Samos – De vergeten mensen

“Het is 22.30 uur en de dienst voor het Samos-team van Stichting Bootvluchteling is ten einde. We lopen langs de tentjes naar de uitgang van het vluchtelingenkamp waarvan ‘een gevangenis zonder bescherming’ meer de juiste benaming is.

Onderweg worden onze artsen aangesproken door een aantal vluchtelingen. Een moeder zit op een bankje, met op haar schoot haar vijfjarige zoontje. Het kindje is buiten bewustzijn geraakt en nu weer aan het bijkomen. Ook wordt verteld over de brandwonden die het jongetje eerder gekregen heeft door toedoen van Daesh (IS). ‘Walgelijk’ gaat er door me heen, een woord dat nauwelijks de lading dekt.

Geërgerd roept een politieman tegen de artsen: ‘If you go now, I have problem if something goes wrong. Hospital or no hospital?!’. Besloten wordt om de jongen met zijn moeder en één van onze artsen met de ambulance naar het ziekenhuis te brengen. Later in het ziekenhuis moet zijn moeder terug naar het kamp worden gebracht om borstvoeding te geven aan haar drie maanden oude baby.

Terwijl de rest van het team de moeder wegbrengt en de vader ophaalt met onze bus, blijf ik bij het jongetje dat inmiddels in een ziekenhuisbed in slaap is gevallen. En terwijl hij daar zo kwetsbaar, vredig ligt te slapen, wens ik hem liefde en veiligheid. En bedenk me dat dit één van de 940 levens op Samos is, waarin de meest vreselijke, onvoorstelbare gruwelheden zijn gebeurd. En dan te bedenken dat deze vluchtelingen, deze mensen, op dit moment in een gevangenis zonder bescherming verblijven. Ik vraag om compassie voor deze mensen, de vergeten mensen op Samos.”

Tekst en foto: Vera