Samos Blog: Mijn 9-jaar oude leraar

“Hoe heet je?” vroeg ik de jonge Afghaanse jongen die tijdens mijn laatste avond in het kamp naast me zat. Hij had een ondeugende uitdrukking op zijn gezicht. Hij lachte en zei: “Ik heet Aref. Spreek je Farsi?” Hij leek verbaasd maar opgetogen. “Ja, dat kan ik. Ik ben geboren in Iran maar verhuisd toen ik een paar jaar ouder was dan jij, bijna dertig jaar geleden.”

“Ah wat lang geleden. Ik wil naar Duitsland gaan.” Hij haalde zijn schouders op: “We zitten hier vast!”. De lach op zijn gezicht verdween.
Een moment van stilte volgde terwijl ik probeerde het gesprek een andere koers te geven en hem weer aan het lachen te maken.
Trots vertelde ik hem: “Ik kan je naam in Farsi schrijven.” Hij lachte weer: “Echt? Schrijf het dan!”. Ik nam pen en papier, schreef vlug zijn naam en liet hem zien. Hij keek er vluchtig naar en zei “Tante, je bent analfabeet. Zo spel je mijn naam niet.” Hij nam de pen en corrigeerde mijn spelling. Hij had gelijk. Ik had een kleine fout gemaakt met een van de letters. “Dank je Aref. Je hebt me iets nieuws geleerd!” “Ok, graag gedaan”, zei hij luchtig. Ik moet nu weer terug.” Hij stond snel op en rende terug naar zijn kleine tent, die hij deelde met diverse andere familieleden in het kamp.

Waarom zit een slimme jongen zoals jij vast in een vluchtelingenkamp?

Tekst & foto: Negar Adib (vrijwilliger Stichting Bootvluchteling)