Verhaal van een vluchteling

“Ik ben in mijn eentje ontsnapt. Mijn familie is nog thuis. Op die kleine boot was ik de enige jongen, de rest waren mannen met baarden. Ik was bang. Ze gaven me een reddingsvest en vertelden me dat ik moest bidden. Ik ben niet gestopt met bidden totdat we Samos bereikten.” Hij heeft een intense blik, zijn ogen staan scherp en zijn stem is helder.

“Wanneer ben je aangekomen?” “8 maanden geleden in dit afschuwelijke kamp.” Hij kijkt naar beneden en gaat zachter praten. “Dieren hebben het hier beter in Samos.” “Waar wil je naartoe?” “Naar Duitsland, waar mijn neef woont.” Hij staart in de afgrond en vraagt: “Weet je hoe veel langer ik nog moet wachten?” “Sorry… dat weet ik ook niet”, was mijn aarzelende antwoord.

Wat ik eigenlijk had willen zeggen is: “Het spijt me dat je zeventien jaar bent en helemaal alleen. Dat vreemden je familie zijn geworden, dit afgrijselijke kamp je thuis is geworden en je toekomst in de wacht staat…. Je bent te jong. Dit is niet wat je verdient!”.