traliewerk een vieze gore cel herbergen. Overal zit donkere drap aan de muren, elektrische bedrading komt uit het plafond.
De eerste twee cellen lijken mee te vallen, zien er qua meters ervoor redelijk schoon uit. Loop je wat verder naar achter dan moet je door nog een traliewerkhek heen en kom je op een betonnen binnenpleintje van ongeveer 5 bij 5 meter. In het midden zit een gat. Eromheen komt een nat stinkend spoor van water en stront je tegemoet en glijdt net als dikke appelmoes langzaam naar het gat. Onder het grote vierkante gat in de muur met het middeleeuws traliewerk ervoor staat een groot vuilnisvat, overlopend van viezigheid en afval. Honderden vliegen erop en er staat zelfs schimmel op het oude afval.

De gezichten kijken je verward en hoopvol tegelijk aan, ze steken hun handen door de tralies, zoekend naar die paar appels en bananen die je te bieden hebt.
Het water en fruit dat wij aan hen geven is eigenlijk het enige dat ze op een dag krijgen, plus nog een klein blikje met rijst. Meer dan dit is volgens hen niet het geval.
Tot overmaat van ramp zijn deze gevangenen overgeleverd aan de nukken en grillen van de agenten die allemaal anders handelen afhankelijk van hun goede of slechte humeur van die dag.
In de ochtend mag ik naar binnen, we delen appels uit en water. Ik praat wat met de mannen die geven aan dat er niets wordt gedaan aan hun problemen. Ze hebben een dokter nodig, maar die komt maar niet, ze praten zelfs over plannen van sommigen om aan de elektrische bedrading te gaan hangen. Dan is hun ellende over. Sommigen zitten er al weken achter elkaar.
In de middag vol goede moed weer naar de dienstdoende agent gegaan voor toestemming om naar binnen te gaan. Helaas, zijn kop stond er niet naar. We mochten het e.e.a. neerzetten en dan zouden zij het wel uitdelen. Mijn ervaring was dat dit niet gedaan werd, alles blijft staan, in het oog van de gevangenen, ze staan erbij en kijken ernaar.
En precies in die derde cel worden de minderjarigen vastgezet. Vreselijk!

In de vergadering breng ik dit punt aan, er is een vertegenwoordiger van de burgemeester aanwezig met een tolk. Er wordt hoge prioriteit gegeven aan dit punt, maar dit kan nog enige tijd op zich laten wachten. Het baart mij meer dan grote zorgen.

Het beeld van de minderjarige kinderen op de kade spookt door mijn hoofd. Wat als zij nu ook worden vastgezet in die vreselijke cel.
Na de meeting gaan we naar de kade en er zit inderdaad een groepje kinderen. Het zijn er vier met een volwassene erbij. Het is hun zwager of oom, althans dat zeggen ze.
We moeten zorgen dat ze veilig en wel de nacht kunnen doorbrengen en dat de regels worden gevolgd. We regelen een slaapplaats in de “jungle”. Dit is het park achter het politiebureau. Hier staan de tenten van het MSF (Artsen zonder grenzen). We nemen het groepje mee en bellen het UNHCR. Zij regelen tenten en wat noodspullen voor de kids. Het is donker in het park en het stinkt er naar vloeistof die je in een chemisch toilet doet. Een penetrante lucht die prikt in je neus en ogen. Hans en ik zetten de tenten op en met mijn ervaring van onze vakantie in Frankrijk deze zomer gaat dit ons best goed af. Twee tenten, slaapzakken, wat toiletspullen en dat is het. Een jongen zegt: “I’m hungry!”, ik heb met hem te doen en stel mij voor dat Stan(mijn zoon van 12) alleen ergens in een vreemd land zou zijn, op zichzelf aangewezen. Onbeschrijflijk, wat is dit zielig voor deze jongens.

We besluiten bij Noah’s ark wat rijst en vlees te bestellen voor ze. Ik ontvang een berichtje van Hannah(UNHCR), ze komen met een “interpreter” om 23.30 uur naar het park om de jongens verder te begeleiden naar Frontex en te helpen bij hun registratie.

Als we aankomen bij hun tenten is het stil. Ze zijn allemaal in slaap gevallen, een dag van gevaar, ontlading en nieuwe gevaren is hun iets te veel geworden.
We maken ze helaas weer wakker, we moeten wel, ze moeten zich laten registreren, we hebben een warme maaltijd voor ze. Ondanks het bestek dat we meebrachten vallen ze als hongerige wolven aan en eten met hun blote vieze handen de rijst en het halal-vlees.

De mensen van UNHCR zijn er, ze ondervragen de kinderen om meer te weten te komen over herkomst en of de banden met de volwassenen zuiver zijn en reden geven om ze niet te hoeven insluiten.

Ik bid dat ik ze vandaag niet tegenkom in cel 3.
We gaan terug naar het appartement, we zijn moe…

Door Steph van Namen