Het leven van een vrijwilliger

Ik ben Roos (28). Ik kom uit Nederland en ben net terug van een half jaar Lesbos waar ik als vrijwilliger heb gewerkt voor Stichting Bootvluchteling. Ik hoorde voor het eerst de verhalen over vluchtelingen toen ik in Zuid-Korea was voor mijn studie. De verhalen van de Noord-Koreaanse vluchtelingen zijn me zo bijgebleven dat ik besloot verandering te willen brengen in de leefomstandigheden van vluchtelingen.

Roos vrijwilliger stichting Bootvluchteling

In Moria had ik alles veranderd als ik er iets over te zeggen had. Van de woningen, tot de hoeveelheid mensen, van hoe lang ze moeten wachten om door te reizen tot de zorg die ze krijgen.

Vanaf januari tot juni heb ik in Moria gewerkt. In die tijd heb ik veel zien veranderen. In januari was het koud, nat en er stond een ijzige wind. Mensen die in kleine tentjes woonden in plaats van de warmere ISO-boxen (een soort van vrachtcontainers), hebben het toen heel zwaar gehad. Ook waren de straten van het kamp bezaaid met afval. Dat is nu gelukkig veel minder. Op dit moment zijn er dan alleen weer veel meer mensen. Het kamp is overvol, maar er zijn niet veel extra toiletten en douches bijgekomen. En er is een paar uur per dag stromend water, de rest van de dag is het water afgesloten. Qua zorg doen de organisaties die er zijn hun best, maar voor de hoeveelheid mensen is de capaciteit om iedereen van goede zorg te voorzien veel te klein. Veel mensen die zware behoefte hebben aan één op één begeleiding met een psycholoog, komen er door de enorme vraag gewoon niet voor in aanmerking.

Ik denk niet dat de omstandigheden in het kamp zullen verbeteren. In het begin vroeg ik me daarom af of wij als hulpverleners wel nuttig zijn. Wat maakt het nou uit dat je uit de bibliotheek een boek kan lenen als de omstandigheden waarin je leeft zo minimaal zijn? Maar hoe langer ik er was, hoe meer ik zag hoeveel we toch voor mensen kunnen betekenen. Bijvoorbeeld de ouders van de kinderen van onze School of Hope, waaraan ik zag hoe dankbaar ze waren dat we hun kinderen Engels leren. Tijdens een ronde die we deden om de ouders van de kinderen te leren kennen, werden we door iedereen hartelijk ontvangen en werden we uitgenodigd om binnen te komen, werd ons thee aangeboden en werden we bedankt voor de tijd die we voor de kinderen namen. En dat merk je ook aan het Engels niveau van de kinderen. Ik heb vaak gezien dat een kind dat nog geen woord Engels sprak op de eerste schooldag, aan het einde zichzelf al redelijk kon uitdrukken.

Of de Engelse lessen voor volwassenen die ik weleens gaf als er geen leraar uit het kamp aanwezig was. Aan het einde gaven veel van de studenten me een hand en ook als ik ze in het kamp tegenkwam legden ze dan vriendelijk hun hand op hun hart bij wijze van begroeting. Ik denk dus dat we als hulpverleners wel degelijk nuttig zijn.

Het werk doe je samen. Niet alleen met je eigen team maar met iedereen die werkt in Moria. Je hebt samen hetzelfde doel en je bent samen nuttig voor andere mensen.

Ik heb heel veel goede mensen ontmoet, zowel de medevrijwilligers als de mensen in het kamp. Ik heb veel mensen ontmoet om wie ik veel gaan geven. De minimale tijd waarvoor je je kunt aanmelden bij Stichting Bootvluchteling is twee weken, waardoor de samenstelling van het team vrij snel kan veranderen. Ik dacht dat het moeilijk zou zijn om als lange termijn vrijwilliger steeds met een nieuw team te werken, maar ondanks dat er zoveel roulatie was, bleef de sfeer altijd ongeveer hetzelfde. Iedereen op Lesbos is daar met hetzelfde doel en heeft een enorm positieve instelling, waardoor mensen ook gewoon gemakkelijk met elkaar overweg kunnen. Je leert elkaar in een korte tijd heel goed kennen, omdat je heel intensief met elkaar samenwerkt en samenwoont, maar ook omdat je best wel heftige dingen met elkaar meemaakt.

Het is niet altijd gemakkelijk om geconfronteerd te worden met andermans ellende. De verhalen die mensen vertellen over waarom ze zijn gevlucht en wat ze hebben meegemaakt tijdens hun reis naar Lesbos, zijn vaak erg aangrijpend. Het heftigste moment was toen ik samen met een collega door het kamp liep en er iemand op ons afkwam die zei dat hij zelfmoord wilde plegen. Je kunt op zo een moment heel weinig voor iemand doen, want je wil iemand geen valse hoop geven door te zeggen dat hij geholpen kan worden door een psycholoog, want daar komt hij waarschijnlijk toch niet snel terecht. Het enige dat je kan doen is zeggen dat hij het niet moet doen. Op dat moment breekt echt je hart. Gelukkig heeft hij het niet gedaan.

Team Stichting Bootvluchteling

Ik weet dat dit is wat ik wil blijven doen in de toekomst.

Het fijnste aan weer thuis zijn vind ik dat ik mijn familie en vrienden weer zie. Tegelijkertijd mis ik het werk, de mensen en de positieve sfeer in het vrijwilligershuis heel erg en wil ik graag door naar een nieuwe missie. Ik heb geleerd in te spelen op verschillende situaties en flexibel te zijn in een veranderend vluchtelingenkamp. Ik wilde weten of ik dit werk leuk vind en of ik het aankon, en dat is zo. Mijn toekomstdroom is op een hoger niveau te werken aan een betere kwaliteit en veiligheid van vluchtelingenkampen wereldwijd.

Interview en tekst: Tessa Kraan
Foto’s: Tessa Kraan, Kenny Karpov