Lesbos – ‘Is my baby alive?’

Zojuist hebben we een bootje met ongeveer 50 vluchtelingen binnengehaald. Omdat er niet veel hulpverleners zijn ter plekke ben ik maar weer het water in gegaan. Gelukkig heb ik mijn waadpak nog bij me. Ralph is met de reddingsboot aan de andere kant van het eiland in de weer. Het is een soepele landing en ik heet een groep blije Syriërs welkom in Europa. Het is mooi weer en het lukt prima om met de weinige vrijwilligers alle babies en kleine kindjes droog aan land te krijgen.

Een paar sterke vluchtelingen helpen een vrouw van boord die wanhopig roept: ‘Baby? Baby? Baby?’
Dat is niet ongewoon dat een moeder haar baby zoekt bHaar kindje is waarschijnlijk gewoon aan land al veilig in de handen van een lieve vrijwilliger.
Ik wil haar best even helpen zoeken, maar een ander klein kindje dat de zee in wil rennen vraagt mijn aandacht.
Een paar minuten later zie ik haar weer. Ze klampt iemand aan en ik hoor haar vragen: ‘Doctor? Baby alive?’
Dan snap ik het. Ze is zwanger en vraagt zich af of de baby nog leeft. Ze heeft geluk, want ik heb mijn verlostas bij me en ik wil best even checken met mijn doptone.

Er zijn twee andere vrijwilligers van een soort Grieks rode kruis die haar achterin een gammele jeep zetten.
Ik haal mijn tas uit de huurauto en terwijl ze haar natte kleren uittrekt onderzoek ik snel haar buik. Zittend, want hier is geen luxe van een onderzoeksbank. Zelf sta ik nog – in mijn waadpak – buiten de jeep. Ze is zo’n zeven maanden zwanger en vertelt dat ze de baby al een paar dagen niet heeft voelen bewegen en ze maakt zich vreselijk zorgen.

Moet je je voorstellen dat je met deze stress in het donker in een gammel overbelast bootje een vijf uur durende oversteek moet maken. Dit is echt de hel voor vele mensen. Ze hebben geen keuze.
Om haar (en mezelf) een beetje te ontspannen vraag ik hoe ze heet en of dit haar eerste kindje is. Ze heet Nazima en het is haar eerste baby.

Ik voel gelukkig een soepele buik (dus geen weeën) en probeer naar het hartje te luisteren. Dat valt nog niet mee met een bibberende moeder en een rheumatische verloskundige.
Gespannen grijpt ze mijn hand en knijpt er hard in. Allemachtig, dat doet pijn. Ik trek mijn hand los en probeer het nog een keer. Eerst heel in de verte en dan luid en duidelijk klinkt een babyhartje achterin een jeep langs de kust van Lesbos.

De twee lieve vrouwen van het rode kruis beginnen te applaudisseren. ‘Welcome to Europe little baby!’ roep ik. Nazima begint tegelijkertijd ongecontroleerd te huilen en te lachen. De vrouwen helpen haar in een droge broek en onderbroek en trekken haar natte schoenen maar weer aan.

Ze komt uit de jeep en pakt me vast in een bibberige omhelzing. Ze ruikt niet tintelfris en ze snottert mijn hele schouder onder, maar dat maakt niet uit.
Zo staan we minutenlang, haar dikke buik tussen ons in.
‘You are a hero’, zeg ik tegen haar. ‘You rescued your baby from war.’
Nog meer tranen.
‘You did well. You brought your baby to safety!’
‘You are a wonder’, zegt ze tegen me. Welnee, ik leid een luxe-leventje en heb alles wat mijn hartje begeert. Zij heeft niets meer.
Onderwijl begeleid ik haar naar de bus van de UNHCR die intussen is gebeld en aangekomen en help haar instappen. Bagage heeft ze niet.
Dan moet ik weer de bus uit. Met moeite laat ze me los.
‘Don’t forget: you are a hero. This was the best you could do for your baby. Be proud and be strong!’
Zo nemen we afscheid. Ze is nog steeds aan het huilen.

Ik stap uit en zwaai haar uit met pijn in mijn hart. Ze heeft nog een hele lange, moeilijke weg te gaan, deze dappere vrouw.
Wat kan dit kindje later trots zijn op zijn of haar moeder. Ik ben het nu al.
We zijn allemaal mensen en deze vrouw is een heldin, geloof me maar.

Door Bionda Heeringa – de Kreij

Helpt u ons helpen?
Doneer op www.bootvluchteling.nl
Dank voor uw steun!