Lesbos – Oranje kust

De tussenstop in Izmir zit erop. We zijn weer in de lucht. Hoe vreemd: eerst naar Turkije vliegen en dan, hup, in een half uur doen wat bootvluchtelingen in hachelijke uren doen. Zo, bij heldere hemel, zie je pas goed hoe dichtbij Europa hier is. Aan drie kanten ligt Lesbos genesteld tegen de Turkse kust.

Het vliegtuig maakt een krappe bocht. Ik druk mijn neus tegen het raampje en speur de diepblauwe zee af van dit aardse paradijs. Zo ziet het er van boven uit tenminste. Zouden dat rubberbootjes vol mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld kunnen zijn? Het is niet met zekerheid te zeggen. Wat wel heel zeker is en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is de rand van oranje aanspoelsel die op twee plekken een vijftig of honderd meter strand heeft gekleurd. Het lijken wel algen. Zijn het zwemvesten? Ja, reddingsvesten, honderden. Het Voorwerp Van 2015, wat mij betreft: Het Oranje Reddingsvest.

Na een paar uur en een chaotisch begin verder – een misverstand bij het verhuurbedrijf, zodat we geen busje hebben maar een krappe vierpersoons auto waar alle bagage in moet – begint het dwars oversteken van het forse eiland. De snelheid ligt laag, veel haarspeldbochten, steile afgronden en prachtige vergezichten. Maar ook omdat de auto nogal wankel is en kraakt.
Geen wonder dat Lesbos geliefd is bij toeristen. Alles is kurkdroog, het gras verschroeid tot stro na een lange hete zomer. Het landschap oogt wat rommelig, met de Griekse slag. Dit land is arm geweest, en van ver gekomen. Toerisme is van levensbelang voor de Griekse eilanders.

Toeristentreintje
We zien voor de plaatsjes Petra en Molivos de eerste vluchtelingen. Het maakt indruk, al was het maar omdat het zo vreemd botst met het alledaagse toerisme dat intussen ook gewoon doorgaat en waar dit eiland bij uitstek van leeft. Zweden, Britten, Nederlanders, sjokken rood langs de boetiekjes aan de kustboulevard, met het fenomenale uitzicht op een van de baaien waar Lesbos geleefd om is. Met name vreemd is het moment dat het treintje op wielen voor toeristen langskomt en zwoegende Syriërs en andere migranten passeert. De migranten staren voor zich uit maar groeten wel terug als je ‘welcome’ zegt of alleen maar je hand opsteekt.
Al kun je deze beeld-botsing ook relativeren: komen deze mensen niet juist hierheen omdat in Griekenland en de rest van Europa de toetistentreintjes nog gewoon rijden.

Smokkelaar
Een halve dag is al genoeg om veel Grieken en ook vluchtelingen te spreken en een eerste indruk te krijgen. Nizar (38) en Jihad (28) lopen samen met ons op naar het toeristische centrumpje van Molivos. Ze zijn net die morgen met een bootje aangekomen. De oudste van het duo komt uit Deir El Zor, aan de grens Syrië -Irak. Hij wil naar Duitsland en dan zijn gezin laten overkomen. Die bivakkeert nu in Damascus. Hij vertelt meteen dat ISIS voor zijn ogen een vierjarige heeft onthoofd. ‘ISIS is alleen maar bezig met bloedvergieten en wreedheid; niet met echt vechten tegen Assad.’ Zijn jongere reisgenoot is eigenlijk leraar biologie. Beide mannen zweten als otters. Ze lopen dan ook al de hele dag. Dit is de grootste exodus sinds de tweede Wereldoorlog. Er zijn momenten dat je denkt: wat een prestatie, zo’n gevaarlijke reis, deels te voet. Al deze mensen stemmen met de voeten. En het is een stem v o o r Europa.
Een mevrouw van een boetiekje neemt alle tijd om ze de goede weg te wijzen.
Ze leven wel op van dit gesprekje, er kan een lach vanaf: ‘Brothers!’
Dia (45) van de winkel zegt: ‘Wij doen alles om ze te helpen, maar tegelijk is het zo dat touroperators uit Zweden, Nederland enzovoort, contracten met hotels hier niet verlengen! De toeristen zouden klagen over vluchtelingen voor hun neus en slapend in de openlucht.’

We lopen verder en zien sokken, een trui en een vies luiertje liggen aan de voet van een boom die iets hoger staat, in een ring van baksteen. Een handige plek om je baby te verschonen als je op doortocht bent.
Al verder lopend passeren we een groepje hulpverleners van MuslimRelief, het zijn Britten met een Pakistaanse achtergrond, uit Birmingham en omgeving. Een man of acht, met lokale medewerkers. We zijn hartelijk welkom om erbij te komen zitten en krijgen thee. Ze hebben net duizend slaapzakken uitgedeeld. We herkennen de drive om medemensen in nood te helpen bij elkaar. Het levert een paar mooie foto’s op.
’s Avonds bij het eten komen twee agenten op een drafje langs het terras rennen; ze voeren een arrestant mee. Een mensensmokkelaar. Bravo, roepen sommige Grieken de agenten na.
Uit je ooghoeken zie je op strandjes en in havens bergen oranje vesten liggen.

Zeven uur zwemmen
’s Avonds ontmoeten we weer de vrouw van het autoverhuurbedrijf. Zij en haar partner, een Fransman die al twintig jaar op dit eiland woont, zijn haast dag en nacht in touw voor de migranten. Zij kookt dagelijks voor honderden mensen. Hij onderhoudt contacten met deze geteisterde voorbijgangers in hun leven. Soms nog heel lang na hun doortocht op Lesbos. Hij vertelt van een jongen van veertien die hier zijn vader verloor; hij overleefde wel de boottocht maar kreeg kort daarna een hartaanval. De Griekse agenten gaven hem de achternaam van een reisgenoot om hem slepende papieren immigratiekwesties te besparen. Hij vertelt van boten die halverwege de nauwe zeestraat tussen Lesbos en Turkije water maken. Soms haalt maar een handjevol van een volle boot het levend. Zoals die acht die na zeven uur zwemmen in zout water toch nog aankwamen, meer dood dan levend; de vellen hingen erbij, zout schuurt, bij zo lang zwemmen. Hij zegt: ‘We zullen er de komende herfst en winter nog velen verliezen. Want de zee wordt onstuimiger maar de mensen zijn wanhopig, ze hebben niks te verliezen.’

Door Hilbrand Rozema