Lesbos – Zuster Roos schrijft #2

Mijn collega rijdt de medische bus de oprit op. We zijn aangekomen bij het voormalige hotel ‘Silver Bay’. Een plek die sinds vorig jaar opvang biedt aan ruim 300 kwetsbare vluchtelingen. Van mijn collega begrijp ik dat inmiddels alle kamers bezet zijn met ouderen, zwangere dames en gezinnen met jonge kinderen.

Ik open de schuifdeur van de bus waar een volledige behandelruimte achter schuilt. Door deze actie open ik blijkbaar ook gelijk ons spreekuur, want direct gaan mensen in onze geïmproviseerde wachtruimte zitten. Samen met mijn zus, huisarts in opleiding, ga ik aan de slag. We zien te hoge bloeddrukken, wonden en bezorgde zwangere vrouwen. Net voordat we denken klaar te zijn, wappert het gordijn nog één keer open.

Een meisje, met een geschatte leeftijd rond de vijf, kijkt me met glanzende ogen aan. Dikke tranen biggelen over haar wangen. Ze laat haar hand zien, waar een bloedend schaafwondje op zit. De nog stuiterende bal achter haar verraadt de oorzaak. Ik pak haar op en zet haar op de grote behandelbank. Toch wel interessant deze ruimte, al scannend kijkt ze de bus door. Ze stopt met huilen door alle indrukken. De pijn door de val is inmiddels weer vergeten; een aai over haar bol en een pleistertje blijken genoeg te zijn. Voor een beetje extra TLC, tender, loving, care, wil ik haar nog iets extra’s geven. Maar wat? Ik heb hier niks.

Door een creatief hersenspinsel blaas ik een wegwerphandschoen op tot een ballon en teken er een gezichtje op. Ze rent lachend weer weg. Weer een patiënt blij gemaakt. Of… toch niet? Ze rent opnieuw mijn richting op met zeker tien kinderen achter zich aan. Bij de bus aangekomen wijzen ze naar de ballon. We hebben ons vergist, ik ben nog niet klaar; dit wordt nog even blazen en lusjes knopen…

Tekst en foto: Roos / www.facebook.com/zusterroos