Een regenachtig rondje door het kamp – boiler suits (deel 2/2)

Inmiddels zijn vele kleine tentjes vervangen door degelijke grotere tenten, maar toch doet de regen me telkens beseffen dat het nog steeds tenten zijn die mensen tegen de regen beschermen en geen vaste daken. Via het onderste gedeelte van het kamp waar vele minderjarigen en families wonen in cabins, zetten we onze missie voort en gaan we richting de extended area van het kamp. Dit is een gebied naast het kamp waar alleen tenten staan. Hoewel het degelijke tenten zijn, ontbreekt het in dit gebied van het kamp aan infrastructuur. ’s Nachts is er geen verlichting en er zijn geen stenen paden die de tenten met elkaar of met de andere gedeelten van het kamp verbinden. De tenten staan verspreid tussen de olijfbomen op de heuvel. Via modderige paadjes kunnen we de tenten van de mensen bereiken. ‘Wat goed jullie hier te zien! Ik nodig jullie graag uit om muziek te maken en koffie te drinken in mijn tent’, zegt een man tegen ons die elke dag een kopje thee bij een van onze cabins, de milkroom, komt halen tijdens onze avondshiften. Helaas moeten we zijn aanbod afslaan, omdat we nu boiler suits aan het uitdelen zijn.

Met vreugde op onze gezichten hebben we uiteindelijk al meer dan 170 boiler suits uitgedeeld. Op deze koude ochtend kunnen we de regen niet stoppen en we kunnen de tenten niet op magischer wijze in warmere onderkomens veranderen. Wat we wel kunnen doen is iedereen in de tenten een boiler suit als slaapzak geven, zodat de mensen in ieder geval droog en warm kunnen slapen en de nachten dragelijker worden. Gelukkig zijn er al 170 mensen warm ’s nachts. We zullen niet stoppen met uitdelen totdat we al onze boiler suits weggegeven hebben. Toch, ondanks dat we boiler suits uitdelen, voelt het nog steeds heel naar dat er vele mensen zijn in het kamp die in tenten slapen; voelt het nog steeds heel vervelend dat mensen het koud hebben ’s nachts; en voelt het nog steeds niet goed dat boiler suits nodig zijn om voor warme nachten te zorgen.

Tekst: Rozemijn Aalpoel
Foto: Bas Bakkenes