LESBOS – Twee vingers in de lucht

Nog niet zo lang geleden stond ik met twee vingers in de lucht. Zonder twijfel en met de euforie van een net afgeronde studie in mijn ogen zwoor ik bij God dat ik mij aan de verpleegkundige eed zal houden. Terwijl ik daar stond beeldde ik mij in hoe ik in mijn witte kloffie door het ziekenhuis paradeer en mensen de beste zorg lever die mogelijk is. Dat witte kloffie heb ik deze vakantie geruild voor een zomerse outfit van Stichting Bootvluchteling waarmee ik op Lesbos in de Griekse zon paradeer. De verpleegkundige is hetzelfde gebleven. Toch?

Vrijdagavond zijn mijn vrouw Martine en ik naar Sykiminia gegaan om meer dan 500 mensen klaar te maken voor de nacht. We hadden babymelk en een koffer met wat apparatuur, zoals een glucosemeter en een bloeddrukmeter. Aangekomen bij het kamp zoeken we naar een Engelssprekende vluchteling voor vertaling en lopen iedereen langs. Baby’s met koorts, kinderen die overgeven, zwangere vrouwen die uitgeput zijn en oude vrouwen met verstuikte enkels.

Terwijl ik op mijn knieën een been spalk, komt er een jongen naar me toe. De vertaler zegt dat hij een wond heeft en als ik hem vraag dit te laten zien, trekt hij het verband van een ontstoken schotwond af. Mama mia! Wat zou deze achttienjarige jongen meegemaakt hebben? Gevlucht uit Syrië, weggerend van het gevaar, een levensgevaarlijke tocht over de zee gemaakt in een overvol bootje. Man, man, wat een leven.

Twee vingers in de lucht en euforie van een net behaalde overtocht in hun ogen. Zo zien veel vluchtelingen eruit op de selfies die op het strand gemaakt worden. Ik heb euforie nog nooit zo snel zien verdwijnen als ze beginnen aan een wandeltocht van 50 kilometer in de zinderende hitte van de Griekse zon, of als ze in de buitenlucht moeten slapen op de harde grond.

Uitgeput stappen Martine en ik om 01:30 in de auto, op weg naar ons hotel. Na 50 meter rijden komen we een nieuwe familie tegen en ik rij door, ik kan niet meer! Of toch? Wat deed ik met die twee vingers in de lucht te zweren? Precies! Ik kijk Martine aan, zet de auto in z’n achteruit en roep uit het raam: ‘Any medical care needed?’

(Door Christian van der Spek)