Leros – Lepeltje-lepeltje met doodzieke vluchteling

Het is de tweede dag dat Peter en ik op Leros zijn. Na de normale werkzaamheden in het kamp (zoals het uitdelen van het ontbijt en wat schoonmaakwerk) worden Peter en ik naar de haven geroepen. Er zijn nogal veel vluchtelingen tegelijk binnengekomen en wij kunnen daar met ons vers gedrukte doktersdiploma van toegevoegde waarde zijn.

Veel van hen hebben hiervoor al enkele dagen op het legereiland Farmakonisi gezeten zonder eten of drinken, waarbij het hen ook verboden werd door de aanwezige militairen vuur te maken om zich warm te houden. Wij kunnen hen gelukkig helpen door dekens en voedsel uit te delen en met het desinfecteren en (opnieuw) verbinden van net opgelopen of enkele dagen lang verwaarloosde wonden. Zo gaat onze aandacht uit naar een jongeman met een op het eerste gezicht veel te dik verbonden voet. In gesprek met hem en na nader onderzoek blijkt de voet en het onderbeen echter van zichzelf enorm gezwollen als gevolg van een granaatinslag. De man had er wel enige zorg voor gehad toen het net gebeurd was, maar was de antibiotica in zee verloren die hij ter infectiepreventie had. Enigszins geschrokken van zo´n directe confrontatie met de gevolgen van oorlogsgeweld helpen wij de man. Wij desinfecteren de wond en bellen met het lokale departement van Artsen Zonder Grenzen om nadere zorg te organiseren.

Terwijl wij beide nog enkele vluchtelingen zo goed als mogelijk met de beperkt aanwezige middelen helpen, wordt Peter gebeld door de mensen van Artsen Zonder Grenzen. Boodschap: in het lokale ziekenhuis ligt een ernstig zieke vluchteling in levensgevaar. Het is noodzakelijk dat hij naar een groter ziekenhuis wordt verplaatst en dat hij op deze trip door een arts vergezeld moet worden.

Dit alles wordt mij verteld door Peter, terwijl ik een wond aan het verbinden ben en maar half de situatie overziend zeg ik dat ik wel met hem mee zal gaan. Zodra ik weg kan, ga ik naar de ruimte in het kamp waar AzG (niets meer dan een voormalig keukentje in een vervallen schoolgebouw) zich heeft gevestigd. Ik word verder ingelicht over de situatie ik hoor dat de man niet naar een nabij gelegen eiland kan, maar helemaal naar Athene moet, een reis die per boot tien uur heen en tien uur terug zou duren met een dag ertussen in Athene. Daar schrik ik wel van, want het zal wel een erg lange afwezigheid op Leros betekenen. Na enig overleg met mezelf en onze fantastische coördinator Frederieke besluit ik het te doen.

In het ziekenhuis ontmoet ik de patiënt, een vriendelijke Syrische man van een jaar of 50 die nauwelijks Engels spreekt. We maken hem met handen en voeten duidelijk wat het plan is. Zijn arts instrueert mij verder over de nodige medische zorg en we nemen verschillende scenario’s door. Zijn dokter legt mij uit hoe ernstig de situatie is en dat de man voor overleven afhankelijk is van continu zuurstoftoediening in hoge dosering en regelmatige toediening van medicatie.

Even lijkt het erop dat de man niet mee mag naar Athene, omdat zijn papieren nog niet rond zijn. Na wat druk van onze kant, blijkt dit gelukkig toch te lukken. Diezelfde avond stap ik aan boord. Hier word ik aangesproken door bootpersoneel die zich er helemaal niet lekker bij voelen dat zo’n zieke man mee moet. Ik probeer hen de situatie uit te leggen en schoorvoetend en simpelweg door gebrek aan keuze gaan ze akkoord. Ik loop naar de kamer die voor ons is geboekt door AzG en tref onderweg de man aan in een rolstoel met een zuurstoftank. We worden begeleid naar de kamer; een knusse cabine van nog geen tien vierkante meter. Hierin moeten de man en ik, met onze bagage en de enorme zuurstoftank de komende tien uur doorbrengen en naar het lijkt zo ongeveer lepeltje-lepeltje gaan liggen.

Ik zorg dat de man zo comfortabel mogelijk ligt, installeer de zuurstoftank en geef hem de benodigde medicatie. De man maakt mij duidelijk dat zijn familie ook op de boot is. Na enig zoekwerk en met wat hulp van het bootpersoneel vind ik hen en hebben we in een mengelmoes van Arabisch, Engels en mijn bij het bordspel van “Hints” aangeleerde kwaliteiten gezellig de eerste twee uur op de boot doorgebracht… met zes man in de mini-cabine. De familie toont zich erg dankbaar en ondanks mijn pogingen om duidelijk te maken dat het niet hoef word ik voorzien van jus d’orange, thee en snoepjes van hun vermoedelijk nogal beperkte budget. De rest van de nacht brengen de Syriër en ik door zonder al te veel gesprekken, mede door zijn benauwdheid, die ik af en toe wat kan verlichten met medicatie. Zelf krijg ik maar weinig slaap, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door de dankbaarheid van de man en zijn familie.

Om 8 uur ’s ochtends komen we veilig aan in Athene, waar ik de man overdraag aan de ambulance. Ik krijg een stevige hand, een omhelzing en een zoen van de man. Zijn familie vertel ik naar welk ziekenhuis hij wordt gebracht. Zo vlot als het allemaal georganiseerd is, zo snel is het ook weer afgelopen. Vermoeid, maar met een goed gevoel breng ik de dag door in Athene, waar ik nog een verrassend mooi vluchtelingenkamp bezoek, voordat ik die avond de boot terugpak naar Leros.

Op de boot krijg ik per telefoon al een waarschuwing van Peter dat er 1000 vluchtelingen op mij zitten te wachten in de haven. Dit blijkt het begin van een nogal stressvolle periode op het eiland, maar dat is een verhaal voor een andere keer. Met het mooie beeld van de o zo dankbare Syriër en zijn familie in gedachten heb ik goed geslapen…

Door Tomas Scheepers